Stripgeschiedenis

Frans Buissink


Redactietekening door Willy Lohmann voor Pep #2 uit 1973. Linksboven, met de klok mee: een schoonmaakster, Jan de Rooij, Cees de Groot, Frits van der Heide, een tekenaar, Jan van Erp, Maarten Boom (op de poster), Anneke van Wissen, een secretaris en, staand, Frans Buissink.

Frans Buissink (1943-2019) was een Nederlands journalist, redacteur, schilder en stripscenarist. Hij speelde tijdens de jaren 1970 een prominente rol in de stripbladen van VNU's jeugddivisie Oberon, en schreef scenario's voor series als 'Sjors en Sjimmie' (1970-1975) door Jan Steeman en 'Brammetje Bram' (1970-1973) door Eddy Ryssack. In de volgende decennia werd hij vooral bekend om zijn journalistieke werk over de natuur, dat verscheen in bladen als Grasduinen, VOGELS en Landschap Noord-Holland, evenals boeken in samenwerking met illustratrice Marjolein Bastin.

Jonge jaren
Buissink werd op 28 september 1943 in Alkmaar geboren. In het atelier van Koos Stikvoort werd hij ingewijd in de schilderkunst. Hij studeerde aan de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam (de huidige Rietveldacademie), en begon stillevens en portretten te maken, terwijl hij ook met kubisme en abstracte kunst experimenteerde. Tijdens zijn legerdienst werkte hij als tolk en vertaler, en maakt verder een Russische strip als taalinstructie.


Covers voor Sjors #1970-17 en #1972-16, waarop respectievelijk 'Brammetje Bram' en de Slork uit de 'Sjors en Sjimmie' strip worden geïntroduceerd.

Redacteur en scenarist voor Sjors
Terug in het burgerleven werd Buissink in 1965 (assistent) redacteur voor Sjors, het stripblad dat door De Spaarnestad werd uitgegeven. Samen met Peter Middeldorp was hij verantwoordelijk voor veel vernieuwingen in het blad. Zo verdwenen veel flauwe Britse humorstrips en kwam daar de wat prestigieuzere 'Trigië' van Don Lawrence en Mike Butterworth voor in de plaats. Ook haalde het duo veel strips binnen van het Belgische blad Robbedoes. In 1969 werkte Buissink zich op tot hoofdredacteur, terwijl Jan Kruis als art director en Martin Lodewijk als adviseur betrokken werden. Frans Buissink was mede-bedenker en scenarist van de piratenstrip 'Brammetje Bram', die vanaf 1970 door de Vlaamse tekenaar Eddy Ryssack voor Sjors werd gemaakt. Buissink nam tijdens de eerste drie jaren de scripts voor zijn rekening, waarna hij werd opgevolgd door Jacques Bakker, Piet Hein Broenland en Michel Noirret. Als "Buis" was hij ook verantwoordelijk voor de meeste verhalen van de titelstrip 'Sjors en Sjimmie', die destijds door Jan Steeman werd getekend. Onder hun samenwerking deden veel sciencefiction-elementen hun intrede, waaronder het buitenaardse wezen Slork. De 'Slork' keerde in 1979 terug, toen Dennie Christiaen 'Het Slorklied' uitbracht. Voor die gelegenheid werd door Steeman en Buissink een nieuw stripalbum uitgebracht, getiteld 'De Jacht op de Slork'.


Frans Buissink als hoofdredacteur van Tina

Hoofdredacteur bij Oberon
In de herfst van 1971 werd Buissink als hoofdredacteur voor andere jeugdbladen van De Spaarnestad, zoals Tina, Bobo en het populaire wetenschapsblad Kijk. Gezien De Spaarnestad al deel uitmaakte van het uitgeefconcern VNU werd Buissink een jaar later hoofdredacteur van het hele VNU portfolio voor deze demografie. Dit omvatte de bladen Donald Duck en Pep, beiden afkomstig van VNU-onderdeel De Geïllustreerde Pers. Oberon werd opgericht als overkoepelend orgaan voor al deze publicaties. Segmentatie was in die tijd het toverwoord en vele nieuwe (kortlopende) tijdschriften zagen het licht, zoals het hippieblad Loeloe (elf nummers in 1971), het extra maandblad voor meiden (Tina) Club (1973-1988) en het meer experimentele stripblad Baberiba (één nummer in 1974). Samen met de Britse partner IPC kocht VNU in 1973 de Duitse uitgeverij Kauka Verlag op. Buissink werd belast met het bedenken van nieuwe uitgeefmogelijkheden voor de Duitse markt, waaruit het blad Kobra (met Britse strips) voortkwam. Een gebrek aan succes en ook culturele verschillen zorgden ervoor dat het Duitse avontuur in 1979 werd stopgezet.

Het moet gezegd dat Buissinks rol als hoofdredacteur voor veel van de Oberon-titels vooral op papier bestond. Dagelijkse zaken werden doorgaans door andere redacteuren geregeld, zoals Rudy Jansen-van der Werff voor Tina, Paul Dekkers voor Donald Duck en Jan van Erp voor Baberiba. Buissink had een actievere rol in de laatste jaren van de bladen Sjors en Pep, alvorens zij in 1975 samengingen als Eppo. Zijn redacteurschap bij Pep betekende de terugkeer van Willy Lohmanns redactie-illustraties, de komst van nieuw talent als Robert van der Kroft, Uco Egmond en Henk Kuijpers, een meer hysterische lay-out, een reductie van het aantal pagina's en het zwart-wit supplement Peptoe (1974-1975).

In de periode 1975-1979 schreef Buissink ook af en toe korte stripverhalen voor het onafhankelijke stripblad De Vrije Balloen. Deze verhalen werden door tekenaars als Jan Steeman, Jan van Haasteren, Thé Tjong Khing en Gerry Voortman in beeld gebracht.


Zijn bazen riepen Frans Buissink op het matje vanwege een hikkende tamme potvis met de naam Hetty Hick in het 'Sjors & Sjimmie'-verhaal 'De pretvispiloten' (1971). Dit was een voor de hand liggende steek naar Hetty Hagebeuk, toen nog hoofdredacteur van Pep, die wel een borrel lustte.

Natuurjournalist
Halverwege de jaren 1970 schakelde Buissink over van de jeugd- en stripbladen naar journalisme over natuuronderwerpen voor andere VNU-titels. Hij schreef begeleidende teksten over dieren en planten bij de illustraties van Marjolein Bastin in Libelle en was vanaf 1979 mede-oprichter en redacteur van het natuurblad Grasduinen. Hij bleef ongeveer 15 jaar bij het blad en volgde midden jaren 1980 Ton in 't Veld als hoofdredacteur op. Hij schreef humoristische columns en zette ook zijn samenwerking met Bastin in dit blad verder. De twee werkten ook samen aan verschillende boekuitgaven over de natuur. In 1992 verliet Buissink de VNU en ging werken als freelance schrijver en redacteur voor andere natuurgerelateerde bladen te werken, zoals Panda van het Wereld Natuurfonds, VOGELS van de Nederlandse Vogelbescherming, en Landschap Noord-Holland, een stichting die het landschap en de natuur in deze provincie wil beschermen.

Buissink bleef ook actief als schilder, en specialiseerde zich in land- en zeezichten. Zijn werk is in galerieën door heel Nederland tentoongesteld. Frans Buissink overleed onverwacht op 28 januari 2019 in zijn woonplaats Valkkoog, op 75-jarige leeftijd. Vlak voor zijn dood blikte hij nog terug op zijn Oberon-jaren in het voorwoord van het tweede deel van 'De Complete Brammetje Bram' (Arboris, 2018).

www.fransbuissink.nl

Engelse biografie in de Comiclopedia
Register van tekenaars