Stripgeschiedenis

Eric Schreurs

Joop Klepzeiker, by Eric Schreurs

Eric Schreurs was een Nederlands striptekenaar, die een cultstatus verwierf met zijn strip 'Joop Klepzeiker' (1982-1990, 1993-2003). Zijn rauwe, ranzige strips en illustraties waren een satire op de vaderlandse reputatie voor laag-bij-de-grondse vulgariteit en walghumor. Ze zorgden voor controverse onder het keurige, religieuze en deugdelijke deel van de bevolking, maar transformeerden 'Joop Klepzeiker' ook in een nationale bestseller. Schreurs maakte diverse andere succesvolle reeksen, zoals 'Adrianus', 'Retep', 'Kantoorgenoten' (1986-1987) en 'Dick van Bil' (1989-1990). Schreurs was echter meer dan een obscene perverseling. Zijn grafische stijl vertoont grote vaardigheid en oog voor detail. Hij was bovendien best in staat minder obscene strips te maken. Zo was zijn dystopische grafische roman '1984' (1984) lichtjes gebaseerd op het klassieke boek van George Orwell. Naast strips maakte hij ook verschillende schilderijen die tevens tentoongesteld zijn.

Jonge jaren
Eric Schreurs werd op 15 september 1958 in Leiden geboren. Zijn moeder was amper 18 jaar oud toen ze haar eerste zoon baarde, vandaar dat het jonge gezin vele jaren in het huis van Erics grootouders doorbracht. In een interview met Hans Gringhuis in 'Van mij heeft-ie het niet - Interviews met moeders van striptekenaars' (1984), vertelde Schreurs' moeder dat hij eigenlijk een heel net jongetje was, dat een hekel had aan vuil. Zijn grootmoeder daarentegen deed de legendarische uitspraak: "Mijn kleinzoon is een vuile, gore smeerlap." Maar zoals wel vake gebeurt lag vrees dicht bij fascinatie. Als kind krabbelde Schreurs niet alleen zijn schoolboeken vol met vieze, gewelddadige droedels, maar ook de muren van de gezinswoning. Zijn liefdevolle vader vond dit niet erg, want "een huis moet toch leven, hé?" Als jongvolwassene begon Schreurs obscene seksstrips te tekenen, sommige speciaal gemaakt voor zijn tienerbroertje. Zijn moeder wist ervan, of zoals zij het in een interview uit 1985 uitlegde: "De volgende dag moest ik altijd de lakens verversen." Tot zijn grafische invloeden behoorden Jan Sanders, Alfred Mazure, André Franquin, Maurice Tillieux, Daan Jippes, Marcel Gotlib, Peter Pontiac, Jacques Tardi, Moebius, Jordi Bernet, José Munoz, Enki Bilal, Ralph Steadman, Richard Corben, Jean-Marc Reiser en Robert Crumb.

Op dit punt in zijn leven was Schreurs overtuigd dat hij striptekenaar zou worden en gaf op school nergens anders om. Hij studeerde daarom grafische technieken aan de LTS, maar het tekenwerk bij de schoolopdrachten beperkte zich tot lay-outs voor advertenties. Slechts één keer nam zijn klas deel aan een stripwedstrijd, waarbij moest worden verbeeld hoe onderwijs er in het toen nog verre jaar 2000 uit zou zien. Ze wonnen er de eerste prijs mee! Nadat hij de school verliet vond Schreurs een baan in een herenmodezaak in Katwijk aan Zee. Aangezien de winkel het vooral van zomerse strandtoeristen moest hebben, hield Schreurs genoeg vrije tijd over om achter de toonbank zijn strips te maken. Zijn militaire dienst gaf een soortgelijk bijkomstig geluk. Zijn regiment deed nooit militaire oefeningen, enkel zinloze taken als het repareren van oude gasmaskers, zoals hij beschreef in nr. 157 (1983) van Stripschrift. Meestal waren ze in hun kazerne gestationeerd, met genoeg vrije tijd om te tekenen en in de stad te feesten met zijn mederekruten. Hij hield mooie herinneringen over aan deze periode, omdat het gortige plezier een inspiratiebron vormde voor zijn latere werk. Terug in het burgerleven volgde Schreurs een avondcursus tekenen aan de kunstschool in Den Haag. Hij solliciteerde bij heel wat bladen, maar de meesten stuurden zijn cartoons terug omdat ze vonden dat hij weliswaar getalenteerd was, maar nog veel moest oefenen.


Illustraties voor Jippo nr. 4 (jaargang 1981-1982).

De Vrije Balloen
Als lezer van het vrijgevochten stripblad De Vrije Balloen viel het Schreurs op dat de redactie veel meer openstond voor beginnende tekenaars. Via een zoekertje op het prikbord in de Rietveld Academie stuurde hij wat werk op. In 1979 debuteerde hij met enkele cartoons op de advertentiepagina's, zij het veel kleiner afgedrukt dan gehoopt. Een positieve ontwikkeling was dat redacteur Romy van Haasteren hem de kans bood een echte strip te maken. Schreurs had echter nooit eerder iets professioneels gemaakt dat langer was dan één pagina. Bovendien had hij geen script. Daarom improviseerde hij simpelweg een verhaal rond één van zijn losse cartoons. Het duurde niet lang voordat Schreurs zich opwerkte tot één van de kopstukken van De Vrije Balloen en zijn opvolger De Balloen (1982), samen met de andere nieuwkomers Prutswerk (Gerrit De Jager en Wim Stevenhagen), Paul Bodoni en Hein de Kort.

Records & kinderstrips
Zijn bekendheid nam toe dankzij zijn deelname aan een wedstrijd ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van De Vrije Balloen, gehouden in de Amsterdamse stripwinkel De Zonnebloem. Op 24 oktober 1980 organiseerde de winkel een marathon om het wereldrecord strips tekenen te verbreken. 25 uur en 8 minuten later had hij dit bolgewerkt en zo een plaatsje in het Guinness Book of Records veroverd! Zijn record trok de aandacht van uitgeverij Malmberg en vanaf 1981 maakte hij ook illustraties voor hun kinderbladen Jippo en Okki. Schreurs verklaarde dat hij dit werk fijn vond ter afwisseling met zijn gewoonlijke, volwassen stijl. Daarnaast werd hij ook regelmatig ingehuurd om advertenties te illustreren.


Adrianus - 'De 4 ballen van de duivel'.

Walgfun
De nieuwe Vrije Balloen-generatie verzamelde zich rond de Amsterdamse uitgever Ger van Wulften, wiens label Espee een nieuwe golf van alternatieve stripauteurs promootte. Behalve de reeds vermelde Prutswerk, De Kort en Bodoni, waren hier ook Aart Clerkx en Windig & De Jong bij betrokken. De auteurs stonden vrij, en werden zelfs aangemoedigd, hun strips zo expliciet en vulgair mogelijk te maken. Dit resulteerde in Espee's zelfbedachte huisgenre "walgfun", een term die zeker van toepassing was op Eric Schreurs. Terwijl andere Espee-medewerkers in de jaren 1980 vertrokken vanwege het ietwat wazige financiële beleid van de uitgever, bleef Schreurs zijn hele carrière bij Espee en Van Wulftens daaropvolgende labels CIC en Xtra. Al met al kreeg Van Wulften zijn alternatieve auteurs in mainstreambladen gepubliceerd, wat vooral Eric Schreurs, Gerrit de Jager en Hein de Kort grote bekendheid opleverde.

Adrianus
Schreurs' eerste terugkerende stripheld was Adrianus, die in De Vrije Balloen debuteerde. Later verscheen hij ook in verschillende andere Espee-publicaties, waaronder een 'Adrianus' agenda voor het schooljaar 1985-1986. Adrianus is een ranzige, ongeschoren seksist die, in ware underground comix-stijl, ervan houdt mensen te pesten en voor de gek te houden. Hij is zo waanzinnig dat hij mensen zonder pardon vermoordt en in groep verkracht. Het personage was geïnspireerd door Marcel Gotlibs 'Koos Voos'. Hoewel beiden ongure streken uithalen, speelt Koos vaak met verwachtingen van mensen. Adrianus is op dat vlak meer een recht-voor-zijn-raap klootzak. Een ander verschil is dat 'Koos Voos' tekstloos is, terwijl Adrianus met een Amsterdams accent praat. Espee bracht twee alums uit, waarvan het eerste ook enkele absurde dromen verzamelt van een andere Schreurs-personage: 'Jan Scharrebal'. Het tweede album, 'De 4 Ballen van de Duivel' (1983) stak de draak met Gerrit de Jagers 'Familie Doorzon'. In dit verhaal blijkt Adrianus de ware vader van John Doorzons zoon Tonnie te zijn, tot Johns grote opluchting.

In latere jaren gebruikte Schreurs soortgelijke personages met een variatie op dezelfde naam. Eén hiervan was 'Adrianus, de vroolijcke padvinder', die desondanks een twijfelachtige ethiek navolgt. Een andere was 'Adrian Backfish' (aanvankelijk 'Adrianus Bakvis' genoemd), een ruimteagent wiens experimentele avonturen een beetje aan de 'Incal'-strips van Moebius doen denken. Waar 'Adrianus' grossierde in vulgariteiten, deed 'Adrian Backfish' hetzelfde qua  geweld. Schreurs maakte de strip onder het pseudoniem Eick Zgruz (een futuristische variatie op zijn naam). Het personage verscheen in de special 'Doorzon's Komplete Karavan Gids' (1984) en het album 'Het Ellendige Hartverscheurende Bestaan van Knier Zwellever' (1984). Eén aflevering werd in het Spaans vertaald en gebubliceerd in nummer 55 van Zone 84 (december 1988).


Adrian Backfish – 'Hebbedingetje' (uit 'Doorzon's Komplete Karavan Gids').

Knier Zwellever
Een tegenhanger van 'Adrianus' qua persoonlijkheid is Knier Zwellever, die ook in De Vrije Balloen debuteerde. In 'Het Ellendige Hartverscheurende Bestaan van Knier Zwellever' speelt alle actie zich in een Jeroen Bosch-versie van de middeleeuwen af. Knier is een meelijwekkende bultenaar die aldoor slachtoffer is van andermans sadisme. In een typische aflevering wordt zijn bult afgehakt om er worstjes uit te maken. Espee bracht in 1984 een album uit dat ook enkele andere Schreurs-strips bevatt. 

De Klootwijkers
Voor het opinieblad voor jongeren Puls tekende Schreurs de familiestrip 'De Klootwijkers', rond werkloosheid. Aangezien de auteur eind jaren 1970 begin jaren 1980 zelf werkloos was kon hij zich hierin perfect inleven.

comic strip panels by Eric Schreurs
'Geharrebar'.

Geharrebar
Panorama publiceerde Schreurs' gagstrip 'Geharrebar' (1981-1985), met grappen die zich in een café afspelen. Vanwege te veel redactionele bemoeienis met de dialogen zette hij de publicatie na slechts zes afleveringen stop. Uitgever Van Wulften bood hem echter de kans de reeks rechtstreeks in albums te publiceren. Drie originele albums werden tussen 1981 en 1985 voor het eerst uitgegeven en in latere jaren onder Van Wulftens andere labels herdrukt.


Uit 'Retep' album 2.

Retep
Voor de communistische krant De Waarheid maakte Schreurs de stripreeks 'Retep' (een palindroom van "Peter", vanwege de Russische klank), waar zelfs dit doelpubliek aanstoot aan nam. De strips draaien rond een roze, knorrige antropomorfe hond. Veel afleveringen keren lezersverwachtingen om en spelen met de conventies van het stripmedium. De eerste aflevering verscheen op 31 december 1983 en deelde oorspronkelijk de pagina met Windig & De Jongs 'De Vampier van Blaffedijk' en 'Korte Grappen' van Hein de Kort. 'Retep' liep tot 1 november 1984 in de krant en werd in twee albums gebundeld.


'Joop Klepzeiker'.

Joop Klepzeiker
Van alle strips die Schreurs tijdens de vroege jaren 1980 maakte, werd 'Joop Klepzeiker' (1982-1990, 1993-2003) zijn commerciële doorbraak. Zowel het personage als de naam werden echter niet door hem bedacht, maar door Toon van Driel, vooral bekend van de voetbalstrip 'F.C. Knudde'. Van Driel wilde destijds voor Nieuwe Revu een strip maken over een schlemiel die door een vijandige wereld banjerde. Alhoewel hij zelf heel wat strips in deze stijl had gemaakt, vond Van Driel dat Schreurs' grafische stijl toepasselijker was voor dit klusje. De naam "klepzeiker" werd uit een bargoens dialectboek geplukt en staat voor "iemand die uit zijn nek lult." Ze publiceerden de strip aanvankelijk onder het collectieve pseudoniem S. Treurschoon, tot Nieuwe Revu na een jaar protesteerde omdat Van Driel ook voor het concurrerende blad Panorama werkte. Hij werd ontslagen en Schreurs zette 'Joop Klepzeiker' alleen verder, waarop de tekenaar ook met zijn eigen naam ging signeren. Van Driels grappen waren vooral melig van aard, en de naaktheid bleef nog enigszins smaakvol. Nu Schreurs volledige controle kreeg werd de inhoud veel explicieter.

Joop Klepzeiker is een jonge man met gemilimeterd haar, konijnentanden en een rode flapneus. Hij is een onnozele idioot en eeuwige mislukkeling. In veel afleveringen probeert hij uit oncomfortabele situaties en pijnlijke misverstanden te ontsnappen. Vaak wordt hij geconfronteerd met mensen die misbruik maken van zijn verlegenheid en gebrek aan zelfvertrouwen. Mannen denken dat hij met ze op de vuist wil en vrouwen zien hem aan voor een aanrander. Zelfs wanneer Joop indruk probeert te maken is hij simpelweg te neurotisch. Prostituees zetten hem af en zelfs zijn eigen hond Harrie kan hij niet tot gehoorzaamheid dwingen. Maar veel meer dan de verhalen zelf bezorgt Schreurs' grafische stijl de pagina's hun eigen unieke smaak. De op een nerveuze, cartoony manier getekende mensen en dieren zijn vaak zenuwachtig, lichtgeraakt, beverig en zweterig. Lichaamsdelen zijn flabberig en zakken door. Neuzen, oren, pensen, borsten, billen en erecties steken overal naar voren. Elke puist, wond, wrat, lichaamssap en genitaal gat wordt met het grootste oog voor detail getekend. De walging is zo groot dat veel mensen hierdoor Schreurs' vakmanschap over het hoofd zien. Hij gaf toe dat hij aan het begin van zijn carrière vooral wilde choqueren. In een interview met Zozolala (nr. 114, oktober-november 2000) verklaarde Schreurs dat hij destijds nog geen overtuigende perspectieven kon tekenen, wat hij probeerde te verbloemen door op elke straathoek vuilnisemmers en drollen te krabbelen. Maar geleidelijk aan verbeterden zijn tekeningen en was hij er trots dat hij een drol of kotsplas zo realistisch kon tekenen dat je al misselijk werd door er gewoon naar te kijken.

'Joop Klepzeiker' was ook een treffende satire op het Nederlandse stadsleven. Kees Kousemaker noemde Eric Schreurs niet voor niet een "20ste eeuwse afstammeling van Jeroen Bosch." Honden pissen en schijten op straat. Mensen gedragen zich niet veel beter. Ze roken als schoorstenen. Dronkenlappen waggelen rond tot ze brakend in de goot liggen. Junks spuiten hun aders lek. Zwervers stinken en zitten vol vlooien. Prostituees met uitpuilende tieten moeten zielige klanten tolereren. Sommigen masturberen liever door zich over een van de befaamde "Amsterdammertjes" te laten glijden. De muren staan vol graffiti (Schreurs verborg zelfs geheime boodschappen, zoals teksten van Tom Waits). Half opgegeten voedsel, sigarettenpeuken, gebruikte condooms en ander vuilnis liggen overal verspreid. Er is geen plaats voor menselijk medeleven. Men is gewelddadig, sadistisch en miserabel. Schreurs schetst een lelijke, nihilistische wereld waar mensen door hun eigen hedonistische wensen gedreven worden, van alcohol en drugs tot seksspeeltjes, peepshows en bordelen. Ondanks de overdrijvingen verschillen Schreurs straten niet eens zo veel met de sfeer op de Amsterdamse Zeedijk in de jaren 1980 en 1990. Maar uit Schreurs' pen werd zo'n deprimerende omgeving altijd hilarisch. Hij drijft de spot met onze hedendaagse wereld en het doemdenken dat ermee gepaard gaat. 'Joop Klepzeiker' is op veel gebieden "tolerant" Nederland op haar ergst, waarbij niemand zich ergens om lijkt te bekommeren. Zelfs de Amsterdamse reputatie voor opwindend plezier in coffee shops en de Wallen is in werkelijkheid slechts een onaantrekkelijke marketingtruc.

Bij een bezuinigingsronde hield Nieuwe Revu in 1999 minder ruimte voor strips over. Schreurs werd gedwongen om zijn wekelijkse pagina terug te brengen tot een strook. Hoewel hij hier aanvankelijk niet blij mee was, inspireerde het hem wel tot de spin-off 'Kleppie' (1999-2003), met Joop als jongetje in de hoofdrol. Tezelfdertijd maakte hij voor het puberjongensblad Webber het jongetje 'Sjonnie', wiens avonturen ook in de 'Klepzeiker' albums verschenen. Schreurs schikte zich in zijn nieuwe format, wat hem toestond zijn gags op een andere manier te structureren. Ook kon hij voorheen ongebruikte thema als jeugdcultuur en school verkennen. Het was ook de eerste keer dat hij zijn eigen inkleuring verzorgde, gezien er toch minder tekeningen waren. Helaas onderging Nieuwe Revu begin 2003 wederom een restyling en liet de nieuwe hoofdredacteur hem koudweg vallen. De tekenaar consulteerde zijn advocaat om te kijken of hij de stopzetting wegens contractbreuk kon aanvechten, maar hiervoor was wettelijk geen grond. Zodoende kwam 'Joop Klepzeiker' tot een abrupt en weinig ceremonieel einde.


'Kleppie'.

Controverse en succes
Schreurs' strips waren van meet af aan controversieel. Zelfs in de meer subversieve bladen, zoals De Vrije Balloen en Penthouse Comix, wist hij lezers te polariseren. Velen vonden zijn werk walgelijk. Eén lezer suggereerde zelfs om de tekenaar "postnataal te laten aborteren." De tekenaar zelf hield er een andere mening op na. Persoonlijk hield hij van strips "die je moet inslikken als scheermesjes." Overdreven grappen over nachtmerrieachtige en afstotelijke situaties zouden de lezer er juist resistent voor maken, zo redeneerde hij. Schreurs weigerde dan ook als een "pornograaf" gebrandmerkt te worden. Ooit sloeg hij bovendien het aanbod af om strips te maken voor het seksblad Rosy, gezien hij zijn werk niet als "opwindend" beschouwde.

Ondanks de ranzige toon wist 'Joop Klepzeiker' meer dan 1 miljoen exemplaren te verkopen (op een totale bevolking van 15 miljoen mensen!). De eerste twee albums werden door Espee uitgegeven. Vanaf 1986 nam CIC het tot en met het zestiende album over. De laatste drie boeken werden door Rechtdoorzee mijl op 7 gepubliceerd. In totaal werden er 19 delen gemaakt, de vele thematische specials niet meegerekend. Merchandising kon niet achterblijven. Vanaf 1986 werden er scheurkalenders gemaakt, de eerste onder de titel "Beschreurskalender", later als: "Joop Klepzeiker Scheurkalenders". Parastone produceerde een serie plastic beeldjes (1994) rond de personages, terwijl andere firma's computermuismatten (1994) en boxer shorts (1999) maakten. Tussen 1990 en 1994 werden drie schoolagenda's uitgegeven met bijdragen van Schreurs, Erwin Olaf, Hein de Kort, Philippe Vuillemin en Theo van Gogh. Vanwege hun vulgaire en anti-autoritaire toon werden enkele edities op christelijke scholen verboden. In 1991 weigerde Bruna de agenda in zijn boekwinkels te verkopen. Schrijver en criticus Martin van Amerongen had scherpe kritiek op Schreurs' werk en noemde het seksistisch en misogyn. Op zeker moment riep een bezorgd politicus in de Tweede Kamer zelfs op tot censuur. Terwijl Schreurs de slechte invloed van zijn strips op de jeugd wegwimpelde, moest hij toegeven dat sommige tekeningen uit de context waren herdrukt. Een tekening van de SS kon op zichzelf bijvoorbeeld makkelijk verkeerd begrepen worden.

In 1988 riep uitgever Ger van Wulften de Joop Klepzeikerprijs in het leven. In 2012 werden aanstalten gedaan tot een filmversie van 'Joop Klepzeiker', maar er kwam uiteindelijk niets van terecht. Er is ook geprobeerd de serie in het Frans en Duits te vertalen, maar over de grens had hij weinig impact. Amerikaanse uitgevers vonden zijn werk te excessief en weigerden het. Toch genoot 'Joop Klepzeiker' degelijke verkopen in België.

1984
In 1948 schreef George Orwell zijn magnum opus '1984'. De sciencefictionroman waarschuwde voor een toekomst waar de mensheid onder constante overheidsbewaking, propaganda en hersenspoeling verkeert. Orwell overleed in 1950, maar zijn boek werd een wereldwijd vertaalde bestseller en wordt wijd en zijd beschouwd als één van de meest essentiële literaire werken aller tijden. Toen het daadwerkelijke jaar 1984 was aangebroken besteedden heel wat media aandacht aan deze gebeurtenis. Een nieuwe filmbewerking werd in de bioscoop uitgebracht en vele artikels en essays analyseerden hoeveel van Orwells voorspellingen waren uitgekomen? Herdrukken van '1984' waren ook populair, waaronder een door Peter Vos geïllustreerde editie. Op deze golf van media-aandacht liet het technologisch bedrijf TNO Delt een grafische roman maken om hun theorieën over toekomstige ontwikkelingen op een publieksvriendelijke manier te presenteren. Het eindresultaat, '1984: het Gelijk van George Orwell?', is geen adaptatie van '1984', maar twee kortverhalen die erdoor geïnspireerd zijn. Het eerste is geschreven en getekend door Schreurs, het tweede door Wim Hanssen.


Uit '1984'.

In Schreurs' verhaal staat Orwell op uit de dood en bezoekt het Nederland van 1984. De dode auteur is diep verontrust over de moderne wereld. Hij ziet racisten, gokkers, de cynische seksindustrie, hersenloze tieners die popidolen bewonderen, door gezondheids geobsedeerde joggers en hoort twee wetenschappers mijmeren over het feit dat de nieuwste neutronenbommen de wereld wel honderd keer kunnen vernietigen. Het verhaal bevat karikaturen van wetenschapper Chriet Titulaer en de extreemrechtse politicus Hans Janmaat. De cynische toon paste perfect bij Schreurs en bewees zijn critici dat hij ook op smaakvollere wijze eigentijdse satire kon maken. Voor hedendaagse lezers is '1984' een nostalgische tijdscapsule naar begin jaren 1980, compleet met verwijzingen naar walkmans, de fitnessrage, angst voor de Bom en quotes uit de Doe Maar-hit 'Is Dit Alles?'. Op 12 januari 1984 werd een exemplaar van '1984' aan de Minister van Onderwijs Wim Deetman overhandigd. Toen hij het boek voor de politicus signeerde krabbelde Schreurs er volgens zijn moeder iemand bij die "Deetman is gek!" zei. Ma Schreurs vond dit erg onbeleefd: "Wie doet nu zoiets?!"

Kantoorgenoten
Tussen 1986 en 1987 maakte Schreurs 'Kantoorgenoten', een gagreeks met kantoorhumor voor Informeel, het personeelsblad van De Postbank. Hoewel niet zo smerig was als zijn reguliere werk, was de humor soms toch vrij gedurfd, zeker voor een personeelsblad.


'Dikke Pret met Oom Theo'.

Theo van Gogh
Eind jaren 1980 werkte Schreurs enkele keren samen met de filmregisseur Theo van Gogh. Niet geheel onverwacht, gezien Van Gogh ook een beruchte provocateur was. Zijn films en teksten sneden vaak taboes aan, en zelf schroomde hij niet om mensen op tactloze manier persoonlijk te beledigen. In een hemelse verbintenis werkten de heren gezamenlijk aan een poëziebundel: 'Recreatie: Helse Liederen & Heftige Prenten' (Van Wulften, 1985). In alle 27 gedichten behandelt Van Gogh op een grappige manier gruwelijke en smakeloze thema's, met illustraties van Schreurs. Vele winkels verboden het werk, dus moest het via andere kanalen aan de man gebracht worden. Het boekje werd bijgevolg erg zeldzaam.

De tekenaar speelde ook kleine rollen in twee films van Van Gogh, namelijk 'Charley' (1986) en Grote Peter in de verfilming van Jan Wolkers' 'Terug naar Oegstgeest' uit 1987. Regisseur en cartoonist verenigden hun krachten andermaal voor de vedettestrip 'Oom Theo' (1988), gepubliceerd in het studentenblad Propria Cures. Vergelijkbaar aan 'Adrianus' wordt Van Gogh in stripvorm geportretteerd als iemand die doet wat hij wil zonder wettelijke of morele remmingen. Hoe bijtend de grappen ook zijn, de strip getuigt van Van Goghs zelfspot, aangezien Schreurs hem als een spuuglelijke, moddervette, kettingrokende blob tekende. In 2004 werd Van Gogh vermoord. Dit leidde in het jaar erop tot een herdruk van 'Recreatie', gecombineerd met een cd met liedjes geschreven en uitgevoerd door Van Gogh, maar ook door artiesten als Fréderique Spigt, Hans Teeuwen en Spinvis. Schreurs ontwierp de albumhoes.


'Dick van Bil'.

Dick van Bil
Van alle collega's was Hein de Kort qua compromisloze chaotische en vuile strips ongetwijfeld het nauwst met Schreurs verwant. Toch duurde het tot 1989 alvorens de twee legendes gingen samenwerken. Voor het blootblad Penthouse schreef De Kort 'Dick van Bil', terwijl Schreurs de tekeningen verzorgde. Het titelpersonage is een pornoacteur met een grote testikelvormige kin. Het zal niemand verrassen dat veel afleveringen rond seks draaien. Dick is een arrogante en bespottelijke macho die aldoor zijn eigen vermogens overschat. Vrouwen raken gefrustreerd over zijn onaangename gebrek aan zelfkennis. In andere gags probeert Dick zich met de "high society" in te laten, waarbij hij zich weer op een heel andere manier belachelijk maakt. Schreurs verklaarde ooit dat Dick op veel gebieden net zo'n mislukkeling is als Joop Klepzeiker, met als grote verschil dat Joop meer sympathie opwekt. 'Dick van Bil' was van meet af aan een enorm succes. Het personage werd zelfs gebruikt voor de promotie van Big Fun condooms. Helaas vergat De Kort vaak dat zijn eigen schrijf- en tekenstijl veel minder inspanning vergde dan die van Schreurs. Soms stuurde hij zijn scripts pas twee dagen voor de deadline op. Voor Schreurs, die in een veel uitvoeriger en gedetailleerdere stijl tekende, was dit moeilijk vol te houden.

Schreurs had vanaf 1994 in Penthouse Comix ook een eigen column, 'Schreurs' Vijf Op Het Lijf', waarin hij elk nummer kort vijf lievelings-cd's besprak. 


Uitnodiging voor de 'Fresh Strange Flesh' tentoonstelling in Galerie Lambiek (2000).

Schilderijen
In 1990 werd Schreurs door een hernia getroffen. Hij verliet zijn tekentafel voor een periode van drie jaar, ook omdat het succes van 'Joop Klepzeiker' en 'Dick van Bil' hem teveel werd. Het werd voor de tekenaar steeds lastiger om andere projecten te beginnen, waardoor hij zich verloor in alcholisme. Na een onderbreking van drie jaar pikte hij 'Joop Klepzeiker' met frisse moed weer op, maar begon tegelijkertijd ook te schilderen. Veel van deze kunstwerken tonen dezelfde buitensporigheid en viezigheid van zijn strips, maar dan met een meer verontrustende toon. Het publiek zag zijn kunstwerken het eerst in 1998, tijdens het KunstRai evenement. Zijn tentoonstelling 'Strange Flesh' was van 17 oktober tot en met 21 november 1999 te zien in de Lakenhal in Leiden. Rechtdoorzee bracht een bijbehorende catalogus uit. Het succes van de expo werd in september-oktober 2000 herhaald in Galerie Lambiek met de opvolger 'Fresh Strange Flesh'.

Grafische bijdragen
Eric Schreurs was één van vele tekenaars die een grafische bijdrage leverde tot het collectieve stripboek 'En wie is nou het vrouwtje?' (1986) door Jan Rot en Henno Eggenkamp, dat een lans brak voor aanvaarding van de LGBT-gemeenschap. Hij leverde ook een bijdrage aan het collectieve stripboek 'Strips voor Mozambique' (Bredaas Stripspektakel, 1987), waarvan de opbrengsten naar de hongersnoodbestrijding in Mozambique gingen.


Coverillustratie voor het eerste 'Ome Henk'-album (1991).

Albumcoverontwerpen
In 1980 was hij een van de tekenaars die een bijdrage leverden aan een gratis stripboek bij de single 'Het wordt tijd dat ik reis' (1980) van Bram Vermeulen. Schreurs illustreerde ook de singles 'We Go For Nashua' (1982) van Dave Lawrence en de Eastside en 'Vroeger Was Alles Beter' (2012) van Pap & Pudding. Zijn grafische stijl was verder toepasselijk om de puberale comedyplaten van Ome Henk te illustreren, waaronder het album 'De Spannende Verhalen van Ome Henk' (1991) en zijn single 'Olee Olee Sinterklaas Is Here To Stay!!!' (1991). Schreurs illustreerde ook een bordspel rond Ome Henk. Daarnaast deed hij het coverontwerp voor de soundtrack van de winnaars van 'De Grote Prijs van Nederland 1985' (1985), evenals de geluidseffectencollecie 'Rubberen Robbie. Geluidseffecten, Djingles, Sketches... Teveel Om Op Te Noemen. Wat Een Zottigheid!!!' (1991). De tekenaar verlevendigde ook de gabbermuziek-cd 'Dienstplicht, Nokken Now!!' (1992).

Poëzie
Schreurs publiceerde een dichtbundel 'Vandaag dacht ik bij mezelf... Morgen bij m'n zuster' (CIC, 1988). In plaats van poëzie had hij het echter liever over "grappen die rijmen".

Joop Klepzeiker in Brabants Dagblad (dutch newspaper), 14 September 2002, by Eric Schreurs
Eric Schreurs maakte een strip over de uitreiking van de Stripschapprijs (Brabants Dagblad, 14 september 2002).

Overige media
Behalve zijn samenwerking met Theo van Gogh leverde Schreurs ook een bijdrage aan andere mediaprojecten. Op 12 augustus 1990 zond de VPRO de amateurcabaretvoorstelling 'Een Dag Uit Het Leven Van Een Panisch Optimist' uit. Voor de conference van Sjoukje Dijkstra had Schreurs de achtergronden ontworpen. In de verfilming van Jan Terlouws roman 'Briefgeheim' (2010) door Simone van Dusseldorp speelde Schreurs de klusjesman Monteiro. Ook had hij een rol in de film 'De Wederopstanding van Een Klootzak' (2013), een verfilming van Guido van Driels grafische roman 'Om Mekaar in Dokkum'.

Erkenning
Tijdens de Stripdagen in Den Bosch op 14 en 15 september 2002 ontving Eric Schreurs de Stripschapprijs. In zijn typische non-conformistische stijl verklaarde hij de eer "veel te laat" en noemde de prijs een "kutbeeldje".

Laatste jaren en dood
Nadat zijn stripcarrière in 2003 ten einde kwam bleef Eric Schreurs kunst maken, grotendeels voor zijn eigen plezier. Zijn latere creaties werden gekenmerkt door een sterk gevoel van blues en melancholie. Tussen 2008 en 2010 maakte Schreurs nog enkele experimentele stripverhalen voor het literaire stripblad Eisner. In 2010 had hij de eer om een themaspecial (nr. 33) van het opinieblad HP/De Tijd te illustreren. Sinds april 2011 had hij zijn eigen Twitteraccount. Terwijl hij bezig bleef met nieuw tekenwerk maken, dat hij rechtstreeks via het Catawiki-platform verkocht, nam zijn gezondheid af. De levenslange roker die regelmatig ook met alcoholisme kampte, kreeg in 2019 twee hartaanvallen. In de nacht van 29 op 30 mei 2020 overleed Schreurs op 61-jarige leeftijd aan hartfalen. Zijn vader vond hem dood in bed. In de persartikelen die volgende op Schreurs' dood, prees goede vriend en collega Guido van Driel zijn talent. Ook omschreef Van Driel hem als een "kwartaaldrinker", die soms maandenlang nuchter kon blijven, maar wiens beschermengelen nog altijd "overuren maakten." Ironisch genoeg overleed de tekenaar die zo veel ranzige straten op papier had gezet in een tijdperk waarin de wereld schoner was dan anders door de lockdownmaatregelen vanwege de coronaviruspandemie.


Eric Schreurs stickers ("Kleffe plakkers").

Legacy and influence
Eric Schreurs gaat de geschiedenis in als één van de opmerkelijkste succesverhalen in de Nederlandse strip. Hij was een undergroundtekenaar die mainstreamsucces wist te bereiken en één van de weinige Nederlandse striptekenaars met zijn eigen fanclub! Een celdeur in De Rode Pannengevangenis in Veenhuizen - niet langer in gebruik, maar deel van het Nationaal Gevangenismuseum - werd door Schreurs gedecoreerd. Onder zijn fans zijn Theo van Gogh, Toon van Driel, Hein de Kort, Def P, Mark Retera, Bram van Rijen, Pieter Zandvliet, Edwin Hagendoorn, Menno Wittebrood en Willy Linthout. Linthout gaf Joop Klepzeiker een kleine cameo in het 'Urbanus'-verhaal 'De Laatste Hollander' (2001), dat zich in Amsterdam afspeelt. 'Frans en Suzanne'-bedenker Emiel Jansens tekende ooit in realistische stijl een eerbetoon aan een 'Joop Klepzeiker'-aflevering waarin Joop er niet in slaagt zijn suïcidale vriend te redden. Helaas is het merendeel van Schreurs' latere tekenwerk in privécollecties verdwenen. Vanwege zijn aversie jegens computers maakte de tekenaar nooit digitale scans. Hij publiceerde op Catawiki foto's in lage resolutie en verstuurde het originele tekenwerk met de post, waardoor een kunstboek met zijn vrije werk onmogelijk lijkt samen te stellen.


Uitnodiging voor het vijftigste verjaardagsfeest van stripwinkel Lambiek in 2018.

Lambiek
Eric Schreurs was één van de tekenaars die nauw verwant was met de Amsterdamse stripwinkel Lambiek. Hij heeft prachtige kunstwerken gemaakt ter ere van verschillende festiviteiten rond de winkel. We zijn vooral trots op zijn tekening met vijftig Lambiekjes die in 2018 voor de uitnodiging van het 50 jaar Lambieks jubileum werd gebruikt.


Eric Schreurs in Galerie Lambiek in 2000.

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

(Tekst door Kjell Knudde)