Stripgeschiedenis

Herinneringen Ed van Schuijlenburg

Een sollicitatie

Toen ik op die mooie septembermiddag in 1965 als negentienjarige werd aangenomen als 'inkleurder en leerling-inkter' bij de tekenfilmafdeling van de Toonder Studio's op de Geldersekade 10 in Amsterdam, werd ook meteen de rest van m'n werkzame leven bepaald. Maar dat kon ik toen natuurlijk nog niet weten.
De sollicitatie was wat impulsief verlopen.
Ik belde aan, drukte de zware eikenhouten buitendeur open en ging een trapje op. Boven was de ruime lichte receptie, waar een erg mooi meisje van Aziatische afkomst aan een bureau zat. Ze herinnerde zich de telefonische afspraak, vroeg me even plaats te nemen in het kleine zithoekje en belde de heer Kalkman van de tekenfilmstudio.

De heer Kalkman was vrij breed, niet groot en had een vriendelijk gezicht met kleine, zeer slimme oogjes. Het werd omkranst door rossig, sterk krullend kort haar en een perfect verzorgde ringbaard. Hij zag er welvarend uit en z'n kledingkeuze zou ook de mijne geweest zijn als ik daar het geld voor gehad zou hebben. Ik stond op en gaf hem een klamme hand.
"..Wilfried, aangenaam..!" zei hij glimlachend. Hij bestelde twee kopjes thee bij de mooie receptioniste die Mary Lou heette, schoof een stoel bij en ging tegenover me zitten.
"Nou Eddy," zei Wilfried en maakte met z'n handen een breed gebaar boven het lage tafeltje dat tussen ons stond, "...laat maar eens zien wat je zo al gemaakt hebt!"
"Heel graag, meneer Kalkman..." Nerveus trok ik de zwarte veters van het kartonnen mapje los. Hij vroeg naar m'n schoolopleiding en of ik al eerder ergens gewerkt had. Toen ik het mapje aan hem overhandigde serveerde Mary Lou de thee met een koekje.

Nadat Wilfried Kalkman het mapje met mijn schamele kunstjes had bekeken en nog eens had bekeken trok hij z'n wenkbrauwen op en zei:
"Wat mij betreft mag je maandag hier beginnen als inkleurder en inkter bij de tekenfilmafdeling, want op de stripafdeling is geen vacature! Maarre... films inkten op cels is moeilijk als je dat nooit eerder gedaan hebt... dat zul je eerst moeten leren door heel veel te oefenen..!"
Waarschijnlijk heb ik hem toen aangekeken op een manier die hem alsnog had kunnen doen besluiten z'n voorstel maar weer haastig in te trekken, maar dat deed hij niet. Hij nam me mee naar de afdeling waar ik zou gaan werken, stelde me voor aan een aantal toekomstige collega's en legde me alvast het één en ander uit. Maar m'n hoofd was erg warm en erg wazig. Ik nam niets op. Dus dit was nu Geluk...

Het werk op de Toonder Studio's

We zaten op de tweede etage bij elkaar in één grote ruimte. Destijds waren dat zo'n acht vaste mensen, in drukke tijden aangevuld met freelancers. Alleen de drie Deense animators Per Lygum, Bjorn Jensen en Börge Ring werkten in een aparte kamer aan het einde van de gang, waar altijd een serene rust heerste. Ik durfde daar in het begin nauwelijks binnen te komen. Wilfried zat achter een glazen systeemwandje zonder deur bij ons 'op zaal'. Naast het regelen van organisatie en planning checkte hij ook de gemaakte filmcels op fouten vóór ze echt onder de camera gingen. 'Droog opnemen', noemden we dat. Later ben ik dat steeds meer van hem gaan overnemen. Een vreselijk vervelend maar zeer nauwkeurig en verantwoordelijk werk, waar hij zelf al lang geen zin meer in had.
Op de derde etage werkten storyboardtekenaar en achtergrondontwerper Wim Giesbers en z'n leerling Dino Candotti, een veelbelovend tekenaar van mijn leeftijd.
De rest van de derde etage stond vol met grote sombere archiefkasten waarin een schat aan tekeningen en schilderstukken opgeborgen lagen. Niemand van ons had er een sleutel van, ook Wilfried Kalkman, de chef van de tekenafdeling, niet.
De camera-afdeling bevond zich op de begane grond, net als de administratie. De zolder was de feest- en ontspanningsruimte. Ik ontdekte al snel dat deze kwalificatie door sommige medewerk(st)ers nogal ruim geïnterpreteerd werd.

De eerste etage werd volledig bezet door de stripafdeling. Daar hadden wij verder niets mee te maken: film en strip waren strikt gescheiden werelden. We kenden de meeste strip-collega's natuurlijk wel maar er was een duidelijk standverschil: het meewerken aan de scheppingen van Marten Toonder zélf stond, artistiek gezien, natuurlijk in veel hoger aanzien dan het maken van getekende commercials, hoe knap en financieel interessant die misschien ook waren. Toch gingen we op de diverse gezamenlijke feestjes en recepties goed met elkaar om. Al met al was de sfeer op de Studio's destijds zeer goed en artistiek bevruchtend.

In een grote stille achterkamer op de eerste etage werkte -zo nu en dan- de Grote Meester zelf... daar kwam men niet. Men kon via z'n pleegdochter en secretaresse Mary Lou wel een gesprek aanvragen. Dat werd ook altijd gehonoreerd, maar vanzelfsprekend op een tijdstip dat het hém schikte. Ik heb zo'n gesprek -samen met Dino Candotti- één keer aangevraagd, vlak voor Marten de rest van z'n werkzame leven in Ierland zou gaan doorbrengen. Dat was zo'n drie maanden na m'n succesvolle start.
Zó klein als tijdens dat gesprek heb ik me de rest van m'n leven gelukkig niet meer gevoeld.

Het gesprek met Marten Toonder

"Kom binnen!"
Zelfs de eenvoudige klop op de deur was zwaar geweest. Ik drukte de deur open en Dino volgde me. Daar zat hij, achter een groot houten bureau. Hij was rechtshandig en het bureau stond dus zó geplaatst dat het licht door de hoge ramen voor hem van links viel. Het was jammer dat hij op dat moment niet aan het tekenen was. Hij keek ons aan, de zware expressieve wenkbrauwen licht opgetrokken.
En na een blik in de agenda die voor hem lag: "Ach, Dino Candotti en Eddy van Schuijlenburg, nietwaar? Neem plaats, heren!" en hij gebaarde met z'n hand naar twee stoelen die tegenover het bureau stonden.
We namen plaats. Vriendelijk vroeg hij naar de reden van ons bezoek, dus het hoge woord moest er nu toch echt uit... Gelukkig was het Dino die durfde:
"Nou, meneer Toonder.. we hebben gehoord dat u binnenkort naar Ierland gaat verhuizen en daar verder gaat werken. En nou dachten we... dat wij als leerling-tekenaars misschien wel met u mee konden gaan.."
"...om te werken op uw nieuwe studio," vulde ik op Kwik, Kwek en Kwak-achtige wijze aan.
Meteen voelde ik me knalrood worden. Ik had zowaar tegen Marten Toonder gesproken! Zomaar! Uit mezelf!
Marten Toonder keek ons heel even aan of hij het in Dublin hoorde donderen... toen glimlachte hij.
"Ja, mijn vrouw en ik gaan naar Ierland en waarschijnlijk zullen we daar ook blijven. Maar van een studio is geen sprake, hoor. Ik blijf natuurlijk wel tekenen en schrijven maar dat gebeurt gewoon thuis. Eigenlijk ga ik als stripmaker dus een vrij eenzaam bestaan leiden... terug naar de begintijd, zou je kunnen zeggen! Toen zat ik ook thuis te werken. Maar we zoeken ook de rust van dat mooie land. Een erg inspirerend land, ook... Nee jongens, ik ga daar geen filiaal opzetten hoor. Helemaal niet m'n bedoeling. Helaas... ik moet jullie ernstig teleurstellen, geloof ik. Jullie werken toch bij de tekenfilmafdeling, hmm..?"
We spraken nog even over onze artistieke wensen en verwachtingen en de heer Toonder luisterde aandachtig. Toen bedankten we hem en wensten hem veel succes in Ierland.
"Nou, er komt binnenkort een bescheiden afscheidsfeestje, dan zien we elkaar nog wel!" lachte de Grote Meester en liet ons beleefd uit...

Op de gang keken we elkaar eens aan. Dino trok z'n wenkbrauwen en schouders op.
"Pech gehad!" zei hij.
En dat waren wijze woorden.

Tekst © 2012 Ed van Schuijlenburg