Stripgeschiedenis

Albert Funke Küpper

strip van Albert Funke Küpper
Krelissie en Dirrekie (Utrechts Nieuwsblad, 30/01/1932)

Albert Johann Funke Küpper (Ruhrort, 24 maart 1894 - Nunspeet, 23 november 1934) was de oudste zoon van de van oorsprong Westfaalse kunstschilder Bernard Anton Funke Küpper, die na het huwelijk met een Nederlandse in Rotterdam was gaan wonen. Van zijn vader erfde en leerde hij de vaardigheid met de schilderskwast en tekenpen, overigens net als zijn broers Frans en Theo. Hij was kunstschilder, illustrator, (strip)tekenaar, karikaturist, etser, en tekenaar van politieke en journalistieke prenten. In 1912 werd hij onderwijzer in Rotterdam. Hij volgde in die stad ook een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Hij werd in 1914 gemobiliseerd, en in 1917 genaturaliseerd tot Nederlander. Hij keerde na de oorlog niet meer terug in het onderwijs, maar legde zich geheel toe op het tekenen en schilderen.

Pim en Puk
Voorwaarts, 24 augustus 1926

Tijdens een tentoonstelling van zijn werk, ontmoette hij de kunstcriticus van het Rotterdamse sociaal-democratische dagblad Voorwaarts. Dit leidde ertoe dat hij voor deze krant ging werken. Eerst als striptekenaar, als opvolger van Henk Backer, die na beëindiging van zijn strip 'Hansje Teddybeer' naar het Rotterdamsch Nieuwsblad was overgestapt. Later ging Funke Küpper er ook aan de slag als illustrator en als tekenaar van journalistieke en politieke prenten. Hij debuteerde er op 31 oktober 1923 met de strip 'Portretjes uit het leven van Krelissie en Dirrekie', over twee boerenjongens, die 20 maart 1924 in Voorwaarts zou lopen. Later werd de titel veranderd naar 'De geschiedenis van Krelissie en Dirrekie'. Zijn volgende strip voor deze krant was 'Kromme sprongen van Pim en Puk, de Konijnenpeuters', die liep van 15 maart 1926 tot en met 4 juli 1927.

Snuffelgraag en Knagelijntje, door Albert Funke Küpper

Albert nam in 1927 de populaire krantenstrip (plaatjes-serie, zoals dat toen genoemd werd) 'Snuffelgraag en Knagelijntje' over van Gerrit Rotman, die na onenigheid het blad Voorwaarts had verlaten. De tekst was van de journalist Arie Pleysier, met wie Funke bevriend was en wie hem mogelijk ook bij de arbeidersbeweging haalde. Albert Funke Küpper trad in vaste dienst van de krant, en zette deze strip over twee muizenkindertjes voort tot 18 oktober 1928. De strip werd eveneens in meer dan twintig Nederlandse en een aantal buitenlandse bladen geplaatst. Funke Küpper tekende zo'n 1600 prentjes voor de strip, en voegde muisjes van verschillende nationaliteiten aan de cast toe, zoals Tji Tjong Pi (een Chinees muisje), Ali ben Gejochte (Arabisch muisje) en Labbernoekas XXII (een donker muisje).

Dicky en Dirrekie Durf
Voorwaarts, 18 januari 1929

Van 3 december 1928 tot en met 1 augustus 1929 liep Funkes laatste strip in Voorwaarts: 'De wereldreis van Dicky en Dirrekie Durf', ook op tekst van Pleysier. Hierna vertrok de tekenaar naar Amsterdam om voor de Arbeiderspers te werken, waar hij zich aanvankelijk als illustrator voor de boekuitgaven en als politiek tekenaar voor het socialistische dagblad Het Volk profileerde. Hij toonde zich een sociaal bewogen mens, die sterk betrokken was bij het lot van de armen en verdrukten. Vanaf 1929 werd hij, als politiek tekenaar en karikaturist, de bezielende kracht achter het satirische weekblad De Notenkraker. Zozeer zelfs, dat dit blad na zijn dood in 1934 nog enkele jaren voortpruttelde om in 1936 geheel te verdwijnen. Funke maakte vooral veel anti-fascistische spotprenten voor dit tijdschrift.

Albert Funke Küpper was een van de belangrijkste tekenaars van de arbeidersbeweging, die werkte in verschillende stijlen en technieken. Hij overleed nadat zijn auto op 23 november 1934 op een onbewaakte spoorwegovergang in botsing kwam met een trein.

cover van De Notenkraker, door Albert Funke Küppercover van De Notenkraker, door Albert Funke Küpper

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars