Stripgeschiedenis

Piet Broos


Eerste verschijning van Jan Pierewiet op 8 juni 1946

Piet Broos was een productieve Nederlandse illustrator, schrijver, cartoonist en stripauteur die vooral voor katholieke uitgevers werkte. De meeste van zijn strips verschenen in Nederlandse kinderbladen (en supplementen) als De Engelbewaarder, Sjors, Grabbelton, Kinder-kompas, Kleuterblaadje, Okki, Taptoe en Onze Krant, maar ook in de kranten De Volkskrant, Limburgsch Dagblad en Maas- en Roerbode. Zijn langstlopende strips waren 'Jan Pierewiet' en zijn spin-offs (1946-1950), 'Avonturen van Brom, Ping en Ming, Slimpie, e.a.' (1948-1964) en 'Ali Baba' (1956-1964). Veel van zijn strips heeft Broos voor latere publicaties volledig herwerkt en/of hertekend. Hij fleurde ook de bladzijden van diverse kleur-, prenten- en kinderboeken op, waaronder educatieve boeken voor katholieke scholen. Hij heeft meer dan 200 kinderboeken geïllustreerd, waarvan velen door hemzelf geschreven. Sommigen hiervan werden naar het Frans, Duits, Engels, Spaans, Noors, Zweeds en Slovaaks vertaald.

Grabbelton voorplaat door Piet BroosGrabbelton voorplaat door Piet Broos

Petrus Jozef Broos werd op 16 december 1910 geboren in het Noord-Brabantse Zevenbergen als zoon van spoorwegarbeider Cornelis Broos. Hij bracht een groot deel van zijn kindertijd in het Limburgse dorpje Weert door, waar hij zijn lagere school volbracht aan de katholieke congregatie Broeders van Maastricht. Hij volgde zijn verdere opleiding aan het Klein-Seminarie van de paters Franciscanen in Sittard, waar zijn interesse voor wiskunde, taalspelletjes, avonturenverhalen en vrome legendes werd opgewekt. Na zijn aanvankelijk religieuze roeping achter zich te hebben gelaten, verhuisde hij met zijn familie naar Den Haag, waar hij in 1929 zijn eerste baantje kreeg in de boekwinkel Govers. Na zijn militaire dienstplicht richtte Broos zich op een carrière als illustrator, terwijl hij avondlessen volgde aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten. Hij volgde ook de Parijse ABC correspondentiecursus. Onder zijn vroege cliënten waren de Haarlemse uitgeverij De Spaarnestad en het R.K. Jongensweeshuis van de Fraters van Tilburg, de uitgeversdivisie van het jongensweeshuis van de Broers van Tilburg.

Professor Pienterbult
Professor Pienterbult (1939)

Zijn eerste geïllustreerde tekstverhaal voor kinderen ('De Droom van een Herder') verscheen tijdens de zomer van 1933 in De Spaarnestads Katholieke Illustratie. Daaropvolgende tekstverhalen, vaak van een stichtelijke aard, verschenen in de jeugdbladen van de uitgever, Roomsche Jeugd en Kleuterblaadje, evenals De Engelbewaarder van het R.K. Jongensweeshuis. Broos werkte daarbij ook als cartoonist voor De Humorist (1933-1935) en De Opmarsch (1935-1937). Buiten het katholieke spectrum was Broos ook lange tijd verbonden aan Kinder-kompas, het maandblad van de Nationale Levensverzekering-Bank, die hij van 1938 tot zijn dood in 1964 met sprookjes, verhalen en tekeningen voorzag. Hij tekende zijn eerste strip voor dit blad, een tekststrip met de Chinese kinderen 'Ping en Mingie' (1938) in de hoofdrol. Een andere vroege strip was 'Professor Pienterbult' (1939) die in Roomsche Jeugd verscheen. Deze tekststrip over een intelligente professor verscheen ook (ofwel als herdruk of herwerking) in Doe Mee! (1942), Onze Krant (1948) en de Limburgse krant Maas- en Roerbode (1954). Zijn volgende strip 'Knobbeltje Knop' kon in De Engelbewaarder worden gelezen en in een herdruk in het Vlaamse kinderblad Zonneland (1941-1942).

Ping en Ming door Piet Broos
Ping en Mingie (Kinderkompas, 1940)

Broos' eerste boek, 'Het Rode Huis', werd in 1938 door Helmond uitgegeven. Hij bleef als illustrator van prenten-, kleur- en stickerboeken voor deze uitgever werken. Naar verluidt was het Broos die op het idee kwam om kleurboeken met begeleidende teksten op rijm te maken. Tegen 1939 werd hij als deeltijds advertentie-illustrator ingehuurd door de Eindhovense drukkerij Vrijdag. Vlak voor de Duitse invasie van Nederland huwde hij Cato (Toos) Uijttenhout en werd nadien al gauw als sergeant voor het leger opgeroepen. Zijn bataljon vocht tussen 11 en 13 mei 1940 een zware strijd tijdens de Slag om de Grebbeberg. Na de capitulatie en zijn daaropvolgende krijgsgevangenschap keerde Broos in december 1940 terug naar zijn burgerbestaan, waarbij hij zijn oude werk voor De Spaarnestad probeerde verder te zetten. De avonturen van het jongetje 'Tommie' (1941) verschenen in Okki, het kindersupplement van Katholieke Illustratie, maar ook in Panorama en zijn supplement Sjors (1941-1942). Alhoewel het gebruik maakte van tekstballonnen was 'Tommie's Avonturen' vooral een tekststrip. Het verhaal viel op vanwege haar subtiele knipoogjes naar de echte wereld. De naam van de titelheld verwees naar de bijnaam voor Britse soldaten, terwijl de avonturen in Afrika plaatsvonden, waar het Britse leger in het echte leven tegen generaal Rommel streed.

In 1942 illustreerde Broos drie boeken in de reeks 'Alles in Beeld' voor uitgever Helmond, namelijk de titels 'Zilverhoef', 'Jan de Lapper' en 'Prins en Schoonmaker'. De andere boeken werden geïllustreerd door Frans Meijer (Jaap van Loon). Broos en Meijer waren ook de illustratoren van Helmonds prentenboekenreeks van literaire klassiekers, elk met 64 verzamelbare prentjes. Broos illustreerde de adaptaties van 'De Negerhut van Oom Tom' (1943) en 'Tijl Uilenspiegel' (1943). Tijdens de oorlog leende Broos zijn talent verder aan acht prentenboekjes in de reeks 'Het Kleine Prentenboek', waarvan de uitgever onbekend is. Helaas betekenden de oorlogsomstandigheden een zware klap voor de drukindustrie, waardoor de artiest uiteindelijk zonder werk kwam te zitten. Hij verschool zich de rest van de bezetting in een boerderij in De Peel om de Arbeitseinsatz te vermijden.

De negerhut van oom Tom by Piet Broos
De Negerhut van Oom Tom

Toen op 5 mei 1945 de vrede terugkeerde veranderde Broos zijn vertrouwde stijl met het lichtjes bittere 'Avontuur van Keesje Holland' (1945). Dit geïllustreerde verhaal was geen onschuldig kinderverhaal, maar verwees rechtstreeks naar de oorlogsgebeurtenissen in Nederland. Vlak voor de Bevrijding belandt een klein Nederlands jongetje in Afrika, waar hij per ongeluk een held wordt nadat hij een Duits oorlogsschip liet zinken. Het boekje werd door zijn oude opdrachtgever Helmond uitgegeven. Broos keerde hierop terug naar plezieriger kinderverhalen voor de jaarlijkse St. Antonius Almanak. Hij leverde voor deze publicatie bijdragen als 'Knoes en Zijn Wonderlijke Avonturen' (1945), 'Professor Snip Snap' (1945-1947), 'De Avonturen van Pinkeltree' (1948) en 'Keesje Slim' (1949), die door SS Franciscus & Antonius in Woerden werden uitgegeven. Tussen 1946 en 1948 was hij hoofdredacteur van Onze Krant, Helmonds tijdschrift voor de rooms-katholieke jeugd. Hij tekende ook drie stripverhalen voor deze uitgave, namelijk 'De Daverende Dingen van Daniël' (1946), 'Okkie en Knokkie' (1946) en 'Kuif, De Onverschrokkene' (1948). Broos keerde eveneens terug in de pagina's van Kinder-kompas met het langlopende 'Avonturen van Brom, Ping en Ming, Slimpie e.a.' (1948-1964) en het korter bestaan gegunde 'Kees en Karel' (1948-1950).


Avontuur van Ceesje Holland

Na de oorlog vestigde Piet Broos zich verder als een prominent schrijver en illustrator van kinderboeken, velen op peuters gericht. Meulenhoff publiceerde vijf kinderboeken, die naar huidige normen vrij aanstootgevend zijn, over de "drie pikzwarte nikkerkindjes" Piempampoentje, Pompernikkel en Piepeling in hun dorpje Klapperdorp: 'Piempampoentje, Pompernikkel en Piepeling' (1945), 'Vacantie in Klapperdorp' (1946), 'De school van Meester Brabbelaar' (1948), 'Nieuwe avonturen Klapperdorp' (1948) en 'De grote reis naar Nederland' (1949). Prentenboeken zoals 'Juffrouw Spits op reis' (1948) en 'Brom steelt honing' (1951) werden door Mulder uitgegeven, terwijl Helmond 'Bartje Pompadoer' (1956) uitgaf en de twee boeken over 'Dikkie Kwik' (1958, 1960). Broos publiceerde ook één boek in het Engels: 'Gnomie Longnose' (1950), uitgegeven door Sandle Brothers Ltd.


Piempampoentje, Pompernikkel en Piepeling (1945)

Voor Helmond ondernam hij ook een ander ambitieus religieus getint boekenproject door Alphons Timmermans' kinderbijbelserie, 'Bijbel Voor De Jeugd' (1946-1948) te illustreren. Vanaf 1949 schreef en illustreerde Broos een 18-delige reeks over katholieke heiligenlevens: 'Kleine Boeken van Grote Heiligen'. Bij uitgeverij Malmberg was de tekenaar ook verantwoordelijk voor de illustraties van alle twaalf delen van Lea Smulders' 'Pietje Prik' (1955, niet te verwarren met Henri Arnoldus' 'Pietje Puk', die door Carol Voges geïllustreerd werd.)


Wanneer hij de dood in de ogen kijkt, verklaart Jan Pierewiet dat zijn auteurs zijn erfgenamen zijn (22 april 1948)

Van 1946 tot 1956 creëerde Broos ook vele strips voor de regionale Limburgse kranten Maas- en Roerbode en Limburgsch Dagblad (en mogelijk ook de andere kranten van de Limburgia Pers). De meest opmerkelijke waren de avonturen van de troubadour 'Jan Pierewiet' (18 juni 1946 - 1 mei 1948) die hij in samenwerking met journalist Jef van Lierop maakte (althans, volgens de stripfiguur zelf). Aan het einde van het oorspronkelijke verhaal werd Jan Pierewiet prins van de Kollenberg. Broos en schrijver P. van Zevenbergen (een pseudoniem voor Broos zelf) zetten het vervolgverhaal verder met de avonturen van Jan Pierewiets zoontje 'Stroppie' (2 juni 1948 - 22 februari 1950), die de assistent van professor Van Krummelen wordt. Onderweg raken zowel Stroppie als de professor vermist, evenals de detectives die hen trachten op te sporen. De minister schakelt daarop dan ook Jan Pierewiets hulp in. De prins wil echter niet dat hij nog langer in de krant vermeld wordt en besluit daarom onder een pseudoniem op avontuur te gaan. Hierop begon 'De Avonturen van Toon Okkernoot' (23 februari - 15 september 1950).


Stroppie (14 september 1949)

De oorspronkelijke avonturen van 'Jan Pierewiet' waren klaarblijkelijk populair genoeg om in 1947 in drie boekjes door Limburgia pers gebundeld te worden. In het afscheidsartikel voor de originele reeks (1 mei 1948) schreef Limburgsch Dagblad dat Jan Pierewiet vele carnavalspakjes in de regio Limburg had geïnspireerd. Een herwerkte versie van 'Jan Pierewiet' werd in 1962-1964 in Credo gedrukt, het weekblad van het diocees Roermond.

Jan Pierewiet by Piet Broos
Latere versie van Jan Pierewiet als balloonstrip

Toen 'Jan Pierewiet' en zijn spin-offs ten einde waren gekomen schreef en tekende Broos de dierenfabel 'Reintje de Vos' (19 september - 8 december 1950), waarna 'Smidje Verholen' van Loek van Delden Broos' plekje in de krant overnam. Broos keerde later in de krant terug met het sprookje 'Knoest' (26 mei 1951 - 8 januari 1952). Verdere krantenstrips van de artiest liepen naar veronderstelling enkel in Maas- en Roerbode: 'Kwikkie Kwiek' (1952), 'Slimpie' (1952), 'Poef, het Indiaantje' (1953), 'Van Kneuteren en Zijn Tonnetje' (1954) en 'Jan de Lapper' (1956). Laatstgenoemd verhaal was eigenlijk een herwerking van een verhaal dat in 1942 het derde deel van de 'Alles in Beeld'-reeks vormde.

Ali Baba, door Piet Broos
Ali Baba

Tijdens de jaren 1950 en 1960 bleef Broos een prominente illustrator in de magazines van De Spaarnestad. Het katholieke vrouwenblad Beatrijs herdrukte 'Reintje de Vos' in 1956-1957, maar bood ook nieuw werk zoals 'Jaap, Brom en Annemieke' (1951) en 'Wiebeltje' (1955) aan. Hij illustreerde heel wat covers voor Grabbelton (1950-1954), het kindersupplement van Katholieke Illustratie. Zijn cartoons en illustraties verschenen tussen 1955 en 1959 met regelmaat in het moederblad van Grabbelton. Hij was verder present in Taptoe en Okki, de schoolbladen van De Spaarnestad. Deze bladen waren in feite voortzettingen van Roomsche Jeugd en Kleuterblaadje, waarvoor hij al tijdens de jaren 1930 verhalen gemaakt had. Broos bedacht de one-shot strip 'De Trompetter van De Koning' (1953-1954) voor Taptoe die in 1954 in Kalle herdrukt werd, het kindersupplement van de Duitse editie van het vrouwenweekblad Libelle. Okki drukte Broos' tweede langstlopende strip op de achterkanten af: 'Ali Baba' (1956-1964).

Ander werk tijdens dit decennium bevatte o.m. 'De Blauwvingers van Zwolle' (1958) en 'Pief Poef, het Indiaantje' (1960) in Jeugdjuweel, 'Van Twee Pikzwarte Negertjes en Een Rose Speenvarken' (1954) in een blad van de Bondsspaarbanken, de 'Flip en Flop' reeks (1958) in Katholieke Missiën, de gagstrip 'Johanna Doedel' (1957) in Carillon en acht losstaande verhalen voor Hartentroef tussen 1957 en 1964. Hij maakte ook cartoons voor de krant De Volkskrant (1961-1963), terwijl zijn laatste nieuwe strip 'Abdoel' (1962) in de Helmondse Courant liep.

Piet Broos overleed op 9 juli 1964 op 54-jarige leeftijd in Weert aan hartfalen. Alhoewel hij algemeen erkend werd als een getalenteerd verhalenverteller voor peuters relativeerde hij zijn carrière in het enige interview dat hij ooit gaf, in 1952: "Een goed jeugdboek moet spanning, humor, fantasie en veel goede illustraties bieden. Ik doe mijn best die te brengen en mijn kinderen fungeren als readers". Zijn zoon Kees Broos bracht een rijk geïllustreerd compilatieboek rond zijn vaders leven en werk uit, genaamd 'Verteld en Getekend door Piet Broos' (1910-1964)' in 2004. Onder dezelfde titel werd in 2004-2005 ook een tentoonstelling met Piet Broos' werk gehouden in het lokale museum van zijn thuisdorp Weert. Kees Broos (1940-2015) was een gerenommeerd Nederlands kunsthistoricus met een specialisatie in grafisch ontwerp en fotografie.

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars