Stripgeschiedenis

1950-60 Tijdschriften

Haak In

Haak In was het weekblad van de 'Leeuwenzegel Haak In Club' en voorloper van Prins Leo en Leeuwenzegelpost, die werden uitgegeven door Brinkers Margarinefabrieken. Het bevatte fraai getekende en gekleurde tekststrips van onder andere Henk Albers, Friso Henstra en J.H. van Faassen.

Florestan de Troubadour, door Ton Krielaart en Friso Henstra

Het blad werd gratis verstrekt bij uitbaters die de margarine verkochten. Ook Duitsland en België kenden hun eigen Haak In bladen.

Wappe de Kobold, door Ton Krielaart en Henk Albers

Haak In bevatte, behalve verhalen en strips, ook een puzzelrubriek, genaamd 'De Grabbelton van Oom Leo'. Deze zeer beminnelijk klinkende oom verzorgde verschillende zoekplaatjes, knutseltips en doolhofprijsvragen. In vakantietijd werd de rubriek aan een andere 'oom' overgedragen:

"Volgende week gaat Oom Leo gedurende enige tijd op reis en hierdoor kan hij niet meer de puzzles, raadsels en knutselkarweitjes verzorgen. Dit werk gaat nu een andere Oom doen en ik weet zeker, dat je bij hem net zo goed je best zult doen als tot dusver. Natuurlijk zul je nog wel eens van mij horen. Doe allemaal je best op school, wees lief voor je broertjes en zusjes en ontvang allemaal de groeten van jeOom Leo"

De Visser en de Geest
De visser en de geest, door J.H. van Faassen

LeeuwenzegelLeeuwenzegelLeeuwenzegelpost

Prins LeoNiet alleen bij Leeuwenzegel margarine, maar ook bij Wajang en alle bovenstaande producten zaten die prachtige zegels waarmee men lid kon worden van de Jonge Leeuwenclub. Als lid ontving men het blad Prins Leo en later de Leeuwenzegel Post. Naast de strips van Kees van Lent en 'Het Stoomhuis' van Jan Steeman (hieronder), bevatte het blad verhalen waarin werd aangespoord de ouders over te halen tot de aankoop van nog meer Leeuwenzegel-producten.

Het Stoomhuis van Jan Steeman
'Het Stoomhuis', vroeg werk van Jan Steeman.

Marianne door Henk Albers
De Leeuwenzegel-margarine speelt een rol in bovenstaande strip van John Lentermans en Henk Albers.

De Dikkie Dapper Krant verscheen van 1950 tot 1955 als wekelijks bijblad van Vizier. Deze voortzetting van Jeugdland bevatte strips als 'Dikkie Dapper' (door Bram Ohm) en 'Chi-Pek-We' (door Anne Auke Tadema).

Dikkie Dapperkrant

Linda Lucardy van Henk Alleman
'Linda Lucardy - De Vliegende Stewardess' van Henk Alleman verscheen in Eva

De eerste Donald Duck, october 1952Op 25 oktober 1952 kreeg de Nederlandse jeugd zomaar voor niets het eerste nummer van Donald Duck in de brievenbus. Voor de abonnees werd het 24 pagina's tellende tijdschriftje door de bezorger van Margriet verspreid voor 15 cent per nummer. Het blaadje mocht zich direct verheugen in een opmerkelijk grote populariteit. Dit had diverse redenen; allereerst maakten de kinderen kennis met de legendarische Donald Duck-tekenaar Carl Barks, voorts publiceerde Donald Duck, in tegenstelling tot de andere jeugdbladen uit die tijd, per nummer maar liefst twee volledige verhalen.

GrabbeltonGrabbelton

Jeanne d'Arc door Hans DucroOok de bladen van De Spaarnestad hadden jeugdbijlagen. Zo had Panorama Rebellenclub en verscheen Grabbelton als bijlage van de Katholieke Illustratie. In deze bladen stonden bijna dezelfde strips. Tekenaars waren Frans Piët, Boy ten Hove, Hans Ducro en Piet Broos.

Jeanne d'Arc door Hans Ducro

Tombola was dan weer een gratis bijlage van de Libelle en bevatte verhalen, spelletjes en strips. De teksten werden voornamelijk verzorgd door Toon Kortooms. Hij schreef strips als 'Tom en Bola' (getekend door Piet Jansen) en 'Doctor Davis' (getekend door Henk Alleman). Verder bevatte het blaadje ook geïmporteerde strips. In 1954 werd het vervangen door Sjors.

Tombola

de eerste Sjors van de Rebellenclub, 1954Op 11 september 1954 gaat Sjors van de Rebellenclub, in de dertiger jaren ontstaan als bijlage van de Panorama, zelfstandig door als voortzetting van Rebellenclub, Grabbelton en Tombola. Een groot deel van de inhoud wordt geïmporteerd uit Engeland ('Mik en Mak', 'Ted en Tom', 'Archie, De Man van Staal' en 'Billy Turf') en later uit Spanje en Frankrijk ('Karl May', - 'Toosje Tontel' en 'Tiger Joe'). Vaste Nederlandse tekenaars zijn Bert Bus ('Olaf Noord', 'Skokan', 'Theban', 'Cliff Rendall' en verschillende historische verhalen), Carol Voges ('Dinky', 'Bertram') en natuurlijk Frans Piët ('Sjors en Sjimmie').

"Héél groot nieuws!!! Tombola verdwijnt... Sjors verschijnt!Ja, wrijf je ogen maar eens uit! Het staat er echt: Tombola verdwijnt! Maar er staat óók: Sjors verschijnt!Wat is Sjors? Ik zal het jullie gauw vertellen. Eerlijk gezegd, Tombola werd altijd en door iedereen een beetje te dun gevonden; je had het zo gauw uit. Om jullie veel méér te kunnen geven, nog méér te laten smullen van boeiende verhalen, aardige platen, foto's, prijsvragen, puzzles, knutselwerk en noem maar op, wat je graag wilt... gaan we van nu af een heel nieuw blad maken, dat Sjors zal heten en in de plaats van Tombola komt. En het krijgt maar liefst tweeëndertig bladzijden! Hoor je dat? Tweeëndertig bladzijden, groot formaat, dus viermaal zoveel als Tombola. Ja, het wordt een écht groot blad, gedrukt met kleuren. Is dat even wat! Je zult trots op Sjors zijn, dat beloven we jullie!Maar nu moet je eens even luisteren. Tombola kreeg je, omdat je moeder Libelle las, altijd gratis. Libelle wordt nu echter zelf veel dikker en je zult wel begrijpen, dat we dan zo'n schitterend blad als Sjors - waar jullie allemaal op af zult vliegen - onmogelijk helemaal voor niets kunnen geven. Dat bestaat eenvoudig niet. "Dan zal het wel te duur zijn," hoor ik sommigen van jullie mompelen. O nee, die gezonde, dikke Sjors kost maar.... twaalf centen per nummer, omdat je moeder geabonneerd is op Libelle. Losse nummers moeten namelijk een kwartje kosten.Wij weten heel zeker, dat jullie allemaal Sjors met een luid hoera zult binnenhalen en stevige vrienden met hem zult worden. En ga het grote nieuws nu maar gauw aan je vrienden of vriendinnen vertellen!"

Tombola

Olidin, 1958

Olidin was een jeugdblad, uitgegeven door oliemaatschappij Shell en vormgegeven door reclamebureau Van Maanen in Amsterdam. Het bevatte strips, verhalen en puzzels. Het werd opgericht in 1956. Behalve strips van buitenlandse origine, zoals 'Davy Crocket', werd er ook werk van Nederlandse tekenaars geplaatst. Friso Henstra tekende 'Olidin, Piet Wijn tekende 'Dick Durfal', H.G. Kresse 'Pim en de Venusman', Dick Vlottes 'Senmoet de Egyptenaar' en in 1959 treffen we 'Tommy' van Jan Kruis aan, een realistische cowboystrip geïnspireerd op 'Jerry Spring' van Jijé.

Esso juniorclub
Behalve Shell had ook Esso een Junior Club met bijbehorend stripblad

Koffie- en theefabrikant Kahrel kwam met een eigen stripblaadje genaamd Kahrel's Stripblad - hierin werden alleen buitenlandse strips afgedrukt, onder andere de 'Katzenjammer Kids', die we al eerder in het Nederlands tegenkwamen onder de naam 'Jongens van Stavast', dit keer vertaald als 'Kapitein Bulder en de Belhamels'.

Kahrel's stripblad

Arend

ArendHet blad Arend bevatte weliswaar uitsluitend buitenlands materiaal, maar mag toch niet onvermeld blijven. Arend, dat verscheen tussen 1955 en 1966, was een vertaling van het Britse blad Eagle. Strips waren onder meer 'Daan Durf' ('Dan Dare'), 'Lettie Droeflot', 'Harry Twiet', 'Wouter Wegenwacht' en 'Joop Lantaarn', evenals belerende stripjes over de bijbel, auto's, planten, dieren en het huishouden.

Het blad Arend

De Kleine ApostelDe Kleine Apostel

Ook door de Annalen der Heilige Kindsheid werd een tijdschrift voor de jeugd uitgegeven, De Kleine Apostel. Naast de goede werken die de paters over de gehele wereld voor de negers en andere heidenen verrichten, was er plaats voor enkele stripverhalen. Bovenstaande cover is van de hand van Piet Broos, die ook vele illustraties voor het blad vervaardigde.

Avonturen van Snoes en Moor

Naast avonturen als 'De Groene Hond - een missieverhaal uit Brazilië', waarvan u hierboven, naast de cover, het einde kunt lezen, publiceerde het blad ook 'De Avonturen van Snoes en Moor' in de nummers 622 t/m 626, een herplaatsing van een strip van de Oostenrijker Carl Storch uit de jaren '30. Het blad bevatte eveneens een rubriek waarin de in die maand overleden abonneetjes geportretteerd werden, genaamd 'Onze Vriendjes In De Hemel'. Met het gebed "Goede Heer Jezus, geef hun de eeuwige rust" kon men 300 dagen aflaat telkens vergaren. Het is verbazingwekkend dat zoiets in 1960 in een voor kinderen bedoeld tijdschrift nog bestond.

uit De Kleine Apostel

De laatste lotgevallen van juffrouw van Puffen
Uit de rubriek: Het Dagboek van een Amateur (Jeugdkampioen, 1950)

Hoofdbrekens (Jeugdkampioen, 1948)Vanaf 1946 werd door de ANWB het blad De Jeugdkampioen tweewekelijks uitgegeven. Na aanvankelijk alleen artikelen van toeristische aard zagen wij steeds meer (strip)werk van Nederlandse tekenaars verschijnen, zoals Hans Ducro, Wim Boost, Auke Tadema, Nic Blans en J. Franse.