Stripgeschiedenis

Lo Hartog van Banda

Lo Hartog van Banda

Lo Hartog van Banda was één van Nederlands meest productieve scenaristen, werkzaam voor zowel strips als kinderprogramma's. Hij was één van de trouwste medewerkers van Marten Toonder, vooral wat de strip 'Tom Poes' betreft. Hij heeft verder voor de meeste Nederlandse stripbladen uit de jaren '60 en '70 gewerkt en was ook de eerste Nederlandse schrijver die filosofische elementen in zijn stripscenario's verwerkte. Hij voegde daarnaast ook regelmatig occulte en magische thema's aan zijn verhalen toe.

Hij werd geboren als Lodewijk Hartog van Banda in Den Haag in 1916. De man werkte als journalist alvorens de Kunstacademie bij te wonen waar één van zijn leraren Paul Citroen was. Kort na zijn moeders dood brak hij zijn studie echter af en verhuisde naar Indonesië (destijds Nederlands-Indië), waar de 20-jarige jongeman werk vond als copywriter en reclametekenaar voor de Sumatraanse krant Deli Courant. Hij werd ten onrechte beschuldigd van anti-Engelse, anti-koloniale en communistische sympathieën en vlak na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 gevangen gezet. De jonge artiest spendeerde zes jaar in de cel in Indonesië en in Fort Nieuw-Amsterdam in Suriname. Na de Bevrijding keerde hij terug naar zijn vaderland, waar hij in augustus 1946 aankwam. Hij verkreeg een kantoorbaan op het Ministerie van Financiën, terwijl hij in zijn vrije tijd verhalen schreef. Nadat hij ontslag nam begon Banda te schrijven aan een jongensboek, 'De Wonderlijke Lamp van Professor Halowits', dat in 1948 door Uitgeverij West-Friesland op de markt werd gebracht. Samen met zijn viend Ben Abas publiceerde hij tussen 1948 en 1949 vier nummers van het sciencefiction/avonturentijdschrift Fantasie en Wetenschap. Hij schreef verder ondeugende verhalen voor het blad Cheerio! en avonturenfeuilletons voor de tijdschriften van De Geïllustreerde Pers.

De wonderlijke lamp
'De Wonderlijke Lamp van Professor Halowits', Lo Hartog van Banda's kinderboek uit 1948

Zijn eerste stripscenario was 'Fabulus de klokkendokter', wat in 1949 in een vakblad voor horlogemakers verscheen. Tegen die tijd had Hartog van Banda al een baan bij de Indonesische verzekeringsmaatschappij NILLMIJ, terwijl hij tussen 1949 en 1952 ook actuariële wiskunde studeerde. Na zijn afstuderen gaf hij zijn baan op en vond werk bij de studio van Marten Toonder. Banda had in 1948 al eens bij Toonder gesolliciteerd, maar was geweigerd. Nu zette hij zijn droom om in een dreigement. Hij schreef een persoonlijke brief aan Toonder waarin hij opmerkte dat hij een eigen strip had, 'Baron van Tast', die hij aan de redactie van Het Algemeen Handelsblad zou voorstellen als vervanging van de minst populaire Toonder-strip 'Olle Kapoen'. Zijn gewaagde plan werkte en in 1952 werd Hartog van Banda ingehuurd als scenarist. De 'Baron van Tast' strip met tekeningen van Ben Abas werd echter geweigerd, maar de plot werd hergebruikt voor een verhaal van 'Baron Bluff' en hertekend door Jan van Wensveen.


Fabulus de Klokkendokter, Hartog van Banda's eerste stripverhaal. De tekenaar is onbekend. Misschien Ben Abas, of Banda zelf?

Lo Hartog van Banda werd algauw één van de belangrijkste scenaristen voor de firma en nam deel aan de meeste van hun lopende producties. Hij was ook een mentor voor andere scenaristen, zoals Eiso Toonder en Harry van den Eerenbeemt. Hij was één van de weinige medewerkers die ballonstrips kon schrijven en werd een regulier scenarist voor de wekelijkse 'Tom Poes'-strips voor Donald Duck en Wereldkroniek, die werden getekend door Wim Lensen en Frits Godhelp. Voor het verhaal 'Het Ding X13' bedacht hij het personage Professor Zbigniew Prlwytzkofsky, die ook later in de krantenstrip een terugkerende bijrol zou spelen. Hartog van Banda maakte ook belangrijke bijdragen tot de krantenstrip van 'Tom Poes en heer Bommel'. Samen met Marten Toonder werkte hij de plots uit, waarna Toonder alles uitschreef en tekenaars als Ben van 't Klooster en Ben van Voorn de tekeningen liet voorzien. Tijdens deze periode evolueerde de dagstrip ook van een kinderreeks in een tekststrip met literaire kwaliteiten. Banda verklaarde eens in een interview dat hij zijn scenario's als een partijtje schaak benaderde: "Je kunt zeggen dat Tom Poes een witte loper is. hij zal nooit iets zwarts doen. Terwijl Bommel juist een paard is, die kun je overal heen manoeuvreren met kromme sprongen: Bommel is niet rechtlijnig. Die kun je in iedere toestand manoeuvreren. Tom Poes is reuze handig voor de lijn van het verhaal: zou je alleen met Bommel werken. dan kom je nergens."

De Bovenbazen
Lo Hartog van Banda had een belangrijke rol in het plot van het klassieke Tom Poes-verhaal 'De Bovenbazen' (tekeningen van by Dick Matena, 1964). In dit verhaal krijgt Bommel te maken met de bovenste kringen van de beleggingswereld.

Banda schreef de volledige scripts voor Toonders andere grote krantenstrip 'Panda' die getekend werd door artiesten als Ben van Voorn, Harry Hargreaves en Dick Matena. Hij schreef aanvankelijk zowel de Engelse ballonversie voor The Evening News en de bewerkte tekststripversie voor de Nederlandse kranten. Hij probeerde typisch Britse elementen in zijn reeksen toe te passen, zoals het gebruik van understatements en creëerde complexere intriges waarin de booswicht Joris Goedbloed een meer prominente rol kreeg. Hij was ook een sleutelfiguur in de creatie van 'Koning Hollewijn', een persiflage op de Nederlandse politiek, maar zich afspelend in een fictief koninkrijk. De reeks verscheen vanaf 1954 in De Telegraaf. Om wat tegenwicht te bieden aan Toonders nogal filosofische protagonist schiep Banda de ietwat onconventionelere secretaresse Wiebeline Wip. Verschillende verhalen van de strip 'Kappie' werden ook in collaboratie met Banda geschreven en getekend door Joop Hillenius en Jan van Haasteren.

Hollewijn by Lo Hartog van Banda
Voor de Koning Hollewijn-strip bedacht Lo Hartog van Banda het figuurtje Wiebel Wip ('Koning Hollewijn en de zoekgeraakte rechten', tekeningen van Toonder Studio's)

Een ware kameleon zijnde hielp Banda ook andere scenaristen met hun reeksen. Hij scheef de teksten en dialogen voor krantenstrips als 'Otto van Irtin' van Gerrit Stapel en 'Eric de Noorman' van Hans G. Kresse, alsook de plot van de 'Aram van de Eilanden'-aflevering 'De Ondergang van Ur' voor Piet Wijn. Voor De Telegraaf schreef Hartog van Banda de plots voor tekstverhalen met 'Opa en Oma' (1959-1960), waarvan de scenario's verder ontwikkeld werden door Geert Elfferich en Jan Moraal, terwijl Thé Tjong-Khing de illustraties verzorgde. Hij heeft verder ook nog diverse verhalen geschreven rond de Disneypersonages 'Hiawatha' en 'De Grote Boze Wolf', die de studio vanaf midden jaren 1960 voor het weekblad Donald Duck produceerde, alhoewel Andries Brandt en Patty Klein de voornaamste auteurs voor deze producties waren.

Banda bedacht drie eigen krantenstrips voor de Toonder Studio's, waarvan de sciencefictionreeks 'Martin Evans' (1955) de eerste was. De strip liep in een aantal Scandinavische kranten en werd oorspronkelijk door Ben Abas getekend, al werd die al snel vervangen werd door Dick Vlottes. Na twee verhalen werd de serie onderbroken. Enkele jaren later schreef Hartog van Banda twee extra verhalen die door Harry van den Eerenbeemt tot volwaardige plots werden uitgewerkt, terwijl Gerrit Stapel de tekeningen verzorgde. Voor een vrouwelijk publiek creëerde Banda ook de ballonstrip 'Het Dagboek van Marion', wat als een Nederlands antwoord op Stan Drake's soortgelijke strip 'The Heart of Juliet Jones' gezien kan worden. Hij past het dagboekformat toe voor deze strips die voornamelijk rond mode draaiden en zich in frivole locaties als Parijs afspeelden. 'Marion' verscheen aanvankelijk in De Telegraaf' (1957-1961), getekend door illustrator Jan Wesseling. Niet alle achttien verhalen waren echter van Banda's hand, Harry van den Eerenbeemt heeft er ook een aantal geschreven.

Het Spiegelpaleis
Student Tijloos - Het Spiegelpaleis (tekeningen van Thé Tjong Khing)

Lo Hartog van Banda's meest opmerkelijke werk tijdens zijn Toonder Studio-periode was wellicht 'Student Tijloos'. Aanvankelijk een project dat Toonder in 1959 met Jan Kruis had ontwikkeld maar nooit iets mee gedaan, werd het in 1961 door Banda nieuw leven in geblazen en naar zijn eigen hand gezet. Hij schreef zes verhalen over de romantische student Tijloos die elke aflevering van studierichting verandert en destijds in het Algemeen Dagblad liepen. De meeste verhalen werden door Gerrit Stapel getekend, maar het derde avontuur, getekend door Thé Tjong-Khing, wordt thans als een meesterwerk beschouwd. In 'Het Spiegelpaleis' studeert Tijloos architectuur en leert een meisje kennen dat in een mysterieus huis woont dat de persoonlijkheid van de bewoners beïnvloedt. De sterk filosofische verhaallijn was zeer ongewoon voor een Nederlandse strip destijds en was een voorloper op Banda's latere samenwerkingen met Khing.

In November 1965 kwamen Banda's samenwerking met Toonder ten einde, nadat hij een interview aan de Haagse Post had gegeven over zijn werk. Zonder Banda's medeweten had de journalist vertrouwelijke informatie over de gang van zaken binnen de studio weten te verkrijgen. Het artikel was zeer kritisch over Toonders methodes, terugval in kwaliteit en onthulde het publiek geheim dat het meeste werk eigenlijk door Toonder's assistenten gedaan werd, in plaats van hemzelf. Al deze onthullingen en de algemeen kritische toon werden zonder Banda in te lichten of zijn toestemming te vragen door de journalist toegevoegd. Bijgevolg raakte de sowieso al wankele verstandshouding tussen Banda en Toonder nog meer verziekt. Banda had voorheen al zijn meesters aanbod afgewezen om samen met hem naar Ierland te verhuizen en voelde ook niet veel voor het aanbod om studiohoofd te worden. Hij spendeerde de volgende 15 maanden in de reclame-industrie, gevolgd door een kort baantje bij Joop Geesink's Dollywood Studios. In de tussentijd schreef hij ook verhalen voor Hanna-Barbera's 'The Flintstones'-maandelijkse stripboeken die door De Geïllustreerde Pers werden uitgegeven.

Arman en Ilva
Arman en Ilva - De Perfecte Kringloop (tekeningen van Thé Tjong Khing)

Banda's samenwerking met Khing werd voortgezet met het kleurrijke en psychedelische album 'Iris' (1968) dat door De Bezige Bij werd uitgegeven. Dit door pop art geïnspireerde boek wordt dikwijls als de eerste Nederlandse "graphic novel" beschouwd. Het duo creëerde vervolgens de space opera 'Arman en Ilva' (1969-1975) die via de Toonder Studio's in diverse regionale Nederlandse kranten verscheen. In tegenstelling tot andere sciencefictionsaga's had 'Arman en Ilva' geen heroïsche hoofdfiguren of hoog-technologische ruimtetuigen. De nadruk van deze verhalen rond een futuristische Adam en Eva lag minder op wetenschap en meer op fictie en de personages. Hartog van Banda heeft geen ver afgelegen sterrenstelsels nodig voor zijn plots. In plaats daarvan gebruikt hij de flats van de Amsterdamse wijk Bijlmermeer als inspiratie voor het desolate landschap van het verhaal 'De Perfecte Kringloop' (1972). In een ander verhaal, 'De Bijzonder Begaafden' (1971) onderzoekt hij de gevaren van kunstmatige intelligentie. Duistere en occulte elementen vormen de basis van het verhaal 'Het Poppenhuis' (1970), terwijl de persoonlijkheid van hoofdpersonage Ilva in vraag wordt gesteld in 'Een Robot Is Ook Maar Een Mens' (1969). In 1975 zetten Khing en Banda een punt achter deze strip. Gerrit Stapel tekende nog vijf extra verhalen tot 1976. Brabantia Nostra publiceerde tussen 1977 en 1983 een eerste reeks in boekvorm. De eerste Nederlandse "psychologische sciencefictionstrip" wordt nog steeds als een klassieker beschouwd en is sinds 2006 in een luxe-uitgave beschikbaar, uitgegeven door Sherpa.


De Argonautjes (Pep #31, 1968)

Vanaf 1968 was Lo Hartog van Banda ook een productief scenarist voor de jeugdbladen van De Geïllustreerde Pers. Zijn belangrijkste productie was voor Pep, waarvoor wie hij de meest geprofileerde auteur was tussen 1968 en 1972. Samen met Dick Matena creëerde hij 'De Argonautjes', een strip gebaseerd op Griekse mythologie, waarvoor hij tussen 1968 en 1972 scripts schreef. Een andere opvallende strip voor Pep was de superheldenparodie 'Blook' met Johnn Bakker, waarvoor hij de eerste vijf verhalen schreef (1969-1972). Banda en Matena werkten ook samen aan drie verhalen rond 'Ridder Roodhart' (1969-1971) en voor Henk 't Jong schreef Banda de eerste twee verhalen van de sciencefctionstrip 'Titus' (1971-1972). Hij schreef verder afleveringen van Gideon Brugmans horrorparodie 'Ambrosius' en Jan van Haasterens absurde reeks rond de hallucinerende 'Baron van Tast tot Zeveren'.


Arad en Maya, tekeningen van Jan Steeman (Sjors #20, 1972)

Voor Sjors schiep Hartog van Banda de sciencefictionreeks 'Arad en Maya' (1970-1974) met Jan Steeman en werkte hij met Joanika en Börge Ring aan de strip 'Distel' (1970-1972). Hij pende ook vele verhalen neer voor het meisjesblad Tina, waarvan de thrillerstrip 'De Twee van Oldenhoek' (1975) met Thé Tjong-Khing lezers het meest genegen in de herinnering is gebleven. Samen met Gideon Brugman maakte hij 'Patty en de Big Silver Bull Band' (1971-1976), over een meisje en haar rockband. In 1973 werd er zelfs een singeltje genaamd 'Papatoe' (1973) rond opgenomen. Alhoewel het zogezegd door het strippersonage Patty gezongen werd was de zangeres eigenlijk Marion Bieshorst uit Den Haag. Zij bracht in 1974 via Polydor nog twee extra singles uit onder de naam "Patty", namelijk 'Ricky Radio' en 'Lazy Baby'.

Patty en de Big Silver Bull Band
Patty en de Big Silver Bull Band, met tekenwerk van Gideon Brugman (Tina #48, 1971)

Hartog van Banda was ook één van de oorspronkelijke medewerkers van De Vrije Balloen, het onafhankelijke stripblad dat in 1975 op initiatief van Patty Klein en Jan van Haasteren werd gelanceerd. Hij had tegen die tijd echter de meeste van zijn stripactiviteiten laten vallen en de reeksen die nog verder liepen aan Patty Klein doorgespeeld. In plaats daarvan begon hij een nieuwe carrière als auteur van enkele van de succesvolste Nederlandse kinderprogramma's uit die tijd. Hartog van Banda had zijn eerste televisieproducties geschreven toen hij nog voor de Toonderstudio werkte, waaronder een poppenfilm met Tom Poes en Olivier B. Bommel in de hoofdrollen. In zijn eentje had hij ook de sprookjes voor het kinderspelprogramma 'Er Was Eens...' (1956) op de VPRO neergepend. Maar hij drukte pas echt zijn stempel met de tv-serie 'TiTa Tovenaar' (1972-1974) over een tovenaar (Ton Lensink) en zijn dochter (Maroesja Lacunes). Alhoewel de oorspronkelijke show in korte afleveringen van telkens vijf minuten was uitgezonden bleef ze ook populair in heruitzendingen en inspireerde tientallen boeken, platen en andere merchandising. In 1974 adapteerde Frans Piët de tv-serie ook in een stripreeks die in het blad Televizier verscheen.

Een andere populaire tv-serie door Lo Hartog van Banda was de poppenserie 'De Bereboot' (1976-1978), over een groep beren die per boot de wereld rondvaren. Er werden in totaal 407 afleveringen ingeblikt die qua lengte varieerden tussen vijf à 10 minuten en dagelijks door de NOS en VARA werden uitgezonden. Deze serie werd gevolgd door de poppenreeks 'De Astronautjes' (1978-1979). Trudy Libosan, Maroesja Lacunes, Jan Borkus en Paul van Gorcum deden stemmetjes, terwijl Joop Stokkermans de muziek componeerde. Hartog van Banda's dochter, Helen (1949), schreef boeken gebaseerd op de serie, terwijl Ton Beek het tot een stripversie bewerkte voor het peuterblad Bobo.

Begin jaren 1980 keerde Lo Hartog van Banda terug naar de stripindustrie toen de Franse uitgever Dargaud plannen maakte om een maandblad rond 'Astérix' door René Goscinny en Albert Uderzo op te starten. Banda zag na Goscinny's dood in 1977 kans om zichzelf als nieuwe scenarist voor de reeks te presenteren. Hij schreef een dertig pagina's tellend script waarbij Daan Jippes de tekeningen verzorgde. Volgens de legende voelde Uderzo zich zo bedreigd door Jippes' grafische talent dat hij het project resoluut afwees. Anderzijds zal het feit dat het blad Asterix Mensuel nooit het daglicht zag een iets logischer verklaring zijn waarom het verhaal nooit afgewerkt werd. Banda schreef vervolgens drie verhalen voor Morris' cowboyreeks 'Lucky Luke', zijnde: 'Fingers' ('Fingers', 1983), 'Nitroglycérine' ('Nitroglycerine', 1987) and 'Chasse aux fantômes' ('Spokenjacht', 1992). Het eerstgenoemde verhaal wordt algemeen beschouwd als één van de beste 'Lucky Luke'-verhalen na Goscinny's overlijden. In 1975 won Lo Hartog van Banda de Stripschapprijs voor zijn ganse oeuvre. Hij overleed in februari 2006 op 89-jarige leeftijd. Eén van zijn laatste projecten was het script voor een musical gebaseed op 'Ti Ta Tovenaar' en hij werkte ook aan scenario's voor een revival van deze serie die uiteindelijk in 2008-2009 op de buis zou komen. Zijn zoon Rolf Hartog van Banda heeft ook strips geschreven, zoals 'Sidi en Smook' (met Kees de Boer, 1992) voor Donald Duck en vele verhalen voor Tina tussen eind jaren '80 en begin jaren 2000. Rolf heeft ook samen met zijn vader aan zowel 'De Bereboot' als 'De Astronautjes' gewerkt.

Lo Hartog van Banda
Foto: Rob van der Nol

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars