Stripgeschiedenis

1920-30 Krantenstrips

Meelmuts en Roetkop

In Amerika kreeg het stripverhaal aan het eind van de negentiende eeuw zijn definitieve karakter door middel van de krantenstrip. Over het algemeen waren deze eerste strips geïnspireerd op Duitse humoristische bladen die de emigranten toegestuurd kregen uit de Oude Wereld. Vooral kwajongensstreken waren een veel voorkomend onderwerp (bijvoorbeeld de 'Katzenjammer Kids' van Harold Knerr, in het Nederlands onder andere vertaald als 'Jongens van Stavast').

Advertentie voor uitgaven van HepkemaAdvertentie voor uitgaven van Hepkema
In Friesland was het uitgeverij Hepkema die veel stripuitgaven voor de jeugd verzorgde.

In Frankrijk en Engeland vinden we de eerste decennia van de twintigste eeuw al geïllustreerde stripbladen, gericht op een jeugdig publiek. Pas tegen de jaren twintig van de vorige eeuw kreeg de Nederlandse jeugd de gelegenheid kennis te maken met dit nieuwe medium. In de tot dan toe oersaaie en voor de jeugd ontoegankelijke kranten maakte men af en toe een klein hoekje vrij voor de allerkleinsten, vol kabouters, dartele eekhoorntjes en sprekende konijnen. Het is aan de verzuiling van het Nederlandse volk (iedere geloofsrichting had zijn eigen krant) te danken dat er een eigen stripproductie op gang kwam - beginnende met een enkel plaatje met onderschrift of rijmpje per dag.

Jopie Slim en Dikkie Bigmans'Jopie Slim en Dikkie Bigmans'

Jopie Slim en Dikkie BigmansOorspronkelijk werden de strips overgenomen van buitenlandse kranten. Het dagblad De Telegraaf nam in 1921 uit de London Evening News een strip over, die handelde over een jongen en een varken: 'Jopie Slim en Dikkie Bigmans'. Dit merkwaardige duo sloeg enorm aan bij de lezers, er werd zelfs een liedje aan het tweetal gewijd: "Jopie Slim en Dikkie Bigmans zijn de schrik van 't ganse land..."

Nieuwe Oostersche SprookjesNa dit succes gingen ook andere kranten ertoe over strips in hun kolommen op te nemen. Op 15 oktober 1921 verscheen in het Rotterdamsch Nieuwsblad (links) de eerste aflevering van 'Nieuwe Oostersche Sprookjes', met de jongetjes  Yoebje en Achmed in de hoofdrol, van de Nederlandse tekenaar Henk Backer. De eerste Nederlandse dagstrip was hiermee een feit. Nog geen jaar later, vanaf 26 februari 1922, werd in het S.D.A.P. blad Voorwaarts, een dochteronderneming van het Amsterdamsche Volk, een tweede strip van deze tekenaar geplaatst: 'Hansje Teddybeer en Mimi Poezekat'. Voorwaarts moet vóór die tijd een uiterst saaie krant geweest zijn, zonder foto's of enige andere verluchtiging. In Voorwaarts verschenen goede strips van Nederlandse oorsprong, waaronder 'Snuffelgraag en Knagelijntje' van Gerrit Rotman en vanaf 1929 'Bulletje en Boonestaak' van A.M de Jong en George van Raemdonck.

Bulletje en Boonestaak vieren 1 meiBulletje en Boonestaak vieren 1 mei

Op 2 mei 1922 maakten de lezers van Het Volk kennis met 'Bulletje en Boonestaak', door George van Raemdonck en A.M. de Jong. "Uitknippen en bewaren" had een vooruitziende geest onder het stripje laten drukken. Bulletje en Boonestaak werden, naarmate hun wereldreis vorderde, de lievelingen van socialistisch Nederland. Maar ook, en dat was voor het eerst, waren er mensen die tegen deze strip een waarschuwende vinger hieven. Bepaalde pedagogen waren van oordeel dat de strip grof en zedenkwetsend is.

Bulletje en Boonestaak
'Bulletje en Boonestaak'

Niet alleen ontzagen de helden zich niet om af en toe in adamskostuum te verschijnen, (al zijn deze scènes met geen mogelijkheid als 'erotisch' te betitelen), maar ook werd er naar hartelust in gekotst, werden er hoofden afgehakt, mensen aan het spit geregen en ook de confrontatie met deerlijk verminkte oorlogsinvaliden (hoewel overvloedig voorzien van decoraties) ging men niet uit de weg.

Bulletje en Boonestaak ontmoeten Jopie Slim en Dikkie Bigmans
Bulletje en Boonestaak ontmoeten Jopie Slim en Dikkie Bigmans: "De twee Engelsche misbaksels hadden de Hollandsche kinderen al lang genoeg met hun gezeur verveeld"   

In het algemeen komen de volwassenen er niet al te best af in deze serie, en het ouderlijk gezag ondermijnen kon in die tijd natuurlijk helemaal niet door de beugel, evenmin trouwens als "harde" sociale kritiek en antimilitarisme. A.M. de Jong stond met deze strip dan ook duidelijk iets anders voor de geest, dan "de zoutelooze Jopie Slimmerij": "De twee Engelsche misbaksels hadden de Hollandsche kinderen al lang genoeg met hun gezeur verveeld". Bulletje en Boonestaak namen dan ook nauwelijks een blad voor de mond. Toen, uit financiële overwegingen, in 1931 besloten werd de serie te stoppen, kwamen er zoveel verontwaardigde reacties, dat de krant de strip na negen maanden toch weer vervolgde. Daardoor konden de lezers nog tot 1937 blijven genieten van een serie, die toch wel met kop en schouders boven veel andere uitstak.

De Wonderlijke Geschiedenis van Tripje'De Wonderlijke Geschiedenis van Tripje'

Henk Backer's strip 'Tripje en Liezebertha' verscheen vanaf 19 mei 1923 in het Rotterdamsch Nieuwsblad. De populariteit van deze strip zou alle vorige successen in de schaduw stellen. Er ontstaat een ware rage, die voor Nederland unieke vormen aanneemt: Hohner bracht Tripje Mondharmonica's in de handel, en ook Tripje lollies en Tripje chocoladerepen veroverden de markt.

Tripje Kwartetspel
Het Tripje Kwartetspel, met alle figuren uit de populaire strip

Rij voor Tripje, 1923Toen Het Nieuwsblad in december 1923 op het Beursplein zijn deuren opende voor de verkoop van het eerste Nederlandse Tripje-boek, was de belangstelling overweldigend. Er moesten inderhaast dranghekken geplaatst worden bij het gebouw en de bereden politie rukte uit om de enorme hoeveelheid gegadigden in toom te houden. Slechts enkele dagen na de verschijningsdatum berichtte de krant op 31 december dat de hele voorraad was uitgeput.

Krelissie en Direkkie door Albert Funke Kupper
'Krelissie en Dirrekie' (Voorwaarts, 1923)

Een uitgesproken expressionistische strip was de streekroman 'Krelissie en Dirrekie' van Albert Funke Küpper. De wereld lijkt helemaal bevolkt door Van Gogh's aardappeleters. De strip verscheen in 1923 in de socialistische krant Voorwaarts.

Kleine Ko'Kleine Ko' was een uitgave van het Leger des Heils. In de twintiger jaren zijn er twee boekjes van uitgekomen. De tekenaar zou heel goed van Engelse afkomst kunnen zijn, omdat het Leger oorspronkelijk uit Groot Britannië kwam - straatsituaties zoals de poppekast en opschriften op winkels zouden echter op een Nederlander kunnen wijzen.

Plaatjes uit 'Kleine Ko'
Plaatjes uit 'Kleine Ko'

Meelmuts en Roetkop door O. Roland
'Meelmuts en Roetkop' van O. Roland

Via de avontuurlijke reizen van de striphelden, konden de jonge lezertjes kennismaken met de rest van de wereld. Indianen, eskimo's, inboorlingen en Arabieren waren veelvuldige gasten in de dagelijkse feuilletons. Ook onze overzeese koloniën werden regelmatig met een bezoekje vereerd, zoals in boven- en onderstaande strip ('Meelmuts en Roetkop') uit het Algemeen Handelschblad van O. Roland (1922).

Meelmuts en Roetkop van O. RolandMeelmuts en Roetkop van O. Roland
'Meelmuts en Roetkop' van O. Roland

Een andere strip die Voorwaarts opnam (behalve ook 'Krelissie en Dirrekie', van Albert Funcke Küpper) was 'Snuffelgraag en Knagelijntje', van tekenaar Gerrit Theodoor Rotman en schrijver Arie Pleysier. Wanneer deze aardige dierenserie enige tijd heeft gelopen, neemt in heel Nederland plotseling het aantal muizen in carnavalsoptochten en aanverwante festiviteiten aanzienlijk toe.

Snuffelgraag en Knagelijntje, door Gerrit Rotman'Snuffelgraag en Knagelijntje', door Gerrit Rotman

"Maar daar kwam een rukwind en voor de bruidegom zijn mooie hooge hoed vastgepakt had rolde die van alle trappen naar beneden. Dat was eerst een ramp! Maar het zou nog erger worden. Meneer Snorrebaard wou zijn kachelpijp pakken en daarbij boog hij zich teveel voorover. Het volgend oogenblik rolde hij zijn hoed achterna, hals over kop naar beneden. Daar ging hij na een laatste, sierlijke buiging bovenop zijn eigen hoed zitten. Die zakte in elkaar alsof het een harmonika was. Toen de bruigom opstond en zijn hoed aan de bruid toonde stonden alle gasten gewoonweg verslagen. De prachtige kachelpijp leek nu wel een presenteerblaadje. En hij had de vorige week nog zeven muizenguldens gekost met een jaar garantie."

Gerrit Rotman, die zijn baan als onderwijzer eraan gegeven heeft om zich fulltime aan het striptekenen te wijden, was dan ook zeer verontwaardigd, toen hij hoorde dat zijn serie, zonder zijn medeweten (en zonder de daaraan verbonden financiële consequenties) aan tal van regionale bladen was doorverkocht. Hij zegde zijn medewerking aan het blad op, om voor andere kranten (maar later toch ook weer voor Voorwaarts) nog een heel oeuvre aan serieverhalen te maken, waaronder het gevoelige 'Prinsesje Sterremuur' en de bekende serie 'Mijnheer Pimpelmans'. De strip, waarover alle deining was ontstaan, 'Snuffelgraag en Knagelijntje', werd voortgezet door Albert Funcke Küpper.

Mijnheer Pimpelmans, door Gerrit RotmanMijnheer Pimpelmans, door Gerrit Rotman
'Mijnheer Pimpelmans', door Gerrit Th. Rotman

Gezondheid is de Grootste Schat (1927)Gezondheid is de Grootste Schat (1927)
'Gezondheid is de Grootste Schat' (1927)

Een zeer curieus stripverhaal uit 1927 is 'Gezondheid is de Grootste Schat', een uitgave van de Nederlandse Centrale Vereniging tot Bestrijding der Tuberculose. De illustraties zijn van de hand van Louis Raemaekers. Het voorwoord luidt als volgt:"Wanneer ieder, die dit boekje boekje doorbladert, maar één enkelen goeden raadt onthoudt en ook opvolgt, dan zullen de zorg en de moeite, er aan besteed, niet vergeefsch zijn geweest. Het boekje is zoo ingericht, dat de teekeningen, die door Dr. Louis Raemaekers gemaakt zijn, ook afzonderlijk kunnen worden gebruikt als wandversiering. De vele, goede lessen, die zij inhouden, mogen bijdragen tot de bescherming van de gezondheid van ons volk."

Een advertentie voor kinderboeken in de twintiger jaren
Een advertentie voor kinderboeken in de twintiger jaren

Wimpie Wegloop

'Het Strafjaar van Wimpie Wegloop' stond van 21 maart t/m 10 oktober 1928 in de Tilburgsche Courant. De maker is ons onbekend. Is dit dezelfde Wimpie als het figuurtje met dezelfde naam waarvan C. Turkenburg bij Stella-editie in 1935 vijf deeltjes uitbracht?