Stripgeschiedenis

Dick Bruna

Nijntje, by Dick Bruna

Dick Bruna was een instituut in zijn vaderland, maar ook één van de herkenbaarste kinderboekillustratoren wereldwijd. Hij schreef en illustreerde honderden boeken voor peuters, waarvan die met het witte konijntje 'Nijntje' het bekendst zijn. Zijn eenvoudige, maar onmiddellijk leesbare lijnwerk, vol heldere kleuren en ronde vormen, spreekt niet alleen ouders met kinderen aan, maar oogste ook bewondering van collega-illustratoren en grafici. Terwijl Bruna tijdens zijn leven weinig tot geen strips maakte kunnen zijn plaatjesboeken als een soort tekststrips beschouwd worden. Sommige prentjes in zijn boeken maken ook gebruik van sequentiële kunst.

Wat Nijntje later worden wil
'Wat Nijntje later worden wil...'

Jonge jaren
Hendrik Magdalenus Bruna werd op 23 augustus 1927 in Utrecht geboren als zoon van een uitgever. Zijn roepnaam Dick kreeg hij omdat hij als kind tamelijk mollig was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hield de familie Bruna zich in Loosdrecht schuil voor de nazi's, om de tewerkstelling in Duitse fabrieken te ontlopen. Na de oorlog zette Dick Bruna zijn middelbare schoolopleiding verder, maar maakte deze niet af. Zijn vader verwachtte dat zijn zoon net als hij uitgever zou worden, maar de jongen had een grotere passie voor tekenen en schilderen. Nadat hij verschillende musea in Londen en Parijs bezocht had, wist Bruna wat hij met zijn leven wilde doen. Hij studeerde aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, maar brak opnieuw zijn studie af. Zijn ouders gaven hem alsnog een baan in het familiebedrijf (A.W. Bruna Uitgevers B.V.), maar dan als illustrator.

Bruna's stijl was sterk beïnvloed door klassieke kinderboekillustratoren en grafisch ontwerpers als Rie Cramer, Anton Pieck, Raymond Savignac, Saul Bass, Jo Spier, Heinrich Hoffmann, Elsa Beskow en vooral Jean de Brunhoff, bekend van zijn boeken over 'Babar de Olifant'. Voor zijn schoolkrant tekende hij Disney-figuurtjes over uit officiële advertenties. Wat betreft "hoge" kunst bewonderde Bruna Henri de Toulouse-Lautrec, Pablo Picasso, Fernand Léger, Georges Braque en zijn idool Henri Matisse. Zijn sterkste grafische invloeden konden echter worden teruggevonden in het werk van Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld, Bart van der Leck en andere iconen van De Stijl. Aangezien hij dezelfde strakke, precieze, minimalistische maar tegelijkertijd kleurrijke en efficiënte ontwerpen gebruikte, kan Bruna als een van hun stilistische opvolgers gezien worden. Qua praktische invloeden werd Bruna geschoold door Rein van Looy, huisgraficus in zijn vaders bedrijf.

Havank cover by Dick Bruna

Vroege carrière
Tijdens de oorlogsjaren schreef en illustreerde Bruna zijn eerste boek, 'Japie' (1943-1945). Omdat het een eenvoudig eerbetoon aan zijn moeder was werd het nooit gepubliceerd. Hij maakte in 1952 zijn eerste kinderboekillustraties voor de kortverhalencollectie 'Far and Near: Stories of Japan, China and America' van Pearl S. Buck. De jongeman liet zijn eigen creativiteit zien met 'De Appel' (1953), wat zijn echte debuut als kinderboekenauteur betekende. In 1954 werd hij illustrator voor de 'Zwarte Beertjes' pocketreeks, waarvoor hij covers ontwierp voor boekjes van Georges Simenon ('Inspecteur Maigret'), Leslie Charteris ('De Saint'), Ian Fleming ('James Bond'), William Shakespeare en Havank ('De Schaduw'). Tot zijn andere vroege kinderboeken behoren 'Toto in Volendam' (1954), 'Kleine Koning' (1955) en 'Tijs' (1957).

Kleine KoningTijs by Dick Bruna
'Kleine Koning' (1955) en 'Tijs' (1957).

Nijntje
In 1955 bedacht Dick Bruna het personage dat hem wereldwijd geliefd zou maken: 'Nijntje'. Het witte vrouwelijke konijntje was gebaseerd op het knuffelbeertje van Bruna's eenjarige zoon. Hoewel Nijntje Bruna's beroemdste creatie werd, bedacht hij ook prentenboeken rond personages als Snuffie de hond (1969), Betje Big (1977) en Boris en Barbara Beer (1989). Later in zijn carrière maakte hij ook kindvriendelijke adaptaties van sprookjes en bijbelverhalen.

Stijl
Het zal vandaag de dag vreemd lijken dat Bruna's boeken geen onmiddellijk succes waren. Sommigen beschouwden ze zelfs als "gedurfd". Zijn illustraties waren allen eendimensionaal en erg minimalistisch in hun uitvoering. Personages worden teruggebracht tot ronde basisvormen en kijken de lezer vaak rechtstreeks aan. Alle afbeeldingen hebben primaire kleuren. Bruna plaatste zelfs kleuren naast elkaar die anderen te contrasterend zouden vinden, zoals groen en blauw. Er is geen poging tot perspectief, laat staan veel detail. Een ander excentriek kantje was Bruna's weigering om hoofdletters in zijn teksten te gebruiken. Veel volwassenen wisten niet goed wat ze van deze ongewone boeken moesten denken? Het doelpubliek was echter veel enthousiaster. Langzaam maar zeker werden Bruna's boeken wereldwijde bestsellers die generaties kinderen hebben vermaakt.


'Boris en Barbara Beer'.

Veel mensen werden misleid door de eenvoud van Bruna's tekeningen. In werkelijkheid volgt alles een duidelijk omlijnd concept. Het kleine, rechthoekige vormpje van elk boekje laat bijvoorbeeld aan peuters zien dat de boekjes speciaal voor hen zijn. Elke illustratie is met de uiterste zorg en precisie gemaakt. Het kleinste lijntje kon een verschil maken in emotionele of technische impact. Nadat de basiscontouren op papier gezet waren maakte Bruna meestal eerst een kopie van de tekeningen. Dit stond hem toe met kleurenschema's te experimenteren zonder dat hij een anders perfect zwart-wit ontwerp moest ruïneren. Bruna spendeerde soms weken om alles te tekenen en hertekenen. Zijn vroegste boekillustraties waren geschilderd, terwijl andere publicaties dankzij collagetechnieken een soepeler ontwerp hebben. Rond 1963 had Bruna zijn stijl geperfectioneerd op de wijze waarop het vandaag de dag het bekendst is. De verhalen zelf kende een gelijkaardig moeizaam proces. Elke zin was op rijm gezet en moest begrijpbaar zijn voor het doelpubliek. De verhalen gingen ook met hun tijd mee. Nijntje kreeg in 'Nijntjes droom' (1979) een zwart vriendinnetje, terwijl in 'Lieve Oma Pluis' (1996) Nijntje's grootmoeder overleed. Gezien de dood zo'n taboe is in kinderliteratuur was dit laatste verhaal erg controversieel bij eerste publicatie. Maar het onderwerp werd op een serene manier behandeld, zonder angstaanjagende beelden of gebagatelliseerde emotionele impact. Het boek won vele prijzen en Bruna verklaarde dat hij het gevoel had de juiste keuze te hebben gemaakt toen ouders hem schreven dat hun zoontje of dochtertje een exemplaar van het boek naar de begrafenis van hun eigen grootmoeder mee hadden genomen.


Japanse editie van 'Lieve Oma Pluis'.

Wereldwijd succes
Dick Bruna's prentenboeken zijn in vele talen vertaald, waaronder Arabisch, Chinees, Koreaans en Japans. Zelfs in lokale dialecten, waaronder de 'Nijntje' vertaling in plat Haags van Marnix Rueb! Naarmate Bruna's wereldwijde faam groeide ontving hij ook meer opdrachten. Tussen 1969 en 1998 ontwierp hij een reeks postzegels voor respectievelijk de Nederlandse en Japanse posterijen. Hij maakte muurschilderingen, wenskaarten en posters voor bedrijven, gemeenteraden en humanitaire organisaties zoals Terre des Hommes, het Rode Kruis, Groene Kruis, Veilig Verkeer Nederland, Amnesty International en Unicef. Hij ontwierp de officiële logo's voor World Aids Day (2002), Stop Child Soldiers (2002) en de Special Olympics in Nagano, Japan (2005). Zijn personages verschenen in handgetekende tekenfilmseries (1992, met hulp van animatieveteraan Gene Deitch), stop-motion (2003-2007, met Ellen Meske als één van de animatoren) en CGI (2015-2016). Nijntje inspireerde diverse theatermusicals en haar eigen stop-motion langspeelanimatiefilm in 2003, geregisseerd door Hans Perk. In 2003 werd Nijntje als de familietoerismeambassadeur van New York City uitgeroepen, om de Big Apple een nieuw elan te geven voor kinderen van Europese en Aziatische bezoekers. Vijf jaar later werd een nieuw soort Peruviaanse houtluis ook naar haar vernoemd: Trichadenotecnum Miffy.

Bruna stamps from Japan
Bruna's tekenwerk is vooral geliefd in Japan, waar diverse Bruna postzegels zijn uitgegeven

Copyrightproblemen
'Nijntje' is zo'n iconische creatie dat vanzelfsprekend andere pluizige witte zoogdieren met soortgelijke ontwerpen soms van plagiaat werden beschuldigd, zoals 'Musti' (1968) van Ray Goossens en 'Hello Kitty' (1974) van Yuko Shimuzu (en dan vooral het personage Cathy het konijn). In 2010 wonnen Bruna's rechthebbenden een copyrightclaim tegen Sanrio - het bedrijf dat 'Hello Kitty' beheert - om de marketing van Cathy in de Benelux te beëindigen. Echter, na de aardbeving en tsunami in Tohoku (2011) besloten beide partijen een minnelijke schikking te treffen om hun wettelijke vergoedingen aan de slachtoffers van deze natuurramp te schenken. Bruna was minder vriendelijk toen het Belgische satirische blad Deng Nijntje in 2005 op de cover zette om een artikel rond internationale drugshandel te illustreren. Het toonde haar met een bloedneus en lijntje coke, vergezeld van de tekst: "Ieder zijn lijntje". Vanwege copyrightinbreuk moest het nummer uit de winkels worden gehaald. De rechtszaak dreef het blad regelrecht naar zijn faillissement. In 2009 parodieerde ook mijndomein.nl Nijntje door haar controversiële dingen te laten doen, zoals cocaïne snuiven. Ditmaal gaf de rechter de site-eigenaars gelijk. Vanaf dat moment werden 'Nijntje'-parodieën toegelaten, zij het enkel in Nederland.

Nijntje in de dierentuin
'Nijntje in de dierentuin'.

Erkenning
Tijdens zijn lange carrière kreeg Bruna heel wat eerbewijzen. In 1991 werden zijn tekeningen in het prestigieuze Centre Pompidou in Parijs tentoongesteld. Hij kreeg in 2006 zijn eigen museum in zijn geboortestad Utrecht. De kunstenaar werd in 1983 geridderd in de Orde van Oranje-Nassau, in 2001 gevolgd door een riddertitel als Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Nederlandse publiek stemde hem in 2004 naar de 67ste plaats in de verkiezing van "De Grootste Nederlander". In 2000 kreeg Bruna een plaats in het Guinness Book of Records, toen 38.000 kinderen uit 80 verschillende landen hem een briefkaartje stuurde om Nijntje te feliciteren. Vijf jaar later brak hij zijn eigen record toen hij 39.670 kaartjes ontving. In augustus 2014, na bijna 60 jaar werk, kondigde hij zijn pensioen aan.

Dood, nalatenschap en invloed
Dick Bruna overleed op 16 februari 2017 op 89-jarige leeftijd in Utrecht. Hij was nog altijd een internationaal geliefd schrijver en tekenaar. Architect J.J.P. Oud schreef hem ooit een persoonlijke brief om zijn bewondering voor zijn werk uit te spreken. Schrijver Georges Simenon schonk Bruna één van zijn pijpen en tekende het met de naam van zijn hoofdpersonage Maigret. Leslie Charteris ('De Saint') maakte bekend dat hij het triest vond dat Bruna niet langer Zwarte Beertjes zou illustreren en schreef de uitgeverij: "Sinds Dick ermee is gestopt zijn de boekcovers niet langer hetzelfde." Tot de grafische artiesten die Bruna's werk bewonderden behoren Kurt Lob, Max Velthuijs, Eric Carle (bekend van 'Rupsje Nooitgenoeg') en Charles M. Schulz ('Peanuts'). Wilma van den Bosch maakte in 2003 een stripje voor De Inktpot over hoe ze ooit Bruna ontmoette toen ze een winkel voor tekenspullen bezocht.


Dick Bruna ontvangt de Zilveren Legpenning van de stad Utrecht in augustus 1987 (Nederlands Dagblad, 22 augustus 1987).

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

Externe link:
Het Dick Bruna Huis in Utrecht

(Tekst door Kjell Knudde)