Stripgeschiedenis

Jack C. Moonen


Lambiek - 'De Kwistige Kwast' uit Lambiek Bulletin #8, 1978.

Jack C. Moonen is een Nederlandse Willy Vandersteen verzamelaar en fantekenaar, afkomstig uit het Limburgse dorpje Weert. Voor fan-uitgaven heeft hij vele indexen van obscure publicaties van korte 'Suske en Wiske' verhalen gemaakt. Zijn 'Suske en Wiske' "fan art" is grotendeels onuitgegeven gebleven, maar één parodiepagina verscheen in 1978 in een nummer van Bulletin, een uitgave van de Amsterdamse stripwinkel Lambiek.

Jonge jaren en artistieke carrière
Moonen werd in 1953 in de Nederlandse provincie Limburg geboren. Hij hield al sinds zijn jeugd van de 'Suske en Wiske' verhalen van Willy Vandersteen en werd gretig verzamelaar en archivaris van elk aspect van de strip, vooral de kortverhalen die buiten de reguliere reeks verschenen. Hij las ook van de stripbewerkingen van de 'Paul Vlaanderen' hoorspelen. Als een volledig autodidact leerde Moonen tekenen aan de hand van hierboven vermelde strips en vooral door in een snel tempo te werken. Op zeker moment in zijn leven werkte hij als rechtbanktekenaar, totdat fotografie in de rechtszaal toegestaan werd, wat zijn baan minder gevraagd maakte. Hij tekende ook karikaturen, maar wist nooit van zijn artistieke gaven te kunnen leven. Hier en daar is zijn Vandersteen fan art opgedoken.

Lambiek Bulletin
Lambiek Bulletin (1977-1979) was een nieuwsbrief op digest-formaat die door de Amsterdamse stripwinkel Lambiek van Kees Kousemaker werd uitgegeven. Het bevatte niet alleen informatie over de nieuwste stripboeken, maar ook humoristisch commentaar en acties in de typische Kousemaker-stijl. De publicatie, waarvan 24 nummers verschenen, bevatte unieke covertekeningen en strips van diverse auteurs, zoals als Dik Bruynesteyn, Gerrit de Jager, Alex de Wolf, Flip Fermin, Gerard Leever, Frits Jonker, Joost Swarte, Herwolt van Doornen, Arna Saba en... J.C. Moonen!

In het zesde Bulletin uit 1978 moedigde het Lambiek-team lezers aan om een variatie op te sturen van de klassieke gag waarbij een personage zich in een hoek heeft geverfd en moet kiezen of hij door de natte verf zal wandelen of wachten tot het droog wordt? Het volgende nummer berichtte dat slechts vier mensen een strip hadden opgestuurd. Het artikel was geïllustreerd met een paginalange bijdrage van de heer Jac P. Moonen uit het Limburgse dorpje Stamproy. De andere deelnemers waren F. Thijs, Piet Schreuders en S. van Dijk. De volledige gagpagina verscheen op de achterflap van Lambiek Bulletin #8 uit 1978.

De strip
De heer Moonen koos Willy Vandersteens Lambik als hoofdpersonage. Aangezien hij de naamgever van de winkel is, was het logisch dat hij in het verhaaltje stripwinkel Lambiek bezocht en eigenaar Kees Kousemaker ontmoette. Kees wordt in het eerste en laatste plaatje afgebeeld, hoewel niet onmiddellijk herkenbaar. Moonen verontschuldigde zich dat hij geen beschikbare foto van Kees had (dit was het pre-internet tijdperk) en tekende hem daarom uit het blote hoofd. Lambiek schept op tegen Kees dat hij zijn winkel in een kunstwerk zal veranderen. In het tweede prentje gooit hij samen met krachtpatser Jerom alle stripboeken het raam uit, zodat Lambik kan beginnen verven. De altijd verwaande Lambiek merkt niet dat hij zich in een boek heeft geverfd. Jerom wijst hem erop en voegt er sarcastisch aan toe dat het "zo eigenlijk betere plaats [is]." Ook Suske en Wiske lachen hem uit. De ongelukkige schilder heeft echter nog een aas in zijn mouw. Hij vraagt Jerom om hem zijn gereedschapskist toe te werpen. Wat er dan gebeurt is niet helemaal duidelijk? Ofwel gooit Jerom het kistje zo hard dat hij een gat in de muur veroorzaakt, en anders gebruikte Lambiek de kist om dit gat te slaan. Hoe dan ook, Kees lijkt niet blij met het eindresultaat.

Moonen imiteerde de stijl van een typisch 'Suske en Wiske' verhaal, compleet met een alliteratieve titel: 'De Kwistige Kwast'. De rest is een mix tussen de oude zwart-wit 'Suske en Wiske' verhalen, toen de personages nog Vlaams dialect spraken, en de geliktere, meer gestroomlijnde verhalen uit de jaren 1960 en 1970. Lambik, Jerom, Suske en Wiske zijn allen getekend zoals ze er in de vroege jaren 1950 uitzagen. Kees lijkt dan weer eerder op een bijfiguur uit de verhalen van de jaren 1960. Bij wijze van verbale grap gebruiken Lambik en Jerom typisch Vlaamse woorden, grammatica en uitdrukkingen. 


Moonen maakte het stripje 'Ik (Jack) in Antwerpen' over zijn bezoek aan Studio Vandersteen, gepubliceerd in het 'Suske en Wiske' fanzine Versus #4.

Vandersteen- fan
Op 18 mei 1988 bezocht Moonen onaangekondigd Vandersteens studio, een hoogtepunt in zijn leven dat hij in een eigen stripje vastlegde. Toen Vandersteen in 1990 stierf, maakte Moonen een speciale "in memoriam"-tekening van Vandersteen die als engel harp speelt, terwijl Suske, Wiske, Lambiek, Sidonia en Jerom onder zijn wolkje huilen. Hij bleef actief voor De Fameuze Fanclub en de Nederlandse Vandersteen-vrienden. Samen met mede-liefhebbers als Erik Strijbos en Marcel Mallant heeft hij gewerkt aan de identificatie en indexering van meer obscure 'Suske en Wiske' kortverhalen en spin-off reeksen als 'De Grappen van Lambik'. Sommige van deze kortverhalen werden in de fanpublicatie 'Het Nieuwjaarscomplot' (2016) verzameld. Moonen maakte in zijn vrije tijd ook schilderijen en ongepubliceerde strips. Marc Verhaegen gaf Moonen een cameo als de profeet Nenoom (zijn naam achterstevoren gespeld) in de albums 'De Laatste Vloek' en 'De Gevangene van Prisonov'.


Meneer Moonen verschijnt als de profeet Nenoom in 'De Laatste Vloek'.

Lees meer over het Lambiek Bulletin in 'Het Verhaal van Lambiek'

Engelse biografie in de Comiclopedia
Register van tekenaars

(Tekst door Kjell Knudde & Bas Schuddeboom)