Stripgeschiedenis

Korporaal Achilles

Johannes Franciscus Nuijens (1866-1945), die het pseudoniem Korporaal Achilles gebruikte, was een katholieke tekenleraar. Samen met Jan Linse en Alexander VerHuell was hij één van de Nederlandse strippioniers, evenals de eerste Nederlander die satirische strips maakte. Hij was een fervent aanhanger van de Katholieke Arbeidersvakbond die als doel had "de arbeidersklasse en kleinzielige burgerij te beschermen tegen de socialistische fouten uit onze tijd." Zijn werk was zowel gericht op politiek in het algemeen als katholicisme in het bijzonder. Afgezien van strips maakte hij ook spotprenten en schreef jongensromans, toneelstukken en instructieboeken over tekenen.

Rapport der Defensiecommissie, 1890Er is niet veel over Nuijens' leven bekend. Hij werd in 1866 geboren in Wervershoof. In 1890 publiceerde hij 'Het Rapport der Defensiecommissie toegelicht en eenigszins uitgebreid door Korporaal Achilles'. Ondanks de gewichtige titel was het boek eigenlijk een satirische tekststrip. Hij dreef de spot met een nieuwe militaire wet die destijds de zeer oneerlijke maar perfecte legale legerdienst-wet afschafte. Tot die tijd konden mensen die opgeroepen werden voor militaire dienst iemand anders in hun plaats sturen. Veel rijke mannen maakten hier misbruik van door één of andere arme man een paar duiten te betalen, zodat die in hun plaats enkele jaren in het leger verbleven terwijl zij veilig thuis bleven. De strip in kwestie draait rond een zekere Roland, baron van Prullenberg. Hij wordt bij het leger ingelijfd maar is, ondanks de wetswijziging, nog altijd verre van een voorbeeldsoldaat.

De Toekomststaat, 1891Met 'De Toekomststaat (Een Nachtmerrie Fin de Siècle). Visioenen en Droombeelden uit de 20ste eeuw' (1891) creëerde Nuijens de facto de eerste Nederlandse sciencefiction strip! Het verhaal gaat over een zekere Nieuwela Domenhuis (een weinig subtiele karikatuur van de Nederlandse socialistische politicus Ferdinand Domela Nieuwenhuis) die Wilhelmina Druckem huwt (andermaal gebaseerd op een echt bestaande activiste, in dit geval feministe Wilhelmina Drucker, naar wie de feministenbeweging Dolle Mina's uit de jaren 1970 vernoemd is). De jonggehuwden verhuizen naar het Nederlandse eiland Urk, waar ze een socialistisch paradijs uitbouwen. Zoals men kan verwachten van een propagandastrip eindigt hun plan uiteindelijk in complete ravage.

Klacht van een Onderwijzer, 1893In 1893 publiceerde Nuijens 'Klacht van een Onderwijzer over De Vrije & Orde Oefeningen op de Lagere School'. De strip was geïnspireerd door een destijds nieuwe Zweedse cursus in gymnastiek. De leraars zijn verplicht om deze cursus aan te leren en hun diploma te halen alvorens ze toegestaan worden om hun lessen als vanouds verder te zetten. Vanzelfsprekend hebben de oude mannetjes de grootste moeite om deze nieuwe oefeningen aan te leren. Een huismeid ziet hoe haar meesters rondspringen en vallen en veronderstelt dat ze allemaal gek zijn geworden. Vandaar dat ze prompt een arts inschakelt die de heren adviseert om enkele dagen in bed te blijven.

De Straatjongen, de Justitie en Schoolarrest, 1896In 1896 tekende Korporaal Achilles 'De Straatjongen, de Justitie en Schoolarrest', een satire op jonge vandalen die andermans ruiten inslaan en de bureaucratische papierbergen die deze minieme misdaden veroorzaken. Om onbekende redenen werd het boek nooit gepubliceerd. Het manuscript wordt nog steeds in de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag bewaard.

Aanleiding tot den Engelsch-Transvaalschen Oorlog, 1900Zijn meest indrukwekkende stripverhaal is waarschijnlijk 'Aanleiding tot den Engelsch-Transvaalschen Oorlog' (1900), waarin hij de Boerenoorlog in Zuid-Afrika bekritiseert. Nuijens presenteerde dit militaire conflict vanuit Nederlands standpunt en sympathiseerde daarom met de Nederlandse kolonialen die onafhankelijk wilden zijn van de Britten.

Nuijens' stripcarrière bleef vooral een 19de eeuws fenomeen. Na 1900 maakte hij nooit meer strips. Hij overleed in 1945 te Haarlem.

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

(met dank aan 'De Archeologie van het Nederlandse Stripverhaal' door Nop Maas, 1997)