Stripgeschiedenis

2000-10 Graphic novels

Wanneer we stellen dat de strip in de jaren zestig volwassen is geworden - met de "onpekking" van sex, drugs & rock 'n' roll als thema's - dan kunnen we zeggen dat vanaf de millenium-wisseling het medium de wilde haren van de twintiger verloren heeft en de wat bezadigder levensfase is ingegaan van de dertiger en veertiger. De thema's die werden aangeboord zijn van beschouwelijker aard, en lopen uiteen van autobiografie tot literatuur. De term die hierbij hoort is de Graphic Novel - een benaming die er vooral op gericht is het grote publiek te doordringen van het feit dat strips niet langer alleen voor kinderen zijn. Een definitie die wel gehanteerd wordt luidt: "Een graphic novel is een gelaagd verhaal, verpakt in dwingende beelden."

Graphic Novels, door Erik KriekUitleg over graphic novels door Erik Kriek, in een brochure van uitgeverij Oog en Blik/De Bezige Bij.
De (buitenlandse) strips die hij hierin noemt zijn (van links naar rechts, van onder naar boven): 'Maus' van Art Spiegelman, 'Bone' van Jeff Smith, 'Blankets' van Craig Thompson, 'Cash' door Reinhard Kleist, 'From Hell' door Eddie Campbell en 'Logicomix' door Alecos Papadatos.

De oorsprong van de "graphic novel" wordt door velen in verband gebracht met de Amerikaanse tekenaar Will Eisner, die niet alleen prachtige strips maakte, maar ook twee toonaangevende boeken schreef over de theorie van het stripmedium: 'Comics and Sequential Art' (1985) en 'Graphic Storytelling and Visual Narrative' (1996). In de jaren zeventig verschenen enkele strips die zichzelf aanprezen als "graphic novel", onder hen bevond zich 'A Contract With God' van Eisner, een verzameling korte strips in een volwassen, literaire stijl. Vanaf die tijd wordt de term gebruikt om het verschil aan te geven tussen "gewone" strips, bedoeld ter algemeen vermaak, en strips met een meer literaire pretentie.

Graphic Novels, door Erik Kriek

De laatste jaren (vanaf ongeveer 2000) wordt de term ook meer en meer gebezigd in de Nederlandse stripwereld. Het begin van de 21e eeuw ziet een toename van de lijviger strips met serieuzere onderwerpen zoals het verwerken van jeugdherinneringen, het belichten van historische tijdperken en het graven in de psyche van al dan niet interessante personages. Reden hiervoor zou kunnen zijn dat er meer voorbeelden komen uit het buitenland, en ook dat een subsidie-instantie zoals het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunde oog heeft gekregen voor de schoonheid en het belang van dergelijke strip-uitgaven. Met de aanstelling van een heuse stripintendant in 2009, Gert Jan Pos, wordt een grote impuls gegeven aan strip als een serieus medium, op dezelfde voet als beeldende kunst en literatuur. Veel stripmakers grijpen deze ontwikkelingen aan om grotere en pretentieuzere projecten aan te pakken.

Iris, door Thé Tjong KhingIris, door Thé Tjong Khing

Natuurlijk waren er ook voor 2000 al stripboeken die zich op volwassenen richtten met bijzondere verhalen. Wellicht de eerste Nederlandse uitgave die we met terugwerkende kracht het predicaat "graphic novel" kunnen geven, was 'Iris' van Thé Tjong Khing. Dit werk uit 1968 presenteerde niet alleen een futuristisch verhaal over identiteit en seksualiteit, het deed dat ook in een grafische "pop art"-stijl die nieuw en verfrissend was en vele tekenaars heeft geïnspireerd.

De Komiek, door Dick Matena In 2009 verstripte Dick Matena de voorstelling 'De Komiek' van Freek de Jonge uit 1983

Een andere tekenaar die al vanaf de jaren zeventig met regelmaat stripparels produceert, is Dick Matena. Hij schreef en tekende onder andere 'Mythen' (1984), 'Amen' (1980) en diverse bewerkingen van literaire hoogtepunten.

Kraut, door Peter Pontiac Bladzijde uit de engelse vertaling van 'Kraut', door Peter Pontiac

Een bijzonder voorbeeld van een graphic novel is 'Kraut' van Peter Pontiac (2000), een antwoord op het beroemde 'Maus' van Art Spiegelman. Waar Spiegelman stukje bij beetje het concentratiekamp-verleden van zijn vader boven water haalt, zoekt Pontiac naar sporen van zijn "foute" NSB-vader, die in de jaren zeventig op geheimzinnige wijze verdween. Het boek bevat originele documenten over het verleden van Pontiacs vader, afgewisseld met directe vragen die de zoon aan de vader stelt.

Om Mekaar in Dokkum, door Guido van DrielOm Mekaar in Dokkum, door Guido van Driel

Guido van Driel brengt de strip en de schilderkunst bij elkaar in zijn graphic novels 'Toen We Van de Duitsers Verloren' (2002) en 'Om mekaar in Dokkum'. Ook hij produceerde al eerder langere beeldverhalen, zoals 'Meneer Servelaat Neemt Vakantie' (1996) en 'De fijnproever. Een raamvertelling' (2000).

Troglodytes, door Marcel RuijtersTroglodytes, door Marcel Ruijters

Een notoire naam uit de underground is die van Marcel Ruijters, die al sinds de jaren tachtig in vaak tekstloze strips een duistere wereld schept, in 'Troglodytes'. Zijn graphic novel 'Inferno' wint in 2008 de prestigieuze VPRO Hoogste Prijs. Zich bedienend van uiteenlopende tekenstijlen, produceert hij ook biografieën van opvallende bekendheden. Zo maakt hij in 2010 een strip over beruchte seriemoordenaars en hun auto's.

Als Je Je Niks Verbeeldt, Dan Ben Je Niks, door Gerrie HondiusAls Je Je Niks Verbeeldt, Dan Ben Je Niks, door Gerrie Hondius

Er is iets voor te zeggen om autobiografische strips alleen al vanwege de onderwerpskeuze onder de "graphic novel" te scharen. In dat geval mogen namen als Maaike Hartjes, Barbara Stok en Gerrie Hondius niet ongenoemd blijven. Deze "grote drie" van de vrouwelijke autobiografische strip in Nederland beschrijven hun eigen leven met grote nauwkeurigheid, of het nu buitenlandse reizen, bedgenoten, menstruatieperikelen of de dood van geliefden betreft.

Terug Naar Johan, door Michiel van de PolTerug Naar Johan, door Michiel van de Pol

Van mannelijke zijde komt Michiel van de Pol met autobiografische strips, waarin hij door zijn ietwat filosofische maar vaak ook absurde kijk op het leven tot verfrissende en ontroerende verhalen komt. In 'Michieltjes Jongenshart' beschrijft hij de ontluikende liefde en in 'Terug Naar Johan' kijkt hij terug op zijn vroege puberteit.

Het Verdiende Loon, door Yuri LandmanHet Verdiende Loon, door Yuri Landman

Eind jaren negentig debuteerde Yuri Landman met het autobiografische 'Je Mag Alles Met Me Doen'. Dit werd in 1998 gevolgd door 'Het Verdiende Loon', waarin hij frustraties rond een kantoorbaan van zich af schreef en tekende.

Gevonden Verleden, door Erik de GraafGevonden Verleden, door Erik de Graaf

Een andere autobiograaf is Erik de Graaf, die zijn verleden heeft vormgegeven in bijzonder gestileerde stijl. Hij schreef en tekende 'Verbleekte Herinneringen', 'Gekleurd Geheugen' en 'Gevonden Verleden'. De laatste werd genomineerd voor een Stripschapprijs 2004.

Retraite, door Hanco KolkHanco Kolk is vooral bekend door zijn luchtige strips zoals 'S1ngle' en 'Gilles de Geus'. Als in 1999 een midlife-crisis toeslaat en hij zich terugtrekt in Italië om zijn demonen te overdenken, resulteert dit in 'Retraite', een prachtig persoonlijk schetsboek. De nieuwe, nog meer gestileerde stijl van tekenen die hij hiervoor gebruikt past hij later toe in de fictie-graphic novel 'Meccano'.

Wok, door Jeroen Steehouwer

De klassieke literatuur is ook vaak onderwerp voor graphic novels. Zo verstript Jeroen Steehouwer enkele verhalen van Tolstoj in 'Waarvan Leeft de Mens?'. Daarnaast maakt hij het semi-autobiografische 'WOK', in een verrassende nieuwe stijl.

De Grote Toveraar, door Jeroen Janssen

De Belg Jeroen Janssen laat zich inspireren door cultuur en landschappen van het Afrikaanse continent. Hij debuteerde in 1997 met 'Muzungu, Sluipend Gif in Rwanda'. Samen met de Nederlandse tekstschrijver Pieter van Oudheusden produceerde hij boeken als 'Een Nachtegaal in de Stad' (1999), 'Klaarlichte Nacht' (2001), 'Bakamé' (2003) en 'De Grote Tovenaar' (2007).

De Man die het Niks Doet, door Jan VriendsJan Vriends scheef en tekende in 2008 'De Man Zonder Gevoel/De Man Die Het Niks Doet', een dubbelverhaal over leven met een ziekte/handicap.

Tomoyo, door Mark Hendriks

Iemand die al ver voor deze ontwikkelingen met zijn stripproductie begon, is Mark Hendriks. Zijn langere stripverhalen, vaak gecentreerd rond de persoon van de Aziatische Tomoyo, verschijnen al sinds het eind van de jaren negentig in boekvorm en bekoren een klein maar devoot publiek.

Stad van Klei, door Milan Hulsing

In 2011, toevallig tegelijktijdig met de rellen in Caïro, waarbij het Egyptische volk in opstand kwam tegen president Mubarak, verscheen de graphic novel 'Stad van Klei' door Milan Hulsing, die hiermee een verhaal bewerkte van de Egyptische schrijver Mohamed El-Baratie. Het verhaal, over een hoge amtenaar die een stad verzint om de salarissen en bonussen van zijn fictieve politiemacht te innen, is gezet tegen de atmosfeer van corruptie en sociale onrust. Deze graphic novel is, mede door zijn actualiteit maar toch zeker ook vanwege de hoogstaande grafische kwaliteiten, onmiddellijk opgepikt door buitenlandse uitgevers.