![]() |
nederlandse
|
![]() |
||||||
Peter Pontiac |
||||||
![]() |
||||||
Peter Pontiac werd op 28 april 1951 te Beverwijk geboren als Peter J.G. Pollmann. Hij las veel strips en begon ze ook zelf te maken, wat hem hielp om als verlegen jongetje op school zijn plaats te vinden. Opgroeiend in de jaren zestig werd hij al gauw gegrepen door de muziek van de Rolling Stones en Jimi Hendrix. Hij liet zijn haar groeien, werd van school geschopt en trok zich terug op zijn zwartgeschilderde kamer waar hij de ene na de andere rock & roll-tekening maakte, geïnspireerd door de LP-hoezen van Robert Crumb. |
||||||
![]() ![]() ![]() ![]() De 'Sterren in Memoriam'-serie uit het Pontiac-kwartetspel |
||||||
Peter ging uit huis en trok in in een commune in Leiden, waar hij volop in de wereld van sex, drugs & rock 'n' roll geraakte. Hij tekende covers voor de illegale songbooks met teksten van Bob Dylan en de Stones, die de aandacht trokken van het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone en van de Haarlemse tekenaar Joost Swarte, die hem vroeg of hij wilde tekenen voor diens blad Modern Papier. Al gauw volgden ook publicaties in Tante Leny Presenteert, en zo begon Peter zijn lange loopbaan als autobiografische undergroundtekenaar. Hij leverde tevens illustraties voor de muziekbladen Aloha/Hitweek en Muziek Express. |
||||||
![]() Apocalypso, in The Amsterdam Connection |
||||||
Het pseudoniem "Pontiac" gebruikte Peter voor het eerst bij de publicatie van 'Mixed-up Memory Mamba', een strip over zijn jeugd in de jaren zestig die verscheen in Wipe-Out Comix No. 2. Er volgden strips in Cocktail Comix, waarin een nieuwe generatie Nederlandse striptekenaars zich presenteerde en al snel breidde Pontiacs faam zich uit naar het underground-circuit van Spanje en Amerika. |
||||||
|
||||||
![]() |
||||||
Eind jaren negentig wijdde Peter Pontiac zich enkele jaren aan het schrijven van de "biografiek" 'Kraut', waarin hij in tekeningen, strips en schrijfsels op zoek gaat naar het verleden van zijn vader Joop Pollmann, die in de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers collaboreerde en in 1978 op mysterieuze wijze verdween in de Daaibooibaai op het eiland Aruba. Deze graphic novel, een soort spiegelverhaal van de strip 'Maus' van Art Spiegelman (die het Holocaust-verleden van zijn ouders beschrijft), wordt vaak bejubeld als de beste die ooit op Nederlands grondgebied is gemaakt, en ontving lof van de Amerikaanse tekenaar Will Eisner. |
||||||
![]() |
||||||
Pontiac's imposante werk is in verschillende uitgaven gebundeld, onder andere in de zeven delen van de Pontiac Review die tussen 1990 en 2004 verschenen zijn. In 1998 verscheen 'The Quick Brown Fax', een brievenboek in samenwerking met collega-tekenaar Typex. Peter ontving in 1997 de Stripschapprijs voor zijn gehele oeuvre en een jaar later de Professor Pi-illustratorenprijs van de Stad Amsterdam voor zijn boek 'De Pen en het Zwaard'. In 2011 werd hem de Marten Toonder-prijs toegekend, zag 'Kraut' een derde druk en verscheen 'Rhythm', een groot verzamelwerk van al Pontiacs strips. |
||||||
![]() |
||||||
| Meer over Peter Pontiac: | ||||||
| Tante Leny Presenteert Walgfun 1980-1990: tijdschriften 1990-2000: krantenstrip 1990-2000: small-press 2000-2010: graphic novels Engelse biografie in de Comiclopedia Peter Pontiac virtual expositie Register van tekenaars |
||||||
![]() |
||||||
inhoud > 1800 > 1900 > 1920 > 1930 > 1940 > 1945 > 1950 > 1960 > 1970 > 1980 > 1990 > 2000
|