Stripgeschiedenis

Windig & De Jong


Heinz strip uit 1991 met gastoptreden Kees Kousemaker in stripwinkel Lambiek

René Windig & Eddie de Jong zijn een onafscheidelijk Nederlands stripduo, beter bekend als simpelweg Windig & De Jong. Er wordt ook vaak naar hen verwezen als "Gezellig & Leuk", naar het stripblad dat ze tijdens de jaren 1970 en 1980 anoniem vorm- en uitgaven. Ze hebben hilarische parodieën gemaakt op klassieke strips als 'Oom Wim' uit het weekblad Robbedoes, Walt Disney's 'Donald Duck' en Alfred Mazure's 'Dick Bos', maar staan vooral bekend om hun eigen gagstrip 'Heinz' (1987-2000, 2004-2006), over een knorrige gestreepte kat. Windig en De Jong hebben hun eigen universum gecreëerd, gevuld met zowel menselijke als antropomorfe personages, met vele cross-overs en gastoptredens in andere strips. Hun werk wordt gekenmerkt door een voorliefde voor absurditeit, ouderwets taalgebruik en onnozele humor.

René Windig & Eddie de Jong

Beide tekenaars werden in Amsterdam geboren: Eddie de Jong op 16 oktober 1950 en René Windig op 9 november 1951. René's vader was fotograaf Ad Windig (1912-1996), één van de fotografen die Amsterdam tijdens de Duitse bezetting in de laatste oorlogsjaren stiekem op camera vastlegde. Hij speelde een belangrijke rol in de naoorlogse Nederlandse fotografie en was een mentor voor fotografen als Ed van der Elsken en Philip Mechanicus. Zowel René als Eddie groeiden op met de 'Donald Duck' verhalen van Carl Barks en de strips uit het weekblad Robbedoes, voornamelijk die van André Franquin en Morris. Andere invloeden op hun toekomstige werk waren de Vlaamse grootmeesters Willy Vandersteen en Marc Sleen, de Amerikaanse auteurs Charles M. Schulz en George Herriman en de Nederlandse striptekenaar en illustrator Carol Voges. Windig ontwikkelde via zijn vader ook een interesse in artiesten als Pablo Picasso, Karel Appel, Vincent Van Gogh, Hokoesai en Saul Steinberg. Windig (de langste van de twee) en De Jong (de korte) begonnen hun samenwerking aan de lokale Barlaeus Gymnasium waar ze, samen met hun vrienden Hans van Amstel, Hans Rot en Hans Niepoth, "De Vijf Slijmerds" vormden. De gorep hield zich onder schooltijd vooral bezig met het vervaardigen van stripverhalen: ieder tekende om de beurt een plaatje en gaf telkens zo zijn eigen draai aan het verhaal. Al bij deze vroege pogingen parodieerden ze andere stripfiguren, zoals de alwetende 'Oom Wim' uit Robbedoes. Kort daarna publiceerde het vijftal hun tekeningen in het alternatieve tijdschrift Aloha en lanceerden ze in 1973 het eerste nummer van Gezellig & Leuk.

Den Verhalentrommel van Oom Wim, door Windig en De Jong

In dit zelf uitgegeven tijdschrift zetten Windig en De Jong hun parodie op de klassieke educatieve en moraliserende Robbedoesstrip 'Oom Wim' verder. De originele Oom Wim was een wijze oom die altijd ruzies tussen zijn jonge neefjes onderbrak om hen een verhaal te vertellen. Als hij uitgepraat was verkondigde hij dan aan zowel hen als de lezertjes zijn moraal. Windig en De Jongs versie bevat dezelfde visuele stijl en opzet als het origineel, maar was veel onnozeler. De melige zedenlessen en het archaïsche taalgebruik zijn frequente doelwitten. Wim wordt voorgesteld als een licht seniele gek die regelmatig vergeet waar hij nu ook al weer over bezig was. Soms missen zijn moralen een punt of ook maar iets dat als zodanig omschreven zou kunnen worden. 'Oom Wim' verscheen tijdens dit decennium ook in andere bladen, zoals Caramba en Gummi.

Donald Duck, door Windig en De Jong
Donald Duck - De Superverkoper (Donald Duck #9, 1975)

Na de publicatie van Gezellig & Leuk 1 gingen de Vijf Slijmerds uit elkaar, terwijl Windig en De Jong als duo verder gingen. Na een tip van Lambiek-medewerker Filip Fermin solliciteerden ze bij De Geïllustreerde Pers voor een baan bij Pep, maar degene met wie ze een afspraak hadden bleek afwezig te zijn. Gezien de redactie van Donald Duck in hetzelfde gebouw zat, gingen Windig en De Jong dan maar daarheen en werden prompt aangenomen. In 1974 maakten ze zeven korte verhalen met Donald in de hoofdrol, waarbij ze doelbewust Carl Barks' stijl probeerden te benaderen. Afgezien van een aantal verhalen die door de redacteuren Thom Roep en Paul Deckers werden geschreven, penden ze de meeste van hun scripts zelf. Toch werden ze algauw ontslagen omdat hun verhalen iets te excentriek en ongepast voor het doelpubliek werden bevonden. Veel strips hebben een nogal agressieve toon waarbij figuren aldoor tegen elkaar schreeuwen en gewelddadig worden. Tegelijkertijd waren sommige tekeningen qua Disney-normen een beetje uit model. Opmerkelijk is dat de hedendaagse tekenaar Mau Heymans een vergelijkbare excentrieke tekenstijl voor zijn 'Donald Duck'-verhalen toepast! Maar dit waren andere tijden en De Windig en De Jongs laatste (officiële) Duck-verhaal werd in begin 1975 gepubliceerd.

Donald Duck by Windig and De Jong
Donald Duck (Gezellig & Leuk 2, april 1977)

Terwijl Windig en De Jong ergens blij waren te vertrekken – de regels van het Disneyconcern waren te beperkend – voelden ze zich toch verbitterd over de hele ervaring. De eigenzinnige heren besloten hun frustraties in nieuwe nummers van hun eigen blad Gezellig & Leuk af te reageren. Het tweede nummer werd in 1977 uitgegeven, vier jaar na het vorige. Ze tekenden nieuwe 'Donald Duck' verhalen waarbij ze opnieuw Barks imiteerden, zij op een manier die alle heisa over hun eerdere Duck-strips zwaar overdreven deed lijken. In deze versie werd Donald als een humeurige en vuilgebekte klootzak voorgesteld. In één verhaal wordt hij dronken en verkwist Kwik, Kwek en Kwaks kinderbijslag aan alcohol. Nadien wordt hij door een prostituee beroofd en slachtoffer van anti-homogeweld. In een ander verhaal wordt hij opgesloten nadat hij een etentje tussen Katrien en haar buitenechtelijke minnaar heeft verziekt.

Theun by Windig and De Jong
Theun (uit: Fnirwak, 1983)

Windig en De Jong vulden eigenhandig drie verdere nummers van Gezellig & Leuk in 1978, 1979 en 1982, waarbij ze originele personages als 'Père Leonard' (1978), 'Pietje Pelikaan' (1979) en boer 'Theun' introduceerden. Vooral Theun dook nog regelmatig op in verschillende van hun latere producties. Voor het tijdschrift Caramba bedachten ze nog strips met de werkloze (en semi-autobiografische) clowns 'Zappo & Pipetti' (1978) in de hoofdrol, die door de straten van Amsterdam banjeren.

Dick Bosch by Windig & De Jong
Dick Bosch strip uit De Waarheid

De hilarische parodie van Alfred Mazure's jaren 1940-held 'Dick Bos', kundig omgedoopt in 'Dick Bosch', verscheen voor het eerst in het verhaal 'Dick Bosch en het geheim van Den Schpuit' (1980) in het tijdschrift Supergum. De met overdreven ouderwetse uitdrukkingen en clichés gevulde strip verscheen later in Wordt Vervolgd (1981), De Balloen (1982) en het kraakblad Bluf! (1983). De strip werd ook als krantengagstrip in De Waarheid (1983) en Brabants Nieuwsblad (1983) gepubliceerd. Langere verhalen verschenen in Gezellig & Leuk en later ook als tekststrip in de Amsterdamse krant Het Parool ('Dick in den Grooten Stad', 1988).

Dick Bosch by Windig and De Jong
Dick Bosch

Nadat Caramba verdween sloot het duo zich in 1979 bij Ger van Wulften en zijn kliek bij uitgeverij Espee aan. Ze droegen bij tot Van Wulftens alternatieve stripblad Gummi en Van Wulften verzamelde veel van hun eerdere werk in boeken als 'Ouwe Troep' (1980) en 'Fnirwak, Boek vol Vertwijfeling en Hoop' (1983). Een selectie van Windigs krabbels en schetsen werd in het grote boek 'René Windig Tekeningen' verzameld. Het tweetal en hun uitgever kwamen zelden overeen, maar Van Wulften gaf hen wel volledige creatieve vrijheid. Vooral toen ze als redacteuren van het alternatieve stripblad De Balloen (1982-1983) werden aangesteld, een blad dat een voortzetting van De Vrije Balloen was. Samen met Aart Clerkx, Gerrit de Jager, Wim Stevenhagen, Hein de Kort, Willem Vleeschouwer, Peti Buchel, Eric Schreurs en andere auteurs vulden ze de pagina's van De Balloen vanuit Van Wulftens studio in de Amsterdamse Raamstraat. Het tijdschrift was een creatief hoogtepunt tijdens de jaren 1980, maar het plezier duurde niet lang. Er vonden steeds heviger wrijvingen tussen Van Wulften en zijn artiesten plaats. Op zeker moment gebruikten de auteurs De Balloen als een uitlaatklep voor hun frustraties. Gerrit de Jager heeft zijn ervaringen met Ger van Wulften in de autobiografische grafische roman 'Door Zonder Familie' (2013) vervat en men kan Windig en De Jong makkelijk herkennen te midden van het Espee gezelschap.

De BalloenGezellig en Leuk 6

Het slotnummer van De Balloen verscheen in 1983, waarna Windig en De Jong hun eigen studio in de Warmoesstraat oprichtten, vlak boven een condoomwinkel. Ze namen Paul Bodoni, Aart Clerkx en Mark Smeets met zich mee, met wie ze vanuit hun eigen stichting drie extra nummers van Gezellig & Leuk (1984-1986) maakten. Behalve werk van de voorheen vermelde auteurs bevatten de publicaties bijdragen door Kamagurka, Herr Seele, Hein de Kort, Eric Schreurs, Peter Pontiac en Wim Stevenhagen. In de rest van het decennium bracht de Stichting Gezellig en Leuk ook diverse boeken uit met werk van Windig & De Jong, Bodoni, Clerkx en Smeets.


Rockin' Belly en visverkoper Jopie in Gezellig & Leuk #7

In 1984 vroeg hun vriend Frans de Wit Windig en De Jong om een strip voor het krakersblad Bluf te maken. Als hoofdfiguur kozen ze De Wit zelf, die zanger in de band De Rockin' Belly Bende was, waar Windig ook de harmonica verzorgde. De avonturen van de krakende punker 'Rockin' Belly' verschenen tot 1985 in Bluf. Extra personages waren de visboer Jopie (die eigenlijk uit 'Dick Bosch' voortkwam) en een kat die later bekend zou worden als 'Heinz'. Windig en De Jong illustreerden ook concertposters en twee singlecovers voor de groep, die door Dancing Cat Records werden uitgegeven ('Heinz' was de mascotte van het label). Tegen 1986 verscheen de strip in Goochem, de kinderpagina van het Amsterdamse dagblad Het Parool. Dit betekende het eigenlijke debuut van de eigengereide kat 'Heinz', die ook een volwassen publiek wist aan te trekken. Heinz' solostrip debuteerde op 2 januari 1987 als vervanger van Gerrit de Jagers strip 'Liefde en Geluk'.

Rockin' Belly by Windig en De Jong
Rockin' Belly strip uit 1987

Heinz' populariteit groeide algauw ook buiten de Amsterdamse stadsgrenzen, toen zijn avonturen in verschillende regionale en lokale kranten verschenen. Tegen 1988 werd 'Heinz' in de Belgische kranten Het Volk en De Nieuwe Gids gepubliceerd en in 1992 ook een tijdje in de Zweedse krant Dagens Nyhheter. Afleveringen in kleur werden in de bladen Nieuwe Revu (1989, in de rubriek 'Graphouderskade') en Sjors & Sjimmie Stripblad (1991) gepubliceerd. Afgezien van één pauzejaar in 1992 werkten Windig en De Jong twaalf jaar lang aan de avonturen van hun humeurige kat, die geleidelijk aan filosofischer werd. De Stichting Gezellig & Leuk bracht tussen 1988 en 1990 boekcollecties uit, waarna Hansje Joustra's Oog & Blik deze taak tussen 1992 en 2006 overnam.

Heinz by Windig & De Jong

Daarnaast bracht het duo ook de eigentijdse strip over visventer 'Ome Cor' uit, die van december 1987 tot februari 1988 als promotionele strip in Het Parool liep. Ze illustreerden de brievenrubriek in Sjors & Sjimmie Stripblad (1990-1997) en ontwikkelden in 1995 een boekje met het figuurtje 'Decibel' voor het personeel van de telefoonmaatschappij PTT om de overgang van Nederlandse telefoonnummers naar tien cijfers in goede banen te leiden. De echte Rockin' Belly bracht in 1991 en 1999 twee extra albums uit onder de naam Belly Goes Bonkers, waarvoor Windig en De Jong uiteraard ook de hoesillustraties maakten. Ze illustreerden tevens de filosofische en poëtische schrijfsels van het duo Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes.

comic art by René Windig

Eén bepaalde gebeurtenis in 1999 veroorzaakte een keerpunt in hun carrière. Om persoonlijke redenen leverde het duo een tijdje oude afleveringen van 'Heinz' aan de kranten. Een attente lezer merkte dit op, waarna diverse kranten 'Heinz' lieten vallen, vooral in Brabant. Dit temperde hun enthousiasme om nog langer verder te gaan, maar toch tekenden Windig en De Jong nog één jaar extra nieuwe afleveringen van 'Heinz'. Toen Windig en De Jong in 2000 een punt achter hun bezigheden zetten waren veel fans verbijsterd. Ter vervanging maakten ze plannen voor een animatiefilm rond 'Heinz', die door Zig Zag Film vervaardigd zou worden. Het was niet de eerste keer dat Windig en De Jong zich aan tekenfilms waagden. Al na hun ontslag bij Donald Duck in 1975 hadden ze aan een animatiefilm gewerkt die 'Pee Pee Cluck Cluck' heette maar nooit het daglicht zag. Helaas onderging 'Heinz the Movie' hetzelfde lot, ondanks vele aankondigingen en persartikelen in 2001 en 2002. Het voorgestelde storyboard werd in Het Parool als strip geplaatst, waar Heinz tussen maart 2004 en februari 2006 een comeback maakte. De nieuwe 'Heinz'-strip, nu in kleur en soepeler getekend, werd door nieuwe strookjes vergezeld die de personages 'Eend', 'Kabouter', 'Sliske' en 'Hund' in de hoofdrollen hadden. In in het boek 'Beffen-IJf' (2006) werden deze stripjes verzameld. Al deze wezens waren naar hun soortnaam vernoemd, behalve Sliske die een slissende versie van Willy Vandersteens 'Wiske' was.

Vanaf dat moment richtten Windig en De Jong zich op het inkleuren van hun oude zwart-wit strips voor een nakende bloemlezing. De kleurenstrips verschenen ook in het Franse Disneyblad Picsou (2007) en de gratis treinkrant Metro (2010). Alhoewel de tekenaars sinds 2006 geen nieuwe strips meer hadden gemaakt produceerden ze wel nieuwe introductiepagina's met een 'Oom Wim'-achtig konijn voor deze 'Heinz van H tot Z'-collectie. Ze voorzagen ook de uitvoerige annotaties in samenwerking met hun grafisch ontwerper Cyril Koopmeiners. Het eerste boek, 'H', werd eind 2009 door Oog & Blik uitgegeven met een voorwoord door hun goede vriend Kees Kousemaker. In november 2009 werd het ook officieel door Bindervoet en Henkes in Lambiek gepresenteerd. De volgende afleveringen hadden voorwoorden door Joost Swarte ('E', 2010), uitgever Hansje Joustra ('I', 2012) en de schrijvers zelf ('N', 2016). Een herwerkt stripverhaal gebaseerd op het oude filmscript werd in 2011 onder de titel 'Heinz de graphic novel' uitgebracht. Nieuwe geruchten rond een 'Heinz'-film doken sinds 2012 op. Een nieuw voorstel, met een script van Piet Kroon, werd in 2015 met succes via crowdfundingsplatform CineCrowd financieel ondersteund.

Windig and De Jong
Windig en De Jong starten Heinz weer op in 1992

Windig en De Jongs samenwerking kan uniek genoemd worden. Ze schrijven, tekenen, inkten en kleuren al hun producties zelf en het is onmogelijk te zeggen wie wat deed. Alle strips zijn effectief teamwerk, al waren er korte periodes waarbij één van hen al het werk deed terwijl de ander op vakantie was. Windig en De Jong schrijven veel van hun inspiratie en werklust toe aan hun grote collectie platen van Dolly Parton en The Stanley Brothers die ze haast non-stop in hun studio spelen. Behalve hilarische humor en kleurrijke personages zijn de 'Heinz'-strips gevuld met inside jokes en jeugdsentiment. De auteurs verwijzen regelmatig naar sterren, reclamespotjes, boeken, strips en andere popcultuurfenomenen uit hun jeugd.

Heinz by Windig & De Jong
Heinz met Kapitein Iglo, van de bekende vissticksreclames (jaren 1990)

Verschillende van Windig en De Jong's oudere creaties hadden gastoptredens in 'Heinz', zoals 'Jopie de Visboer', 'Dick Bosch', 'Oom Wim', 'Theun' en zelfs hun huisdieren! Sterker nog: Heinz zelf is op René Windigs kat gebaseerd en Frits de kat en Jodocus de schildpad waren ook echte dieren. Het tweetal speelde met het krantenstripformaat door hun personage regelmatig andere strips te laten bezoeken of commentaar op de andere strips op de strippagina te laten geven. Sommige afleveringen tonen 'Heinz' in "geleende" decors uit andere strips, zoals Marten Toonders 'Tom Poes' en Hal Fosters 'Prince Valiant'. Al deze verwijzingen en paaseitjes staan exact in kaart gebracht en verklaard in de 'Heinz van H tot Z' boeken.

Heinz in Tom Poes setting
Heinz is in 1986 verdwaald in Marten Toonders Tom Poes-strip. Dit specifieke plaatje verwijst naar de laatste strook van het allerlaatste Tom Poes-verhaal, waarin Tom Poes ook met zijn knapzak de wijde wereld in trekt

Hun speelse humor kende in Nederland geen voorgangers. Alhoewel deze geworteld is in de anarchistische undergroundbeweging van de jaren 1970 tonen ze ook grote affectie voor de mainstream striphelden uit hun kindertijd. De plaagstoten die ze aan de werken van andere tekenaars uitdelen zijn weliswaar bijtend, maar nooit vulgair. Wat dat betreft steken Windig en De Jongs pastiches met kop en schouders boven alle andere stripparodieën uit de jaren 1980 uit. De illegale en vooral seks-georiënteerde stripboeken met Willy Vandersteens 'Suske en Wiske', Hergé's 'Kuifje', Morris' 'Lucky Luke' en Peyo's 'De Smurfen' teerden zwaar op niet-karakteristiek gedrag. Ze toonden hun doelwitten in compromitterende daden of gebruikten hen om een politiek statement te maken. Windig en De Jong daarentegen overdreven de bestaande karaktertrekken van hun onderwerpen. Hun 'Oom Wim' is een nóg meer betweterige zeurpiet dan het origineel. Hun Donald Duck heeft nog meer pech en heviger driftbuien dan in de Disney-strips, terwijl de bravoure van hun 'Dick Bosch' nog buitenissiger is dan Mazure's origineel.

Het Spook van de Kerkstraat, door Windig en De JongStrip3daagse poster, door Windig en De Jong
Promotiewerk voor stripwinkel Lambiek en de Strip 3 Daagse in Den Haag in 1989

Windig en De Jong zijn met hun humoristische en rebelse natuur twee kleurrijke figuren in de Amsterdamse stripwereld. Hun verschillende studio's in de stad zijn een ontmoetingsplaats geweest voor tekenaars uit het hele land. Nadat ze in de Warmoesstraat (1984-1991) werkten openden ze een studio in de Nieuwe Herengracht (1991-2000). Hun uiteindelijke studio in de Nieuwe Amstelstraat (2005-2011) huisvestte tussen 2009 en 2011 een daadwerkelijk Heinz-museum. Het museum was een vrolijke rommel en men kon er zijn ogen uitkijken te midden van de vele snuisterijen en vrije kunstwerken aan de muren, waaronder hun verzameling Dolly Parton memorabilia. Windig en De Jongs tekenwerk is meermaals tentoongesteld in Galerie Lambiek.

photo of Eddie de Jong and Kuifje, the dutch version of Tintin
Eddie de Jong doet constructiewerk in Galerie Lambiek (2009)

Na hun eerste tentoonstelling in oktober 1993, 'The Stupid World of Heinz', keerden ze in september 1999 naar Galerie Lambiek terug met 'Proost, Heinz!', daarna in december 2002 met 'Miniatures' en in augustus-september 2006 met 'The Heinz Empire'. Maar hun connectie met Lambiek gaat verder dan louter tentoonstellingen. Ze zijn regelmatige gasten tijdens alle feestjes, openingen en bijeenkomsten en hebben tekenwerk geleverd voor advertenties, een boekenbon en de oude website. Vele jaren lang begroette een groot schaalmodel van 'Heinz' de klanten voor de gevel van de oude Lambiek-winkel in de Kerkstraat.

The Heinz EmpireThe Heinz Empire
Miniatuurwerkjes en schilderijtjes uit de expositie The Heinz Empire (2006)

Eddie de Jong brengt vandaag de dag grote delen van het jaar door in de VS, waar hij van tijd tot tijd constructiewerk doet. Windig heeft zich op persoonlijker kunstprojecten gericht. Hij vult schetsboeken en doeken met originele kunstwerken geïnspireerd door foto's, kunstbewegingen (COBRA, impressionisme), exotische culturen (Afrika, Japan, Oceanië), de natuur en de stad. Humor is vanzelfsprekend nog steeds een belangrijk aspect bij deze creaties, vooral in zijn mini-schilderijen en ontwerpen van malle vogels. Windigs vogels worden sinds 2009 door Parastone tot standbeeeldjes gehouwen. Hij speelt verder in de bands De Wilma's en Rootsclub.

In april 2017 nam René Windig deel aan Wasco's kunstproject in de WGKunst galerie in Amsterdam. Samen met negen andere artiesten werkte hij zij aan zij, zowel in groepsverband als solo, aan het bedenken van monsters en andere gruwelijke en rare wezens. Het eindresultaat waren diverse schilderijen, muurschilderingen, collagekunstwerken, illustraties en strips die nadien in de galerie werden tentoongesteld. Een overzichtscatalogus werd ook uitgegeven. De andere deelnemende artiesten waren Ge Wasco, Anne Stalinski, Jeroen Funke, Merel Barends, Tommy A., Peter de Wit, Dace Sietina, Lae Schäfer en Eliane Gerrits.

comic art by René Windig
Windigs homage aan George Herriman

In 1984 werd aan Windig en De Jong een Stripschapspenning uitgereikt voor hun boek 'Fnirwak', maar ze verkochten de prijs nog op hetzelfde festival zodat ze hun treinticket naar huis konden betalen. Het duo ontving in 1991 de Stripschapprijs en in 1992 de NZH stripprijs voor hun boek 'De Groote Dick Bosch Almanak'. Windig en De Jong hebben een blijvende stempel op de volgende generatie van Nederlandse gagstripauteurs nagelaten. Sporen van hun typische humor kan teruggevonden worden in populaire strips als 'Dirk Jan' door Mark Retera en 'Beestjes' van Schwantz. Ze hebben ook het werk van Luc Cromheecke, Jean-Marc van Tol, Jean-Paul Arends, Hallie Lama, Ruben Libgott, Patrice van der Linden, ckoe en het Lamelos collectief beïnvloed.

Heinz by Windig & De Jong
Menig Heinz strip eindiigde aldus...

Engelse biografie van Windig & De Jong
Register van tekenaars

Gezellig en Leuk homepage
www.renewindig.nl