Stripgeschiedenis

Gleever

Cover of Stripschrift, by Gleever

Gerard Leever, beter bekend onder zijn pseudoniem "Gleever" is één van Nederlands herkenbaarste auteurs van humoristische kinderstrips. Hij heeft gewerkt voor bladen als Eppo, Eppo/Wordt Vervolgd, Donald Duck, Taptoe, National Geographic Kids, Tina, Jetix Magazine en Suske en Wiske Weekblad, maar is vooral bekend van zijn langlopende strip 'Oktoknopie' (1985-2009), over een jongetje en zijn levende speelgoedpop. Zijn tweede bekendste reeks is 'Suus & Sas' (sinds 2001), over twee tweelingzusjes van tienerleeftijd. Tezelfdertijd is Gleever samen met Peter Pontiac van historisch belang als één van de eerste Nederlanders die autobiografische strips maakte.

Gerard Leever is op 30 april 1960 in Naarden geboren. Hij wist al op negenjarige leeftijd dat hij stripauteur wou worden. Hij werkte in stripwinkel Wammes in Bussum waar hij de legendarische tekenaar Filip Fermin leerde kennen, die de broer was van de eigenaar. Fermin gaf hem zijn eerste lessen in striptekenen. Zijn eerste poging uit deze tijd was 'Superhobo', een personage dat door Fermin bedacht werd en jaren later terugkeerde in Leevers bijdrage aan de 'Pincet'-reeks van De Plaatjesmakers. Na Fermin werden tekenaars als Daan Jippes, Albert Uderzo en Wilbert Plijnaar belangrijke invloeden voor Leevers werk.

Superhobo, by Gleever

Na zijn afgestuderen vervulde hij zijn militaire dienstplicht in Duitsland, waarvan hij een geïllustreerd dagboek bijhield - een vroege versie van zijn beroemde 'Gleever's Dagboek'. Leever zette in 1980 zijn autobiografische stripreeks verder in de stripinformatiebladen Striprofiel en Stripschrift. De afleveringen bieden een openhartige blik in het professionele leven van een striptekenaar en zijn worstelingen met klanten en collega's. Maar ook zijn familieleven, jeugd en persoonlijke onzekerheden worden behandeld, allen gekleurd met een absurde overdrijving of melancholische knipoog. 'Gleevers Dagboek' was het eerste stripdagboek in Nederland. Het genre werd tijdens de jaren 1990 opgepikt door een nieuwe golf vrouwelijke auteur, waaronder Barbara Stok en Maaike Hartjes, die over het algemeen vaak de eer krijgen als pioniers van dit type strips in Nederland. Het gebrek aan erkenning heeft Gleever altijd dwarsgezeten, maar gaf hem wel nieuwe inspiratie voor toekomstige afleveringen.

Gleever's Dagboek

In 1981 werd Leever door het stripblad Eppo binnengehaald om de puzzelpagina te tekenen. Hij nam tussen 1983 en 1984 ook kort de strip 'Eppo' over van Uco Egmond. Hij sloot zich aan bij de striptekenaarsgroep Studio Arnhem en ontwikkelde zich in deze inspirerende omgeving volledig tot professioneel stripauteur. De andere studioleden waren Hanco Kolk, Aloys Oosterwijk, René Meulenbroek, Ben Jansen en Evert Geradts. Leever was tussen juli 1982 tot eind 1985 bij de studio betrokken. Een vroege Gleever-productie uit zijn Studio Arnhem-tijd was een strip voor de OnderwijsWijzer, een supplement rond opvoeding dat in 1983 in diverse regionale kranten verscheen. Samen met Kolk en Meulenbroek schiep hij 'Ernst Vrolijk en Dik Hout' voor het Nederlandse katern van het Belgische blad Robbedoes. Voor hetzelfde blad produceerde hij ook de gagstrip 'De Vloek van Bangebroek' (1984-1985). Dit was zijn eerste solostrip in een mainstreamblad en ging over een dorp met vampieren, monsters en zombies.

De Vloek van Bangebroek by Gleever

Tijdens zijn Studio Arnhem-dagen leerde Leever ook Wilma Leenders kennen, zijn toekomstige vrouw en vaste inkleurder van al zijn werk. Wilma ontwikkelde zich tot Nederlands meest toonaangevende inkleurder van stripverhalen, en heeft met vele tekenaars en tijdschriften samengewerkt. Gerard en Wilma's kinderen, de tweeling Lonneke en Kelly en zoon Daan, hebben hun moeders gaven geërfd en werken ook als inkleurders voor de bladen Donald Duck en Tina.

Oktoknopie by Gleever
Oktoknopie

Gleever, zoals hij zijn werk ondertekent, vond vanaf midden jaren 1980 ook zijn weg naar andere bladen. In 1985 en 1986 maakte hij 'Kanaal 13' voor Eppo/Wordt Vervolgd in samenwerking met scenarist Jan van Die, een reeks over een fictieve televisiezender en haar queeste voor hogere kijkcijfers. Rond dezelfde tijd werd hij illustrator van de moppentrommel in het weekblad Donald Duck. Op 15 september 1985 begon hij zijn beroemde stripreeks 'Oktoknopie', die hem de prijs voor Beste Nederlandse stripboek uit 2000 opleverde. Deze strip over een reusachtige antropomorfe speelgoedoctopus verscheen op de laatste pagina van Taptoe totdat dit schoolblad in 2009 een restyling kreeg. Nadien liepen herdrukken van 'Oktoknopie' in het Nederlandse Nickelodeon Magazine en in de Spaanse uitgave National Geographic Kids.

Het Felix Flux Museum, by Gleever
Het Felix Flux Museum - De Roep van het Masker (1990)

Tussen 1989 en 1994 tekende Leever 'Het Felix Flux Museum' in Sjors & Sjimmie Stripblad, een avonturenreeks waarvoor hij samen met Kees de Boer de verhalen schreef. Leever en De Boer bedachten ook 'Junior Reporter' voor Junior, de jeugduitgave van het Rode Kruis (1989-1990). Leever werkt nog altijd regelmatig vanuit De Boers studio Funny Farm die op de oude locatie van Studio Arnhem gevestigd is.

Dik van Dieren by Gerard Leever
Dik van Dieren en zo

Toen 'Felix Flux' werd stopgezet ging Gleever naar Suske en Wiske Weekblad, waar hij 'Dik van Dieren en Zo' ging schrijven en tekenen. Deze strip ging over een voormalig labassistent die zijn eigen "oplossingsburo" opricht met een groepje bevrijde laboratoriumdieren. Deze strip liep tot het blad in 2004 ter ziele ging.

Gemengd Dubbel by Gleever
Gemengd Dubbel

In 1996 begon Leever in Troskompas een strip over een multiculturele familie, 'Gemengd Dubbel', andermaal een samenwerking met Jan van Die. 'Gemengd Dubbel' liep tot 2006. In 2001 schiep hij de gagstrip 'Suus & Sas', die sindsdien op de achterste pagina van het meidenblad Tina loopt. De strip won algauw de harten van Tina's lezeressen en blijft tot op de dag van vandaag de populairste stripreeks. Maandelijks maakt Leever ook een langer verhaal over de tienertweelingzusjes en hun omgang met jongens (vooral de knappe "friethunk" van de snackbar), hun irritante broertje en nog veel ergere leraren. Voor de vroegere afleveringen haalde Gleever veel van zijn inspiratie uit zijn eigen ervaring als vader van tweelingdochters.

Suus en Sas, by Gleever
Suus en Sas

Tussen 2006 en 2007 bedacht hij samen met Patty Klein 'Ria en Rinus', een strip voor het 50+ magazine Camé. Leever en Klein hebben nog een strip gemaakt over het openbaar vervoer, 'Dré en Gré in 't OV'. Deze strips werden in huis-aan-huis bladen in de regio Gelderland gepubliceerd. Tussen 2008 en 2009 maakte hij ook nieuwe verhalen van 'De Vloek van Bangebroek' voor Jetix Magazine. Gleever heeft verder ook 'Ben Benieuwd' in NOS Jeugdjournaal Magazine getekend en 'Pim, Pam en Pluis' (2007) in Roetsj. Voor het tijdschrift rond Paul van Loons Dolfje Weerwolfje rekende hij ook reeksen als 'De Yeti's' (2009-2012) en 'Weerwolfwezen' (2013).

In 2016 was Leever één van de zes Nederlandse tekenaars om voor S.O.S. Kinderdorpen een stripboek te tekenen met Willy Vandersteens 'Suske en Wiske' in de hoofdrol. Alle albums in deze reeks werden bedacht door een Bekende Nederlander. Leever maakte het verhaal 'De pientere pop' met columnist Aaf Brandt Corstius. Andere betrokken tekenaars waren Eric Heuvel, Michiel de Jong, Hanco Kolk, Romano Molenaar en Gerben Valkema. Voor de Nederlandse StripGlossy maakt hij verder crime noir stripverhalen geïnspireerd door EC Comics en 'The Spirit' van Will Eisner. Ook publiceerde dit blad een nieuw 'Ernst Vrolijk' verhaal, dat Leever samen met René Meulenbroek maakte (nummer 4, maart 2017). In 2017 leverde hij ook een bijdrage aan het collectieve felicitatie-album voor André Franquins 'Guust Flater', genaamd 'Gefelicitlaterd!' (2017).

De Yeti's by Gleever
De Yeti's

Door de jaren heen heeft Gerard Leever hij vele creaties op papier gezet, waarvan 'Oktoknopie' en 'Suus & Sas' de bekendste blijven. Ze hebben hem de eretitel "Godfather van de Nederlandse jeugdstrip" opgeleverd, maar even zo indrukwekkendste werk is zijn dagboekstrip 'Gleevers Dagboek', waarvoor hij in 1996 de Stripschapspenning ontving. Leever heeft verder ook de Stripschapspenning ontvangen voor albums van 'Oktoknopie' (2000), 'Dik van Dieren en Zo' (2004) en 'Pim, Pam & Pluis' (2013). In 2006 won hij voor zijn hele oeuvre de Stripschapsprijs.

Gleever's Dagboek

Engelse biografie in de Comiclopedia
Register van tekenaars

Externe link:
www.gleever.nl