Stripgeschiedenis

Alfred Mazure

Maz, detective series, no. 4Maz, detective series, no. 12

Alfred Mazure was de tekenaar van 'Dick Bos', één van de meest iconische Nederlandse stripfiguren aller tijden. Hij was de eerste in een lange rij van hardhandige misdaadbestrijders in pulpstripboekjes, die door Ten Hagen in drie reeksen (1941-1943, 1946-1950 en 1963-1967) werden uitgegeven. Ondanks zijn grote populariteit bij jongere lezers kregen de zogenaamde "beeldromans" een heleboel kritiek van opvoeders te verduren. Moraalridders vonden 'Dick Bos' gewelddadige pulp, ongeschikt voor kinderen en tieners. Hou zou bovendien leesluiheid aanwakkeren, omdat jonge lezers in plaats van teksten lezen alleen naar de plaatjes zouden kijken. Deze twee opvattingen vormden algauw de publieke opinie over alle strips, een vooroordeel dat tot op de dag van vandaag in de Nederlandse cultuur bestaat. Maar Mazure was ook een cartoonist, schrijver, filmregisseur, schilder en reiziger, die de laatste helft van zijn leven in het Verenigd Koninkrijk doorbracht. In Groot-Brittannië staat hij vooral bekend als de tekenaars van verschillende krantenstrips voor The Daily Herald en The Daily Mirror, zoals 'Romeo Brown' (1954-1957), 'Carmen & Co' (1957-1959), 'Jane, Daughter of Jane' (1961-1963) en 'Lindy Leigh' (1969-1970).

illustratie uit Stuiversblad
Illustratie uit Stuiversblad #10, 1935.

Jonge jaren en vroege carrière
Alfred Leonardus Mazure werd op 8 september 1914 in Nijmegen geboren als zoon van een koopman. De familie Mazure verhuisde naar Den Haag, waar Alfred de HBS doorliep... todat hij drie maanden voor het eindexamen van school werd gestuurd. Hij behaalt zijn diploma uiteindelijk bij een verkorte opleiding in Leiden. Hij besloot zijn brood te gaan verdienen met tekenen en als autodidact verschenen zijn eerste gepubliceerde tekeningen in het boekje 'Verzen om voor te dragen' (1933). Op achttienjarige leeftijd ging hij illustraties maken voor het Geïllustreerd Stuiversblad, uitgegeven door de Neerlandia Pers in Utrecht.

De Chef, by Alfred Mazure
'De Chef'.

De Chef
Deze persgroep gaf hem ook de kans om zijn eerste stripverhalen in enkele regionale kranten te publiceren, waaronder de Utrechtsche Courant, de Limburger Koerier en het Dagblad van Noordbrabant (en Zeeland). De allereerste was 'De Chef', die van 21 december 1934 tot 22 februari 1935 in voornoemde kranten liep. Hoofdpersoon in dit misdaadverhaal was Hans Vonk, die al duidelijk trekken vertoont van Mazure's latere held 'Dick Bos'. De strip zelf stond dan weer onder invloed van de Amerikaanse krantenstrip 'Secret Agent X9' van Alex Raymond en Dashiell Hammett. 'De Chef' verscheen in 1935 in boekvorm. Na 'De Chef' volgende nog enkele strips in hetzelfde genre: 'Da's juist iets voor Willy' (1935), 'Jerry gaat speculeeren' (1937) en 'De Havik in Londen' (1937).

Met een driewieler door de Sahara by Alfred Mazure

Reizende tekenaar
Rond dezelfde periode trok Mazure door Duitsland, de Balkan, Turkije en Noord-Afrika. Van zijn omzwervingen in Oost-Europa maakte hij een reisverslag in tekeningen voor de Haagsche Post ('Door dik en dun met Gipsy', 1936). Zijn avonturen in de Sahara zijn vastgelegd in het verhaal 'Met een driewieler door de Sahara', dat in 1940 in Motor verscheen. In de tweede helft van de jaren 1930 publiceerde Mazure ook zijn eerste strips in Engeland. Voor het weekblad Passing Show maakte hij een strip over de zwerver 'Erbert' (1937-1938), terwijl zijn creatie 'Dad' (1937-1938) in John Bull liep. In zijn vaderland begon hij in 1938 een samenwerking met De Prins der Geïllustreerde Weekbladen en zijn bijblad Jeugdland. Jeugdland publiceerde in 1938 en 1939 Mazure's Indianenstrip 'Buikje Roodhuid's Wondere Verhalen'. In De Prins verschenen in 1940-1941 dagboekstrips van zijn hand. Daarnaast maakte hij in 1939 ook een wekelijkse strip en cartoons voor Wereldkroniek.

Dick Bos, series, no. 23 (NL), by MazureDick Bos, series, no. 25 (NL), by Mazure

Dick Bos
Tussen juli 1940 en februari 1941 verscheen in De Prins ook het eerste verhaal van 'Dick Bos', met de titel 'Het Geval Kleyn'. Mazure signeerde het met "Maz". De achternaam van de held was afgeleid van het Engelse woord "boss" ("baas"). De strip gaat over de wat steile speurdersfiguur en jiu-jitsu grootmeester Dick Bos - ofwel Dickie zoals hij zichzelf in korte monologues interieurs placht te noemen - die op vele plaatsen ter wereld misdaden opspoort, haast ruikt, of, sterker nog, meestal ongezocht ermee geconfronteerd wordt, en die dan oplost. Zijn strijd tegen de al dan niet georganiseerde misdaad wordt uiteraard altijd met succes bekroond. Tijdens het oplossen wordt de lezer door de speurder grotendeels in het ongewisse gelaten aangaande eventuele daders. Pas aan het eind van elk verhaal, na de ontknoping, doet Bos uitgebreid uit de doeken hoe hij nu precies tot zijn oplossing is gekomen. Mazure modelleerde zijn held gaandeweg steeds meer naar de vermaarde Haagse judoka Maurice van Nieuwenhuizen.

Na zijn eerste verhaal begon Mazure een samenwerking met de uitgeverij Ten Hagen, die vanaf 1941 maandelijkse 'Dick Bos' stripboekjes publiceerde. De strips werden in een nogal ongebruikelijk formaat gepubliceerd - ze zijn amper 7 cm breed en 11 cm hoog, zodat ze in een broekzak pasten. Elk paginaatje bevatte doorgaans slechts één plaatje.

Zilver by Alfred Mazure
Dick Bos neemt de tijd om de plot uit te leggen, uit 'Zilver' (1941).

Titels als 'Li-Hang', 'Texas', 'Chicago', 'Silver', 'S.O.S.', 'Dr. X' en 'Jiu-Jitsu' geven een goed beeld van opwindende escapades de onze held tijdens zijn eerste reeks avonturen ten deel vielen. Afgezien van Alex Raymond werd Mazure beïnvloed door de Britse schrijvers P.G. Wodehouse, Edgar Wallace en Agatha Christie, de cowboyverhalen van 'Hopalong Cassidy' en de detectivefilmreeks 'The Thin Man'. 'Dick Bos' was een enorme hit bij de Nederlandse jeugd en sommige deeltjes bereikten een oplage van meer dan 100.000 exemplaren. De propagandistische waarde van het beeldverhaal ontging de bezetter niet. Nadat in 1941-1942 vijftien boekjes waren verschenen, meldden zich twee heren van het nazi-uitgeversbedrijf Ullstein bij Mazure, die hem het voorstel deden om van Dick Bos een SS-officier te maken. De avonturen moesten zich zowel aan het front afspelen als in het circuit van de zwarte handel, waartegen Bos ten strijde zou trekken. Als lokaas hielden ze hem een miljoenenoplage en een blanco contract voor. Alfred Mazure weigerde. Als represaille verordonneerde de Duitse bezetter enige tijd later het verschijningsverbod op de boekjes.

Judo by Alfred MazureJudo by Mazure
Dick Bos - 'Jiu-Jitsu' (1941).

Filmbewerkingen uit de jaren 1940
Alfred Mazure kon en wilde niet werkloos blijven zitten. Hij was een avant-gardist op filmgebied en besloot clandestien geluidsfilms te gaan maken met zijn 16mm camera. Om aan geld te komen, sloot hij een lening van 22.000 gulden af bij zijn uitgever Ten Hagen, met als keerzijde dat Mazure zijn leven lang vastzat aan een wurgcontract. Mazure maakte films als 'Drank na sluitingstijd' (1942), 'Valsch geld' (1942), 'De Gasman' (1942), 'Inbraak' (1943), 'Moord in het Modehuis' (1945) en 'Zwarte Kolen' (1946), met Van Nieuwenhuizen als Dick Bos. De films werden echter geen succes omdat de strenge filmkeuring hen ongeschikt achtte voor mensen onder de 18, uitgerekend het doelpubliek. Mazure gebruikte zijn camera ook om het verzet te helpen.

Alfred Mazure slaat Lou den Hartog
Alfred Mazure "slaat" Lou den Hartogh neer in een van zijn filmproducties (vermoedelijk 'Moord in het Modehuis'). Foto: Piet van der Ham.

Naoorlogs succes
Na de oorlog gaf Ten Hagen de oudere 'Dick Bos'-boekjes opnieuw uit, die nog steeds ware bestsellers bleken. Onder contractuele druk van Ten Hagen schreef en tekende Mazure vanaf 1948 ook nieuwe afleveringen. Nieuwe maandelijkse 'Dick Bos' boekjes verschenen tot 1950. Het succes van deze "beeldromans" baande de weg vrij voor andere dappere helden, zoals 'Lex Brand' en 'Tom Wels' door Ben Abas, 'Charlie Chan' door Nico Draak, 'Fred Penner' door Lou Visser, 'De Kat' door Henk Albers, 'De Moker' door Hans Ducro, 'De Helse Patrouille' door Fred Julsing Sr. en 'Spot Morton' door Alfreds broer Georges Mazure.

Dick BosDick BosDick Bos

Schrijver en columnist Godfried Bomans schreef zelfs een parodie, 'Dick Parker', compleet met de lay-out van een tekststrip. Bomans persifleerde het hevige geweld in de strips door het aantal lijken tot in het absurde te laten stijgen. De illustraties van deze parodie werden voorzien door Rein van Looy. De strip werd later in Bomans' boek 'Capriolen' (1953) opgenomen. Niemand anders dan Marten Toonder persifleerde 'Dick Bos' in zijn 'Tom Poes'-verhaal 'Horror, de Ademloze' (1949). In het verhaal wordt de onnozele gans Wammes Waggel zo obsessief over zijn favoriete strip 'Dick Dubbelslag' dat het hem aanzet tot geweld. Later blijkt dat het een "magische" strip is die alle gewelddadige actie in de plaatjes in het echte leven dupliceert.


Mazure tekende, jaren na dato, zelf enkele spotprenten over de verguizing en ophemeling van Dick Bos. Ze verschenen in een jubileumboek van zijn middelbare school.

Controverse
Behalve de verkoop steeg na de oorlog ook de controverse over het geweld in 'Dick Bos'. Veel volwassenen vonden 'Dick Bos' een bedreiging voor het welzijn van de onschuldige jeugd. De vuistgevechten en het geweergeweld gaven kinderen het slechte voorbeeld, waarbij beeldromans hen ook nog eens te lui maakten om "echte literatuur" te lezen. Mensen als Bomans en Toonder, die overduidelijk niet van Mazure's werk hielden, vonden desondanks dat al deze kritiek over de zogenaamde kwalijke invloed op de jeugd pure massahysterie was. Desondanks werd er wederom een banvloek op Dick Bos gedaan, ditmaal door het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Scholen werden gewaarschuwd voor de verderfelijke invloed van deze stripheld. Doordat de maatregel min of meer in het verlengde lag van de zuiveringsacties van de staat tegen elementen die in de oorlog met de bezetter hadden samengespannen, kwam Dick Bos ogenschijnlijk en volkomen ten onrechte op de grote vuilnishoop van foute Nederlanders terecht.

Zodoende zorgden ouders, dominees en andere moraalridders dat vele 'Dick Bos' boekjes in kolenkachels terechtkwamen. Maar gewelddadige beeldromans waren niet de enige doelwitten: algauw werden alle stripuitgaven onder vuur genomen. De naoorlogse Nederlandse stripscène leed zo'n slechte reputatie dat door de hele jaren 1950 vele stripbladen voor hun voortbestaan moesten vechten. De mediahysterie was zo extreem dat enkel tekststrips toegelaten waren, waarbij de tekst onder de plaatjes gelezen kon worden in plaats van in tekstballonnen. Zo zou de jeugd tenminste nog een leesinspanning moeten doen. Elke actiestrip moest het ontgelden, waardoor alleen onschuldige kinderverhalen over kabouters en antropomorfe dieren overbleven. Dit stigmatiseerde het medium nog meer als brave kinderlectuur. Tot vandaag de dag is het beeldverhaal in Nederland als gevolg van deze heksenjachten nog altijd niet volledig gerehabiliteerd.

Comic strip for Popular Pictorial
Strip voor Popular Pictorial, ondertekend met "Leo".

Britse detectives
Het zware geschut van de overheid was, zo moet Mazure hebben ervaren, regelrecht gericht op zijn persoonlijke integriteit - en dat terwijl hij zich reeds vanaf de eerste oorlogsdagen in woord en daad, met pen en papier, had verzet tegen de bezetter. Dit, evenals de niet aflatende financiële schuldenlast die hem bleef achtervolgen, zorgde ervoor dat Mazure uiteindelijk, ontluisterd en ontgoocheld, met zijn gezin naar Engeland emigreerde. Daar liet hij zich naturaliseren. Hij ging zich richten op het het schrijven en tekenen van strips voor de Britse markt. Zo had hij zijn eigen strip in Popular Pictorial - het blad van de Britse Conservative Party - die hij met "Leo" ondertekende. Ook ging hij aan de slag voor The Daily Herald, waarvoor hij de 'Dick Bos' klonen 'Sam Stone' (1948-1950) en 'Bruce Hunter' (1951-1953) op papier zette.

Bruce Hunter by Alfred Mazure
'Bruce Hunter'.

Meer succes had zijn derde Britse detective, 'Romeo Brown' (1954-1957), wiens avonturen werden geschreven door Peter O'Donnell voor de socialistische krant The Daily Mirror. In tegenstelling tot zijn voorgangners was Brown een anti-held, die uitsluitend per toeval zaken wist op te lossen. De strip was bovendien het eerst schouwtoneel van Mazure's talent om sensuele schoonheden te tekenen. Het tekenwerk van 'Romeo Brown' werd later overgenomen door Jim Holdaway, die de strip tot 1963 voortzette. Daarna creëerde hij met schrijver O'Donnell de bekende 'Modesty Blaise' strip.

Romeo Brown by Alfred Mazure
'Romeo Brown' (Nederlandse publicatie).

Carmen & Co
Mooie dames bleven een specialisatie voor Mazure's Britse strips. Zijn volgende creatie was dan ook het sexy detective duo 'Carmen & Co' (1957-1959) voor The Daily Sketch, een strip sterk beïnvloed door Alex Raymond.

Jane, Daughter of Jane
Een andere strip voor The Daily Mirror was 'Jane, Daughter of Jane' (1961-1963), geschreven door Les Lilley. Het was een hervatting van de beroemde strip 'Jane' (1932-1959) van Norman Pett, die vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog furore maakte. De origineel Jane had de preutse Britten geshoqueerd met haar naaktheid en onzedelijk gedrag, maar ten tijde van Mazure's strip waren de tijden veranderd. Het duurde dan ook niet lang voordat 'Jane, Daughter of Jane' weer werd afgevoerd.

Jane, Daughter of Jane, by Maz for the British market
'Jane, Daughter of Jane'.

Lindy Leigh
Zijn werk voor 'Jane' had Mazure echter wel onder de aandacht gebracht van de redactie van het Britse blootblad Mayfair. Ze verzochten hem een sexty strip te maken voor hun blad, geïnspireerd door het succes van 'Little Annie Fanny' door Harvey Kurtzman en Bill Elder in de Amerikaanse Playboy. Het resultaat was de elegante maar ietwat onnozele spionne 'Lindy Leigh' (1969-1970), die in tegenstelling tot haar Amerikaanse full-color voorbeeld in zwart-wit verscheen. Net als Annie en Jane onderging Lindy ook het euvel dat ze in elk avontuur gaandeweg haar kleding verloor, wat steevast uitmondde in een horde hitsige mannen in haar kielzog. Hoewel de strip niet lang bestond, werd hij wel bewerkt tot een film door de cult regisseur Antony Balch als onderdeel van zijn filmreeks 'The Secret of Sex' met het model Maria Frost in de hoofdrol. Balch koos de aflevering 'The Moranian Treaty' als onderwerp en bleef opmerkelijk trouw aan Mazure's regie en dialogen. Tot dusver lijkt 'Lindy Leigh' de enige stripcreatie van een Nederlandse auteur die het in het buitenland tot filmster geschopt heeft.

Tv-strips
Alfred Mazure maakte verder in 1960 nog een strip gebaseerd op de Britse tv-sitcom 'The Larkins' voor de Sunday Graphic, en in 1972-1973 eentje gebaseerd op de tv-soap 'Crossroads' voor TV Times Magazine. 


'Lindy Leigh'.

Terugkeer van Dick Bos
In de jaren 1960 kende in Mazure's vaderland de populariteit van zijn held 'Dick Bos' een revival. Tussen 1963 en 1967 schreef en tekende hij dan ook enkele nieuwe 'Dick Bos' verhalen. Deze nieuwe afleveringen verschenen in bladen als Televizier (1965-1968), AVRO Bode (1968) en Algemeen Dagblad. Rond deze tijd vestigden Mazure en zijn gezin zich op Malta. Daar experimenteerde hij met animatie aan de hand van zijn eigen techniek, die hij "Mazimation" doopte. Dit leidde tot een tweetal 'Dick Bos'-filmpjes in 1967: 'Jail Break' en 'The Knight of Malta'.

Romans
In de jaren 1960 vestigde Mazure ook naam als romanschrijver. Zijn romans over de geheim agente 'Sherazad' waren zeer populair in Nederland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Hij schreef verder detectiveromans rond 'Ape Dragoner' en humoristische verhalen als 'Pigeon Parade' en 'Priscilla Darling'. Onder het pseudoniem Lenard Cullner schreef hij de roman 'Blooded Royal'. Hij pende tussen 1967 en 1969 voor Wereldkroniek ook verhalen over zijn leven in Spanje en Malta, en schreef hij tijdens de jaren 1970 de erotische reeks 'The Connoisseurs' voor Men Only.

SherazadSherazad

Nalatenschap en invloed
Alfred Mazure keerde in 1970 naar Londen terug waar hij op 16 februari 1974 op 59-jarige leeftijd overleed. Dick Bos is echter verre van vergeten. Tussen 2005 en 2014 bracht Hans Matla's uitgeverij Panda een complete collectie van alle verhalen uit. Mazure's klassieke held inspireerde in de jaren 1980 verder René Windig en Eddie de Jongs hilarische parodie 'Dick Bosch'. Het format, de lay-out en de stijl van de 'Dick Bos' beeldromans vormden in 2004 ook de basis voor de ironische hommagereeks 'Boot & Van Dijk' van Kees Sparreboom. Toneelschap Beumer & Drost maakte in 2016 een cinematografische theatershow gebaseerd op 'Dick Bos'. De filmregisseur Paul Verhoeven heeft 'Dick Bos' een grote invloed op zijn werk genoemd. Sinds 2003 heeft de stad Almere als deel van de Stripheldenbuurt een straat vernoemd naar 'Dick Bos' en een park naar Mazure.

Boeken over Alfred Mazure
Wie meer over Mazure wil weten, zijn de documentaire 'Dick Bos weer in actie' (2004) van Jan Bosdriesz en het boek 'En Maz creëerde Dick Bos' (2014) van Rich Thomassen warm aanbevolen.

Alfred Mazure

1945-1950: beeldromans

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

(Tekst door Bas Schuddeboom. Bronnen: dickbos.info, Stripschrift, Bert Meppelink)