Comics History

Hans van Daalen

Onze vaste klant Hans van Daalen schreef onderstaande herinneringen aan Lambiek ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum:

"Men heeft in de Dagbladen kunnen lezen dat Amsterdam sedert 8 november jl een strip-antikwariaat rijk is. Het souterrain van perceel Kerkstraat 104 heeft hiertoe een ingrijpende gedaanteverwisseling ondergaan." Deze openingsregels van een paginagrote bespreking van de feestelijke opening van een nieuw soort boekwinkel uitgebaat door een dan 26-jarige Kees Kousemaker, staat in nummer 4/5 van het stripfanzine Stripschrift (een klein jaar eerder geboren, december 1967, vanuit het op 11 oktober 1967 opgerichte centrum voor belangstellenden in strips: Het Stripschap). Het waren op veel gebieden woelige tijden. Die woeligheid ging vrijwel geheel voorbij aan een vijfjarig jochie in een buurstadje van Amsterdam: Weesp. Zijn vader kreeg hier, met enige vertraging, toch wel wat hoogte van en toog in 1970 met dat joch wat dieper die vrolijke stad in. Aan mijn vaders hand betrad ik paradijzen. En dat souterrain in de Kerkstraat was zo'n paradijs. Eerst dat korte stenen trappetje af om dan een ruimte vol stripboeken en boekjes te betreden. Vooral veel "liggende" boekjes. Later leerde ik het woord "oblong" kennen.

Die laatste waren trouwens eigenaardig duur. Ik had al eerder strips gekregen, maar in die nieuwe winkel mocht ik voor vijf gulden iets uitzoeken én zelf betalen. Mijn oog viel op een dikke paperback bij de toonbank. Voor fl. 2,95 kocht ik Pep Parade 3. Ik werd daar in die winkel, al bladerend door het dikke boek, stil van het allegaartje korte strips: vreemd, grappig, spannend. Maar er waren niet alleen strips. Er waren zelfs historische artikelen over o.a. de ondergang van Generaal Custer tegen een overmacht van Indianen onder leiding van mannen met heel aansprekende namen: Sitting Bull, Crazy Horse en Gall. Er was een slag geleverd in de omgeving van het riviertje Little Big Horn. Zo'n populair historisch artikel heb ik heel langzaam als kind laten inzinken en ben ik vervolgens nooit vergeten.

Anderhalf jaar later verhuist dat joch van een stadje in het Gooi naar een dorp in het Gooi, wat geen fijne ervaring is, maar 'm wel een excuusabonnement op het stripblad Pep oplevert, "wat een stripblad, por dios!" De levering van Pep kwam hortend en stotend op gang. Het allereerst ontvangen nummer bevatte het begin van het laatste door E.P. Jacobs voltooide Blake en Mortimer verhaal 'De 3 formules van professor Sato', vier pagina's afgesloten met een echte cliffhanger. Vervolgens miste ik de twee daarop volgende nummers, zodat ik pas jaren later, bij het doorbladeren van het stripalbum, te zien kreeg wat nou die verbijsterende Ryu was? Lambiek verdween al snel weer voor een paar jaar uit beeld. In heel het Gooi was er één stripwinkel: "Wammes" van Jet Fermin in Bussum. Een noodzakelijke uitwijkplek indien je daar in de buurt op de Gooiland-MAVO zit. Het blaadje Snavel met illustraties van een jonge Gerard Leever was de spreekbuis naar de buitenwereld. Jet hield het snel voor gezien en verhuisde elders heen. Haar broer Flip herinnerde me aan het bestaan van dé stripwinkel van Nederland die toch echt in het best wel nabijgelegen Amsterdam lag: Lambiek. Ik hoorde dat de winkel niet meer in het souterrain gevestigd was, maar een veel grotere ruimte had verworven, dichter naar de Leidsestraat toe. Ook het uithangbord was veel prominenter geworden. Een letterlijk opgeblazen prentje uit het album 'Prinses Zagemeel' (1949, pagina 9 onderste strook).

Ditmaal gebeurde deze hernieuwde kennismaking met het stripparadijs met losse handjes. Ik was meteen verkocht. Ik reageerde bedeesd op die overvloed aan schoonheid. De plattegrond van de winkel zie ik nog steeds voor me in m'n dromen. Na een aantal jaren kwam er zelfs een mooie ruimte voor de stripgalerie bij. Tentoonstellingen werden gekoppeld aan signeersessies. Voor mij is de meest gedenkwaardige die met Will Eisner, van onder andere de strip 'The Spirit'. Deze grootmeester was een nieuw pad ingeslagen met een graphic novel: een viertal tenement stories onder de titel 'A Contract with God'. Kees had als onderdeel van de festiviteiten rond het vijftienjarige bestaan van de winkel een Jiddische en een Hebreeuwse vertaling laten maken. Eisner was zeer onder de indruk van deze geste en Kees zeer dankbaar. Dit alles werd beklonken met een mooie kooptentoonstelling en een bezoek van Eisner aan de Kerkstraat. Ik liet hem een mooie hardcover met de titel 'De vrouwen van de Spirit' signeren, maar had nog een boek bij me. Hij zag me schutteren en ik presenteerde hem een eerstedrukexemplaar van "A Contract with God' uit 1978. De paperback was helemaal sjofel gelezen en zelfs slachtoffer geworden van een lekkage. Hij nam het beduimelde boek in ontvangst, bladerde er in en zei: "But this is your copy! It's obvious for me that you love this book. It will be an honour for me to sign it." En dat deed-ie vervolgens.

In die enorme stapel strips die ik in de loop van (na het verdwijnen van Jet en "Wammes") veertig jaar bij Lambiek heb aangeschaft (natuurlijk allemaal ondergebracht in een grote boekenkast), zit veel schoons: 'Isabelle Avondrood', 'Corto Maltese', 'Blueberry', 'John Difool', 'Chlorophyl', 'Eric de Noorman', 'Heinz', 'Kuifje', 'Charly' (vooral deel 1 t/m 7), 'Alleen' en zelfs 'Suske & Wiske' (wel de eerste zesenzestig natuurlijk met deels dat heerlijke Antwerpse dialect... de één euro herdrukken van dagblad De Standaard!!) en ga zo verder en ga zo door (sprak de oude sok). "Een kinderachtig plezier dat mooie boek telkens in mijn hand te nemen", om Louis Couperus te citeren, toen hij voor het eerst een exemplaar van 'De Stille Kracht' (1900) in handen had, met gebatikte band. Er zijn stripalbums vol avonturen die ik wel meer dan twintig keer heb verslonden. Alle plaatjes en praatjes absorberend.

Maar de mooiste aanschaf bij Lambiek vond ik als een parelduiker in de modder. In de voorzomer van 1991 zie ik op het verhoogde galeriegedeelte een langwerpig plankje op de stoffige vloer liggen. Ik herken, door de versluiering heen, zonder het ooit gezien te hebben, een schilderwerkje van de Utrechtse schilder Peter van Poppel. Ik raap het houten paneeltje op en kan me weerhouden reflexmatig de laag stof er af te vegen: we moeten pragmatisch blijven! Voorzichtig draai ik het paneeltje een slag om en zie het opgeplakte papiertje mijn voorgevoel bevestigen: 'Peter van Poppel, Sportzwemster 1972 VTR'. Het olieverfje laat een in badpak gestoken mensfiguur in foetushouding zien in een omgeving die het meest doet denken aan een donkere Hollandse sloot. De figuur is ingekaderd door twee rood-witte stokken in het water en een donkere onweerslucht. Ik loop met deze vondst naar Kees en vraag hem of het paneeltje te koop is? Pas op dat moment veeg ik het laagje stof naar de vloer met de woorden: "Ja, het lag daar ergens in die hoek, op de grond. En ik zie nu pas dat er een jongedame al twee keer met haar naaldhak op heeft gestaan. Oei!" Kees: "Ja, mooi hè! Dat is van Peter van Poppel. Die schilder ken ik goed. Het heeft jaren bij mij aan de muur gehangen… Ik zat te denken aan fl 1000,-." Ik: "Maar dan leg je 't toch niet zo op de grond?!" Kees: "Ja, we hebben het een beetje druk gehad met het inrichten van de tentoonstelling. Ben je geïnteresseerd? Ik wil het wel voor je reserveren!" Gezien het voorzomer was had ik genoeg vakantiegeld op zak om van een kort moment van rijkdom te mogen spreken. Duizend gulden was veel, maar het vakantiegeld dekte die toekomstige kosten meer dan. Ik heb diezelfde dag nog Galerie Jas in Utrecht en Galerie Petit in Amsterdam gebeld, en op mijn vraag naar wat ik zo'n beetje zocht van Peter van Poppel en daarvoor bij hen kwijt zou zijn, hoorde ik bedragen van rond de vijfduizend gulden. Aan een paneeltje konden ze me echter niet helpen. Peter werkte al jaren enkel nog maar op doek, en heel soms op karton. Thuis had ik een mooi klein overzicht van zijn werk, onder de titel 'Groot atelier' (Querido, 1982), en daar vond ik op bladzijde 28 een sportzwemster uit dezelfde periode. Het jaar van ontstaan, 1972, geeft aan dat de inspiratie voortkwam uit de Olympische Spelen die toen in München werden gehouden. Een schilderijtje dat een sportzwemster in een meer natuurlijke omgeving toonde: een zwembad. In 1983 had ik een kooptentoonstelling met werk van Peter van Poppel bezocht in het Singer Museum te Laren, maar kon alleen toekijken en bewonderen. Alle werken aan de muur was onbereikbaar geprijsd. De dag daarop ging ik naar de winkel en vertelde Kees dat ik met mijn vakantiegeld het paneeltje ging aanschaffen en dit jaar maar niet naar Portugal zou gaan, maar naar de Kortenhoefse Plassen en de Kennemerduinen. Ook hij begon te glunderen: "Ja, mooi hè, jongen. Nu gaat het bij jou aan de muur."

Vandaag de dag hangt het paneeltje nog steeds op een plek waar geen zonlicht kan komen maar desalniettemin mooi in zicht. Eenmaal thuis heb ik het paneeltje bij heel helder licht goed bekeken en was er in het troebele Hollandse slootwater een wedstrijdbal te zien ingeklemd tussen twee handen en twee benen (sportzwemster wordt waterpolospeelster), maar kwam er schuin onder die foetusbeentjes nog een tweetal paar spartelende beentjes tevoorschijn. Eén en al beweging in olieverf, het schilderij als stripverhaal. Lambiek is al die tijd voor mij dé stripwinkel gebleven. Ook na nog drie verhuizingen en dus zelfs na het vertrek uit dat stuk verstopt wonderschoon Amsterdam in de Kerkstraat tussen Spiegel- en Leidsestraat. De Nieuwmarktbuurt doet het al weer een stuk beter met die nieuwe winkel. Alleen al dat uithangbord! Lang leve Lambiek, lang leve Boris! En ook Kees natuurlijk, altijd Kees.

Hans van Daalen