Stripgeschiedenis

De Vrije Balloen

De Vrije Balloen #2, cover Jan van HaasterenDe Vrije Balloen #21, cover Willy LohmannDe Vrije Balloen #22, cover Paul Bodoni

Uit het voorwoord van het eerste nummer van De Vrije Balloen uit september 1975:

"Wanneer je thuis achter je tekentafel of schrijfmachine zit, ben je behoorlijk vrij. Maar wanneer je met je produkt onder je arm bij de uitgever binnenwandelt, dan stap je door de hellepoort van de COMMERCIE. (...) Je strip moet daarom afgestemd zijn op 'n zo groot mogelijk publiek. Dus niet te lollig, niet te lullig. Niet te slim, niet te sloom.

In 1975 lanceerde uitgeverij Oberon het blad Eppo. Dit was een voortzetting van de bladen Sjors en Pep, die op eigen houtje niet meer genoeg winstgevend waren. De samensmelting tot één blad zorgde voor een halvering van de eigen stripproductie. Zonder pardon werden tekenaars en schrijvers van hun lopende reeksen af gehaald. Het laat zich raden dat dit niet bij iedereen in goede aarde viel. Het was deels vanuit deze onvrede dat een deel van de tekenaars met de gedachte speelde om een eigen blad op te richten.

Het was Jan van Haasteren die tegen Patty Klein het idee opperde om eens een eigen, satirisch stripblad uit te gaan geven. Zij besprak het idee met Thé Tjong-Khing, die economiestudent Hans van den Boom op haar afstuurde. Van den Boom rekende op een kladje voorr wat het zou gaan kosten om een eigen stripblad te beginnen.

De bezetting van de Vrije Balloen
De cover van Vrije Balloen nr. 6, ter ere van het eenjarig bestaan - voorste rij van links naar rechts: Anonieme agent, Willy Lohman, Robert van der Kroft, Mieke Beumer, Herman van Haasteren, Andries Brandt, Huub Scholten, Patty Klein, Romy van Haasteren, Jan Steeman.
Tweede rij van links naar rechts: Tobias Quintenpreut (de duivel en mascotte van de Vrije Balloen), Peter de Smet, Harry Balm, Dik Bruijnesteyn, de colporteur van de Verenigde Grafische bedrijven uit Haarlem, waar de Balloen gedrukt werd, Gerry Voortman, Lo Hartog van Banda, Thé Tjong-Khing, Jan van Haasteren, Hans van den Boom, Frans Buissink. (tekening Jan van Haasteren).

De Vrije Balloen #24, cover Fred MarshallDe Vrije Balloen #28, cover Jan van HaasterenDe Vrije Balloen #33, cover Gerrit de Jager/Wim Stevenhagen

Patty Klein heeft toen de oprichtersgroep bij elkaar gezocht, voornamelijk vrienden en collega's van Toonder Studio's - niet alleen de vier tekenaars Jan van Haasteren, Robert v.d. Kroft, Jan Steeman en Thé Tjong-Khing, maar ook drie schrijvers (Lo Hartog van Banda, Andries Brandt en Patty Klein zelf). Herman van Haasteren, de broer van Jan, was fotograaf en maakte onder andere de lijnfilms gratis. Verder hielpen Romy van Haasteren, Patty's echtgenoot Huub Scholten en Herman's vriendin Mieke Beumer en Hans van den Boom met alle voorkomende werkzaamheden, van Balloens sjouwen tot strips letteren en vertalen, boekhouding (Hans) en voorwoorden schrijven (Huub).

De Vrije Balloen #41, Eric SchreursDe Vrije Balloen #47, cover John Pion 1981De Vrije Balloen #20,cover Wim Stevenhagen

Alle oprichters legden een bedrag op tafel en richtten Kobold BV op waar Jan van Haasteren en Patty Klein directeur van werden. Zij wilden eigenlijk een BV met twaalf directeuren (alle toenmalige medewerkers), maar volgens de ontstelde notaris werd dat "een onwerkbaar geheel". September 1975 was het zover, het eerste nummer kon aan een ballon op het Spui in Amsterdam worden opgelaten. Naar voorbeeld van Franse bladen zoals L'Echo des Savannes en Fluide Glacial werd er veel sex en en geweld verstript, daar de stripmakers nu eindelijk eens kans hadden "om alle remmen los te gooien".

Een van de doelstellingen van de Balloen-makers was ook, om jonge veelbelovende tekenaars met hulp van ervaren collega's de weg in het stripvak te wijzen, een mogelijkheid die op dat moment noch bij de Toonder Studio's, noch bij Oberon bestond. Oberon reageerde gelaten, merkte alleen bedroefd dat de stripmakers "hadden gebeten in de hand die ze het brood verstrekte". De makers van De Vrije Balloen werkten immers nog steeds voor de V.N.U., en maakten hun Balloen-produkten gratis in hun vrije tijd. Toch kreeg het blad ook (stiekem) hulp van Oberon-medewerkers. Zo was het hoofdredacteur Frans Buissink die het blad zijn uiteindelijke naam gaf. Een van de werktitels was Fluim geweest.

TV Privaat, door Thé Tjong-Khing
TV Privaat, waarin Henk van der Ghosers (parodie Henk van der Meyden) Marilyn Monroe interviewt; door Thé Tjong-Khing.

De toon van De Vrije Balloen was ronduit baldadig, maar los daarvan was het blad niet echt schokkend vergeleken met het buitenland. Tekenaars die moeiteloos Bommel-strips en Disney-strips tekenden, zochten ineens koortsachtig naar "hun eigen stijl" en experimenteerden er op los. Robert van der Kroft tekende elke strip in een compleet andere stijl, terwijl .Jan Steeman zijn favoriete schilders ging parodiëren: Rembrandt, Dali, Jeroen Bosch. Thé Tjong-Khing schreef voor het eerst zijn eigen strips, die druk bevolkt werden door filmsterren als Marilyn Monroe. Andries Brandt liet iedereen doodgaan in zijn strips. Hoogtepunt is 'De familie van Kant' waarin een gezin opa probeert om zeep te helpen, maar ze leggen zelf allemaal het loodje.

De Vrije Balloen #25,cover Willy LohmannDe Vrije Balloen #39, cover Jan van HaasterenDe Vrije Balloen #34, cover Paul Bodoni

Patty Klein herinnert zich:

"We hebben altijd met z'n allen de inhoud en vorm van het blad bepaald (op lange en zeer alcoholische vergaderingen) en zonder redactie gewerkt. Echt jaren zeventig: iedereen had evenveel te vertellen. We zaten een avond lang keihard tegen elkaar in te schreeuwen en hadden dan weer een blad klaar. De tekenaars gingen steeds meer deze gemeenschappelijke kritiek op hun stripwerk omzeilen door op het allerlaatst, vlak voor het blad naar de drukker ging, hun werk in te leveren.... Met ingang van nr. 19 namen we een uitgever, Theo van den Broek. We hadden genoeg van het zelf afbundelen van de post, boekhouden en wat al niet meer. Helaas bleek van den Broek een oplichter. Het enige dat hij uitgaf was al het geld van De Vrije Balloen en dat allemaal aan zichzelf (bijvoorbeeld: Vrije Balloens in enveloppen stoppen à f2,50 per stuk). Deze verwikkelingen zijn te lezen in de Vrije Balloen in (ze)episodes van 'De Blije Kalkoen' door Prutswerk. De Balloeners hebben van den Broek aan de kant gezet en daarna is Uitgeverij De Vrijbuiter De Vrije Balloen uit gaan geven, na enkele jaren gevolgd door Ger van Wulften."

Beer of geen beer, door Paul Bodoni, Balloen #12, 1978
Beer of geen Beer, door Paul Bodoni en Patty Klein, Balloen #12, 1978

In het tweede jaar van het bestaan van De Vrije Balloen breidde de groep tekenaars zich uit met o.a. Willy Lohmann, Harry Balm en diverse jonge tekenaars van de Rietveld-academie zoals Gerrit de Jager, Wim Stevenhagen (Prutswerk), Eric Schreurs, Paul Schindeler en Paul Bodoni. Vanaf nummer 11 is men ook, voor een beperkt aantal pagina's, strips gaan aankopen in Frankrijk. Dit om de druk op de bestaande produktie te verminderen. Met nummer 13 werd een oplage van 10.000 exemplaren bereikt.

De bemanning van de Vrije BalloenDe bemanning van De Vrije Balloen: Jan van Haasteren, Thé Tjong-Khing, Robert van der Kroft, Leo van Noppen, Jan Steeman, Andries Brandt, Lo Hartog van Banda, Patty Klein, Hans van den Boom, Herman van Haasteren en Romy van Haasteren.

Tobias Quintenpreut

Inmiddels zijn ook Balloen-strips doorverkocht aan Duitsland en Oostenrijk. In Frankrijk verscheen een album met de Balloen-strip van Thé Tjong-Khing. Af en toe gaf Kobold Beeldverhalen B.V. ook andere zaken uit, zoals de succesvolle Van Agt-trekpop (ruim 5.000 exemplaren). In 1984, wanneer het blad al enige jaren is overgenomen door de Amsterdams uitgever Ger van Wulften (onder de naam De Balloen), wordt met nummer 61-62 het blad opgeheven. De medewerkers zullen echter nog enige decennia hun stempel drukken op het Nederlandse beeldverhaal.

Register van tijdschriften