Stripgeschiedenis

Thé Tjong-Khing

Iris, door Thé Tjong-Khing
Iris

Thé Tjong-Khing is een van Nederlands bekendste illustratoren van kinderboeken, maar ook op stripgebied heeft hij zijn sporen verdiend. Thé (zijn familienaam, Tjong de generatienaam en Khing is zijn voornaam) werd in 1933 geboren in Puworedjo op Midden-Java in voormalig Nederlands-Indië. Hij groeide op in een Chinees gezin en studeerde aan de tekenacademie in Bandoeng. In 1956 kwam hij naar Nederland om hier verder te studeren aan de Kunstnijverheidsschool, de latere Rietveld Academie. Hij solliciteerde ook bij de Toonder Studio's, maar werd in eerste instantie niet aangenomen. Omdat hij per se rond tekenaars wilde verkeren, bood hij aan om kosteloos te komen werken, al was het maar als schoonmaker.

Student Tijloos door The Tjong Khing
Student Tijloos - Het Spiegelpaleis

Onder de indruk van dit aanbod, nam Cees van de Weert, toenmalig chef van de tekenafdeling, hem aan als tekenaar voor zestig gulden in de week. Hij begon met het tekenen van korte strips voor de Engelse bladen Boyfriend en Valentine, maar al gauw mocht hij Jan Wesseling assisteren bij 'Marion', een krantenstrip die liep van 1957 tot 1961.

Ilustratie voor Pep
Illustratie voor Pep

Thé en Wesseling werkten bovendien ook nog samen aan een aantal verhalen van 'Koning Hollewijn'. Toen de overheid erachter kwam dat Thé niet langer studeerde (hij was op een studie-visum naar Nederland gekomen) wilde men hem terugsturen, maar Toonder kwam tussenbeide en zo bleef Thé Tjong-Khing in onze gewesten.

Arendsoog door Thé Tjong-Khing
Arendsoog

Het realistische tekenwerk van Thé viel in de smaak bij Toonder en al vrij gauw werd hij aan het werk gezet aan een andere krantenstrip, 'Student Tijloos'. Thé illustreerde in 1960 op tekst van Lo Hartog van Banda een verhaal van deze ietwat filosofische strip, die voorheen door Gerrit Stapel werd getekend en in het Algemeen Dagblad werd gepubliceerd.

De Twee van Oldenhoek
De Twee van Oldenhoek

Daarna verliet hij Toonder Studio's om zich freelance op het illustreren te storten. Een van de eerste schrijvers met wie hij samenwerkte was Tim Maran, wiens boeken hij heeft geïllustreerd, evenals de korte verhalen voor De Spiegel, Rosita en Taptoe. In 1967 keerde Thé terug naar het beeldverhaal, toen hij voor Pep een verhaal van 'Arendsoog' tekende.

Arman en Ilva, door Thé Tjong-Khing
Arman en Ilva

In 1968 werd hij opnieuw door Toonder benaderd om de figuren voor een nieuwe krantenstrip voor De Telegraaf te ontwerpen. 'Horre, Harm en Hella' werd geschreven door Andries Brandt en Patty Klein. Nadat voor het eerste verhaal de Spanjaard Escandell was aangetrokken, werden het tweede en derde verhaal vanuit Brandt's studio op de Prinsengracht in Amsterdam getekend door Thé Tjong-Khing en Jan van Haasteren.

De Stenen God, uit Storende Verhalen
De Stenen God (Storende Verhalen)

In datzelfde jaar maakte hij, opnieuw in samenwerking met Lo Hartog van Banda, de strip 'Iris'. Dit was een belangrijke strip die heel goed de sfeer van de jaren zestig tekende en een hommage was aan de pop-art die hoogtij vierde. Daarna begonnen Khing en Hartog van Banda aan hun science-fiction strip 'Arman en Ilva', die van 1969 tot 1975 in vele kranten verscheen. Deze reeks wordt gezien als een van Khings beste strips, die hem in 1971 nog de Belgische science-fictionprijs opleverde. Vanaf 2006 wordt 'Arman & Ilva' in luxe boeken heruitgegeven door Sherpa.

Jong geluk door Thé Tjong-Khing
Jong Geluk (De Vrije Balloen)

In 1975 werd het tekenwerk voor 'Arman & Ilva' overgedragen aan Gerrit Stapel en tekende Khing, wederom op tekst van Banda, de strip 'De Twee van Oldenhoek' voor het meidenblad Tina. In datzelfde jaar was hij mede-oprichter van het eigenzinnige stripblad De Vrije Balloen, waarin hij de serie 'Storende Verhalen' publiceerde, waarvan sommige op scenario van Andries Brandt. In 1972 verscheen bij Wolters-Noordhoff overigens ook nog het boekje 'Rebbe', een serie korte gags en cartoons over een Joodse rabbi in gesprek met God op tekst van Don Dekker.

Rebbe door The Tjong Khing
Rebbe

In 1977 verliet Thé Tjong-Khing de strip definitief. Hij was twee jaar docent illustratieve vormgeving aan de Rietveld Academie en publiceerde een boek in Japan. Maar Thé Tjong-Khing bekwaamde zich uiteindelijk steeds meer in het illustreren van kinderboeken, waarvoor hij het realisme verruilde voor een meer gestileerde tekenstijl. Thé heeft tientallen kinderboeken op zijn naam staan, onder meer van schrijvers als Miep Diekmann, Dolf Verroen, Els Pelgrom en Annie M.G. Schmidt. Voor zijn illustratiewerk werd hij meermalen gelauwerd, onder andere met een Gouden Penseel in 1978 (en in 2003) en de Max Velthuijsprijs voor zijn hele oeuvre in 2010. In 1998 werd hij door het Stripschap bekroond met de trentenaire-prijs.

Vrouw Holle
Vrouw Holle (2007)

Toonder Studio's herinnerd

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

Illustratie uit het bekroonde 'Kleine Sofie en Lange Wapper'
Illustratie uit het bekroonde 'Kleine Sofie en Lange Wapper