Stripgeschiedenis

George van Raemdonck

Bulletje en Boonestaak
Bulletje en Boonestaak

George van Raemdonck (28 augustus 1888 - 28 januari 1966) is geboren in Antwerpen, België, als zoon van gegoede ouders. Zijn vader, apotheker van beroep, was tevens een bekwaam tekenaar. Aangezien zijn Franse moeder vroeg was overleden, werd George van Raemdonck voornamelijk opgevoed door zijn grootmoeder. Omdat hij beschikte over muzikaal talent, zond zijn vader hem naar het conservatorium om viool te studeren. Tegelijkertijd legde George zich toe op schilderen, en in 1903, vijftien jaar oud, schreef hij zich in bij de Koninklijke Academie der Schone Kunsten te Antwerpen, waar hij les kreeg van Franz Courtens, en waar hij in 1913 de De Keyer's prijs ontving. In die tijd tekende hij al illustraties bij verschillende volksromans en voor geïllustreerd weekblad Lange Wapper.

Bulletje en Boonestaak, eerste boek
Bulletje en Boonestaak, eerste boek

Vanwege de oorlog vluchtte George op 9 oktober 1914 met vrouw en kind naar Nederland, waar hij vanaf 6 december 1914 politieke prenten tekende voor De Amsterdammer (later: De Groene Amsterdammer). De redactie ontvangt hem met het volgende bericht:

"Tot de Belgen, die uit vrees voor Duitschland's heirscharen begin October hun toevlucht op onzen bodem zochten, behoort ook de jonge kunstenaar George van Raemdonck. Een man van begaafdheid en vernuft is die 26-jarige leerling van den Belgischen kunstenaar Franz Courtens, die hem aan de koninklijke academie voor schone kunsten inwijdde in de geheimen der schilderkunst. (..) Werk van den schilder-tekenaar, die er aan denkt zich voor goed hier te lande te vestigen, wordt op het ogenblik tentoongesteld in den Larenschen kunsthandel en de dagbladen, die er melding van maken, laten zich zeer gunstig uit over den artistieken aard van zijn arbeid."

De schrijver A.M. de Jong is onder de indruk van het werk van George en vraagt hem eind 1917 het kinderboek 'Vacantiedagen' te illustreren. In 1920 stapte George over naar De Notenkraker, waarvoor hij veel politieke tekeningen maakte, tot het einde van het blad in juli 1936.

De Wereldreis van Bulletje en Boonestaak

In 1922 trekt A.M. de Jong zijn vriend George van Raemdonck aan voor het maken van tekeningen voor de tekststrip 'Bulletje en Boonestaak'. Deze strip verschijnt vanaf 2 mei 1922 vijftien jaar lang, tot en met 17 november 1937, in Het Volk en Voorwaarts. Tenminste 66 boekuitgaven van 'Bulletje en Boonestaak' zijn bekend. De strip 'Bulletje en Boonestaak' (in sommige herdrukken: 'Bulletje en Bonestaak') kan beschouwd worden als een klassieker.

Bulletje en Boonestaak zeeziek

Het grote succes van de twee kwajongens berust ook op het feit dat de schrijver wars was van enige pedagogische zoetsappigheid en zijn hoofdfiguren, waar het zo uitkwam, lustig liet schelden, braken, geweld gebruiken of zelfs in adamskostuum rondlopen. In het voorwoord van de eerste boekuitgave, in 1923, verklaart A.M. de Jong het volgende:

"Gedurende het verschijnen van de avonturen der wereldreizigers in 'Het Volk' hebben ons meermalen protesten bereikt van verontruste menschen, in wie de zucht tot opvoeden een fanatiek karakter heeft aangenomen. Zij waren bevreesd, dat de twee snaken gevaarlijk zouden blijken voor het glazen huisje, waarin zij eerlijk meenden, dat hun eigen lievelingen moesten worden opgekweekt tot voorbeeldige, tot smettelooze, tot ware modelmenschen. Hun vrees komt ons voor een heel klein beetje ongezond, onwijsgeerig en lichtelijk amusant te zijn, getuigende bovendien van een al te star theoretisch en dogmatisch opvoedkundig begrip, dat steeds voert tot de wat griezelige vrees, zich aan koud water te branden.

De geestelijk vader van Bulletje en Boonestaak heeft de eerlijke pretentie ook iets van de practijk van opvoedkunde te weten. Theoretisch is hij minder vast in de leer. Herhaaldelijk mompelt hij onder het schrijven een variant op Schaper's gevleugelde woord en benadrukt met wreedaardige vreugde: "Maling aan de paedagogerij". Het is een erge bekentenis, maar ze heeft het voordeel eerlijk te zijn."

Beroemd is de scène waarin de twee hoofdrolspelers aan Jopie Slim en Dikkie Bigmans, de Engelse stripfiguren van De Telegraaf, een pak slaag geven. Andere hoogtepunten zijn de eerste hoofdtransplantatie uit de geschiedenis, avonturen met de menseneter Dinsdag, de reizen van Sindbad de Zeeman en de vele overige verhalen van Ouwe Hein.

A.M de Jong door George van RaemdonckRegelmatig liet George A.M. in zijn tekeningen optreden en A.M. op zijn beurt trachtte George nogal eens in zijn tekst te vangen.

Vermakelijk zijn de kuisingen die voor de Van Nelle-uitgave (1928-1931) werden uitgevoerd en triest zijn de kuisingen die, zonder de nabestaanden te raadplegen, door Het Vrije Volk in de krant (1947-1951) en later bij de herdruk van de boeken (1949-1959) werden doorgevoerd. 'Bulletje en Boonestaak' verscheen als eerste Nederlandse strip in 1924 in een andere taal, Duits, en in 1926 volgde een Franstalige uitgave.

Appelsnoet en GoudbaardAppelsnoet en Goudbaard

De tekststrip 'Appelsnoet en Goudbaard', weer een samenwerking van Van Raemdonck en De Jong, verscheen tussen 1925 en 1927 in het tijdschrift Blue Band. Van 29 oktober t/m 14 december 1931 maakt hij voor regionale kranten als het Utrechts Nieuwsblad ook nog de dierenstrip 'De stoute streken van Boefie en Foefie, de rattenbengels'.

Na de oorlog ontstond in België een hechte samenwerking tussen George van Raemdonck en de schrijver L. Roelandt (pseudoniem van Jef van Droogenbroeck), wat resulteerde in de tekststrip 'Tijl Uilenspiegel', die vanaf 1964 in het dagblad Vooruit verscheen. Andere strips die hij samen met Roelandt maakte zijn 'Smidje Smee' en 'Robinson Crusoë'. George van Raemdonck was niet de eerste Nederlandse, maar wel de eerste Vlaamse striptekenaar. In eigen land genoot hij echter nauwelijks bekendheid.

(Met dank aan: "Bulletje en Boonestaak, Feiten en Verhalen," samengesteld door Jan Kooijman en Hans Stoovelaar)

George van Raemdonck

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars