  |
1930 - 1940
Tijdschriften
|
 |
Sommige omroepen deden flink hun best om ook een jeugdig publiek aan zich te binden. De Katholieke Radio Omroep gaf De Kindercourant uit ("Orgaan van het Radiouurtje voor Kinderen"), waarin programma's werden aangekondigd, en muziek en liedjes werden afgedrukt zodat die meegezongen konden worden. Ook bevatte het blad een aantal strips, zoals 'Uit het Leven van Keesje Knabbel', getekend door Nora Schnitzler en geschreven door A.B. van Tienhoven.
|

|
 |
 |
| De Kindercourant zette de "abonné's" aan om nieuwe leden te werven. De wervingsdrift werd aangewakkerd door een doos zalige Droste-flikken in het vooruitzicht te stellen! |
|
 |
Al gauw ging De Kindercourant over in de K.R.O. Gids Voor De Jeugd ("Waarin opgenomen De Kindercourant"). Veel Nederlandse tekenaars vonden in dit kerkelijk goedgekeurde tijdschrift een podium.
|
 |
Naast een groot aantal advertenties voor katholieke internaten, zoals het Pensionaat St. Joseph ("voor meisjes uit den gegoeden stand") en het St. Antonius Gesticht ("kweekschool voor onderwijzeressen"), bevatte het tijdschrift ook leerzame artikelen, spannende verhalen, een brievenrubriek, puzzels en een schat aan illustraties.
|
 |
 |
| Naast veel vroomheid stond er in het blad ook werk van illustratoren als Jan Lutz (onder). |
 |
|

 |
Ook Marten Toonder tekende voor KRO Gids voor de Jeugd. Hiernaast een fragment uit het lange verhaal 'De Vroolijke en Griezelige Avonturen van Bram Ibrahim'.
|
 |
Hiernaast de eerste kinderstrip van de hand van Hans Borrebach, 'Barbertjes Eerste Reis in Spiegelland'. |
|

|
Het is vaak maar gissen wie de verhalen in deze jaren dertig-bladen hebben getekend, omdat ze niet gesigneerd zijn en zelfs niet van een paraaf of initialen zijn voorzien, moeten we vaak afgaan op de stijl. De motoriek van 'De Vrolijke Oesters' wijst ons inziens op de hand Henk Backer. |
 |
'De Stoute Streken van Boefie en Foefie' is geheel getekend in de stijl van de ondeugende muisjes, en kan dus heel goed van Albert Funke Küpper of Gerrit Rotman zijn. |
'Het Filmpje van de Week' werd verzorgd door Toon Rammelt. Met hierin de avonturen van het jongetjes Puk, zijn hondje Poedel en de cineast Isidoor Doedel. |
 |
|
 |
 |
 |
Via Het Kleine Schouwvenster wordt veel stichtelijke lectuur over de protestants-christelijke jeugd uitgestort. De illustraties zijn, met uitzondering van enig fotowerk, van de hand van de uitgever, H.A. van Bottenburg, persoonlijk (zie hiernaast). Op stripgebied staat er bij iedere week 'Een Verhaal Zonder Woorden' in, evenals de spannende avonturen van 'Witje en Gitje'. Het Kleine Schouwvenster zal later worden opgenomen in Vrij en Blij. |
|
 |
Ook een prachtig stukje handenarbeid wordt door de redactie zeer op prijs gesteld:
|

|
 |
Vooral de strip 'Sjors' was zo populair dat Panorama er vanaf 1930 een apart bijvoegsel aan wijdde. Het bevatte uiteraard 'Sjors', de vertaling van de oorspronkelijke strip 'Perry and the Rinkydinks' van Martin Branner - deze strip was zelf weer voortgekomen uit 'Winnie Winkle', waar Perry het kleine broertje van was. Vanaf 1938 tekende Frans Piët 'Sjors'. Hij liet uiteindelijk Sjors kennis maken met een eerder door hem getekend negerjongetje, dat in de oorspronkelijke krantenstrip uit het begin van de dertiger jaren 'Simmie' heette; zo ontstonden de populaire 'Sjors en Sjimmie', die tegenwoordig nog steeds getekend worden.
Zie ook het hoofstuk over Sjors in de vijftiger jaren. |
|
Frans Piët's 'Simmie':
"Hoe kom je nu weer aan dat witte oog, Simmie? Zeker weer gevochten, hè?"
Uit: OKKI 1937
|
 |
|
In Sjors waren ook andere strips opgenomen, zoals 'Jan Klaas' van Boy ten Hove, 'Prins Valiant, Ridder Zonder Vrees' van Harold R. Foster en 'Tommie's Avonturen' van Piet Broos. Ook verschenen er veel anonieme strips in Sjors:
|

Teddie in Poppenland (Sjors, 30-4-1936)

Bam-Bam (Sjors, 21-1-1937)

Het vervolgverhaal San Min (Sjors, 9-6-1938)

Pietje Pomp (Sjors, 25-1-1940)
|
 |
Onze Kleine Katholieke Illustratie, afgekort OKKI, was een jeugdbijvoegsel van de Katholieke Illustratie van september 1936 tot september 1941. Hierin werden (vaak tekst-) strips gepubliceerd zoals 'Pitje en Pauke' ('Zig et Puce' van Alain Saint Ogan, deze strip is in het nederlands in verschillende vertalingen verschenen, onder meer 'Loutje en Loetje' en 'Kees en Klaas'), 'Van Kwik-Kwak het Kikkertje' door Piet Worm en Tom Drost, 'Japie Lef' door Hanni Bal, en verder vele strips die ook in Sjors verschenen.
|
|
  |
Eén van de strips die in OKKI verschenen was 'Monki's Reis om de Wereld' van Bernardus Antonius J. Reith. Deze strip was erg populair en verscheen later in Sjors en werd in acht albums uitgegeven door De Spaarnestad. Reith liet ook Popeye de Zeeman in deze strip figureren, waarschijnlijk zonder medeweten van diens maker, Elzie Segar.
|
 |
 |
Of de Roomsche Jeugd nog niet genoeg verwend werd, was er ook nog het geïllustreerde kindertijdschrift Het Weekblaadje voor de Roomsche Jeugd. Naast vooral veel tips hoe een kuis en godvruchtig leven te leiden, bevatte het blad inderdaad ook enige illustraties en zelfs een wekelijks stripverhaal.
|
|
|
Voornamelijk gevuld met stichtelijke verhalen, spelletjes en knutseltips ("voor na het huiswerk"), bevatte het ook twee strips. Boy ten Hove maakte 'Kees Kogel', over de avonturen van een kogelrond jongetje. De tweede strip, een tekststrip, was 'De Avonturen van Pedro en José', door Fred Hofmans.
|
 |
  |
Sinds 1936 brengt het socialistische tijdschrift Wij een uitneembare kinderbijlage met illustraties van veel belangrijke Nederlandse illustratoren, zoals Rein Stuurman, Toby Vos, H. Rotgans en vele anderen. Ook verschijnen er interessante strips in dit tijdschrift, onder andere van de tekenaars Priel en Huib.
|
 |
 |
| Hiernaast een solcialistisch aandoend fragment uit een strip van Huib. Hierboven: muizen van Ger Sligte. |
|
Deze zeer verantwoorde bijlage van het blad Wij stond onder redactie van de bekende schrijver A.D. Hildebrandt. De toen al legendarische Theo Thijssen was beschermheer. De Kleine Wij verscheen vanaf 3 juli 1936 als wekelijks bijvoegsel. Opvallend is het grote aantal tekenaars dat illustraties voor dit blad leverde: Joop de Groote, Truus Vinger, Greetje Kroone, Henk Rotgans, Piet Worm, Wim Bijmoer, Jos Ruting, Rein Stuurman en Ferry Zipper.
|
  |
 |
Af en toe stonden er gagstrips van 'Pilletje Goochem' in de Wij voor Jongens en Meisjes. Deze waren van de hand van ene Lukas.
|
 |
De prijs voor het mooiste stripblad van deze periode gaat naar het weekblad Doe Mee, uitgebracht door uitgevers-maatschappij De Jeugd. Het tijdschrift verschijnt voor het eerst op 7 mei 1936, op groot formaat en in kleur. Hierin maakte de Nederlandse jeugd voor het eerst kenis met de stripseries uit de stripbijlagen van de grote Amerikaanse kranten: 'Jongens van Stavast' (de 'Katzenjammer Kids') van Harold H. Knerr; 'Popeye' van Elzie Segar, 'Henkie' ('Henry') van Carl Anderson en 'Jan Zonder Vrees' ('Flash Gordon') van Alex Raymond, om er maar enkele te noemen. Er werken ook Nederlandse tekenaars aan mee, waaronder Marten Toonder, Pax Steen en Joop Geesink. Het blad stopt op 1 mei 1942, om na de oorlog nog een paar jaar te worden voortgezet.
|
|
|
De Spaarnestad, uitgeverij van veel van deze bladen, nam een groot aantal tekenaars in vaste dienst: Frans Piët, Boy ten Hove, Jac Grosman, Piet Broos, Mies Deinum en vele anderen. Zij tekenden illustraties, maar ook een aanzienlijk aantal stripverhalen.
|
 |
Jeugdland was een bijlage van De Prins, van 2 juli 1938 tot begin 1942. Het bevatte onder andere de strips 'Buikje Roodhuid's Wondere Verhalen' (zie onder) door Alfred Mazure, 'Hoe 2 Hollandse jongens op Mars belanden' door Bram Ohm en 'De Wonderlijke Avonturen van Pietje Pinguin' door B. H. Ohwee (een pseudoniem van Bram Ohm, die vrijwel het hele blad voltekende). |
|
 |
 |
Andere interessante tekenaars uit deze tijd zijn de gebroeders Funke Küpper: Albert, Theo en Frans, zonen van de Westfaalse kunstschilder Funke, die zich na zijn huwelijk in Nederland had gevestigd.
|
Albert Funke Küpper nam in 1927 de populaire krantenstrip (plaatjes-serie, zoals dat toen genoemd werd) 'Snuffelgraag en Knagelijntje' over van Gerrit Rotman, die na onenigheid met het blad Voorwaarts de strip verlaten had. In 1929 vertrok Albert naar Amsterdam om voor de Arbeiderspers te werken, waar hij zich een sterk sociaal bewogen mens betoonde. Hij werd, als politiek tekenaar en karikaturist, de bezielende kracht achter het weekblad De Notenkraker; zozeer zelfs, dat dit blad na zijn dood in 1934 nog enkele jaren voortpruttelde om in 1936 geheel te verdwijnen.
|
 |
Theo Funke Küpper gaat in 1934 werken bij uitgeverij De Spaarnestad, waar hij strips en illustraties tekent voor Het Kleuterblaadje en Het Weekblaadje voor de Roomsche Jeugd. Op 31 juli 1937 verschijnt 'De Verstrooide Professor' voor het eerst, een strip die Theo, na een onderbreking tijdens de oorlog, voortzet tot 1966.
|
 |
Frans Funke Küpper heeft een zelfde loopbaan als zijn broer Theo. Hij tekent voor Het Kleuterblaadje en Roomsche Jeugd de strips 'Kobus Knol' en 'De 12 Ambachten en 13 ongelukken van Thijs Slof', aan het einde van de jaren dertig. |
|
 |
De Optimist, dat vanaf 1935 De Kinderoptimist ging heten, was een bijvoegsel van Stad en Land. Hierboven covers van Joz De Swerts en Hein Rienstra. Het blad fuseerde in 1938 met Elck Wat Wils. De naam bleef De Optimist.
|
  |
Vanaf 1937 verscheen het blad Olijk en Vrolijk als bijvoegsel bij De Gelderlander. Het blad is voornamelijk gevuld met tekststrips uit Engeland. De enige strip van Nederlandse bodem is de ballonstrip 'Gijsje Goochem' van Jac Grosman. Opmerkelijk aan dit blad is het gebruik van Donald Duck en zijn neefjes op de voorpagina. Dit is frappant aangezien er in Nederland nog geen Donald Duck-strips verschenen in die tijd, ook niet in dit blad. Waarschijnlijk werden de voorplaten ook aangekocht uit Engeland. Waar de figuurtjes op de voorplaat hier nog sterke gelijkenissen vertonen met de Disney-personages, krijgen de voorplaten in de oorlog steeds meer een amateuristisch karakter. In de oorlog werd het onmogelijk het Engelse materiaal aan te kopen, waardoor er Nederlandse tekenaars aan het werk zijn gezet. Olijk en Vrolijk verscheen tot minstens december 1941.
|
 |
Hiernaast een cover van het blad Olijk en Vrolijk uit 1941, hieronder 'Gijsje Goochem' van Jac. Grosman, een strip die in dit blad verscheen.
|
 |
|
|


|
 |
   |