Stripgeschiedenis

Marten Toonder

Tom Poes in TjechiŽ
Tom Poes verschijnt in Tsjechië in 1941

Marten Toonder (2 mei 1912 - 27 juli 2005) is de belangrijkste stripmaker van Nederland. Hij is de geestelijke vader van een groot aantal stripfiguren, zoals Tom Poes, Olivier B. Bommel, Panda, Kappie etc. Ook is hij de grondlegger van de Marten Toonder Studio's, waar vele Nederlandse striptekenaars het vak hebben geleerd. Met de krantenstrip over 'Heer Bommel en Tom Poes' heeft Marten Toonder zich tot aan het einde persoonlijk bezig gehouden. het heeft hem het eervolle lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde opgeleverd, vanwege zijn vindingrijke en vernieuwende taalgebruik. Zo zijn neologismen als "grofstoffelijk", "denkraam" en "breinbaas" afkomstig uit zijn pen.

Don Sombrero, door Marten Toonder

Marten Toonder, zoon van een kapitein op de grote vaart, ging na de middelbare school op achttien-jarige leeftijd met zijn vader mee naar Zuid-Amerika. In Buenos Aires ontmoette hij Jim Davis, een medewerker van de Argentijnse animator Dante Quinterno. Deze ontmoeting wekt Toonders belangstelling voor de techniek van stripverhaal en tekenfilm op en doet hem besluiten gehoor te geven aan zijn roeping als tekenaar. Zijn vader gaf hem één jaar de tijd om te bewijzen dat hij in dit vak zijn brood kon verdienen.

Uk en Puk door Marten Toonder
Uk en Puk (Unicum #39, 26-10-1935)

Terug in Nederland volgde hij gedurende drie maanden les aan de Rotterdamse Tekenacademie. Hij publiceerde in 1933 zijn eerste strips, respectievelijk 'Tobias' voor Uitgeverij Helmond en 'De lotgevallen van Bram Ibrahim' voor het Haagsche Persbureau, die de strip distribueerde naar bladen als De Nederlander en de KRO Gids.

In 1933 ging hij ook werken bij de uitgeverij en drukkerij Nederlandse Rotogravure Maatschappij NV in Leiden, waar hij illustraties maakte voor bladen als Unicum, Het Rijk der Vrouw en Cinema en Theater. Hij kreeg ook de opdracht om stripfeuilletons te tekenen, zoals 'Dikkie en Dunnie', 'Fik en Fok', 'Jim en Soe' en 'The New Nonsens Film Cy.'.

Fik en Fok door Marten Toonder
Fik en Fok (ABC, 1933)

Ook tekent hij 'Ukkie Wappie', een strip die al gauw werd hernoemd naar 'Uk en Puk'. Dit was een vroege Nederlandse variant op 'Perry and his Rinkydinks', nog voordat De Spaarnestad met 'Sjors van de Rebellenclub' startte. Voor Cinema en Theater tekende hij 'De Avonturen van Bello' en stripjes met Laurel en Hardy in de hoofdrol.

Tussen 1934 en 1938 maakte hij eveneens op tekst van zijn broer Jan Gerhard de strip over de beer 'Thijs IJs', die in het Nieuwsblad van het Noorden en andere regionale kranten verscheen als vervanging van 'Bruintje Beer'.

Bram Ibrahim, door Marten Toonder 1934

In 1935 trouwde Marten Toonder met zijn buurmeisje Alfine Kornélie Dick (Phiny Dick). Phiny maakte ook tekeningen en schreef kinderboeken en strips. Marten Toonder nam in 1939 de beslissing om voor zichzelf te beginnen, omdat hij steeds opnieuw geconfronteerd werd met salarisverminderingen in de crisisjaren. Daarom stapte hij over naar Diana Edition in Amsterdam, het agentschap van de naar Nederland uitgeweken Oostenrijker Fritz Gottesmann. Aanvankelijk werkte Toonder anoniem aan enkele strips van Oostenrijkse tekenaars, waarmee het agentschap het contact had verloren door de Duitse bezetting. Dit waren 'The Boss' van William Timym en 'Hannibal' van Erwin Barta. Gottesmann, die van joodse afkomst was, stelde na de capitulatie Toonder aan als vennoot. Toen Gottesmann in 1941 moest onderduiken zette Toonder de firma alleen voort.

Marten Toonder, 1942Phiny Dick, 1942

Al in 1938 zette Marten Toonder voor Diana Edition het figuurtje van Tom Poes voor het eerst op papier. Het zou echter nog tot 1941 duren voor Tom Poes Martens stoffige tekenmap kon verlaten om in de openbaarheid te treden, vrijwel tegelijkertijd in Zweden, Tsjechoslowakije en Nederland. Meer succes had Marten aanvankelijk met 'Don Sombrero', die Gottesmann in bladen in Argentinië en Tsjechoslowakije gepubliceerd kreeg.

Dikkie en Dunnie (1938)
Dikkie en Dunnie, 1938 

In deze periode bleef Toonder ook werken voor de Rotogravure. Zo tekende hij met Anne Auke Tadema in de vroege jaren 40 voor het Nederlandse Bravo!, dat als bijlage van het blad Cinema & Theater verscheen. In de jaren '30 tekende hij al voor de Vlaamse Bravo!, waarvan de Nederlandse een zwakke voortzetting was. Voor Bravo tekende Toonder 'Dikkie en Dunnie', de realistische strip 'De Koning van het Oerwoud' en 'Jim en Soe'. Ook tekende hij de strip 'Japie Makreel' voor het weekblad Doe Mee!. Als gevolg van de oorlog verdween Mickey Mouse als stripverhaal uit De Telegraaf. De plaats werd vanaf 16 maart 1941 ingenomen door 'De Avonturen van Tom Poes'.

Dikkie en Dunnie, in Bravo! 1943
Dikkie en Dunnie (Bravo, 1943)

In 1940 vestigde Marten Toonder zich samen met zijn vrouw en hun zoon Eiso in Amsterdam. In 1941 kon hij dankzij Polygoon met het medium tekenfilm gaan experimenteren. Hij kreeg assistenten, een secretaresse en een bedrijfsruimte. Voor het stripwerk kwam Wim Lensen al gauw een helpende hand bieden. In juni 1942 werd Toonder compagnon van Joop Geesink, die in maart van dat jaar was begonnen. Samen richtten zij de Geesink-Toonder Studio's op. Medewerkers van het eerste uur waren John van der Meulen, Cees van de Weert, Hans Kresse en Frits Godhelp.

Tom Poes

De Geesink-Toonder Productie in de Vijzelstraat hield dankzij financieringen van onafhankelijke Duitse firma's als Degeto en UFA Film stand tot maart 1943. Hier werden onder andere filmpjes voor de Nederlandse Spoorwegen en Philips gemaakt. Geesink ging zich meer toeleggen op poppenfilm terwijl Toonder zich bezighield met tekenfilm en strips. In 1944 startte Geesink zijn eigen studio.

De Toonder Studio's breidden zich gauw uit aan de Nieuwezijds, tegenover De Telegraaf, tot daar op Dolle Dinsdag een eind aan kwam. In 1944 kreeg de Telegraaf een hoofdredacteur die lid was van de SS. Toonder stopte meteen met de Tom Poes-strip voor die krant. Tevens liet hij zich manisch depressief verklaren - hierdoor kon hij stoppen met werken zonder onder te hoeven duiken.

Tom Poes in de Tovertuin
Courant Het Nieuws van de Dag (23-7-1942)

Tijdens de bezettingsjaren werkten bij de Toonder Studio's tientallen mensen aan een tekenfilm in opdracht van Duitse ondernemingen. Van deze film is nooit één meter bruikbare film afgeleverd. Verscheidene medewerkers vonden hierin een belangrijke dekmantel voor illegale activiteiten. In een latere fase werd in een afzonderlijk gebouw de illegale drukkerij D.A.V.I.D. (De Algemene Vrije Illegale Drukkerij) van Dick van Veen en Jo Pellicaan ondergebracht. Deze drukkerij leverde behalve Tom Poes-boekjes bijvoorbeeld ook het ondergrondse blad Metro af.

Tom Poes en de Betoverde SpiegelTom Poes en de Bommelschat

Na de oorlog zette Toonder zijn werk voort in zijn woonhuis, Keizersgracht 530. Marten Toonders grote liefde voor de tekenfilm heeft niet tot grote (financiële) successen mogen leiden. De door hem gemaakte Tom Poes-televisiefilmpjes en Philipsreclamefilms zijn niet van de klasse die zijn strip kenmerkt. In 1949 waren er plannen voor de film 'Fortune Fair' ('Sprookjeskermis'), maar het geld ontbrak. Toonders grote wens om een grote tekenfilm te maken is uiteindelijk wel in vervulling gegaan. Met de films 'Gouden Vis' en 'Moonglow' (geen Tom Poes-films) behaalde hij internationale prijzen. De eerste grote Bommel-film kwam pas in 1983.

Panda
Eerste aflevering van Panda (Utrechts Nieuwsblad, 23/12/1946)

De stripafdeling van de Toonder Studio's zat ook niet stil. In de jaren vijftig en zestig stond er in elke krant wel een strip afkomstig van één van Toonders medewerkers. Opvallend is ook dat toen de strip in Nederland, in navolging van Amerika, verguisd werd als corrumperend voor tere kinderzieltjes, en bezorgde pedagogen zich en masse stortten op de verderfelijke beeldroman, strips uit de Toonder Studio's aan deze hetze ontsnapten. Toonder-strips werden blijkbaar beschouwd als gezond, onderhoudend en opbouwend.

Koning Hollewijn door Marten Toonder
Een van de eerste afleveringen van Koning Hollewijn (1954)

Na de oorlog was Marten Toonder niet alleen verdergegaan met 'Tom Poes', maar ook vele nieuwe creaties zagen het licht, zoals 'Kappie' (1945), 'Panda' (1946), en 'Koning Hollewijn' (1954). Van deze strips verzorgde Toonder meestal de eerste afleveringen zelf, waarna hij het tekenwerk overliet aan zijn medewerkers.

Heer Bommel stuit de vooruitgang

Vele Nederlandse striptekenaars zijn hun carrière begonnen in de Toonder Studio's. Ben van 't Klooster, Freddy Julsing, Andries Brandt, Patty Klein, Thé Tjong-Khing en vele anderen droegen bij aan de stripproductie, waaraan al gauw 'Tekko Taks', 'Student Tijloos', 'Horre, Harm en Hella', 'Birre Beer', 'Wipperoen' en 'Kraaienhove' werden toegevoegd. In de loop der tijd nam de productie van tekenfilms steeds meer de overhand, tot de stripafdeling van de Toonder Studio's uiteindelijk in 2000 geheel verdween.

Tom Poes en de Schoonschijners

In 1965 vestigde Toonder zich in Greystones, Ierland, om zich daar, ver van commerciële en leidinggevende beslommeringen, te kunnen wijden aan zijn grote succes: Tom Poes, het werk van de meester zelf, dat hem de roem heeft gebracht die hij verdiende. Zo'n 600 verhalen maakten Toonder en zijn medewerkers van deze strip, waarvan 160 als dagstrip in diverse kranten verschenen. In 1967 begon uitgeverij De Bezig Bij met een uitgave van 43 reuzepockets Bommelverhalen. In 1982 schreef Marten Toonder het boekenweekgeschenk. Op zondag 2 mei 1982, zijn zeventigste verjaardag, werd Marten Toonder benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

De Goeroe, door Peter Abel

In de jaren 70 verscheen in De Telegraaf een nieuwe gagstrip, getiteld 'De Goeroe'. Deze strip werd gemaakt door ene Peter Abel, een gemeenschappelijk pseudoniem voor Marten en Eiso Toonder en de Ier Peter Hoye. Later bleek Hoye slechts een verzinsel van Eiso te zijn. De strip was in werkelijkheid de strip knip- en plakwerk van Eiso zelf aan de hand van tekeningen van Marten Toonder en Piet Wijn.


Markies Querulijn Xaverius de Canteclaer van BarneveldtPROTESTZANG
Voor ied're bêtise trekt 't Janhagel uit,
in menigtes of platte scharen,
met baldadig brallend stemgeluid,
dat ied're courtoisie heeft laten varen.

Zo stuwt het trekkebekkend door de lanen
en destrueert het beemdgras en de aster.
't Ontziet zich niet een weg door het gazon te banen,
zelfs al remitteert 't een sierpilaster.

Het woeden van het grauw kent geen limiet,
zonder zin is thans mijn rozenperk gemaltraiteerd.
Hier helpt geen klacht of stil verdriet!
Hier dient een harde les geleerd!

Niet langer nu gewacht.
De zweep erover als het moet!
Zo sprak het fiere voorgeslacht,
zo zingt nog steeds het blauwe bloed!

(door Markies Querulijn Xaverius de Canteclaer van Barneveldt)


De Bommel-film 'Als je begrijpt wat ik bedoel' ging in 1983 in première. Toonder had, in samenwerking met Rob Houwer, ruim twee jaar aan deze animatiefilm gewerkt. Het laatste Bommelverhaal verscheen in 1986. Op 1 april 1998 verscheen voor het laatst in NRC Handelsblad een Bommelfeuilleton: het slot van 'Heer Bommel en het einde van eindeloos'. Na het laatste Bommelverhaal van 1986 ging Toonder zijn tijd wijden aan het schrijven van zijn autobiografie.

Het Huwelijk van Marten Toonder en Tera de Marez OyensHet eerste deel van Toonders autobiografie, 'Vroeger was de aarde plat' (1992), beslaat de periode 1912-1939. Later verschenen 'Het geluid van bloemen' (1993), over de periode 1939-1945, 'Onder het kollende meer Doo' (1996), over de periode 1945-1965, en 'Tera' (1998). In dit laatste deel roept Marten Toonder, met een milde wijsheid en in zuivere schrijfstijl, een levendig beeld op van Tera de Marez Oyens (zie foto boven), de vrouw met wie hij een aantal hartstochtelijke jaren deelde: een heel leven in enkele jaren, zo volledig, verdrietig en rijk.

Zijn laatste levensjaren bracht Marten Toonder door in het rustoord voor bejaarde kunstenaars, het Rosa Spier Huis te Laren. In de vroege morgen van 27 juli 2005 overleed Marten Toonder in zijn slaap.

De allerlaatste Bommel-strook
De allerlaatste Bommel-strook  

Toonder Studio's

Tom Poes Weekblad

Herinneringen aan de Toonder Studio's

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars