Stripgeschiedenis

1940-45 Krantenstrip

Tom Poes van Marten Toonder
De allereerste 'Tom Poes' van Marten Toonder

Na de Duitse inval op 10 mei 1940 besloten de meeste krantenuitgevers en journalisten hun werkzaamheden gewoon voort te zetten. Na de capitulatie werd de belangrijkste nieuwsbron, het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP), onmiddellijk genazificeerd (Men noemde het zelfs "Adolfs Nieuws Papegaai"). Voor het overige nieuws was men overgeleverd aan wat het DNB en het hoofdkwartier van de Führer te melden hadden. Niettemin bleef de krant, mede door het verbod op radio's, de belangrijkste informatiebron. Gelukkig was er in de kolommen nog plaats voor menig kinderhoekje en was er ook voor de striplezer een vast plekje gereserveerd waarin de verhalen werden vervolgd alsof er in de echte wereld geen oorlog bestond. Voor de kinderen, maar ook voor steeds meer volwassenen, was de dagelijkse strip een lichtpuntje in deze donkere tijden.

Bim en Bom, van Henk BackerBim en Bom, van Henk Backer
Bim en Bom van Henk Backer (Rotterdamsch Nieuwsblad, 1942)

Natuurlijk liet de oorlog het stripverhaal niet ongemoeid. De bezetter had de mogelijkheden die de strip als propaganda medium bood ook al snel in de gaten (zie Propaganda). Slechts een enkele tekenaar heeft zich hier (waarschijnlijk met nationaal-socialistische motieven) toe geleend. Bovendien moesten de tekenaars allemaal lid worden van de door de Duitsers ingestelde Kultuurkamer.

Klompertje Klomp, door Pax SteenKlompertje Klomp, door Pax Steen
Pax Steen's 'Klompertje Klomp, een echte Hollandsche jongen' uit de Provinciale Pers (1941).

Veel vrije kunstenaars zagen een dergelijke inschrijving als landverraad en weigerden. Voor beeldhouwers en kunstschilders, die hun kunst ook onderhands konden verkopen had deze geuzendaad aanmerkelijk minder consequenties dan voor de striptekenaar. Hij moest immers in de publieke media publiceren om te overleven, en dat betekende dat lidmaatschap van deze verfoeide instelling was vereist. Deze onoverkomelijke stap zou hen tot ver na de oorlog dan ook door velen verweten worden.

Tom Poes, door Marten Toonder
Tom Poes belooft de koning terug te halen, op Koninginnedag (31-8-1942)

Doordat de invoer van buitenlandse strips niet meer mogelijk was, kwam er wel meer ruimte voor Nederlandse tekenaars. Walt Disney's 'Mikkie Muis' verdween uit de Telegraaf om plaats te maken voor een poes, en wel die van Marten Toonder. 'Tom Poes en Ollie B Bommel' zouden onze nationale striphelden worden.

Tijs Wijs de Torenwachter, door Willy Smit
Tijs Wijs (De Telegraaf, 8-5-1942)

'Tijs Wijs de Torenwachter' van Willy Smit (tekst Herman Looman) verscheen in De Telegraaf /De Courant Het Nieuws van den Dag (1940/42). Er zijn vier boekjes van uitgegeven. Wegens ziekte van Smit heeft Marten Toonder ook een verhaal voor zijn rekening genomen. De strip was zo populair dat het toneelgezelschap van Jan Nooy er een aantal voorstellingen van heeft gemaakt.

Sneeuwvlok (22 mei, 1943)Tekenaar Wim Meuldijk begon op 16 juli 1942 tot 30 december 1944 in Het Volk en Voorwaarts de tekststrip 'Sneeuwvlok de Eskimo' (hiernaast de aflevering van 22 mei 1943). Het wordt zo'n geliefde strip dat er door en voor de lezers en lezeressen van Het Volk een toneelstuk van wordt gemaakt.Van 'Sneeuwvlok' werden ook vier houten figuurtjes vervaardigd, waarvan er hieronder twee te zien zijn.

Sneeuwvlok in triplex

Een ander gevolg van de bezetting was de censuur die met schier paranoïde interesse alle publicaties onder de loep nam. Wee de hoofdredacteur die wat oranjes over het hoofd had gezien. Wee ook de striptekenaar die (vaak niet eens bedoeld) door een tekst of tekening zand in de Duitse oorlogsmachine leek te strooien. Henk Backer werd op het matje geroepen wat het einde van zijn strip Adolphus betekende. Men zou immers eens kunnen denken dat...

Adolphus van Henk Backer

Hugo Lous publiceert de avonturen van het (koe)paard Witsok in de Nieuwe Rotterdamse Courant. In deze bizarre en zeer kunstzinnig getekende strip werd enige tijd een soort nep-engels gesproken. Deze angelsaksische pseudotaal werd echter al gauw een ware rage onder de lezers van deze kwaliteitskrant. Hugo Lous op het matje en... u raadt het al.

Witsok door Hugo Lous
Witsok (NRC, 27-2-1942)

Niettemin weten sommige tekenaars een enkele maal op subtiele wijze de Duitse regels te trotseren. De "goede" Nederlandse lezer genoot er van. Voor hen was bijvoorbeeld "de Duitsche laars" die door onze straten marcheerde het symbool van de knechting en het vertrapping van onze rechten. Opgepast, censuur voor strips waarin het laarzen slecht vergaat.

Tom Poes en de Laarzenreuzen, door Marten Toonder

Bij Tom Poes bijvoorbeeld namen de Klompenreuzen het op tegen de Laarzenreuzen, en in een avontuur van Broeder Bastiaan van Charles Boost werden vijanden met wel erg Duits aandoende laarzen overwonnen.

Broeder Bastiaan van Charles Boost

Piet Arends en zijn wonder-telescoop

In sommige strips wordt zijdelings gerefereerd naar de oorlog, zoals in 'Piet Arends en zijn wonder-telescoop', de strip tussen 24 maart en 25 juli 1941 in het Utrechts Nieuwsblad staat. Hierin wordt op 26 maart gesproken over "uitvindingen die de wereld in zijn tegenwoordigen toestand niet mocht kennen", zoals de "vreeselijke electrische straal - de doodestraal". Maar terwijl de oorlog in volle gang is volbrengt Piet Arends toch maar mooi een wonder: hij heeft een wonder-telescoop uitgevonden waarmee hij het dagelijks leven op de planeet Mars kan gadeslaan! De maker van deze strip is onbekend.

Piet Arends en zijn wonder-telescoop

Jan Zeedijk in Amerika
Jan Zeedijk in Amerika, Utrechps Nieuwsblad, 25 mei 1940

Soms staan de krantenstrips ook in schril contrast met de werkelijkheid. De mariniersstrip 'Jan Zeedwijk in Amerika' van R.J. van Neervoort, stond al vanaf 14 februari 1939 in het Utrechts Nieuwsblad. Terwijl de held in de aflevering van 25 mei 1940 wordt geprezen om zijn heldendaden en gepromoveerd tot commandant, kopt de voorpagina over de vreselijke bombardementen boven Rotterdam. Als de strip ten einde is, op 29 mei 1940, trekt onze held samen met zijn makker Red Pennington verder ten strijde. De krant maakt op dat moment melding van de ambtsaanvaarding van Seys-Inquart als rijkscommissaris van Nederland...

Jan Zeedijk in Amerika
Jan Zeedijk in Amerika, Utrechts Nieuwsblad, 29 mei 1940

Ook de Nationaal-Socialistische jeugd had zijn helden in de kranten, zoals 'Jan Pardoen'. De tekenaar was Jasan, die werkte voor de studio van de Nenasu (Nederlandse Nationaal-Socialistische Uitgeverij). Deze helden beleefden onbekommerd hun avonturen. De verhalen zijn, voor zover wij hebben kunnen zien, noch racistisch, noch op andere wijze van bedenkelijke aard.

Jan Pardoen

Onderstaande tekststrip, 'De Geheimzinnige Straal', stond op donderdag 13 maart 1941 in Het Ochtendblad, een "foute" krant uit Den Haag, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Eerder, van 1 juni 1940 tot 30 september 1940, stond deze strip ook in het Utrechts Nieuwsblad. Het is ons onbekend wie er onder het (vermoedelijke) pseudoniem A. Pandor schuilgaat.

De Geheimzinnige Straal door A. Pandor

de avonturen van Joco en de Klopgeesten, in het Twentsch Nieuwsblad, door Cor van Deutekom, 1943In het Twentsch Nieuwsblad verschenen vanaf 1943 de avonturen van 'Joco', opgetekend door de huistekenaar van Volk en Vaderland, Cor van Deutekom. Maar ook in deze strip is niets van de ideologie van het nationaal-socialisme te vinden.

Joco door Cor van DeutekomJoco door Cor van Deutekom

Tom PoesDe Toonder Studio's werden in 1943 afgesplitst van de Toonder-Geesink Studio's en produceerden onder andere de Tom Poes strips. In 1944 staakte Toonder zijn werkzaamheden, omdat hem samenwerking met de bezetter werd verweten. In de toen lopende krantenstrip doken Heer Bommel en Tom Poes onder, zoals te zien in het plaatje hiernaast.

Het napluizen van krantenstrips uit deze tijd is zeer tijdrovend: de strips, die in het algemeen per strook genummerd zijn, verschenen vaak nog niet dagelijks en hadden bovendien nog geen vaste plek in de kolommen. Ze fungeerden dikwijls als stoplap, zodat het voorkwam, dat de ene dag twee stroken geplaatst werden, de volgende dag niets en de daarop volgende dag maar liefst vijf tegelijk. Soms vonden we een verhaal nu eens in de ochtend-editie, dan weer in de avondeditie en vervolgens in de jeugdbijlage.

Door de schaarste zijn vele krantenstrips uit de oorlogsperiode verdwenen in kachels. Gelukkig waren er ook velen, die de strips uitknipten en verzamelden. Op de achterkanten van die bewaarde strips treffen wij dan ook regelmatig curieuze berichten aan die een aardig tijdsbeeld geven.

Achterkant krantenstrip 1943 schaarste in oorlogstijd
'Broeder Bastiaan', in De Tijd.

Tegen het einde van de oorlog ontstaat in Duitsland en de door hen bezette gebieden gebrek aan alle noodzakelijke levensbehoeften. Getekende figuurtjes als 'IJsbrand de Vries' (kolen) tot en met 'Flipje van Tiel' worden ingezet. Flipje roept het volk op om schone potjes met schone dekseltjes in te leveren voor hergebruik. Ook het papier werd schaars en gedistribueerd. Hierdoor werden kranten dunner en veel kleiner. Omdat er overal zoveel gebeurd, is er nu ook geen plek meer voor een jeugdhoekje, laat staan voor een stripverhaal. Eerst werden de strips veel kleiner, daarna verdwenen ze helemaal.

IJsbrandTante AagtRomea
IJsbrand, Tante Aagt en Romea manen ons tot zuinigheid (Dagblad van het Zuiden, 11 september 1943)

Het geheim van Catspark, door Hugo LouxHiernaast 'Het Geheim van Catspark', door Hugo Lous uit het NRC van 21 juli 1944. Door de papierschaarste en de overdonderende hoeveelheid nieuws zal dit verhaal nooit worden afgemaakt.

Behalve dan dat op en top Britse onderduikertje 'Bruintje Beer', die de hele oorlog onafgebroken in het Algemeen Handelsblad zijn fantastische avonturen heeft doorbeleefd!

Bruintje Beer
Bruintje Beer (Algemeen Handelsblad, 8-9-1944)

Een bijzonder werkje dat we hier nog willen vermelden, hoewel geen krantenstrip, is 'Flapje Wildsnuit Wil een Mensch Worden', gemaakt door verschillende bewoners van het gijzelaarskamp St. Michielsgestel in de periode 1942-1943. In dit kamp waren diverse Nederlandse prominenten en kunstenaars gevangen gezet. Om de tijd door te komen bundelden enkele van hen hun krachten in dit aardige kinder-prentenboekje, erg geïnspireerd op de verhalen over het olifantje Babar, die al in de dertiger jaren populair waren. Daarbij moet vermeld worden dat deze van oorsprong Franse verhaaltjes pas na de oorlog in het Nederlands vertaald werden.

Flapje Wildsnuit wil een Mensch wordenFlapje Wildsnuit
In de omgeving, zoals die op de kaft getekend is, is duidelijk het dorpje St. Michielsgestel te herkennen - uiterst rechts in de achtergrond is het klooster te zien, waar de gegijzelden verbleven.

Strooiavond 1941Surprise voor Hitler (R.A.F.)
Met Sinterklaas 1941 strooide de R.A.F. doosjes met lekkernijen voor de Nederlandse jeugd.

productieslagHet agentschap Polygoon-Sagers-Pax Holland roept in de kranten op om kinderen te laten deelnemen in de volkstuintjes die met name in de platgebombardeerde Rotterdamse binnenstad zijn ontstaan om de voedseltekorten tegen te gaan.