Stripgeschiedenis

Herman Brood

Comic strip by Herman Brood

Herman Brood is een legende in de Nederlandse muziekgeschiedenis, vooral omdat hij de enige echte rock-'n'-roll-ster uit zijn land was, met aanzienlijke faam over de grenzen heen. Hij nam liedjes op die niet alleen rauw en donker waren, maar ook zijn eigen excessieve levensstijl aan de rand van de samenleving tot uiting brachten. Zijn bekendste nummers waren 'Rock 'n' Roll Junkie' (1977), 'Saturday Night' (1978), 'Never Be Clever' (1979), 'Hot Shot' (1980), 'Tattoo Song' (1984) en 'Als Je Wint' (met Henny Vrienten, 1984). Toch was Brood veel beruchter als een openlijk druggebruiker. Hij dronk kubieke liters alcohol en nam ontelbare harddrugs, maar bleef verrassend genoeg geliefd bij het grote publiek. Brood was niet alleen een aantrekkelijke man, maar had ook een zachtmoedige persoonlijkheid die makkelijk ieders charme won. De muzikant genoot ook faam als een abstract schilder en maakte tijdens de jaren 1970 en 1980 kortstondig enkele strips. Hij stierf onvermijdelijk een jonge dood door op 55-jarige leeftijd zelfmoord te plegen.

Jonge jaren
Herman Brood werd op 5 november 1946 in Zwolle geboren. Hij toonde een vroege interesse in tekenen en schilderen, vooral strips. Zijn voornaamste grafische invloeden waren Edward Hopper, Lucebert, Karel Appel en Pablo Picasso. Als volwassene was zijn lievelingsstrip 'Cowboy Henk' door Kamagurka en Herr Seele. Toch leek een grafische carrière problematisch toen artsen ontdekten dat Brood aan kleurenblindheid leed. Hij probeerde in 1964 nog de Kunstacademie van Arnhem uit, maar gaf er al na drie maanden de brui aan omdat een nieuwe passie hem aantrok: rock 'n' roll. De jongvolwassene genoot van Little Richard en vele vroege rockartiesten uit de jaren 1950 en 1960. In 1964 sloot hij zich als keyboardspeler en pianist aan bij de beatrockband The Moans. Nadat hij The Moans in 1967 verliet kreeg de band een decennium later meer succes onder de nieuwe naam Long Tall Ernie & The Shakers. Tussen 1967 en 1969 trad Brood met de bluesband Cuby+Blizzards op. Een beloftevolle carrière werd ingekort toen zijn platenlabel hem met drugs betrapte. Hij werd onmiddellijk uit de groep gesmeten, waarna een lange en doelloze periode ontstond waarbij Brood niet langer muziek opnam.

Vaste Prik by Herman Brood

Jaren 1970: kunst en strips
In plaats daarvan begon hij opnieuw te tekenen en schilderen. Veel werken waren geïnspireerd door de abstract-expressionistische Cobra-beweging en waren meestal schilderijen of collages. Tijdens de vroege jaren 1970 publiceerde Brood ook enkele strips in het muziekblad Oor. Ze verschenen onder de hoofding 'Bisz'. Andere waren illustraties voor de maandelijkse column van zijn beste vriend Bart Chabot. Brood tekende ook een strip voor het hippieblad Aloha, onder de naam 'Vaste Prik'. Dit verwees niet alleen naar de uitdrukking voor het woord "punctualiteit", maar ook naar het prikken van een heroïnenaald. Ze werden in zwart-wit gemaakt om kleurcontrasten te vermijden. Brood was een volslagen amateur en daarom waren zijn tekeningen niet veel meer dan wat snelle krabbels. Tragikomische observaties van seks, drugs en rock 'n' roll. Brood voelde zich aangetrokken tot deze opwindende levensstijl, gezien de alledaagse realiteit hem zo verveelde. Hij dronk alcohol, slikte LSD en amfetamines en spoot zich dagelijks vol heroïne. De ex-muzikant werd vaak gearresteerd en opgesloten wegens drugsbezit, dealen en diefstal. Een tijd lang leek dit hetgeen hij voor de rest van zijn leven zou doen. In 1979 werd een verzameling van zijn 'Bisz' strips gepubliceerd.

Comic art by Herman Brood

Solocarrière
In 1974 hield Cuby+Blizzards echter een reünie voor het muzikale tv-programma 'Nederpopzien' en nodigde Brood ook uit. De uitzending wakkerde nieuwe interesse in de groep aan. Niet alleen waren de kijkcijfers hoog, maar het concert werd zelfs op plaat uitgebracht. Toch verliet Brood de groep weer en werd een zanger en keyboardspeler voor bands als Stud, Flash & Dance en Vitesse. In 1976 voelde hij zich zelfverzekerd genoeg om een solocarrière te beginnen. Als Herman Brood & His Wild Romance scoorde zijn groep hits met 'Rock 'n' Roll Junkie' (1977), 'Saturday Night' (1978), 'Never Be Clever' (1979), 'I Love You Like I Love Myself' (1979), 'Hot Shot' (1980) en 'I Don't Need You' (1980). Brood was geen groots zanger of tekstschrijver. Zijn Engelse uitspraak was niet best en vaak onduidelijk omdat hij steevast dronken of high was. Maar het geluk was aan zijn zijde, gezien punk en new wave een revolutie binnen rock 'n' roll teweeg brachten. Het grote publiek stond nu opener voor zangers met attitude in plaats van professionalisme. Broods muziek had een rauwe, gedurfde kwaliteit die de meeste andere Nederlandse popacts destijds misten. In zijn vaderland bereikte hij cultstatus en ook in de Europese rockscène verwierf hij een zekere faam, vooral toen hij een affaire met de Duitse punkzangeres Nina Hagen had. Tegen 1979 verscheen Brood aan Hagens zijde in zijn eigen film, 'Cha Cha' (1979) door Herbert Curiël. De film combineerde een losse verhaallijn met muzikale optredens. Alhoewel de prent commercieel flopte groeide hij moeiteloos uit tot een cultfilm.

Brood had verder een muzikaal spin-off project, De Breedbekkikkers, die een hit scoorden met de carnavalskraker 'Maak Van Uw Scheet Een Donderslag' (1979). Hetzelfde jaar nam hij samen met de komiek Dolf Brouwers het nummer 'Nooit Meer Terug Naar Die Rotschool' op. Brouwers trad op in de gedaante van Sjef van Oekel, zijn komische alter ego uit de tv-programma's van Wim T. Schippers, evenals de vedettestrip door Schippers en Theo Van Den Boogaard.


Uit 'Doorzon's Komplete Karavan Gids' (Espee, 1984).

Jaren 1980: terugkeer naar kunst en strips
Tijdens de jaren 1980 toerde Brood door de VS, maar wist er geen markt aan te boren. Rond dezelfde tijd zakte ook zijn muzikale carrière in. Zijn laatste grote hits waren 'Tattoo Song' (1984) en 'Als Je Wint' (1984, een duet met Doe Maar-frontzanger Henny Vrienten). Eén van de hoofdredenen waarom zijn muziek stoom verloor had met zijn problematische druggebruik te maken. Veel optredens en nieuwe albums waren simpelweg niet zo memorabel omdat hij zelden nuchter was terwijl hij optrad of opnam. Algauw verkeerde Brood in zware belastingsproblemen. Hij hervatte zijn grafische carrière, gezien het een makkelijker manier was om geld in het laatje te brengen. De muzikant nam elke opdracht aan die hij kon krijgen en maakte tekeningen voor auto's, etalages, muren, postkaartjes, biermerken, T-shirts, metro's... Hij wist de Belastingsdienst zelfs zover te krijgen dat ze zijn kunst als tijdelijke betalingen aanvaarden. Niet al zijn kunst werd echter strikt voor financiële doeleinden gemaakt. In 1989 maakte hij een schilderij dat kritiek leverde op Zuid-Afrika's apartheidsregime met een onmiddellijk duidelijke boodschap: "Apartheid sucks!" Brood maakte ook een aantal strips, zoals het one-shot stripalbum, 'Pas Op, Daar Is Ie' (1984, soms ook 'Stil, Daar Is Ie' genoemd). In 1995 maakten hij met Kamagurka een werk dat 'Artiesteningang' heette en een vagina voorstelde. Om geld uit te sparen ontwierp Brood vanzelfsprekend ook zijn eigen albumcovers, zoals die voor 'Vitesse' (1990) en 'Home' (1992). Herman Brood droeg ook bij tot een collectief stripalbum voor de homogemeenschap, 'En wie is nou het vrouwtje?' (1986), dat door Jan Rot en Henno Eggenkamp was samengesteld. Het boek bevatte ook werk door Ralf König, Jean-Marc Reiser, Georges Wolinski, Bill Ward, Horacio Altuna, Eric Schreurs, Hein de Kort, Theo van den Boogaard, Jaap Vegter, Gerard Reve, Erwin Olaf en Philip Hopman. Datzelfde jaar publiceerde Ger van Wulften Broods prentenboek 'Sjong jonge' met het personage Top Dog in de hoofdrol. Ook maakte Herman Brood een reeks tekeningen en collages, waar dichter Jules Deelder teksten voor schreef en die later in het boek 'Inderdaad nee' (Nijgh & Van Ditmar, 2003) gepubliceerd werden.

Pas op, daar is ie, by Herman Brood
Uit: 'Pas Op, Daar Is Ie'.

Aftakeling en dood
Herman Brood bleef via verschillende mediaverschijningen, kunsttentoonstellingen en af en toe nieuwe albums en tournees in de publieke belangstelling. Maar tegen die tijd was het grote publiek vooral in zijn privéleven geïnteresseerd. Brood had vele romantische affaires, vaak verpest door zijn overspel en eindeloze drugmisbruik. Soms haalde hij de media omdat hij gênante dingen deed onder invloed, zoals een incident uit 1999 waarbij hij vanuit een trein een revolver afvuurde. Jan Eilander, Eugene van Den Bosch, Ton van der Lee en Frenk van der Strerre maakten een warm aanbevolen rockumentary over zijn leven, 'Rock 'n' Roll Junkie' (1994). Ondanks zijn problematische leven was Brood bij velen geliefd. Tijdens interviews genoot hij ervan grappen te vertellen en bleef altijd nederig, ondanks zijn succes. Hij was zo'n charmante persoonlijkheid dat hij een jongetje leek dat nooit volwassen geworden was. Veel mensen hadden medelijden met hem en sympathiseerden makkelijk met zijn levensstijl. Het ging zover dat de Nederlandse douane en agenten een oogje dichtknepen wanneer ze hem met drugs betrapten. Brood droeg zelfs een muzikaal singletje met zijn foto erop bij zich, zodat men hem zou herkennen en zonder problemen doorlaten. Na een tijdje werd de verslaafde de "nationale knuffeljunkie" genoemd. Helaas, terwijl iedereen zijn slechte gewoonten toeliet, ging het bergaf met zijn gezondheidstoestand. Hij probeerde meermaals tevergeefs af te kicken. In 2001 lichtte zijn arts hem in dat zijn lichaam zo afgeleefd was dat hij in wezen nog maar een paar maanden te leven had. Brood besloot niet op het onvermijdelijke te wachten. Op 11 juli van dat jaar sprong hij van het dak van het Amsterdamse Hiltonhotel. Zijn dood maakte hem een onmiddellijke legende en zijn postuum uitgebracht cover van Frank Sinatra's 'My Way' stond bovenaan de Nederlandse hitlijsten, waarmee het de enige nummer 1-hit uit zijn carrière werd.

Nalatenschap
Brood blijft tot op heden in de herinnering, terwijl zijn muziek en kunst nog steeds een publiek vinden. Bart Chabot schreef tussen 1996 en 2003 een vier volumes tellend werk over zijn vriend: 'Broodje gezond', 'Broodje halfom', 'Brood en spelen' en 'Broodje springlevend'. In 2001 kreeg Brood zijn eigen standbeeld in zijn geboortestad, door Frank Rosen gehouwen. Vier jaar later werd in Wageningen een museum aan zijn werk gewijd, terwijl zijn leven een jaar later door Jean Van de Velde in een biografische langspeelfilm, 'Wild Romance' (2006), werd omgevormd. Rockzanger Frank Black van The Pixies nam een hommagealbum aan Brood op, genaamd 'Bluefinger' (2007). Gerrit de Jager vertelt in zijn autobiografische grafische roman, 'Door Zonder Familie' (2013) een anekdote over hoe hij ooit Brood ontmoette. Een nieuwe documentairefilm, 'Unknown Brood' (2016) door Dennis Alink, en een theatermusical, 'Chez Brood' (2016) door Victor Löw houden de herinneringen aan de muzikant levend.

Brood signing his work
Herman Brood met zijn stripboek.

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

www.brood.nl

(Tekst door Kjell Knudde)