Stripgeschiedenis

Remco Campert

Comic strip for NRC Handelsblad by Remco Campert
Strip door Remco Campert voor NRC/Handelsblad (1979)

Remco Campert is één van Nederlands beroemdste en populairste auteurs. Hij vestigde zijn naam via gedichten als 'Niet te Geloven' (1961) en zijn signatuurromans 'Het Leven Is Vurrukkuluk' (1962), 'Het Gangstermeisje' (1965), 'Tsjeempie! Of Liesje in Luiletterland' (1968) and 'Somberman's Actie' (1985). Vele bladen hebben zijn geestige, ironische columns gepubliceerd. Gedurende zijn carrière ontving hij vele prijzen en onderscheidingen. Minder bekend is dat hij ook cartoons en strips heeft gepubliceerd.

Vroege leven
Remco Wouter Campert werd in 1929 in Den Haag geboren. Zijn vader, Jan Campert, was een journalist en dichter, terwijl zijn moeder, Joekie Broedelet, een toneelactrice was. Beiden zouden later veel bekender worden. Jan Campert wordt vandaag vooral herinnerd als verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog en de schrijver van het iconische gedicht 'De Achttien Doden' (1941), over de executie van 18 verzetslieden. In 1943 werd hij gefusilleerd in kamp Neuengamme. Joekie Broedelet werd na de oorlog een bekend gezicht in verschillende Nederlandse televisieseries, zoals 'Sesamstraat', 'Van Kooten en De Bie' en 'Medisch Centrum West.' Campert heeft zijn vader nooit goed gekend, gezien zijn ouders scheidden toen hij slechts drie jaar oud was. Vanwege zijn moeders podiumcarrière werd hij vooral door zijn grootmoeder en een adoptiegezin opgevoed. Campert was een groot lezer en sterk beïnvloed door dichters als Paul van Ostaijen, W.C. Williams, Hans Lodeizen en Lucebert en schrijvers als Theo Thijssen, Fritz Steuben, Charles Dickens, Gerard Reve, Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald, Vladimir Nabokov, Raymond Queneau, W.F. Hermans en J.D. Salinger evenals columnisten als Art Buchwald, Robert Benchley en James Thurber. De jongeman verslond ook The New Yorker, waar hij het werk bewonderde van de eerder vermelde Thurber, Constantin Alajalov en vooral Saul Steinberg, wiens grafische stijl hij trachtte te imiteren.

Vroege strips
Als student aan het Amsterdamse Lyceum schreef Campert artikelen en tekende hij strips voor zijn schoolkrant HALO. Hij had een column, 'De Lyceumkroeg', waarin hij geïllustreerde gedichten schreef onder de pseudoniemen Erce (gebaseerd op zijn initialen), Vincent Moreno en Klungel (een woordspeling op Simon Carmiggelt's pseudoniem Kronkel). In oktober 1946 tekende hij een stripje genaamd 'Snuf Snuffel', geïnspireerd door Siem Praamsma's 'Jochem Jofel'. Zoals men kan verwachten van zulke vroege werken waren ze vrij amateuristisch. Een lezerspoll in de krant bracht aan het licht dat slechts weinig leerlingen zijn melige strips konden waarderen. In een artikel voor Ons Amsterdam (Patrick Van den Hanenberg, Ons Amsterdam, januari-februari 2018, blz. 37) werd Campert geciteerd over zijn vroege probeersels: "Ik tekende toen pas een half jaar, wist nog niets af van de constructie van stripfilmfiguren en ben begonnen ze domweg na te tekenen om de stijl te pakken te krijgen." Hij mijmerde dat hij enkel naar school ging om bijdragen tot deze krant te leveren. Veel van zijn overige tijd ging uit naar schrijven, tekenen en bibliotheken, bioscopen, jazzclubs en pubs bezoeken. In 1948 verliet hij de middelbare school, maar bleef toch nog drie maanden extra HALO's hoofdredacteur.

Tussen 1948 en 1952 verschenen Camperts cartoons ook in meer professionele bladen zoals Mandril - een Nederlands maandblad vergelijkbaar met The New Yorker, Alles Mag en de krant Het Parool. In 1952 huwde Campert Freddy Rutgers, die hem twee jaar later voor een andere bekende Nederlandse dichter in de steek liet: Gerrit Kouwenaar. In 1957 hertrouwde Campert met dichter en kunstenares Fritzi Harmsen van Beek, de dochter van stripauteurs Eelco Harmsen van Beek (bekend van 'Flipje van Tiel') en Freddie Langeler. Samenwerkend vanuit Fritzi's beruchte Villa Jagtlust in Blaricum maakten Remco en Fritzi een reeks moderne fabels die onder de titel 'Fabeltjes Vertellen' (1958) in Elseviers Weekblad verschenen. Hij schreef de verhalen terwijl zij ze illustreerde. In 1968 werden ze ook in boekvorm beschikbaar gemaakt. Fritzi maakte ook een strip, 'Rampoo & Zizi', voor haar eigen publicatie Jagtlusttijd, waarin een koppel voorkwam dat op hen gebaseerd was. Desondanks duurde Campert en Harmsen van Beek's huwelijk slechts een jaar. Hij hertrouwde in 1961 en 1996, en had tussendoor diverse andere relaties.

Comic for Mandrill by Remco Campert
Stripje voor Mandrill (1949).

Dichtcarrière
Nadat hij de middelbare school verlaten had haalde Campert een diploma in typen, wat hem aan een baan als vertaler en advertentieschrijver hielp. Sommige van de boeken die hij door de jaren heen vertaalde waren 'Der gute Ton' van Loriot (als 'Zo hoort het eigenlijk', 1958) en 'Pravda' (1968) van Guy Peellaert. Met mede-student Rudy Kousbroek richtte de jonge vertaler het literaire blad Braak (1950-1951) op dat, samen met Simon Vinkenoogs blad Blurb, een thuishaven werd voor de literaire beweging De Vijftigers. Dit was een losjes verbonden groep Nederlandse en Vlaamse dichters die spontane poëzie wilde maken. Om overanalysering te vermijden lieten ze punctuatie, rijm of eender welke traditionele dichtvorm weg. Campert surfte mee op de golf, maar was desondanks niet zo stoutmoedig in zijn literaire experimenten als de anderen. Hij veroorzaakte echter wel controverse met zijn gedicht 'Niet te Geloven' (1961), waarvan de regel "alles zoop en naaide" vele mensen opwond. Op 27 mei 1964 werd een uitzending van het literaire tv-programma 'Literaire Ontmoetingen' afgelast omdat de presentatoren dit specifieke gedicht wilden voordragen zonder de aanstootgevende regel weg te laten. Dit verdubbelde de dichters faam. Een andere regel van de auteur, 'Poëzie is een daad van bevestiging' (1955) is ook iconisch geworden.

Columns
Het grote publiek kent Campert vooral van zijn humoristische cursiefjes in kranten en bladen als Algemeen Dagblad, Elsevier, De Groene Amsterdammer, Haagse Post, Haarlems Dagblad, Maatstaf, Het Parool, Podium, Rails, Tirade, De Volkskrant en Vrij Nederland. Samen met dichter Bart Chabot en ex-voetballer en columnist Jan Mulder maakte hij tussen 1989 en 1995 een theatertournee waarbij uit eigen werk werd voorgelezen. Tussen 1996 en 2006 schreven hij en Mulder samen een gezamenlijke column in De Volkskrant onder het collectieve pseudoniem CaMu. Van 2014 tot 2018 lanceerde Campert een andere column onder de titel 'Somberman', gebaseerd op een literair personage dat hij in 1985 bedacht had. Hij verblijdde lezers van Elsevier met zijn column 'Dagelijksheden' (2016-2018). In Vlaanderen konden Camperts columns in Humo en Het Laatste Nieuws genoten worden. Lezers hielden van zijn speelse, ironische stijl, vol woordspelingen en zonder traditionele spelling. Het ademde een enorm gevoel van vrijheid uit en toonde vele jonge auteurs dat grote literatuur ook lichtvoetig kon zijn. Vergeleken met zijn meer gewichtige collega's binnen de Vijftigers was zijn werk veel toegankelijker en werd daarom ook meermaals herdrukt. In 1976 bewerkten Ate de Jong, Otto Jongerius, Paul de Lussanet en Orlow Seunke verschillende verhalen uit Camperts boek 'Alle Dagen Feest' (1955) tot een film, maar deze werd een commerciële flop.


Illustraties voor 'Tsjeempie' door Joost Roelofz (1976)

Romans
Tijdens de jaren 1960 werd Campert nog beroemder dankzij zijn komische romans. Zijn hoofdwerk, 'Het Leven is Vurrukkulluk' (1961), is een tragikomische blik op de verbonden levens van verschillende personages tijdens het verloop van één dag. Het boek is opmerkelijk vanwege haar frivool taalgebruik en tamelijk expliciete voorstellingen van drankgebruik, roken en seks. In 2018 werd het door Frans Weisz verfilmd, met Campert in een cameorolletje. 'Het Gangstermeisje' (1965) is een metafictief verhaal over een schrijver die aan writer's block lijdt, maar inspiratie vindt in een reeks vakantiegebeurtenissen waarvan hij beter weg blijft. Een jaar later werd ook dit verhaal door Weisz verfilmd. Camperts derde bekendste roman 'Tsjeempie! Of Liesje in Luiletterland' (1968) is een parodie op pornografische romans en de "vrije liefde" idealen van de hippiebeweging. Het verscheen onder de fonetische spelling van zijn naam, "Remko Kampurt". Bij de herdruk uit 1976 door De Bezige Bij werd het door Joost Roelofsz geïllustreerd. Tijdens de jaren '70 leed Campert lange tijd aan writer's block. In 1979 kreeg hij een nieuwe energiestoot, wat in zijn roman 'Somberman's Actie' (1985) uitmondde. In maart 2018 kondigde Campert het einde van al zijn literaire activiteiten aan.

Eén van Camperts kortverhalen, 'De Jongen Met Het Mes', werd in 2012 door Dick Matena tot een stripverhaal bewerkt voor een kerstnummer van HP/De Tijd.

Comic strip by Remco Campert
Strip door Remco Campert voor NRC/Handelsblad (1979)

Latere strips
Tijdens de jaren 1970 maakte Campert enkele tekeningen voor Haagse Post en in april 1979 publiceerde hij zes experimentele strips in de zaterdagbijlage van NRC/Handelsblad. Geïnspireerd door James Thurber, gebruikte hij een gelijkaardige losse aanpak. In haar biografie 'Een Knipperend Ogenblik' omschrijft Mirjam van Hengel deze strips als aardig beginnende cartoons die echter na enkele weken vergleden tot slechts een doorsnee gemiddelde krantenstrip. Voorspelbaar genoeg stopte Campert kort nadien met zijn strip.

Erkenning
Gedurende zijn lange carrière ontving Campert de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), Jan Campertprijs (1956), Anne Frank-prijs (1958), Prijs van de Amsterdamse Kunstraad (1960), P.C.-Hooft-prijs (1976), Cestoda-prijs (1987), Gouden Ganzenveer (2011), Gouden Schrijfmachine (2014) en de meest prestigieuze Nederlandstalige literaire prijs: Prijs der Nederlandse Letteren (2015). Hij won zowel de Poëzieprijs (1955) als de Prozaprijs (1959), uitgereikt door de stad Amsterdam. Sinds 2017 kan een deel van zijn gedicht 'Betere Tijden' (1970) bewonderd worden op de muur van een gebouw in de Van Miereveldstraat in Amsterdam. Het werd ontworpen door Lucas de Groot, Erwin Slaats en Serge Verheugen.

Boeken over Remco Campert
Wie in Remco Camperts leven en werk geïnteresseerd is, wordt Mirjam van Hengel's book 'Een Knipperend Ogenblik. Portret van Remco Campert, De Bezige Bij, 2018) warm aanbevolen.


Zelfportret

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars