Stripgeschiedenis

Frans Piët

Bij de ArabierenBij de IndianenNieuwe Avonturen

De Haarlemse tekenaar Frans Piët (17 februari 1905 - 5 januari 1997) is vooral bekend geworden als tekenaar van 'Sjors en Sjimmie', maar dat betekent bepaald niet dat hij geen andere strips gemaakt heeft. De jonge Franciscus Antonius Henricus Piët was niet van plan om de slagerzaak van zijn vader over te nemen. Hij wilde aanvankelijk een carrière in de muziek. Piët bespeelde viool en saxofoon en speelde zelfs enige tijd in de beroemde formatie The Blue Ramblers van Pi Scheffer.

Simmy en Wo-Wang, door Frans Piët

Maar ook het tekenen lonkte. Hij volgde een cursus bij de Press Art School in Londen. Rond dezelfde tijd tekende hij freelance moppen, cartoons en illustraties voor uitgeverij De Spaarnestad. Ook maakte hij samen met zijn vrouw Mary een strip over een Chineesje en een negertje. Dit was 'De Avonturen van Wo-Wang en Simmy'. De strip werd door het persbureau Pax in Amsterdam verspreid en begon vanaf april en mei 1933 te lopen in regionale kranten als de Leidsche Courant, het Haarlems Dagblad en het Utrechts Nieuwsblad, maar ook in het tijdschrift Zonneschijn van 1936 tot 1939.

De Gebroeders Goochem, door Frans Piët

In 1933 vertrok de familie Piët voor enige tijd naar Parijs, waar Frans aan de Vrije Academie van Montparnasse studeerde. Na zijn terugkeer in Nederland werkte Piët weer aan enkele kortlopende krantenstrips, zoals 'De Luchtrovers van Hoitika' (1936, verschillende kranten en in boekvorm), 'De Gebroeders Goochem' (1935-36, Amersfoortse Courant, De Volkskrant) en 'De Lotgevallen van Piet Krent en Jan Oliebol' (1937, Amersfoortse Courant).

Sjors van de Rebellenclub door Frans Piët
Vroege Sjors door Piët uit Sjors van de Rebellenclub nummer 47 van 1938

Nadat uitgeverij Protin et Vuidar uit Luik in 1936 een Franstalige albumuitgave van 'Wo-Sang en Simmy' op de markt had gebracht, werd Piët door Spaarnestad-redacteur Lou Vierhout gevraagd om een Nederlandse versie van de strip 'Sjors van de Rebellenclub' te gaan tekenen.

SjorsBassie

De wortels van deze strip liggen in Amerika, waar Martin Branner voor de Chicago Tribune de zondagsstrip 'Perry and the Rinkydinks' als spin-off van zijn dagstrip 'Winnie Winkle' tekende. De Spaarnestad nam deze strip eerst over in het blad De Humorist en vanaf 1935 in een eigen tijdschrift, dat als bijlage van Panorama verscheen. In 1938 trad Piët in vaste dienst van De Spaarnestad en begon hij zijn lange carrière als tekenaar van 'Sjors'.

Sjors en Sjimmie door Frans Piët
Sjors en Sjimmie in de rimboe (1961)

Piët werkte oorspronkelijk samen met zijn vrouw aan de verhaaltjes over het jongetje Sjors dat met zijn drie vriendjes allerlei kwajongensstreken uithaalt. Op verzoek van Vierhout verhollandste Piët de strip door Sjors naar zijn oom en tante in Natteveen te sturen. De Amerikaanse skylines en auto's maakten plaats voor Hollandse molens en landschappen.

Jossie Jovel, door Frans Piet
Jossie Jovel

Piët werkte tijdens de oorlog gestaag door. Naast 'Sjors' maakte hij illustraties voor verschillende tijdschriften, evenals de strip 'Jossie Jovel' voor De Humorist (1941-42). In 1943 verscheen van zijn hand bij uitgeverij Keesmaat het geïllustreerde boek 'Bassie, het verhaal van den zeeman'. Pas eind 1942 kregen zowel Sjors van de Rebellenclub als Panorama een drukverbod.

Sjors en Sjimmie door Frans Piët
Sjors en Sjimmie - Avonturen in Minasoussa (1956)

Na de oorlog begonnen Piët en Lou Vierhout opnieuw aan 'Sjors', eerst weer als gagstrip in Panorama, maar vanaf 1949 als avonturenstrip. De Rebellenclub werd vervangen door het negertje Sjimmie, waarvoor Piët zijn originele figuurtje Simmy gebruikte. Vooral in de periode dat zij achterop de Panorama stonden, bereikten de spannende avonturen van Sjors en Sjimmie een groot publiek en werden zij legendarische helden voor een hele generatie. Al vrij gauw werden de belevenissen ook gebundeld in boekvorm en vanaf 1954 nam Piëts achterneef Hans Keller het schrijfwerk voor zijn rekening.

Streken van een Kleine Strop door Frans Piët

Wanneer De Spaarnestad in 1950 het blad Rebellenclub lanceert, was Piët aanwezig met de gagstrip 'Uit de luierjaren van Sjors'. Deze strip verscheen onder de titel 'Streken van een Kleine Strop' eveneens in het blad Grabbelton (1950-54). Verder was Piët rond deze periode hoofd van de tekenstudio van De Spaarnestad aan het Nassauplein, waar hij samen met tekenaars als Bert Bus, Harry Balm en Nico van Dam de illustraties verzorgde voor de tijdschriften van de Haarlemse uitgeverij.

Sjors en Sjimmie door Frans Piët
Sjors en Sjimmie in Wonderland (1958)

Frans Piët werkte tot zijn pensioen ononderbroken door aan 'Sjors en Sjimmie', op een korte periode in 1957 na toen Carol Voges de strip tijdelijk overnam. Vanaf 1963 verschenen de avonturen niet meer in Panorama, maar in het tijdschrift Sjors. Het personage werd gemoderniseerd, of sterker nog, de oude Sjors werd letterlijk vervangen door een nieuwe!

Sjors en Sjimmie door Frans Piët
Sjors en Sjimmie - De Tijdmachine (1960)

In 1969 droeg Piët 'Sjors en Sjimmie' over aan Jan Kruis, die op zijn beurt weer werd opgevolgd door Jan Steeman en uiteindelijk Robert van der Kroft. Na zijn penionering tekende Frans Piët in 1974 nog wel stripversie van 'Ti Ta Tovenaar' voor Televizier.

Sjors en Sjimmie door Frans Piët
Sjors-strip uit 1968 (nummer 45)

Frans Piët kreeg in 1991 een koninklijke onderscheiding voor zijn artistieke prestaties en tijdens de Haarlemse stripdagen van 1992 en 1994 werd hij nog eens in het zonnetje gezet. Hij overleed op zondag 5 januari 1997 op 91-jarige leeftijd.

Frans Piët

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars