Stripgeschiedenis

Peter de Smet

De Generaal by Peter de Smet
'De Generaal'.

Peter de Smet was in de jaren 1970, 1980 en 1990 één van de prominentste en origineelste humoristen van de Nederlandse stripwereld. Zijn verhalen waren visueel geladen met slapstickhumor, running gags en subtiele absurditeiten, terwijl ironie, archaïsch taalgebruik en bijzondere klanknabootsingen de ingrediënten van zijn verbale humor waren. De Smets fascinatie voor militaire domheid kwam het best tot uiting in zijn hoofdreeks 'De Generaal' (1971-1997), rond de weinig geslaagde pogingen van een wanhopige generaal om de macht te grijpen. Ook in de humoristische guerillastrips 'Fiedel' (1974) en 'Viva Zapapa!' (1989-1992) stak De Smet de draak met militairen. Via 'De Generaal' en zijn middeleeuwse avonturenreeks 'Joris PK' (1972-1986) was De Smet één van de pijlers van Pep, alhoewel hij ook bijdragen leverde aan veel andere Nederlandse stripbladen. Bovendien is een hele generatie verder vertrouwd met zijn vele reclamestrips.


'Joris P.K. en de Nutten'.

Jonge jaren
Peter de Smet werd op 4 juli 1944 in Amsterdam geboren, als één van de drie kinderen van reclame-illustrator Eddy de Smet. Zijn vader stond aan het hoofd van het beroemde reclamebureau Van Maanen. Ondanks het feit dat ze in relatieve weelde en luxe op het Amsterdamse Valeriusplein leefden, was het huishouden van de familie De Smet niet bepaald een warme omgeving. Vader De Smet was vaak van huis weg en elk familielid ging zijn eigen gang. Peter groeide uit tot een eenzaat, die plezier vond in lange, eenzame wandelingen met de hond van het gezin. Het schoolsysteem liet niet bepaalde een blijvende indruk achter, maar zijn interesse in tekenen, schilderen, jazz en geschiedenis wel. Zijn filosofische geest en scherpe oog voor menselijke domheid vormden de hoekstenen van zijn humor en karakter. De Smet verslond strips in bladen als Robbedoes, Kuifje en later Mad. In zijn oeuvre vindt men elementen terug van Kuifje's Klare Lijn en de knotsgekke humor van Mad (vooral Don Martin, tot zijn maffe onomatopeeën toe), maar ook invloeden van slapstickfilms van Laurel & Hardy en Buster Keaton. Ondanks de moeilijkheden met zijn vader bezocht Peter de Smet regelmatig het kantoor van Van Maanen. Hij bewonderde het originele tekenwerk en raakte bevriend met sommige tekenaars bij het agentschap, zoals Jan Kruis. Het werd gauw zonneklaar dat hij in zijn vaders voetstappen zou treden.


'Fulco en de Miesmannetjes'.

Reclametekenaar
Met de hulp van zijn vader werd Peter in 1964 stagiair in een Londens reclamekantoor. Hij had echter problemen met de formele omgangsvormen en keerde na 9 maanden alweer huiswaarts. Peter de Smet werd vervolgens assistent in zijn vaders bedrijf in Amsterdam, totdat hij in 1966 naar de vestiging in Brussel werd overgeplaatst. De Smet en zijn vrouw woonden twee jaar in België, waar Peter eveneens een stripcarrière van de grond probeerde te krijgen. Op advies van Bob de Moor, die aan de overkant bij Studio Hergé werkte, presenteerde De Smet in 1968 zijn werk aan de redactie van Kuifje. Zij kochten één van zijn kortverhalen, een voorloper van 'De Generaal', aan, maar het verscheen nooit in druk. Het Vlaamse stripblad 't Kapoentje kocht echter zijn middeleeuwse avonturenstrip 'Fulco en de Miesmannetjes' (1969) aan. De eerste pagina werdengepubliceerd, maar het verhaal moest worden afgebroken vanwege De Smets koudwatervrees. De Smet hervatte zijn werk als reclametekenaar en keerde pas in 1971 terug naar de stripwereld.

De Generaal
Na zijn terugkeer naar Nederland streek De Smet uiteindelijk neer in het plaatsje Bergen. Jan Kruis raadde hem aan om zijn strips te tonen aan Hetty Hagebeuk, hoofdredactrice van stripblad Pep. Zij accepteerde zijn nieuwe versie over een machtsgeile generaal ogenblikkelijk en bestelde zelfs meteen 11 verhalen bij hem! De ietwat onzekere De Smet kreeg het Spaans benauwd, want hij vroeg zich af of zijn creatie het zo lang zou kunnen uitzingen? Maar 'De Generaal' was vanaf de eerste aflevering in Pep nr. 29 (10-16 juli 1971) een onmiddellijke hit! Algauw vond zijn schepper zijn succesformule. Elke aflevering werd opgebouwd rond dezelfde gimmick. De hoofdpersoon, simpelweg 'De Generaal' genoemd, wil de macht grijpen, die wordt vertegenwoordigd door "Het Fort", dat wordt bezet door "De Maarschalk". Het generaalsleger bestaat uit één ongemotiveerde soldaat en een professor. De professor vindt telkens nieuwe vermommingen en voertuigen uit die het meesterplan van de generaal tot een succes moeten brengen. Meestal verplaatsen ze zich in een legerjeep of de wiebelige generaalstank. Het hoofdkwartier is een simpel boompje met een plakkaatje met "H.Q." erop getimmerd. Tijdens hun queeste worden de generaal en zijn team geconfronteerd met verschillende tegenslagen, doorgaans als gevolg van hun eigen domheid of gebrek aan deugdelijk materieel. Motoragent Dreutel is een regelmatige bron van irritatie, terwijl Truus, de voluptueuze nicht van de professor, ook regelmatig voor afleiding zorgt. In de loop der jaren werden verschillende familieleden van de Generaal geïntroduceerd. Eerst en vooral zijn betuttelende en robuuste moeder. Verder zijn grootvader, een veteraan uit de Frans-Pruisische Oorlog (1870-1871) die nog altijd rondrijdt in een 19de eeuws pantservoertuig. Later in de reeks leren de lezers Junior kennen, de gangsterzoon van de generaal kennen.

Stijl
'De Generaal' verscheen meestal in kortverhalen van 2 tot 4 pagina's elk. Later experimenteerde De Smet ook met langere verhalen, zoals 'De erfenis van Oom Jules' (1977), 'Revolutie in San Cochabamba' (1980), 'Zeepoorlog' (1984) en 'De Tijdpoort' (1986), al werd geen enkele ooit langer dan 16 bladzijden. De voornaamste charme van de strip is de complete onwetendheid van de personages. De inspiratie voor de reeks werd geboren toen De Smet op de radio een NAVO-generaal bloedserieus hoorde zeggen dat de "NAVO een beperkte Russische aanval kon weerstaan, maar enkel als deze beperkt bleef." De pure achterlijkheid van deze opmerking was precies in zijn straatje. Alhoewel zijn pagina's waren gevuld met slapstic en subtiele visuele humor (zoals het eendje op de pet van de generaal) vormden zijn hilarische dialogen het hoofdingrediënt van zijn unieke stripstijl. Personages begrijpen elkaar ofwel verkeerd, of ze beschrijven de rampzaligste gebeurtenissen met subtiele ironie of understatements. De Smets komische timing werd verkregen door deze teksten over een veelvoud van tekstballonnen per plaatje te verdelen. De vele betekenisloze geluidseffecten die de Generaal mompelt, zoals "SNOK!", "REUTEL" "HOP", "PLOP" en "REÛH", hebben het Nederlandse stripidioom aanzienlijk verrijkt.

Publicatiegeschiedenis
In een Stripschrift-interview uit 1973 zei De Smet dat hij niet zeker was of hij 'De Generaal' nog veel langer verder kon zetten, aangezien het repetitief dreigde te worden. Per slot van rekening dreef de hele serie op running gags. Desondanks waren lezers er verzot op en bleef de redactie om nieuwe afleveringen vragen. 'De Generaal' zette zijn verdoemde invasies meer dan 26 jaar (!) voort, zij het soms met lange tussenpozen. De strip bleef een hoeksteen van Pep, zelfs toen dit blad werd voortgezet als achtereenvolgens Eppo, Eppo Wordt Vervolgd, Sjors & Sjimmie Stripblad en SjoSji. De reeks verscheen ook in het kortstondige tijdschrift Titanic. De avonturen van De Generaal werden verzameld in 14 albums, eerst uitgegeven door Oberon en later door Big Balloon. Slechts één album werd in het Frans vertaald, 'Le Général', en in 1977 door Septimus uitgegeven. Twee verhalen verschenen in het Deens ('Den General', 1980, 1988) en drie in het Duits ('Der General', 1990-1991). Enkele vroege afleveringen werden herwerkt tot een krantenstrip, die tussen 1975 en 1976 in plaatselijke kranten als het Leidsch Dagblad liep.

Pep
Dankzij het succes van 'De Generaal' vormde Peter de Smet samen met Martin Lodewijk, Dick Matena, Daan Jippes en Fred Julsing al snel de kerngroep van Peps tekenaarsstal. Kort na zijn aankomst werd hem gevraagd om portretten van popsterren te maken voor de muziekrubriek van redacteur Jan de Rooij. Hij gebruikte hiervoor een pop-art aanpak, vergelijkbaar met de animatiestijl van de Beatlesfilm 'Yellow Submarine' (1968). Toen De Smets werkdruk toenam ging de graficus Ger van Wulften verder met deze psychedelische illustraties. Vrij vroeg in zijn Pep-carrière werkte De Smet ook samen met de Belgische scenarist Yvan Delporte voor de strip 'Anna Tommy, Detective' (1972). Het werd echter geen succes, en de strip werd al vrijwel direct stopgezet.

Joris PK, by Peter de Smet
'Joris P.K. - Het Zwingende Zwaard'.

Joris P.K.
Meer succes kende de reeks 'Joris P.K.' (1972-1974), waarvoor De Smet het concept van zijn vroegere 'Fulco'-strip nieuw leven inblies. De Smet mikte op een middeleeuwse avonturenstrip in de stijl van Peyo's 'Johan en Pierewiet', maar kon het niet laten hier zijn eigenzinnige humor aan toe te voegen. De held is een ridder aan het hof van koning Stanislav van Transandijvië, ingezworen om het koninkrijk te beschermen tegen de invasie van de brutale veroveraar Xobl. Joris wordt bijgestaan door de ex-piraat Plok, die meer spier dan brein is. De twee hoofdfiguren worden vaak op zinloze missies gestuurd, die ze grotendeels vullen met al even oeverloos gebabbel. Tussen 1972 en 1974 tekende De Smet voor Pep vier verhalen van deze reeks, daarna in 1974-1975 twee extra voor Nieuwe Revu, en in 1986 nog één voor Eppo Wordt Vervolgd in 1986. Drie van de Pep-verhalen verschen in 1976-1977 in de Oberon Zwartwit-reeks. In 1983-1984 werden deze albums door Maarten J. de Meulder herdrukt.

Fiedel by Peter de Smet
'Fiedel'.

Eppo
De Smets laatste nieuwe creatie voor Pep was een slechts kort lopende gagstrip over een volslagen incompetente guerillasoldaat, 'Fiedel' (1974): duidelijk een woordspeling op de Cubaanse revolutionair Fidel Castro. Ondanks dat er maar elf gags verschenen, gebruikte De Smet zijn basisidee jaren later opnieuw. Toen Pep en Sjors in 1975 fuseerden tot het stripblad Eppo, bleven De Smet en 'De Generaal' aan boord. Sterker nog: het hele idee om Pep en Sjors in één groot blad te combineren ontstond tijdens een cafégesprek tussen De Smet en Martin Lodewijk. De twee presenteerden hun plan aan het bestuur van uitgeverij VNU, die meteen groen licht gaven. De Smet had geen ambitie om redacteur te worden, en dus nam Frits van der Heide zijn plaats in. Vanaf dat moment breidde Peter de Smet zijn activiteiten verder uit door ook voor andere bladen te gaan werken.

Het Hopmysterie by Peter de Smet
'Het Hopmysterie'.

Avonturenstrips
In 1974, toen het bij Pep al begon te rommelen, had De Smet een meer volwassen avonturenstrip bedacht voor het mannenblad Nieuwe Revu. Maar, typisch voor zijn stijl, had 'Het Hopmysterie' toch weer een incompetente hoofdfiguur. Hubert Draadklaver is de conciërge vannde geheime dienst, die op een geheime missie wordt uitgestuurd. Aangezien de reeks zich in de jaren 1920 afspeelde, vereiste de strip verregaander documentatie. In latere jaren was De Smet van plan om het verhaal volledig opnieuw uit te werken, aangezien hij het gevoel had dat het plot te vroeg onthuld werd. Helaas vond hij er nooit de tijd voor, maar in 1976 bedacht de auteur een andere avonturenstrip. Ditmaal werkte hij meer in de Klare Lijn, met de Kuifje-achtige held Kasper Krispijn. De nevenpersonages Parelzaad - een verzamelaar van marine-artefacten - en de verzetsleider vertonen dan weer een sterke gelijkenis met professor Zonnebloem en kapitein Haddock. 'Het Goud van de H.M.S. Cornwall' (1976-1977) verscheen in hoofdstukken in Mickey Maandblad vanaf het eerste nummer. Met zijn 75 pagina's lengte werd dit het langste stripverhaal uit De Smets carrière.

Het Goud van de H.M.S. Cornwall
'Het Goud van de H.M.S. Cornwall'.

Humor
Afgezien van deze uitstapjes in avonturenstrips, bleef humor De Smets voornaamste bezigheid. Hij voorzag het alternatieve stripweekblad De Vrije Balloen in 1976 en 1978 van twee one-shot gagpagina's, en werd op de cover van het zesde nummer gekarikaturiseerd. Ondanks hun minder succesvolle samenwerking aan 'Anna Tommy' vroeg Yvan Delporte of De Smet een bijdrage wilde leveren aan Le Trombone Illustré, het anarchistische tabloid-supplement van Spirou, de Franstalige Robbedoes. De Smets meest opvallende strip voor Le Trombone was 'Zapapa y la Revolución' (1977), een Mexicaanse versie van de guerrilla 'Fiedel', en de eigenlijke voorloper van zijn latere strip 'Viva Zapapa'. Le Trombone publiceerde ook De Smets gangsterverhaal 'Parrain, Fils & Cie' (21 april 1977) en twee gags van 'Le Cuirassé Honneur et Patrie' (oktober 1977), over de bemanning van een pantserschip dat in "De Kolonie" aangemeerd ligt. Na de teloorgang van Le Trombone maakte De Smet in 1978-1979 nieuwe gags van "Honneur et Patrie" voor Á Suivre. Deze pagina's werden vanaf 1982 in het Nederlands in het stripinformatieblad Striprofiel gepubliceerd onder de titel 'Voor God, Koningin en Vaderland'.


'Otto, Olivier en Oscar' (Donald Duck, 1981).

Dierenstrips
De Smet en Delporte werkten nogmaals samen aan twee verhalen van 'Otto, Olivier en Oscar' (1981) (1983) voor Donald Duck. De drie antropomorfe helden zeilen de oceanen over, op zoek naar het utopische eiland Quiqueboe, waar "de straten geplaveid waren met gouden dubloenen, de bewoners uitsluitend slagroompunten en mokkataarten aten en werken een vies woord was". De twee verhalen werden in 1984 door Oberon in boekvorm uitgegeven en in 1996 werd 'Geen garantie voor Otto, Olivier en Oscar' herdrukt in Sjosji Extra.

Panorama
Vanaf 1982 was De Smet verder present in VNU's mannenblad Panorama met de wekelijkse holbewonergagstrip 'Anno 3000... en nog wat'. De strip was vanzelfsprekend geïnspireerd door de tekstloze gags van de Argentijnse cartoonist Guillermo Mordillo. De Smet keerde in 1986 terug in het blad met een andere gagstrip, ditmaal met de werkloze maar relaxte tooghanger 'Lodewijk' in de hoofdrol. De 'Lodewijk' gags werden in 1990 in twee oblongboekjes gebundeld door De Boemerang. Een complete uitgave volgde in 1992.

Lodwijk by Peter de Smet
'Lodewijk'.

Titanic
In 1984 was Peter de Smet samen met Frits van der Heide en Renée van Breukelen één van de stichters van het nieuwe blad Titanic. Het was het eerste Nederlandse mainstream stripblad dat zich richtte op een volwassen publiek, aanvankelijk uitgegeven door Comic Design. Alhoewel het tussen 1984 en 1989 verscheen, was De Smet enkel redacteur tijdens het eerste jaar. Titanic had van meet af aan een lage verkoop, en het oorspronkelijke team werd algauw vervangen door Peter de Raaf en Hans van den Boom, die eveneens de uitgever werd. Hierdoor bevatten alleen de vroege nummers van Titanic werk van De Smet. Behalve nieuwe verhalen met 'De Generaal' droeg hij ook nóg een andere guerrillastrip bij: 'De Bevrijders' (1984). De Smet keerde echter in het laatste nummer terug met een afscheidstekening van de historische naamgenoot van Titanic.


Afscheidstekening voor Titanic.

Robbedoes/Kuifje
Toen het Belgische stripblad Robbedoes haar eigen katern met Vlaamse en Nederlandse strips kreeg, los van het Franstalige Spirou, was De Smet aanwezig met 'Morgenster en Durandel' (1984-1985). Deze reeks speelde zich af in een post-apocalyptische wereld, waar de mensheid is teruggekeerd naar middeleeuwse levensomstandigheden, terwijl sommige 20ste eeuwse artefacten (vooral militaire wapens) gebleven zijn. De avonturen van De Smets twee helden, die sterk op Asterix en Obelix lijken, kwamen na slechts drie kortverhalen ten einde, aangezien Robbedoes algauw weer een vertaling van Spirou werd. In de late jaren 1980 kreeg De Smet de kans om in dat andere legendarische stripblad, Kuifje (Tintin), te publiceren. Sinds 1988 was ex-VNU marketingmanager Rob Harren hoofd van de uitgeverij Lombard, en deze introduceerde het werk van verschillende Nederlandse tekenaars in het blad. De Smet leverde eerst de gagstrip over de altijd hongerige 'Rat en Wezel' (1988-1989), die hij in 1985-1987 al in het Nederlandse kinderblad Ezelsoor had gepubliceerd.


'Morgenster & Durandel'.

Viva Zapapa
Tegen 1989 bracht De Smet een originele creatie in Kuifje en zijn Franstalige tegenhanger Hello Bédé. Hij stofte het guerrillaconcept af van zijn reeksen 'Fiedel' (1974), 'Zapapa y la Revolución' (1977) en 'De Bevrijders' (1984) en perfectioneerde het als 'Viva Zapapa' (1989-1992). De Mexicaanse guerrilaleider Zapapa en zijn soldaten Pilon en Emilio bewijzen al snel dat ze net zo dom zijn als hun voorgangers. Zapapa's naam was geïnspireerd door de Mexicaanse revolutionair Emiliano Zapata, terwijl de titel verwees naar de film 'Viva Zapata' (1952). Voor deze strip kon de tekenaar zijn uitleven op gedetailleerd getekende, doch komische militaire machinerie en wapens. Lombard bundelde de reeks in twee albums, die zowel in Nederlandse als Franse vertaling verschenen. Harren nam ook het initiatief voor een tekenfilmreeks rond de strip, maar de uitgever zette al zijn audiovisuele projecten stop nog voor het in productie ging.


'Viva Zapapa'.

Commercieel werk
Naast zijn meer persoonlijke werk, is De Smet altijd posters, illustraties en strips voor advertentiedoeleinden blijven maken. Dit deed hij voornamelijk voor het agentschap Art Connection van Elly op de Weegh. Door de jaren heen maakte hij tekenwerk voor cliënten als Royal Dutch Shell, De Bijenkorf, Albert Heijn, de Postgiro, Unilever, Nationale Nederlanden, de anti-tabakstichting STIVORO, de Olympische Spelen in Moskou (1980) en de Ministeries van Onderwijs en Justitie. Vooral de grappige dierenstrip 'Pieter Pienter en de Postgiro', bedoeld om de Girodienst te promoten, was opmerkelijk. Deze gagpagina's verschenen mid jaren 1970 in stripbladen als Donald Duck en Tina. Een andere opdracht voor de Postgiro was het educatieve boekje 'De Geschiedenis van het Geld' (1977), geschreven door econoom Arnold Heertje. Het ging gepaard met een lespakket net 48 dia's van alle afbeeldingen uit het boekje en een cassetteje met ingesproken tekst. Een herziene versie verscheen in 1987. In 1980 maakte Peter de Smet een nieuwe strip voor een brochure van de dienst, 'Recruut Karel en de poen' (1980).


'Pieter Pienter en de Postgiro'.

Tussen 1978 en 1994, maakte De Smet vele strips voor gidsen van het Ministerie van Onderwijs, zoals 'Straks Studeren'. Deze waren bedoeld om middelbare scholieren te helpen bij de keuze van hun studierichting. Hij introduceerde nieuwe strips als 'De opmerkelijke loopbaan van Lodewijk Leverkaas' (1979), 'De veelvuldige loopbanen van Kareltje Zorgdrager', 'Xavier Bloothoofd licht voor...', 'De avonturen van Rudolf Rozijn' en 'Jan Jaap', evenals ingekorte en hertekende afleveringen van 'De Generaal' (1991-1994). Ook opmerkelijk waren de twee albums rond 'De Diamannetjes' (1983-1984), in opdracht voor Diamant frituurvet, met in de hoofdrol de keukenstaf van koning Liflaf XXIV. Later in zijn carrière voorzag De Smet het clubblad van de tv-zender Kindernet van strips en illustraties rond de mascotte Kinno (1996). Dit figuurtje was oorspronkelijk ontworpen door Bart de Kok. De tekenaar illustreerde verder de platenhoezen voor 'World Cup 10 Dances' van The Midland Big Band en het album 'Pater Moeskroen aan de macht' (1991) en de bijbehorende single 'Hela Hola' (1992) van de Nederlandse folkband Pater Moeskroen.


De Avonturen In Diamantland #2 - 'Verkiezingen Bij De Diamannetjes'.

Laatste jaren
Peter de Smets laatste verhaal met 'De Generaal' verscheen in SjoSji #23 uit 1997. Later in zijn carrière maakte De Smet ook 'De Meester - Overpeinzingen van een vlakgom', eerst voor De Toestand (1990-1991), en daarna voor stripinformatieblad Stripschrift (1994-1998). Via deze strip/cartoon gaf de auteur cynisch commentaar op de Nederlandse stripindustrie en het zware bestaan van een striptekenaar. Hierna werd geen nieuw stripmateraal meer gemaakt, alhoewel er nog één of twee reclame-illustraties van later datum bestaan. Peter de Smet stopte met werken toen hij ziek werd, en overleed op 6 januari 2003, amper 58 jaar oud.

De Meester by Peter de Smet

Nalatenschap en invloed
Peter de Smet is één van Nederlands meest gevierde stripauteurs. Voor zijn verdiensten werd hij in 1985 beloond met de Stripschapprijs. De hilarische catchphrases in zijn strips leven verder in het dagelijkse leven van zijn fans, terwijl invloeden van zijn typische humor of tekenstijl zijn terug te vinden in het werk van Toon van Driel, Ruud Straatman, Wim Haazen, René Uilenbroek, Willem Ritstier, Gerrit de Jager, Rob Derks, Herman Roozen en Mark van Herpen. Fan en verzamelaar Nico Stalenburg heeft het op zich genomen om Peter de Smet's hele oeuvre in kaart te brengen. Hij stelt zijn vorderingen te boek in de nieuwsbrief 'Orde van de Roodkoperen Fluit van Verdienste' (verwijzend naar het levensdoel van agent Dreutel) en op zijn website Mallejongen.nl (verwijzend naar Truus' catchphrase). Stalenburg heeft verder indexen van 'De Generaal' (2016) en De Smet's Pepjaren (2017) gepubliceerd. Het Stripschap noemde in 2015 zijn publieksprijs voor Nederlandse stripalbums naar Peter de Smet. De "Peter de Smet-speld" was gemodelleerd naar het eendje dat altijd op de pet van de generaal zat.

Revival
Na zijn dood dreigde Peter de Smets werk in obscuriteit te verzanden, aangezien het lange tijd niet meer verkrijgbaar was. Dit werd allereerst een beetje goed gemaakt met herdrukken in het slechts kort bestaande Pep-nostalgieblad Por Dios (Don Lawrence Collection, 2010-2011). Tegen 2014 begon de redactrice Mariella Sormani zich te verdiepen in het leven en werk van de man met het oog op een eventuele biografie. Dit mondde uit in de collectie 'De Generaal Gaat Integraal', waarin elk verhaal rond De Smets klungelende generaal wordt verzameld. Uitgeverij Personalia bracht in 2018 het eerste deel uit, onder redactie van Sormani en Erwin Lammerts. Elk boek wordt voorafgegaan door een informatief dossier, samengesteld met behulp van Peter de Smets kinderen, broers en zussen. Personalia wijdde ook het achtste nummer van de Stripglossy aan Peter de Smet (maart 2018). Hierin lanceerde De Smet-volgeling Vick Debergh een spin-offstrip rond de jonge jaren van 'De Generaal', getiteld 'Het Generaaltje' (2018). Debergh bouwde ook een op afstand bestuurbare miniatuurversie van de tank van de generaal. Het Stripmuseum Groningen organiseerde tussen juni 2018 en februari 2019 een overzichtstentoonstelling rond het werk van Peter de Smet.

Lambiek is Peter de Smet eeuwig dankbaar voor het illustreren van de letter "G" in onze encyclopedie 'Wordt Vervolgd – Stripleksikon der Lage Landen' (1979).

Weekblad Sjook, by Peter de Smet

www.mallejongen.nl

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars