Stripgeschiedenis

Sjors (van de Rebellenclub)

De eerste Sjors uit 1930Sjors uit 1941Sjors uit 1950

In de twintiger jaren wordt de Amerikaanse krantenstrip 'Perry and the Rinkydinks' van Martin Branner in Nederland geïntroduceerd. Deze strip is de zondagspagina van Branner's populaire 'Winnie Winkle', van wie Perry een broertje is. Vanaf 1928 staat de staat de strip in De Humorist van de Week, een uitgave van De Spaarnestad in Haarlem.

Perry Winkle
De oorspronkelijke Sjors van Martin Branner, hier nog met zijn zus Winnie (die in Nederland Suzy wordt genoemd)

Ukkie Wappie

Het figuurtje dat we kennen als Sjors staat vanaf januari 1932 ook in het tijdschrift ABC en het Franstalige equivalent AZ, maar dan onder de naam Ukkie Wappie. Deze strip loopt ook in het Vlaamse tijdschrift Het Weekblad Voor U. Tot en met ABC nummer 42 van 1932 is dit Amerikaans materiaal van Martin Branner. Hierna verschijnen nieuwe afleveringen, waarvan we de tekenaar niet kennen. Het is mogelijk dat deze strip door verschillende tekenaars is getekend (getuige het verschil in stijl tussen het plaatje hierboven en hieronder). In de autobiografie van Marten Toonder is te lezen dat deze strip vanaf oktober/november 1933 jarenlang door Toonder voor de Rotogravure in Leiden is getekend. De heer Toonder kan hier echter ook de strip 'Fik en Fok' bedoeld hebben, die in dat jaar van start gaat.

Ukkie Wappie

Sjors slaat dermate aan in de Lage Landen dat er in 1930 en 1931 al een eigen tijdschrift op de markt wordt gezet, als bijlage van Panorama. Na 26 nummers wordt het figuurtje alweer "ten grave gedragen", zoals het laatste nummer vermeldt. In 1935 doet De Spaarnestad een nieuwe poging, die een langer leven beschoren is.

Sjors
Afscheid van het eerste Sjors-blad uit 1931

In Sjors, zoals het blad wordt genoemd, staan niet alleen Martin Branners 'Perry Winkle' afleveringen, maar ook andere Amerikaanse krantenstrips als 'Kitty Muis en haar hond' ('Little Annie Rooney' door Nicholas Afonsky en Brandon Walsh), 'Willy Weetal's Wetenswaardigheden' ('Little Mary Mixup' van R.M. Brinkerhoff) en 'Prins Valiant' van Hal Foster. In 1938 lijkt de redactie door de voorraad Amerikaanse 'Sjors' strips heen te zijn en wordt Frans Piët aangetrokken om Nederlandse afleveringen te maken. Het decors verandert al snel van de typische Amerikaanse straten naar Hollandse landschappen met molens.

Sjors, cover door Boy ten HoveAndere tekenaars van eigen bodem die in Sjors publiceren zijn Boy ten Hove ('Jan Klaas'), Piet Broos ('Tommie's Avonturen') en B.J. Reith ('Monki's reis om de wereld'). Mies Deinum verzorgde illustraties aan het eind van de jaren dertig.

Hiernaast: een cover van Boy ten Hove, 1940

Ook verschenen er veel anonieme strips in Sjors:

Teddie in Poppenland
Teddie in Poppenland (Sjors, 30-4-1936

Bam-Bam
Bam-Bam (Sjors, 21-1-1937)

San Min
Het vervolgverhaal San Min (Sjors, 9-6-1938)

Pietje Pomp
Pietje Pomp (Sjors, 25-1-1940)

Verschijningsverbod SjorsIn 1941 krijgt het blad een verschijningsverbod (hiernaast de melding uit de Panorama van 23 oktober van dat jaar). Overigens werd Sjors op 30 oktober en 6 november in de Panorama zelf nog afgedrukt. Daarna verscheen het opeens weer separaat als een paginagroot gevouwen vel in zwart-wit met datum en nummering.
In Panorama 14 van 1942 begonnen de strookjes in het blad te komen met losse gags van Frans Piët, die doorliepen tot de bekende albumverhalen van start gingen.

Van juni 1947 tot januari 1948 keert Sjors terug, maar dan tweewekelijks. Vanaf 1949 produceert Frans Piët samen met redacteur Lou Vierhout voor Panorama lange avonturen van Sjors, die al vrij gauw zijn kompaan Sjimmie ontmoet. Vanaf 15 september 1950 heet het blad Rebellenclub. De belangrijkste strips in die periode zijn 'Uit de luierjaren van Sjors' (een gagstripje van Frans Piët), 'Pier Paniek en Suzie Rebel, het zusje van Sjors' (Bouwman) en 'Olaf Noord' (Bert Bus). Toch kan men nog niet echt van een stripblad spreken, aangezien Rebellenclub voornamelijk bestond uit verhaaltjes, puzzeltjes en knutselpagina's. De Rebellenclub bestaat tot 4 september 1954.

Sjimmie ontmoet zijn ouders
Sjimmie ontmoet zijn ouders: deze strip verscheen in Panorama

Een week later gaat Sjors van de Rebellenclub zelfstandig door als voortzetting van niet alleen Rebellenclub, maar ook Grabbelton (een bijlage van de Katholieke Illustratie) en Tombola (een bijlage van Libelle). Grabbelton bevatte al grotendeels dezelfde strips als Rebellenclub en deze strips werden ook voortgezet in het nieuwe blad, zoals 'Olaf Noord' en de Engelse strips 'Bas en Bes' (onder de nieuwe titel 'Bob en Bep'), 'Kit Carson' en 'Vonkje de Vrolijke Vrijbuiter' (onder de nieuwe titel 'Vikkie Vinnig').

de eerste Sjors van de Rebellenclub, 1954Een groot deel van de inhoud van Sjors blijft import uit Engeland ('Mik en Mak', 'Ted en Tom', 'Archie, De Man van Staal' en 'Billy Turf') en later uit Spanje en Frankrijk ('Karl May', - 'Toosje Tontel' en 'Tiger Joe'). Vaste Nederlandse tekenaars zijn Bert Bus ('Olaf Noord', 'Skokan', 'Theban', 'Cliff Rendall' en verschillende historische verhalen), Carol Voges ('Dinky', 'Bertram'), Harry Balm (historische biografieën) en Henk Rotgans.

De lange avonturen van 'Sjors en Sjimmie' verschijnen dus in Panorama, maar in zijn eigen blad mag hij natuurlijk ook niet ontbreken. De eerste versie is een lang verhaal door Hans Ducro, 'Sjors en de Verschrikkelijke Sneeuwman'. Carol Voges maakt jarenlang 1-paginagrappen van 'Sjors en de Rebellenclub' - zonder Sjimmie. Pas vanaf 1963 verschijnt een gemoderniseerde versie van 'Sjors en Sjimmie' door Frans Piët in Sjors.

Sjors, door Hans Ducro
Een vroege Sjors, door Hans Ducro

De eerste Sjors in full-color, 1959In de loop van de jaren '60 blijkt dat veel lezers overstappen naar het stripblad Pep, dat vanaf 1962 door De Geïllustreerde Pers wordt uitgegeven. Ook al was de oplage kleiner, Pep blijft een geduchte concurrent met populaire series als 'Asterix', 'Kuifje' en 'Lucky Luke'. Wanneer De Geïllustreerde Pers en De Spaarnestad eind 1964 fuseren is er van echte concurrentie geen sprake meer. Sjors richt zich op wat jongere lezers van 10-12 jaar, terwijl Pep zich richt op een doelgroep van 12-15 jaar. Maar Sjors zal wel de strijd aan moeten gaan met Donald Duck...

Hiernaast: de eerste Sjors in kleur, nummer 14 uit 1959

Cover Carol VogesSjors 1963, cover van Carol Voges

De oplage daalt en in 1969 wordt de hulp in geroepen van Peter Middeldorp, die eerder het blad Pep succesvol had gemaakt. Middeldorp was redacteur geweest bij Robbedoes en via zijn contacten bij Dupuis kon hij populaire strips uit de Robbedoes-stal in Sjors introduceren. Dit waren onder meer 'Guust', 'Bollie en Billie' (als 'Bas en Boef'), 'Guus Slim', 'Baard en Kale' (als 'Baardmans en de Kale') en 'Sammy'.

Sjors en Sjimmie door Jan SteemanSjors en Sjimmie door Jan Steeman

Nieuwe strips worden ook geïntroduceerd, zoals 'Arad en Maya' (Jan Steeman en Lo Hartog van Banda), 'Brammetje Bram' (Ryssack), 'De Donderpadjes' (Berck), 'Distel' (Börge en Joannnika Ring) en 'Joris Jofel' (van Carry Brugman en Ruud Ringers). Van de oude strips blijft 'Billy Turf', het dikste studentje ter wereld, nog steeds een graag gezien personage.

Sjors wordt Eppo

Bert Bus tekent nieuwe verhalen van 'Archie, De Man van Staal' en introduceert zijn nieuwe held Stef Ardoba. 'Sjors en Sjimmie' wordt in 1969 overgenomen door Jan Kruis en later voortgezet door Jan Steeman. De meest populaire strip in deze periode is 'Opkomst en Ondergang van het Keizerrijk Trigië' door de Engelsman Don Lawrence. Ondanks deze modernisering houdt het blad in 1975 op te bestaan en gaat het samen met Pep verder als het nieuwe weekblad Eppo.

Medewerkers Sjors
Een middagje in het Singer Museum in 1958/59. Van links naar rechts: Bert Bus, Ab Schatorjé,Harry Balm, Frans Piët en Nic. van Dam.

Register van tijdschriften