Stripgeschiedenis

Thé Tjong-Khing

Iris, by Thé Tjong-Khing
Iris

Thé Tjong-Khing is één van Nederlands bekendste kinderboekenillustratoren, die ook zijn stempel op de Nederlandse stripgeschiedenis heeft gedrukt. Zijn meest opvallende strips werden in samenwerking met scenarist Lo Hartog van Banda gemaakt, zoals de filosofische krantenstrip 'Student Tijloos' (1960), de door pop-art geïnspireerde grafische roman 'Iris' (1968) en de futuristische krantenstrip 'Arman en Ilva' (1969-1975). Hij heeft boeken geïllustreerd voor Dolf Verroen, Miep Diekmann, Els Pelgrom, Tim Maran, Simone Schell en Sylvia Vanden Heede en wordt geprezen om zijn virtuositeit, helderheid en eenvoud. Voor elke opdracht probeert hij een toepasselijke tekenstijl en techniek te zoeken, met een focus op sfeer in plaats van actie. Hij modelleert zijn personages regelmatig naar filmsterren, vooral de vrouwen, alhoewel de illustrator voornamelijk als zijn eigen spiegelmodel voor houdingen en expressies fungeert.

Thé werd op 4 augustus 1933 in Purworejo, Centraal-Java, in voormalig Nederlands-Indië geboren. Het gezin verhuisde later naar de West-Javaanse hoofdstad Bandoeng. Alhoewel hij in een Chinese familie opgroeide (de familienaam is Thé) was de voertaal bij hem thuis voornamelijk Nederlands en genoot hij een westerse opvoeding. Vanwege zijn Aziatische wortels verliepen zijn oorlogsjaren relatief zorgeloos. Thé's vader was een handelaar die ook een openluchtbioscoop uitbaatte, waar de jonge Khing zijn passie voor Amerikaanse films ontwikkelde. Hij tekende ook urenlang op een schoolbord aan de muur van zijn ouderlijke woning. Strips waren niet zijn voornaamste passie, maar hij vond wel inspiratie in Walt Disney's personages en 'Flash Gordon' van Alex Raymond. Later in zijn carrière drukte hij zijn bewondering uit voor 'The Heart of Juliet Jones' van Stan Drake, 'Terry and the Pirates' van Milton Caniff en de pin-ups van Alberto Vargas. Voor zijn illustratiewerk waren Thé's vroege invloeden Rie Cramer en Arthur Rackham, evenals impressionistische schilders. Hij was verder gefascineerd door de belichting en camerastandpunten in Hitchcock films.

Strip 101 of 'Martin Evans - Het Venuskruid' by Thé Tjong-Khing and Dick Vlottes (De Stem, 1958)
Strook 101 van het Martin Evans-verhaal 'Het Venuskruid' door een onbekende tekenaar (uit: 't Kapoentje, 1955)

Strip 101 of 'Martin Evans - Het Venuskruid' by Thé Tjong-Khing and Dick Vlottes (De Stem, 1958)
Strook 101 van het Martin Evans-verhaal 'Het Venuskruid' door Thé Tjong-Khing en Dick Vlottes (De Stem, 1958)

Thé Tjong-Khing studeerde drie jaar lang aan de Seniriupa Kunstacademie in Bandoeng, waarna hij per boot naar Nederland vertrok met het oog op meer werkgelegenheid. Hij kwam in oktober 1956 met een studentenvisum op Nederlandse grond aan. De migrant volgde avondcursussen reclametekenen aan de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool (de huidige Rietveldacademie). De cursus was echter niet zijn ding en een jaar later werd hij door Cees van de Weert van de Toonder Studio's ingehuurd. Gezien hij niet langer studeerde dreigde de immigratiepolitie hem terug naar Indonesië te sturen, maar de Toonder Studio's kwamen tussenbeide en regelden een Nederlands paspoort voor hem.

Thé's eerste studio-opdrachten waren stripverhalen voor de Britse romantische blaadjes Boyfriend en Valentine, die werden uitgegeven door Fleetway. In 1958 tekende hij ook de laatste vier stroken van 'Het Venuskruid', de eerste aflevering van de sciencefiction krantenstrip 'Martin Evans'. Het verhaal werd oorspronkelijk door Ben Abas getekend en in 1955 tijdens haar oorspronkelijke publicatie in Scandinavische kranten door een onbekende studiomedewerker afgewerkt. Het werd in 1958 in de Nederlandse krant De Stem herdrukt met Thé's bijdrage. De prentjes werden door Dick Vlottes geïnkt, die in 1959 ook het tweede verhaal tekende.


Het dagboek van Marion - Fraude van een compagnon (1961) door Thé Tjong-Khing en Jan Wesseling

In 1958 werd Thé ook Jan Wesselings assistent voor de krantenstrip 'Uit het Dagboek van Marion' (1958-1962) die tot februari 1962 in De Telegraaf verscheen. De strip kan gezien worden als het Nederlandse antwoord op Stan Drake's 'The Heart of Juliet Jones', met zijn dagboekformat, modethema's en exotische locaties. De plots werden geschreven door Lo Hartog van Banda of Harry van den Eerenbeemt, en de laatste aflevering door Joop van den Broek. Gezien Marten Toonder tijdens deze jaren in Ierland woonde ontmoette Thé Tjong-Khing hem pas toen hij in 1962 'Student Tijloos' tekende. Het lof van de grootmeester stimuleerde het zelfvertrouwen van de jonge artiest, die in wezen vanuit zijn intuïtie tekende. Toonder en Jan Kruis hadden in 1959 het eerste concept voor 'Tijloos' ontwikkeld, maar het project werd opzij gezet. Lo Hartog van Banda herwerkte het tot een filosofisch georiënteerde krantenstrip over een student die elke aflevering van studierichting verandert.

Student Tijloos by Thé Tjong-Khing
Student Tijloos - Het spiegelpaleis

Banda schreef zes verhalen met het personage, die tussen oktober 1961 en juni 1963 in het Algemeen Dagblad werden gepubliceerd. De meeste van deze verhalen werden door Gerrit Stapel geïllustreerd, behalve het derde, 'Het Spiegeldoolhof' (1962). Dit was ook gelijk het meest opmerkelijke verhaal in de reeks, grotendeels dankzij Thé's tekenwerk, dat door film noir was beïnvloed en gebruikmaakte van inventieve camerastandpunten. Tijdens dit verhaal studeert de student architectuur. Hij ontmoet een meisje dat in een mysterieus huis woont dat invloed heeft op het karakter van haar bewoners. Het verhaal was een perfect voorbeeld voor Thé's talent om menselijke emoties uit te beelden, wat hij via de vele transformaties van het meisje deed. De uitputtende werklast vermoeide de perfectionistische tekenaar uiteindelijk te veel en Stapel hervatte hierop zijn rol als de tekenaar van deze strip. 'Het Spiegeldoolhof' betekende echter het begin van Thé's vruchtbare samenwerking met Hartog van Banda.

Arendsoog by Thé Tjong-Khing
Arendsoog (Pep #50, 1967)

Thé Tjong-Khing verliet de studio's en werd freelancer. Rond deze tijd breidde hij zijn activiteiten als illustrator uit, maar keerde bij verschillende gelegenheden naar de stripwereld terug. Tussen 1964 en 1972 illustreerde hij een 25-tal tekstverhalen van schrijvers als Tim Maran (Anton Schilling) en Quint (Anton Quintana) voor het stripblad Pep, waaronder een tekststrip die op 'Arendsoog' was gebaseerd. Vier afleveringen van Paul Nowee's stripreeks over het Wilde Westen waren tussen 1965 en 1967 als tekstverhalen in Pep gepubliceerd met illustraties van Hans G. Kresse. 'De Wraak van Grissom' (1967-1968) was een nieuw verhaal door Nowee, met sequentiële tekeningen van Thé. Het werd later als de 45ste aflevering in de boekenreeks gepubliceerd. In 1969 keerde de tekenaar naar de Toonder Studio's terug, waar hij en Jan van Haasteren de Spaanse tekenaar Juan Escandell opvolgden als tekenaars van de ietwat absurde en bovennatuurlijke krantenstrip 'Horre, Harm en Hella' in De Telegraaf. Thé en Van Haasteren werkten aan twee volledige verhalen van Andries Brandt en Patty Klein mee, waarbij Thé zich voornamelijk op de personages richtte. Van Haasteren tekende de eerste afleveringen van het vierde verhaal, maar werd al gauw vervangen door Georges Mazure.

Iris by The Tjong Khing
Iris

Tegen die tijd had Thé Tjong-Khing zijn werkrelatie met Lo Hartog van Banda al hervat voor het kleurrijke en psychedelische album 'Iris' (1968). Het boek werd door de literaire uitgever De Bezige Bij gepubliceerd en was grotendeels geïnspireerd door de baanbrekende stripverhalen 'Les Aventures de Jodelle' (1966) en 'Pravda, La Survireuse' (1967) van de Belg Guy Peellaert. Het verhaal speelt zich af in een futuristische versie van Amsterdam, waar amusement, idolatrie van popsterren en vrije seks het dagelijks leven beheersen, dit alles georkestreerd door een "Droomkoning." Het grimmige toekomstbeeld van de auteur wordt echter vanuit een filosofisch en niet-politiek standpunt verteld en dankzij Thé Tjong-Khing's swingende pop art-prentjes wordt het boek nooit al te zwartgallig. Het verhaal is niet erg plotgericht, maar legt de nadruk op emoties en interpretaties, verteld vanuit het perspectief van de hoofdpersonages Iris en Mark. Aangezien de lezer de meeste gebeurtenissen vanuit het oogpunt van de vrouwelijke hoofdfiguur volgt besloten de auteurs haar Iris te noemen. Vanwege de filosofische en droomachtige ondertoon en experimentele, erotische tekenwerk wordt 'Iris' als de eerste Nederlandse grafische roman beschouwd. De productie was echt teamwork en het verhaal kwam organisch tot stand. Thé week soms van Banda's aanvankelijke visie af, waarna de schrijver het verhaal aanpaste. In ware pop-art stijl waren vrijwel alle personages op beroemdheden gebaseerd, voornamelijk Iris, die haar oorspronkelijke trekken aan het Britse culturele icoon Twiggy ontleende.

Arman en Ilva - Het Poppenhuis
Arman en Ilva - Het Poppenhuis

Het jaar erop maakten Thé en Banda de futuristische space opera 'Arman en Ilva' (1969-1975) voor de Toonder Studios. De reeks liep tussen 1 september 1969 en 24 juni 1976 in lokale kranten als De Leeuwarder Courant en Zwolse Courant. De tekenaar schakelde over op een helderder en filmischer tekenstijl, met veel gebruik van close-ups. 'Arman & Ilva' is geen sciencefictionstrip in de zuiverste betekenis van het woord, gezien Thé sterker was in het verbeelden van emoties dan technische apparatuur en ruimteschepen. Ook Banda's verhalen zijn eerder filosofisch dan wetenschappelijk, waardoor de nadruk meer ligt op hoe de personages hun omgeving ervaren. Thé hoefde zich bovendien niet bezig te houden met het tekenen van ver afgelegen ruimtestelsels. De flatgebouwen van de Amsterdamse buurt Bijlmermeer vormden de inspiratie voor het desolate landschap van het verhaal 'De Perfecte Kringloop' (1972). In een ander verhaal ('De Bijzonder Begaafden', 1971) onderzoeken de auteurs de gevaren van kunstmatige intelligentie. Duistere en occulte elementen vormen de kern van het verhaal 'Het Poppenhuis' (1970), terwijl in 'Een Robot Is Ook Maar Een Mens' (1969) de persoonlijkheid van het hoofdpersonage Ilva in twijfel wordt getrokken. Telkens wanneer Banda het te druk had met zijn televisiewerk moest Thé zelf de scripts schrijven. Zo is het verhaal 'De Bewonderenswaardige Labritta' (1973-1974) grotendeels van zijn hand. De twee lieten in 1975 na zestien verhalen de strip vallen, waarna Gerrit Stapel tot 1976 vijf extra afleveringen tekende.

Arman & Ilva 13 – Het spoor dat verdween
Arman & Ilva - Ea (1971)

Thé en Banda werkten nog één keer samen toen hun thriller 'De Twee van Oldenhoek' (1975-1976) in het meidenblad Tina gepubliceerd werd. Het verhaal over tweelingzusjes die bij hun tante in het kasteel Oldenhoek wonen was veel gewichtiger dan de reguliere melodramatische strips in Tina. Hun onderzoek naar een reeks inbraken confronteert hen met een griezelige en gewelddadige schurk. De redacteuren moesten zelfs ingrijpen om het verhaal minder eng te maken.

De Twee van Oldenhoek
De Twee van Oldenhoek

Thé koos een humoristischer tekenstijl voor het boekje 'Rebbe' (1972) dat hij in samenwerking met schrijver Don Dekker maakte voor Wolters-Noordhoff. Het bevat strips en cartoons over een joodse rabbijn in gesprek met God. Tussen 1975 en 1977 was hij verder één van de oorspronkelijke medewerkers aan De Vrije Balloen, het onafhankelijke en experimentele stripblad dat door Patty Klein en Jan van Haasteren werd opgericht. Hij experimenteerde er vrijuit met grafische stijlen voor verhalen zoals 'Marilyn was here', 'De stenen god', 'TV-privaat', 'Lente in de k.centrale' en meer, die een cynisch beeld van de Nederlandse samenleving tijdens de jaren 1970 gaven. Sommige verhalen werden door Thé zelf geschreven, anderen door Andries Brandt, Patty Klein of Frans Buissink. De verhalen werden in 1979 eerst door Panda in boekvorm verzameld onder de titel 'Storende verhalen' en later door Mondria in 1981. Thé was ook betrokken bij de adaptatie van één van zijn kortverhalen tot een kortfilm door regisseur Frank Herrebout. In 'Zuster Lydia zoekt het geluk' (1984) met Marie Christine De Both, geeft een jonge en enthousiaste verpleegster een oudere patiënt de verkeerde medicatie om zo in contact te komen met een aantrekkelijke jonge arts, eerst aan de operatietafel en dan in de slaapkamer.

Zuster Lydia zoekt het geluk (De Vrije Balloen #5)
Zuster Lydia zoekt het geluk (De Vrije Balloen 5)

Vanaf de jaren 1980 focuste Thé Tjong-Khing volledig op zijn carrière als illustrator. Zijn aanvankelijk realistische tekenwerk was naar een meer stilistische tekenstijl geëvolueerd die hij aanpaste naargelang wat het project nodig heeft. Sinds de jaren 1960 had hij heel wat tekstverhalen voor jeugdbladen als Pep, Donald Duck, Okki, Taptoe, Bobo, Kris-Kras en Ezelsoor geïllustreerd. Zijn illustraties verschenen eerder in De Spiegel, Margriet, Elegance en de seizoensboeken die door De Geïllustreerde Pers werden uitgegeven, waar hij vooral uitblonk met zijn portretten van vrouwen. De illustrator werd voornamelijk bekend dankzij zijn aantrekkelijke illustraties voor kinderboeken, te beginnen met de cover van Thea Beckman's 'Micky en de vreemde rovers' (1966). Sindsdien heeft hij meer dan 300 kinderboeken geïllustreerd voor gerenommeerde Nederlandse kinderboekenschrijvers zoals Miep Diekmann, Els Pelgrom, Burny Bos, Dolf Verroen, Guus Kuijer, Simone Schell, Nannie Kuiper, Annie M. G. Schmidt, Frank Groothof en Bette Westera, waaronder een kinderbijbel-editie en sprookjesverzamelingen. Vermeldenswaardig is de kinderboekenreeks voor beginnende lezertjes 'Vos en Haas' door de Vlaamse auteur Sylvia Vanden Heede, waarvoor Thé een kleurrijke cast met bosdieren ontwierp. Sinds eind jaren 1990 zijn er verschillende deeltjes verschenen.

Vos en Haas en de ballon van Uil
Vos en Haas en de ballon van Uil

Sinds 2004 is Thé verder de auteur van een reeks tekstloze prentenboeken voor uitgever Lannoo met een familie cake-bakkende honden in de hoofdrol. De educatieve boeken moedigen lezertjes aan aanwijzingen te zoeken op de rijkelijk geïllustreerde bladzijden. De reeks bevat titels als 'Waar is de taart?' (2004), 'Picknick met taart' (2005) en 'Verjaardag met taart' (2010). De opvolger 'Kunst met taart' (2015) brengt haar jonge lezers in contact met klassieke kunstenaars als Van Gogh, Mondriaan en Picasso. Thé Tjong-Khing bracht ook een kinderprentenboek uit gebaseerd op schilderijen van Hieronymus Bosch: 'Bosch' (2015).


Bosch

Hoewel hij al over de tachtig was keerde de onvermoeibare illustrator in 2017 terug naar de stripwereld. Hij vormde samen met fotograaf Fjodor Buis het team achter de film noir fotostrip 'Crimefighters'. De strip toont Thé en Buis als detectives in een getekende omgeving, vergelijkbaar met 'Mannetje & Mannetje' van Hanco Kolk en Peter de Wit. De strip liep in 2017 wekelijks in de krant Het Parool.

Crimefighters by The Tjong-Khing and Fjodor Buis
Crimefighters

Thé Tjong-Khing heeft tijdens zijn carrière heel wat prijzen en onderscheidingen gewonnen. Al in 1971 won hij een prijs voor 'Arman en Ilva' tijdens een Belgische sci-fi conventie. Hij won het Gouden Penseel voor zijn illustraties voor voor Miep Diekmanns 'Wiele Wiele Stap' (1978), Els Pelgroms 'Kleine Sofie en Lange Wapper' (1985) en Sylvia Vanden Heede's 'Het woordenboek van Vos en Haas' (2003). Hij ontving verder een 'Vlag en Wimpel' voor zijn bijdragen aan Simone Schells 'Hier woon ik' (1980), Gerard Brands' 'Een krekel voor de keizer' (1982), Dolf Verroens 'Juf is gek' (1982), Colin Danne's 'De dieren van het duitenbos' (1983), Marcella Harts 'Hoor je wat ik doe?' (1985) en Colin Danns 'Het Witte Herten Park' (1986). 'Waar is de taart?' leverde hem een Zilveren Penseel op en in 2005 de Woutertje Pieterse Prijs. Hij ontving verder de Deutsche Jugendliteratur Preis (1987), de NIC Illustratie prijs (1987) en de Max Velthuijsprijs voor illustratoren (2010).

Illustration for children's book 'De Wonderbare Reis van de Jongen', by Thé Tjong-Khing 1998
Illustratie voor het kinderboek 'De Wonderbare Reis van de Jongen' van Antonie Schneider (1998)

Alhoewel hij vandaag de dag één van de toonaangevende Nederlandse kinderboekillustratoren is zijn zijn strips verre van vergeten. Mat Schiffersteins uitgeverij Sherpa verzamelde tussen 2006 en 2017 de volledige 'Arman en Ilva' in zestien luxueuze oblongboeken. De boeken werden voorzien van uitvoerige achtergronddossiers door Schifferstein, Rudy Vrooman en Bert Meppelink en voorwoorden door collega's als Joost Swarte, Hanco Kolk, Dick Matena, Jacques Post, Peter Pontiac, Martin Lodewijk, Jan Kruis, Jesse van Muylwijck, Peter van Straaten, Dick Maas, Marq van Broekhoven, Fred de Heij, Fred Marschall, Willem Ritsier, Ger Apeldoorn en Hans van Oudenaarden. Sherpa gaf ook twee collecties uit van 'Storende Verhalen' (2008-2010, met voorwoorden van Patty Klein en Robert van der Kroft), gevolgd door 'Het Spiegelpaleis' (2016, met een voorwoord door Alex van Koten) en een volledig gekleurd luxe-editie van 'Iris' (2018). Een monografie over Thé Tjong-Khing's werk getiteld 'Thé Tjong-Khing - Van strip tot sprookje' werd door Joukje Akveld en Annemarie Terhell samengesteld en in 2011 door Gottmer/Lannoo uitgegeven.


Illustratie voor 'Het Loterijbriefje' van Els Pelgrom

Thé Tjong-Khing staat ook bekend om zijn filmkennis. Hij verscheen begin jaren 1970 maar liefst acht keer in de Nederlandse televisiequiz 'Voor een briefkaart op de eerste rang'. Hij was zo dikwijls kandidaat dat hij zelfs gepersifleerd werd door Herman van Run en Luc Lutz in de radiocabaretshow Cursief. Tijdens de sketch wist "Meneer Thé" elke vraag te beantwoorden, zelfs vóór de presentator zijn zinnen kon afmaken en uiteindelijk zelfs na het eerste woord! De sketch werd in 1973 door Gerard Cox en Frans Halsema overgedaan tijdens hun theatershow 'Wat je zegt ben je zelf'. Naast zijn eigen illustratiecarrière heeft Thé Tjong-Khing eind jaren 1970, begin jaren 1980 ook een paar jaar als leraar gewerkt aan de Rietveld Academie. Tot zijn leerlingen behoorden tekenaars als Fred de Heij, Ruud Bruijn en Hans de Beer. Thé voelde zich echter niet gelukkig in zijn rol als leraar, gezien hij niet graag andermans' werk beoordeelde.

Lambiek is Thé Tjong Khing eeuwig dankbaar voor de illustratie van de letter "i" in onze encyclopedie 'Wordt Vervolgd - Stripleksikon der Lage Landen', uitgegeven in 1979.


Thé Tjong-Khing in 2011 (Foto © Robin Schouten)

Toonder Studio's herinnerd

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars