Stripgeschiedenis

Anton Pieck


Sequentieel verhaaltje voor een schoolboek.

Anton Pieck was een Nederlands graficus, schilder en etser die vooral bekend staat als boekillustrator. Hij genoot een lange carrière die haast de hele 20ste eeuw omvatte, al zou men dit niet zeggen als men naar zijn kunst kijkt. Zijn tekeningen en schilderijen speelden zich altijd in het verleden af, met name de 19de eeuw. Hij maakte ontelbare werken met een gezellige, nostalgische sfeer. De Romantische illustrator stond verder bekend om zijn voorstellingen van sprookjes, zoals zijn iconische 'Sprookjes van Grimm' (1940) en 'Sprookjes van 1001 Nacht' (1943-1956). Deze vormden later de blauwdruk voor het Nederlandse attractiepark De Efteling, waarvoor hij het sprookjesbos en het merendeel van de architectuur ontwierp. Anton Pieck is altijd een publieksfavoriet geweest, maar wordt door serieuze kunstliefhebbers weggewuifd als zogenaamde kneuterige kitsch. Toch moesten vriend en vijand toegeven dat hij een getalenteerd vakman was met een unieke, onmiddellijk herkenbare en zelden geïmiteerde stijl. Terwijl Anton Pieck tijdens zijn leven weinig strips maakte tekende hij in de jaren 1920 af en toe tekststrips voor het blad Zonneschijn en leverde sequentiële illustraties voor verschillende romans.


Uit: '1001 Nacht'.

Vroeg leven
Anton Franciscus Pieck werd op 19 april 1895 in Den Helder geboren. Zijn vader had een baan bij de Koninklijke Nederlandse Marine, terwijl zijn moeder huisvrouw was. Pieck had een tweelingbroer, Henri, die eveneens tekentalent had. Maar Henri zou een ander, veel opwindender en gevaarlijker leven dan Anton leiden. Als volwassene was hij actief binnen de Nederlandse Communistische Partij en werkte als spion voor de Sovjet-Unie. Henri had ook andere artistieke interesses dan Anton. Terwijl zijn voorkeur naar moderne kunst uitging, hield Anton van ouderwetse illustraties en schilderijen. Tot zijn grafische invloeden behoorden Herman Heuff, Henri Daalhoff, heo Goedvriend, Adriaan Mioléé, Cornelis Springer, George Hendrik Breitner, Pieter Bruegel de Oudere, Albrecht Dürer, Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Frans Hals, Carl Spitzweg, Charles Rochussen, Walter Vaes, Henri De Braeckeleer, W.O.J. Nieuwenkamp, Hokoesai, Gustave Doré, George Cruikshank, Arthur Rackham, Edmond Dulac, Hablôt Knight Browne en Carl Larsson. Hij studeerde tekenen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Bik en Vaandrager instituut, beiden in Den Haag. Na zijn afstuderen bleef Pieck op de laatstgenoemde school om tekenleraar te worden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal, maar desondanks werden veel jonge mannen gemobiliseerd om klaar te staan in geval van een militair conflict. Pieck was één van hen. Hij werd tot sergeant benoemd, maar bracht desondanks het merendeel van zijn vrije tijd door met tekenen voor zijn collega-rekruten. Een psychologisch legerrapport uit 1915 omschreef Pieck als "iemand die meer naar het verleden dan de toekomst kijkt en daarom nooit iets zal bereiken." In het besef dat ze hem niet voor gewone militaire plichten konden gebruiken werd Pieck naar Den Haag gestuurd, waar hij tekenlessen aan andere soldaten gaf. Vier avonden per week van telkens twee uur kon Pieck al zijn tijd spenderen aan wat hij het liefst deed. Na de oorlog werd hij kunstleraar aan het Kennemer Lyceum in Bloemendaal. Hij zou er tot zijn pensionering in 1960 blijven, al was hij nooit echt gelukkig met zijn baan. Na school kon hij niet wachten om terug naar huis te stormen en te verder aan een tekening of schilderij te werken. Maar de baan bood hem tenminste financiële stabiliteit en de luxe om opdrachten uit te kiezen die hem plezierden, in plaats van onder dwang aan dingen te werken waar hij een hekel aan had. Behalve lesgeven heeft Pieck ook diploma's, bulletins, ex-librissen, geboortekaartjes en andere administratieve documenten voor zijn school geïllustreerd.


Piecks illustraties voor de vier seizoenen in Nederland.

Op zoek naar een stijl
Tijdens de jaren 1920 publiceerde Anton Pieck zijn eerste tekeningen. Hij knoopte een vriendschap aan met de Vlaamse schrijver Felix Timmermans (de vader van cartoonist GoT), wiens joviale attitude hem overtuigde om meer zijn eigen spontane geest te volgen. Pieck illustreerde Timmermans' bekendste roman 'Pallieter' en bezocht Vlaanderen om er de lokale sfeer op te snuiven. Hij zou zijn hele leven een enthousiast reiziger blijven. Zo bezocht hij Engeland, Frankrijk, Ierland, Duitsland, Zweden, Zwitserland, Oostenrijk, Italië, Polen en Marokko om er schetsen te maken. Maar hij had geen interesse in moderne architectuur. In plaats daarvan keek hij naar de natuur en pittoreske stadjes en dorpjes. Pieck zag België en Engeland altijd als zijn tweede vaderlanden, aangezien ze niet zo gemoderniseerd waren als Nederland en hij een schaamteloze nostalgicus was. Alhoewel hij slechts de laatste vijf jaar van de 19de eeuw had meegemaakt toonde Pieck een sterk verlangen naar deze periode. Hij maakte ontelbare schilderijen, tekeningen, etsen en gravures met Dickensiaanse scènes. Mensen in hoge hoed of hoepeljurk die koetsritjes maken, een toverlantaarn bekijken of naar een draaiorgel of kamerconcerten luisteren... ze droegen allemaal bij tot zijn artistieke ideaal. Vanzelfsprekend aanvaardde hij enkel opdrachten die hem toestonden om romans of kortverhalen te illustreren die zich in het verleden afspeelden, zoals Hildebrands 'Camera Obscura', Selma Lagerlöfs 'Nils Holgersson' en Charles Dickens' 'A Christmas Carol'. Bovenal was hij gevoelig voor gezelligheid. Alles wat er ouderwets uitzag sprak hem aan. Gebouwen, trappen, wegen en putten moesten er allemaal krom, afgebrokkeld of roestig uitzien. Niets mocht volledig nieuw lijken of volledig recht gebouwd zijn.

Pieck was zo'n nostalgisch persoon dat vrijwel alles wat hij tekende of schilderde zich in een geromantiseerd verleden afspeelde. Ook al leefde hij lang genoeg om de jaren 1980 mee te maken, toch dacht het grote publiek dat hij een 19de eeuws tekenaar was die al decennia lang dood moest zijn! Pieck had inderdaad het gevoel dat hij in de verkeerde eeuw geboren was. Hij hield nooit echt van zijn eigen tijd. De nostalgische artiest had geen interesse in moderne kunst, architectuur of technologie. De man was zo ouderwets dat hij al zijn werken handmatig afdrukte met behulp van een authentieke drukpers in zijn eigen huis! Hij bezat geen auto, radio of televisie. Pieck betreurde dat zoveel oude gebouwen werden neergehaald ten voordele van meer eigentijdse en karakterloze architectuur. Volgens hem spendeerden mensen in het verleden meer tijd aan het scheppen van mooie gebouwen omdat ze er in de buurt moesten wonen. De opkomst van auto's en snelwegen deed mensen grotere afstanden tussen locaties afleggen, waarbij het minder belangrijk werd dat elk plekje er mooi uitzag. Maar hij was ook niet volledig tegen het moderne leven. Hij had, bijvoorbeeld, veel respect voor het werk van Norman Rockwell en Walt Disney. Afgezien hiervan leefde Pieck vooral in zijn eigen dromen over een geïdealiseerd verleden, die hij zo memorabel op papier wist te visualiseren.


Illustratie voor Zonneschijn (1930).

Sprookjesillustraties
Piecks vermogen om de dagen van weleer te imiteren maakte hem de ideale artiest om fantasieverhalen en sprookjes te illustreren. In het midden van de jaren 1920 sloot hij zich aan bij het kinderblad Zonneschijn, waar zijn illustraties verschenen naast die van Hans Borrebach, Tjeerd Bottema, Rie Cramer, H. de Hoog, Jan Feith, Jan Kraan, Freddie Langeler, Jan Lutz, Johanna Bernardina Midderigh-Bokhorst, George van Raemdonck, Henri Verstijnen en Jan Wiegman. Hij illustreerde verschillende kinderverhalen, sommigen in de vorm van tekststrips. Natuurlijk maakte hij ook diverse illustraties voor Zonneschijns jaarlijkse kerstboeken. Pieck kon zichzelf helemaal onderdompelen in een wereld van kinderlijke verwondering. Hij hield ervan kastelen, donkere wouden, reuzen, kabouters, heksen, koningen, prinsen, prinsessen en draken te tekenen. De man illustreerde twee boeken over mythologische verhalen, namelijk 'Het Boek der Helden' (1929) van C. van der Horst en 'De Tuin der Goden' (1940/1947) van A. van Hamel. Maar zijn beroemdste illustraties maakte hij voor 'De Sprookjes van Grimm' (1940) en 'De Sprookjes van 1001 Nacht' (1943-1956). Voor het laatstgenoemde monumentale werk bracht hij zes weken in Marokko door om er lokale gebouwen en mensen te schetsen en zo een overtuigende Arabische sfeer op te wekken. Ook al was hij verre van de eerste om deze klassieke verhalen te illustreren, Pieck wist ze op zo'n unieke wijze in beeld te brengen, dat het lijkt of het echt allemaal ooit "er was eens, lang, lang geleden" was bedacht. In 1974 publiceerde hij het boekje 'Klein Beeldverhaal van 1001 Nacht', dat als een geïllustreerd verhaal werd gepresenteerd, maar in realiteit gewoon een verzameling van oudere illustraties voor '1001 Nacht' was, vergezeld van citaten uit de oorspronkelijke verhalen. Het boekje was waarschijnlijk gemaakt voor mensen die zich niet alle acht de volumes van de originele verhalen konden veroorloven.


Illustratie voor Grimm's 'Tafeltje Dekje'.

De Efteling
Piecks illustraties voor de Sprookjes van Grimm vormden de directe aanleiding tot zijn beroemdste bijdrage aan de Nederlandse populaire cultuur: attractiepark De Efteling. Tijdens de vroege jaren 1950 werd hij gevraagd om ontwerpen te maken voor een sprookjesbos in Kaatsheuvel. Eerst was hij niet geïnteresseerd, ervan uitgaande dat het slechts een aantal bordkartonnen decors zouden worden. Toen de organisatoren hem overtuigden dat ze echte huizen zouden bouwen gebaseerd op zijn ontwerpen kreeg de artiest meer interesse in het project. Op 31 mei 1952 opende De Efteling haar deuren. Pieck ontwierp alle huizen, gebouwen en animatronische bewoners van het sprookjesdorp, waaronder Roodkapje bij haar grootmoeders huis, het kasteel van Doornroosje, de put van Vrouw Holle en het peperkoeken huisje van Hans en Grietje. Minder bekende verhalen als 'De Zes Dienaars' werden ook toegevoegd. De dienaar Langnek is nog steeds de mascotte van het park, samen met Pardoes de nar die in 1989 door Henny Knoet werd ontworpen. Terwijl het park groeide gaf Pieck ook andere sprookjes een plekje, sommigen door schrijvers die hij nooit geïllustreerd had, zoals Charles Perrault, Hans Christiaan Andersen en de Belgische koningin Fabiola. Meer algemene fantasiewezens en -locaties, zoals kabouters, trollen, een draak en een spookkasteel werden ook toegevoegd. Pieck gaf verder zijn eigen artistieke toets aan alle voorwerpen, van de waterfonteinen tot de prullenmanden. Hij was niet bang om de architecten eraan te herinneren dingen net zo scheef als in zijn ontwerpen te bouwen. Sommige bouwvakkers kregen op voorhand een beetje alcohol, terwijl Pieck ooit eens vroeg om een net gebouwde schoorsteen wat krommer te slaan. Het gaf hem de bijnaam "de milde dictator", maar alles was vergeven toen De Efteling effectief een groot succes werd. Vandaag is het nog steeds het drukst bezochte themapark van de Benelux. Zelfs Walt Disney bezocht het ooit om inspiratie op te doen voor zijn eigen attractiepark Disneyland (1955). Pieck bleef ook wekelijks De Efteling bezoeken. Eén van de pleintjes werd naar hem genoemd en toont een carrousel waar hij tijdens zijn jeugd nog op gereden had. De parkeigenaars hadden de originele attractie weten te kopen en te restaureren, en in het park gezet. In 1972 opende nog een door Pieck ontworpen attractie zijn deuren: het Autotron in Drunen. De plek was gemaakt om old-timer auto's tentoon te stellen in een esthetisch toepasselijke locatie. Ondanks het feit dat hij niet van auto's hield, genoot Pieck ervan om het hele gebouw in zijn signatuurstijl te ontwerpen. Het Autotron bestaat vandaag de dag nog steeds, maar de autocollectie is naar Rosmalen verhuisd. Het originele gebouw in Drunen wordt vandaag de dag De Voorste Venne genoemd.

Schrijvende Kabouter by Anton Pieck

Populariteit
Anton Pieck was tijdens zijn leven buitengewoon populair. Vanaf 1938 ontwierp hij kerstkaarten voor de benefietorganisatie Voor het Kind, die niet alleen in zijn vaderland een succes waren, maar ook in de VS als warme broodjes over de toonbank gingen. Dit leidde tot een grote industrie die zijn schilderijen als prentjes op wenskaarten, kalenders en puzzels dupliceerden. Het grote publiek houdt nog steeds van Piecks gezellige en nostalgische tekeningen en koopt deze merchandising in grote getale. Verrassend genoeg zijn velen te jong om deze periodes ooit zelf te hebben meegemaakt. De meerderheid woont zelfs in moderne steden, ver verwijderd van deze ouderwetse gebouwen nabij de natuur. Velen kunnen zich echter inleven in de eenvoudiger dagen van "de goede oude tijd", hoe geromantiseerd ze ook zijn. En dankzij De Efteling en het Autotron kunnen ze het zelfs in het echte leven bezoeken, wat ook hun succes kan verklaren. Deze attracties zijn een soort van tijdsportaal, net als de illustraties zelf. Pieck werd in 2004 tijdens de verkiezing van "De Grootste Nederlander" naar de 81ste plaats gestemd.

Artwork by Anton Pieck

Kritiek
Tegelijkertijd was en wordt Pieck nog steeds bespot door kunstcritici en mensen met een zogenaamde verfijnde smaak. Ze beschouwen zijn werk als kneuterige, melige en sentimentele kitsch, met De Efteling als een triomf van middelmatigheid. Het helpt weinig dat Pieck geen artistieke pretenties had, behalve fijn vakmanschap afleveren. Hij was geen vernieuwer en had ook geen interesse in de meer baanbrekende kunststromingen uit zijn eigen tijdsperiode. In plaats daarvan was hij een schaamteloze romanticus in een periode dat dit als bijzonder burgerlijk en conventioneel werd beschouwd. Piecks werk is verder verstoken van enige boodschap, controverse of persoonlijk drama. Hij maakte zelfs nooit een zelfportret. De commercialisering van zijn werk deed zijn publieke imago vanzelfsprekend weinig goed. Toen HP/De Tijd in 2004 een parodie organiseerde op "De Grootste Nederlander", namelijk "De Ergste Nederlander", was Pieck één van de 100 nominaties, ook al werd hij niet naar de finale gestemd.


'Het Wilde Meisje'.

Verdediging en verwezenlijkingen
Toch wilde Pieck voornamelijk tekenen en schilderen voor zijn eigen plezier. Zoals hij al aantoonde: veel artiesten in vorige eeuwen wilden gewoon mooi werk afleveren, zonder besef dat het ooit als "kunst" zou worden beoordeeld. Hij gaf er niet om wat critici zeiden en werkte gewoon dag in, dag uit. Toegewijd aan één passie, leidde hij een rustig en productief leven. Hoe polariserend zijn werk ook kan zijn voor sommigen, niemand kan ontkennen dat hij een getalenteerd artiest was wiens stijl praktisch een eponiem is geworden: "Pieckiaans". Weinig artiesten zijn zo onmiddellijk herkenbaar als hij. Aan sommige van zijn kunstwerken kan zelfs historisch belang toegeschreven worden, gezien Pieck vele straten, dorpen, steden en landschappen schetste alvorens modernisering hen voorgoed veranderde. En terwijl zijn werk geen sociaal bewuste boodschappen had, gebruikte Pieck tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn talent voor goede doelen. Hij hielp het verzet met het vervalsen van officiële documenten om de bezetter te misleiden. Hij deed zijn baan zo goed dat velen voor de gek werden gehouden en zij die de oorlog overleefden zelfs moeite hadden de autoriteiten ervan te overtuigen dat hun papieren vervalst waren. Pieck liet verder Joodse vluchtelingen in zijn huis onderduiken. Hij had het lef om lidmaatschap bij de door nazi's gecontroleerde Kulturkammer te weigeren, ook al waren artiesten verplicht dit te doen. Piecks broer Henri werd vanwege zijn directe betrokkenheid bij het Nederlandse verzet naar concentratiekamp Buchenwald gestuurd, wat hij gelukkig overleefde. Na de oorlog werd Anton Pieck vanwege zijn dappere en edele daden tot Ridder (1960) en Officier (1980) in de Orde van Oranje-Nassau gedecoreerd. De veteraan kreeg ook andere eerbewijzen. In 1977 werd hem gevraagd een officiële zegel voor de Nederlandse Post te ontwerpen. In 1983 werd in Overveen een bronzen standbeeld van zijn hoofd onthuld en een jaar later ontving hij in Hattem zijn eigen museum. Anton Pieck bleef werken tot de dag dat hij overleed, 24 november 1987.

from Zonneschijn, by Anton Pieck

Nalatenschap
Ondanks het feit dat hij nooit aanvaard werd door liefhebbers van "hoge" kunst heeft Anton Pieck ook na zijn dood zijn populariteit weten behouden. De Efteling trekt dagelijks nog altijd duizenden bezoekers. Zijn boeken en schilderijen worden nog steeds herdrukt en hij had heel wat opmerkelijke bewonderaars, zoals Felix Timmermans, Willy Vandersteen, Jacques Laudy, Dick Bruna, Adolf Melchior, Marten Toonder, Lies Veenhoven en de Britse illustrator Pat Cooke. In 1973 schreef de dichter Drs. P een poëtisch liedje, 'Winterdorp' (1973), waarin hij hommage brengt aan Piecks kunst. Gezien Drs. P's eigen ouderwetsheid was de bewondering begrijpbaar. Naar aanleiding van Piecks overlijden schreven de Belgische dichters Bert Peleman en Anton van Wilderode beiden een "in memoriam". Anton Pieck had ook een cameo in Willy Vandersteens stripreeks 'Suske en Wiske'. In het album 'De Belhamel Bende' (1982) wordt hij achter zijn ezel afgebeeld, getekend door Paul Geerts.


Anton Pieck met Willy Vandersteen, het Suske & Wiske album 'De Efteling-Elfjes' lezend.

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

www.antonpieck.eu