Stripgeschiedenis

Peter Vos

strip for Ratio, by Peter Vos (1964)
Stripverhaal voor Ratio (1964).

Peter Vos was een Nederlands illustrator en graficus die vooral bekend staat om zijn gedetailleerde pen-en-inkt tekeningen en aqurellen van vogels. Hij maakte ook vele tekeningen van mythische wezens, metamorfoses en erotische scènes, allen gekarakteriseerd door een melancholisch gevoel voor humor. De kunstenaar had een sterk observatievermogen en kon bij zijn onderwerpen de subtielste karaktertrekken en onregelmatigheden waarnemen. Vos wist zelfs de persoonlijkheid van een vogel te treffen, zodat hij achteraf kon nagaan welke voor hem geposeerd hadden. Zijn lievelingsonderwerp was de bescheiden en niet-pretentieuze mus, die misschien nog het beste zijn eigen karakter weerspiegelde. Peter Vos had geen artistieke pretenties. Hij tekende omdat hij het moest en de hele tijd door. Hij had ook geen commerciële aspiraties. Wanneer iemand een van zijn tekeningen mooi vond gaf hij hem simpelweg weg.

Jonge jaren en vroege carrière
Petrus Antonius Carolus Augustinus Vos werd op 15 september 1935 in Utrecht geboren. Zijn vader Cornelis J. Vos was de drijvende kracht achter De Gemeenschap, een plaatselijk blad en uitgeverij voor jonge katholieken. Zijn moeder Netty Hofland werkte als een hoedenmaker voor Gerzon. Vader Vos had vele contacten in artistieke kringen en moedigde zijn zoon aan om zijn tekentalent verder te ontwikkelen. Vos begon algauw gedetailleerde tekeningen in zijn schoolnotitieboeken te maken. Tot zijn voornaamste invloeden behoorden klassieke meesters als Rembrandt, Francisco de Goya, Diego Velázquez en Henri de Toulouse-Lautrec. Zijn eerste boek bestond uit een reeks portretten van zijn vader, vormgegeven als pastiches op klassieke meesters. Toepasselijk 'Het eerste boek Vos' (1952) genoemd, was het het eerste van vele boeken die hij maakte waarvan nooit meer dan één druk verscheen. Vos ontwikkelde tijdens zijn opleiding aan het Sint Bonifatiuslyceum in Utrecht een levenslange fascinatie voor Grieks-Romeinse mythologie. Mythologische verhalen, locaties en wezens bleven door zijn hele carrière een inspiratie vormen. Hij schreef zich in 1953 in voor de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar de schilder Otto de Kat en de graficus Kuno Brinks zijn leraren waren. Vos vestigde zich het jaar erop in de Nederlandse hoofdstad.

Scheppingsverhaal by Peter Vos
'Scheppingsverhaal'.

Carrière als illustrator
Datzelfde jaar publiceerde Het Spectrum 'De kok van Marienbad', een poëziecollectie door Daan Zonderland en het eerste boek waarvoor Vos de illustraties maakte. Hij begon in 1956 voor het Utrechtse dagblad Het Centrum illustraties te maken. Twee jaar later publiceerde het blad ook zijn eerste en enige echte strip, 'Sylvester en Sebastiaan' (1958-1959). Een andere strip door Vos is 'Meneer Miereneter' (rond 1960), maar het is onbekend waar en of deze gepubliceerd is?

Peter Vos werd in 1957 een illustrator en cartoonist voor het studentenblad Propria Cures en begon in 1959 zijn lange samenwerking met Vrij Nederland. Hij ging van start als de cartoonist voor 'Vrij Blijvend', een parodiecolumn door Rinus Ferdinandusse en Hugo Brandt Corstius. Het betekende het debuut van Vos' leeuwtje, een antropomorfe voorstelling van de Nederlandse burger tijdens zijn dagelijkse strijd. Het personage werd in 1965 de mascotte van 'Terzijde', een reeks oneliners door Toon Verhoeven. Peter Vos tekende 43 jaar lang een wekelijkse leeuw voor Vrij Nederland, ook nadat hij al zijn overige commerciële activiteiten had laten vallen. Hij maakte daarnaast regelmatig illustraties voor de literaire tijdschriften Hollands Weekblad, Tirade en Maatstaf. In 1964 nam Vos ook deel aan de stripspecial van het literaire maandblad Ratio (november-december 1964), die ook werk bevatte van Rupert van der Linden, Guus Boissevain, Marten Toonder, Frank Lodeizen, Frits Müller, Wim Boost, Opland, Hugh Jans, Waldemar Post, Thé Tjong-Khing en Peter van Straaten.

Drawing for Vrij Nederland by Peter Vos
Leeuw met maraboe (Vrij Nederland, rond 2000).

Peter Vos maakte tussen 1953 en 2006 vele prachtige boekillustraties, vaak rond dieren of sprookjes. Vroeg werk bevatte illustraties voor meer dichtbundels van Daan Zonderland, een fabelboek door Leo Vroman en diverse boeken van zijn vriend Rinus Ferdinandusse. Hij illustreerde ook werken door schrijvers en essayisten als Raoul Chapkis (Hugo Brandt Corstius), Paul Rodenko, Anton Koolhaas, Renate Rubinstein, Simon Carmiggelt, Koos van Zomeren en Rudy Kousbroek, evenals kinderboeken door Paul Biegel ('De Twaalf Rovers', 1971) en Bouke Jagt ('De Pozzebokken', 1971). Hij leverde ook de illustraties voor een Nederlandse herdruk van George Orwells 'Animal Farm' in 1969 en deed hetzelfde met een herdruk van Orwells andere klassieker, '1984' toen het jaar van deze toekomstroman effectief aangebroken was. Het opmerkelijkst waren zijn gedetailleerde pentekeningen voor 'Sprookjes van de Lage Landen' (De Bezige Bij, 1972), een verzameling Nederlandse en Vlaamse sprookjes, bijeengebracht door Eelke de Jong en Hans Sleutelaar. Hij leverde verder illustraties voor de sequels 'De onbekende lotgevallen van Klein Duimpje en Hans & Grietje' (1973) en 'Nieuwe Sprookjes van de Lage Landen' (1974). Peter Vos' eerste soloboek was 'Scheppingsverhaal' (Contact, 1966), waarin hij zijn versie van het Scheppingsverhaal bracht, wat hij in 1959 als Sinterklaasgeschenk voor zijn vriendin Mieke Heijbroek gemaakt had. Een bestseller werd 'Beestenkwartet' (1970), een reeks spelkaarten met tekeningen van fantasiedieren gebaseerd op Nederlandse zegszwijzen.

Drawing by Peter Vos for Hollands Maandblad #293 (1972)
Tekening voor Hollands Maandblad #293 (1972)

Vogels
Deze sprookjesverhalen waren zo'n krachttoer voor hem dat hij na de tweede helft van de jaren 1970 amper nog commerciële opdrachten aannam. Hij focuste zich geheel op persoonlijke projecten en bracht vele uren door in de Amsterdamse dierentuin Artis om er vogels te bestuderen. De resultaten werden in het boekje 'Een Studie in Grijs' (1980) bijeengebracht. Hij maakte tijdens zijn vele reizen naar Spanje en Eilat, Israël, ook honderden vogeltekeningen. Peter Vos' privéleven en innerlijke strijd werden krachtig vertegenwoordigd in zijn meer persoonlijke tekeningen. Al op vroege leeftijd maakte hij verschillende tekeningen aan zijn vaders sterfbed. Hij behandelde later de scheiding van zijn eerste vrouw in een reeks tekeningen die hij de "depressiereeks" noemde.

Artwork by Peter Vos

Hij gebruikte in deze privéwerken regelmatig vogels als metafoor. De pulcinella, de dwaas uit het Italiaanse poppentheater met een vogelbekachtige neus, diende sinds 1955 als mascotte en handelsmerk in zijn brieven, schetsen en andere tekeningen. In brieven aan zijn minnaressen tekende Vos de schoonvaderfiguur vaak als een maraboe, een vogel wiens lange bek aan het puntige gezicht aan zijn overleden vader deed denken.

Latere leven
Verder werden de vele brieven die hij tijdens zijn leven schreef, en zelfs zijn schoolexamens, geïllustreerd met tekeningen, postzegelparodieën en zeer karakteristieke handschrift. In 1980 en 1982 ontwierp Vos de jaarlijkse kinderpostzegels, in 1984 gevolgd door een reeks zomerzegels. Peter Vos' latere leven werd verziekt door depressies en alcoholisme. De artiest had op jonge leeftijd zijn vader, moeder en broer verloren en diverse scheidingen en andere tegenslagen eisten hun tol. Hij maakte geen geheim van zijn drankmisbruik en dronk zelfs tijdens interviews zwaar. Zijn stemmingen veranderden dagelijks van verlegen en bescheiden tot vrolijk en schalks naar triest en verbaal agressief. In dit licht is het interessant dat één van zijn laatste projecten gebaseerd was op de metamorfosen uit Ovidius' poëzie, waarin een mens in een vogel verandert, weergegeven in een aantal sequentiële beelden. Hij overleed op 6 november 2010 aan kanker.

Metamorphosis (2003) by Peter Vos
'Metamorphosis' (2003)

Erkenning
Peter Vos en Bouke Jagt wonnen in 1972 de Zilveren Griffel voor hun kinderboek 'De Pozzebokken'. Hij ontving later het Gouden Penseel voor zijn illustraties voor Rudy Kousbroeks 'Lieve kinderen hoor mijn lied' (1980). Vos ontving ook de Jeanne Oosting Prijs (1980) voor artiesten die actief zijn in Figuratieve Kunsten en in 1994 de Ton Smits Penning voor zijn cartoons. Peter Vos werd in 1996 geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij ontving in 2011 ook postuum de Maartsenpenning voor zijn verdiensten voor de stad Utrecht.

De eerste tentoonstellingen van zijn werk werden in 1958 op bescheiden locaties in Amsterdam gehouden. Diverse tentoonstellingen volgden, waaronder groepsvoorstellingen bij het Utrechtse grafische collectief De Luis, waarvan hij in de jaren 1960 en 1970 lid was. Toen de artiest in 1995 zestig werd organiseerde men onder veel media-aandacht een grote overzichtstentoonstelling in museum De Beyerd in Breda. In 2010 werd een andere overzichtstentoonstelling gehouden rond het werk van Vos en zijn vriend Charles Donker in het Centrale Museum van Utrecht. Vos overleed kort na de opening.

Sparrows playing billiards in a letter to Renate Rubinstein (1967)
Mussen spelen biljart in een brief aan Renate Rubinstein (1967).

Boeken over Peter Vos
Jan Piet Filedt en Eddy de Jongh stelden postuum het boek 'Peter Vos, Metamorfosen' (2013) samen, dat vele van zijn kunstwerken bevat en goede kritieken kreeg. In 2017 brachten dezelfde auteurs ook een compilatie van Peter Vos' correspondentie uit onder de titel 'Peter Vos - Getekende brieven'. Het bevatte brieven uit de periode 1952-2005 aan vrienden als Louis Andriessen, Rinus Ferdinandusse, Willem ten Ouden, Karel van het Reve en Renate Rubinstein, minnaressen als Fritzi Harmsen van Beek en Saïda Lokhorst, en zijn zoon Sander Vos. Regisseur David De Jongh draaide een documentaire, 'Peter Vos - Vogelparadijs', over zijn leven en werk die op 1 mei 2017 op de Nederlandse televisie uitgezonden.

Invloed en nalatenschap
Peter Vos was een inspiratie voor artiesten als Peter van Straaten en Siegfried Woldhek. Zijn zoon Sander Vos (1967) is actief als filmeditor.

Peter Vos

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

(Tekst door Bas Schuddeboom)