![]() |
nederlandse
|
![]() |
||||||
Gerrit Stapel |
||||||
![]() Athi |
||||||
Na enkele jaren kantoorwerk trad Gerrit Stapel (Amsterdam, 19 mei 1921) in 1942 in dienst bij de filmmaatschappij Nederland Film in Den Haag, waar hij op de tekenfilmafdeling terecht kwam. Stapel werkte mee aan de verfilming van het anti-joodse boek 'Van den vos Reynaerde', maar in het begin van 1943 stapte hij over naar Bavaria Film aan de Laan van Meerdervoort, waar ook pro-Duitse propagandafilms werden gemaakt. |
||||||
![]() |
||||||
In 1952 kwam hij als freelancer bij de Toonder Studio's terecht en leverde illustraties en strips voor Pum Pum, de jeugdbijlage van Het Laatste Nieuws. Zo maakte hij de illustraties bij het laatste gedeelte van 'De Jeugd van Eric de Noorman' (1953-1955) op tekst van Dirk Huizinga evenals de strip 'Ramat', die in het verre verleden speelde. Voor het syndicaat Swan Features leverde hij tekenwerk voor enkele afleveringen van Hans G. Kresses strip 'Matho Tonga'. In 1955 tekende Stapel anoniem het boekje 'Vleugels boven Afrika', een uitgave van het Zendingsbureau van de Nederlands Hervormde Kerk. |
||||||
![]() |
||||||
Voor verschillende dagbladen en het weekblad Kris Kras startte Stapel via Toonder rond 1955 de middeleeuwse strip 'Otto van Irtin', waarvan hij 22 verhalen tekende op tekst van o.a. Lo Hartog van Banda en Dirk Huizinga. Kort na het start van de strip gaf Het Volk de eerste vijf verhalen in boekvorm uit en een paar jaar later verschenen nog eens drie delen bij Wolters-Noordhoff. Eveneens voor de Toonder Studio's tekende Stapel op tekst van Harry van den Eerenbeemt enkele verhalen van de science-fiction strip 'Martin Evans'. |
||||||
![]() Student Tijloos |
||||||
In dezelfde periode startte Stapel de historische strip 'Joris Valckenier', waarvan een verhaal in De Telegraaf verscheen. Later werd het, in kleur, herdrukt in TV2000. Stapel vertelt hierover in deel 10 uit de reeks 'Uit de Toonder Studio's: |
||||||
![]() Joris Valckenier |
||||||
Naast de vele dagstrips voor Toonder, maakte Gerrit Stapel ook jarenlang puzzels voor de krant via het puzzelagentschap Daane, en cartoons voor Het Vaderland en Het Eindhovens Dagblad. Ook illustreerde hij presentatiemateriaal voor de massaspelen van Carel Briels. Buiten de Toonder Studio tekende Stapel in 1964 een strip van 'Swiebertje' voor het damesblad Prinses. Ook was hij terug te vinden in Pep, met verhalen van 'Ivanhoe' (1965), maar ook 'Athi' (1967-68), die hij met Anton Kuyten van Jan Wesseling had overgenomen. |
||||||
![]() Huon de Neveling |
||||||
De lengte van de verhalen van Stapel liep nogal uiteen. Dit kwam doordat hij nooit dacht aan publicatie in albumvorm. Na 'Floris' maakte hij enkele verhalen van 'Arman en Ilva', een science-fiction strip die hiervoor werd getekend door Thé Tjong-Khing. Vlak voor 'Arman en Ilva' heeft Stapel nog een proef getekend voor een nieuwe opzet van 'Kapitein Rob', die uiteindelijk is tegengehouden door de weduwe van Pieter Kuhn. |
||||||
![]() Jonne |
||||||
Na 1978 heeft Stapel nog 'Lancelot' en 'Gawijn' voor Taptoe gemaakt. Ook maakte hij 'Ocke Ockinga' op tekst van Ron Streppel voor een Friese krant, een strip voor het maandblad Club en werkte hij begin jaren '80 mee aan een serie boekjes met satirische teksten en tekeningen voor Uitgeverij Mondria. Hiervoor creëerde hij 'Kas Kadet', een van zijn weinige karikaturale figuurtjes. In het humoristische genre werkt hij in 1983 ook mee aan het script van een avontuur van 'Falco en Donjon', een serie die Uco Egmond voor Eppo tekende. |
||||||
![]() ![]() ![]() |
||||||
| Meer over Gerrit Stapel: | ||||||
| Toonder Studio's 1980-1990: krantenstrip Engelse biografie in de Comiclopedia Register van tekenaars |
||||||
![]() |
||||||
inhoud > 1800 > 1900 > 1920 > 1930 > 1940 > 1945 > 1950 > 1960 > 1970 > 1980 > 1990 > 2000
|