Stripgeschiedenis

Willem

cover of 'Eliminations' by Willem

Willem is een Nederlands politiek cartoonist, die zijn carrière binnen de Provobeweging begon, maar sinds de jaren 1970 voornamelijk in Franse bladen als Charlie-Hebdo, Libération en Siné-Hebdo publiceerde. Met een carrière die van de jaren 1960 tot 2021 duurde, was hij ook één van de oudste en langst publicerende politieke cartoonisten in zowel de Nederlandse als de Franse pers. Willem is één van de controversieelste cartoonisten aller tijden. Zijn ecoline-cartoons zijn berucht vanwege hun sardonische aanpak van taboe-onderwerpen. Ze laten vaak choquerende pornografische en gewelddadige scènes zien. De anarchist werd legendarisch toen hij koningin Juliana als een prostituee verbeelde (1966) en onmiddellijk een proces werd aangedaan. In 2015 werd hij ongewenst wereldberoemd toen hij de terreuraanslagen op het Charlie Hebdo-kantoor in Parijs overleefde door "zijn trein te missen"; een verhaal dat, net als zijn Juliana-cartoon, vaak incorrect wordt weergegeven in de pers. Willem is ook een productieve stripauteur, die dit format vaak in zijn politieke cartoons gebruikt. Maar hij bracht ook verschillende stripboeken uit rond zijn eigen fictieve figuren Fred Fallo ('Jack L'Eventreur', 1971) en Daan van Dalen ('Dick Talon', 1971). Willem moet niet verward worden met een andere Nederlandse tekenaar die soms hetzelfde pseudoniem gebruikt, namelijk Willem Verburg.

Willem

Jonge jaren en vroege carrière
Bernard Willem Holtrop werd geboren op 2 april 1941 in Ermelo, in de conservatieve Veluwe. Hij werd naar prins Bernhard vernoemd, toevallig het controversieelste lid van de koninklijke familie (waarrond Willem later een heel stripboek zou maken). Willems vader was een vrome, hervormde christen die als arts werkte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij actief in het verzet. Zo liet hij een Joods koppel onderduiken in zijn huis. De nazi's hielden hem drie maanden lang vast in het krijgsgevangenenkamp Vught, ondanks gebrek aan bewijs. Na de oorlog nam hij zijn achtjarige zoon mee naar Vught om te tonen waar hij gevangen had gezeten en waar de gevangenen geëxecuteerd werden. Willem vermoedde dat dit deel uitmaakte van zijn vaders traumaverwerking. Via zijn vaders beroep zag Willem als kind ook heel wat medische foto's: afbeeldingen van geboortes, verwondingen en ziektes. Al deze ervaringen leverden een levenslange fascinatie met de Tweede Wereldoorlog en het macabere in het algemeen op.

Zijn vader bezat echter ook aangenamere afbeeldingen. Willem bladerde graag door zijn vaders exemplaren van Life Magazine, en hij bewonderde de gravures in zijn vaders bijbel. Hij werd een verwoed verzamelaar van persfoto's, historische foto's, afbeeldingen van reislandschappen, pornografische en gewelddadige scènes. Tot zijn grafische invloeden behoren Albert Hahn Sr., Leendert Jordaan, David Low, Boris Yefimov en later Siné, Roland Topor, René Petillon en Manfred Deix. Als leerling in het internaat Hommes in Hoogezang, werd hij van school gestuurd omdat hij een "pornografische krant" had gemaakt. Tijdens zijn legerdienst, in november 1961, publiceerde Willem zijn eerste cartoons in de rubriek 'Humor uit het Soldatenleven' in De Legerkoerier. Datzelfde jaar verscheen zijn eerste betaalde cartoon in Het Vrije Volk. Tussen 1962 en 1967 studeerde Willem beeldende kunst en reclame aan de Academie van Arnhem en later in 's Hertogenbosch, terwijl hij in het legendarische studentenblad Propria Cures publiceerde. Zijn overige vroege tekeningen verschenen in De Spiegel, De Nieuwe Rotterdamse Courant, NRC Handelsblad, Algemeen Handelsblad, Liberaal Réveil, Pols en Vrij Nederland.

Provo
Zoals zoveel jongeren tijdens de jaren 1960, juichte Willem de revolutionaire veranderingen en vrijgevochten atmosfeer toe. Hij ontdekte Hara-Kiri magazine, undergroundstrips en raakte betrokken bij de Provo-beweging. De provocatieve happenings van deze beweging maakten conventionele mensen nerveus, wat perfect bij Willems eigen anarchistische overtuigingen paste. Toen hij merkte dat het officiële Provo-blad geen huiscartoonist had, bood hij zich aan en debuteerde er in december 1965. Willem ontwierp verder flyers en posters voor de beweging, waaronder de iconische illustratie "Provoceer!", met daarop een mannetje dat met een bijl twee politiebenen omhakt.


De beruchte 'Koningin Juliana als een prostituee' cartoon (1966), die tot een rechtszaak leidde.

God, Nederland en Oranje
Willem en Provo-collega Hans Metz richtten in september 1966 algauw hun eigen Provoblad op. De titel God, Nederland en Oranje was oorspronkelijk een patriottistische slogan, maar hier werd ze vanzelfsprekend in een ironische context gebruikt. Het blad specialiseerde zich in buitensporige columns en cartoons. Behalve Willem publiceerde het ook subversieve tekeningen door Willem van Malsen, Ab Tulp, Pierre, Midas, Picha en Roland Topor. God, Nederland en Oranje verontrustte de autoriteiten dermate dat de politie vijf van de in totaal tien nummers in beslag nam. In het eerste nummer leidden twee cartoons van Willem tot een rechtszaak. De eerste stelde een swastikavormige politieagent voor die een mannetje achtervolgt. De tweede toonde koningin Juliana als raamprostituee, waarbij haar prijs het jaarlijkse bedrag van de Nederlandse monarchie was. De tekenaar werd in de eerste zaak aangeklaagd wegens belediging van openbare autoriteit en bij de tweede voor majesteitsschennis. Volgens de legende werd Willem veroordeeld wegens majesteitsschennis, maar betaalde hij de vereiste som niet en vluchtte daarop naar Frankrijk. Heel wat kranten brachten indertijd verslag uit van dit verdict en deze lezing werd sindsdien in tientallen artikelen, boeken en documentaires overgenomen. In werkelijkheid werd Willem in maart 1968 door de rechter vrijgesproken van majesteitsschennis. Hij werd echter wel veroordeeld tot 250 gulden boete vanwege de "politie swastika" cartoon. Zelfs in hoger beroep verloor hij en betaalde zodoende de som. Cartoonist Pierre werd overigens ook aangeklaagd vanwege een soortgelijke cartoon in nummer 5 (maart 1967), met de vorstin als een striptease danseres die zong: "Ich bin von Kopf bis Fuss auf Guldens eingestellt" (Duits voor: "Ik ben van kop tot teen enkel in guldens geïnteresseerd", een verwijzing naar het liedje 'Ich bin von Kopf bis Fuss Auf Liebe Eingestellt', 1930, door Marlène Dietrich). In maart 1968 werd het laatste nummer van God, Nederland en Oranje uitgebracht.


'Billy the Kid' (1968), waarmee de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson gekarikaturiseerd wordt.

Hitweek (Aloha) / De Nieuwe Linie
Van 1967 tot het einde van de jaren 1970 verschenen Willems strips en cartoons in het Nederlandse popweekblad Hitweek (later Aloha) en het progressieve opinietijdschrift De Nieuwe Linie. Nadat de Provo-beweging werd opgedoekt, bleven dit de enige overgebleven tegencultuurbladen in Nederland, waarin hij nog steeds zijn meest anarchistische tekeningen kwijt kon. Tijdens de jaren 1960 en 1970 waren de meeste Willem-strips die in Nederland gepubliceerd werden vertalingen van werk dat oorspronkelijk in de Franse bladen L'Enragé, Charlie Hebdo en Charlie Mensuel verscheen. Willems eerste volledige stripboek, 'Billy the Kid, of Hoe Een Eenvoudige Jongen Uit Texas de Maarschalksstaf In Zijn Ransel Vond en er Mee Op Kruistocht Ging' (Polak & Van Gennep, 1968), was een satire waarbij de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson als een cowboy/fascistisch dictator werd voorgesteld. De Franse uitgeverij L'Apocalypse bracht het simpelweg onder de titel 'Billy the Kid' uit. Voor Aloha tekende Willem de politieke strip 'De Avonturen van Piet Por', die onder de Franse titel 'Les Aventures de Tom Blanc' in Hara-Kiri/Charlie Hebdo verscheen. In 1972 gaf De Harmonie een compilatie uit en in 1973 volgde een Franse editie bij Éditions du Square.

Tussen 1971 en 1972 bedacht Willem zijn bekendste terugkerende stripfiguren: de naïeve idioot Daan van Dalen (bekend als Dick Talon in het Frans), zijn broer – de detective Guust van Dalen (Gaston Talon), zwartbaardige terrorist Barnstein en de flirterige besnorde schooier Fred Fallo (Jack L'Eventreur). Zijn antihelden figureren in turbulente verhalen vol seks, drugs, geweld en politiek, waaronder gevechten tegen neonazi's. In 1976 publiceerde de Nieuwe Linie een reeks cartoons over prins Bernhard en zijn betrokkenheid bij het Lockheed-corruptieschandaal. Toen deze cartoons in het boek, 'De Avonturen van Prins Bernhard' (1977), verzameld werden, weigerden heel wat Nederlandse bladen deze uitgave te promoten. Het werk werd ook in Frankrijk gepubliceerd als 'Les Aventures de Prince Bernhard' (Éditions du Square, 1977).


'Daan van Dalen' (De Topeloeng, 1976).

Verhuizing naar Frankrijk
In mei 1968, tijdens de studentenbetogingen in Parijs, verscheen Willems werk ook in de Franse pers, namelijk de bladen L'Enragé (onder redactie van Siné), Hara-Kiri en (vanaf 1969) Charlie Mensuel. In 1969 verhuisde hij tenslotte naar Frankrijk, zij het niet - zoals het broodjeaapverhaal luidt - om aan zijn boete te ontsnappen. Tenslotte had hij anders niet eens zijn land hebben mogen verlaten. Het proces was daarentegen wel een extra motivatie voor zijn vertrek. Willem verkoos Frankrijk, omdat daar meer bladen bereid waren zijn anarchistische cartoons te publiceren. Hij vond de Franse politiek ook uitnodigender voor satire gezien er, in vergelijking met de nogal suffe Nederlandse regering, "echte oplichters en gangsters zitten."


Charlie Hebdo covers van 12 november 1980 en 5 maart 1997. De eerste cover stelt pas verkozen Amerikaans president Ronald Reagan voor, met de zin: "Reagan zet de vrouwen weer op hun plaats". De tweede cover drijft de spot met de extreemrechtse politicus Jean-Marie Le Pen met de kop: "Le Pen ziet overal Joden", terwijl hij zegt: "En dat allemaal terwijl ik een oog mis!", in referentie naar zijn blinde oog.

Hara-Kiri / Charlie Hebdo
Nadat Willem zich in 1968 bij Hara-Kiri aansloot groeide hij uit tot de langst meedraaiende medewerker. Hij bleef bij het blad toen het in 1970 werd omgedoopt in Charlie Hebdo, en was tussen 2015 en 2021 de enige overlevende uit de pioniersjaren. Hij was ook de enige vaste niet-Franse medewerker en de enige Nederlander. Willem kreeg zijn eigen columns, 'Revue de Presse' en 'Chez Les Esthètes'. Aanvankelijk was zijn Frans erg stroef, waardoor er vaak spellings- en grammaticafouten in zijn strips slopen. Zijn collega's zagen dit desondanks als deel van zijn charme en een persoonlijke toets en lieten het dus onveranderd. Grappig weigerden de redacteuren van Charlie Hebdo de tekenaar Gérald Poussin begin jaren 1970 met de reden: "We hebben al iemand die grammaticafouten maakt". Bij Charlie Hebdo voelde Willem zich altijd het meest in zijn element, omdat hij kan doen wat hij wil. Andere bladen zijn sneller geneigd bepaalde cartoons te weigeren. Les Humanoïdes Associés verzamelde een decennia van Charlie-Hebdo-werk van Willem in 'Complet! La Revue de Presse de Willem. Charlie Hebdo, 1969-1981' (1984). L'Association bracht verschillende van zijn politieke strips samen in de boeken 'Coeur de Chien' (2004) en 'Le Prix du Poisson' (2010).

Charlie Mensuel 
Sinds 1970 was Willem ook een blijvertje in Charlie Hebdo's zusterblad Charlie Mensuel. Hij publiceerde er vele strips met Fred Fallo, Barnstein en Daan van Dalen onder hun vertaalde namen. Het Fred Fallo-verhaal uit nr. 64 van 1974 bedacht hij samen met Joost Swarte. In 1981 volgde Willem Wolinski op als Charlie Mensuels derde en laatste hoofdredacteur. Hij nam het over vanaf nummer 146 en bleef tot het 152ste en laatste nummer.

Surprise
In februari 1976 bracht Charlie Hebdo/Mensuel nog een zusterblad uit onder de titel Surprise, met Professeur Choron en Willem als hoofdredacteurs. Surprise probeerde nog schandaliger dan het moederblad te zijn, met vooral strips door Europese undergroundtekenaars als Joost Swarte, Ever Meulen, Chapi, Loulou, Roland Topor en Kamagurka, maar ook Amerikaans materiaal van Kim Deitch, Robert Armstrong en Justin Green. Hoewel het voornamelijk Willems blad was, hield hij zich zo nauwgezet met de redactie bezig dat hij zelf geen tekeningen maakte, zelfs geen cover. Surprise trok de aandacht van de Franse Minister van Binnenlandse Zaken Michel Poniatowski, die de verkoop onder minderjarigen verbood. Maar de verkoop was van meet af aan al nihil. Het verbaasde dan ook niemand dat het vijfde en laatste nummer in oktober van dat jaar van de pers rolde.

B.D.
Op 10 oktober 1977 werd weer een ander zusterblad gelanceerd: B.D. Van het eerste tot en met het 26ste nummer liep een tweedelige maffiastrip door Willem die zich in New York City afspeelde: 'Rats Hamburger' (1977-1978).


'Rats Hamburger'.

Charlie Hebdo terreuraanslagen
In 2006 bracht Charlie Hebdo een speciaal nummer uit waarin de draak werd gestoken met de Islam en de profeet Mohammed. Dit alles was een rechtstreekse reactie op de wereldwijde heisa rond cartoons die hetzelfde onderwerp hadden bespot in de Deense krant Jyllands-Posten, waarop redactie en cartoonisten gedwongen waren onder te duiken. Ditmaal werd de redactie van Charlie Hebdo zelf aangeklaagd en met de dood bedreigd. In april 2011 brandde een molotov-cocktail het kantoor uit, maar er vielen geen slachtoffers. De Parijse politie plaatste de redactie onder politiebescherming, maar op 7 januari 2015 braken twee islam-extremistische terroristen het kantoor binnen, vermoordden de agenten (waaronder Ahmed Merabet, zelf een moslim) en bijna alle redacteurs, cartoonisten en schrijvers. In totaal werden twaalf mensen vermoord en elf verwond, waaronder enkele van Willems beste vrienden en collega's. Hij overleefde de aanval omdat hij afwezig was. Heel wat media beweerden destijds dat Willem "zijn trein had gemist en te laat op zijn werk was", maar in realiteit woonde hij de wekelijkse redactiebijeenkomsten nooit bij. Sommige journalisten verwarden hem met de cartoonist Luz, die inderdaad te laat arriveerde op die tragische dag. Willem reisde die dag wel per trein naar Parijs, met de bedoeling een aantal cartoons op de redacties van Libération, Charlie Hebdo en Siné Mensuel af te leveren en daarna een diner voor de voormalige organisatoren voor het Stripfestival van Angoulême bij te wonen.

De terreuraanslagen brachten wereldwijde woede en verdriet teweeg, ook bij de meerderheid der moslims. Het maakte niet alleen plotseling Charlie Hebdo wereldberoemd, maar bezorgde ook Willem meer ongewenste media-aandacht, gezien hij de oudste overlevende veteraan van de publicatie was. Afgezien hiervan was hij ook de bekendste Charlie Hebdo-medewerker in zowel de Nederlandstalige en Franstalige pers. Hij werd daarom regelmatig geïnterviewd en bevestigde aan iedereen dat "zowel ik als Charlie Hebdo verder zullen gaan. Dat moet." Slechts een week na de tragedie bundelden hij en de overlevende redacteurs hun krachten om een volgend nummer te maken. Aangezien dit met nog minder mensen dan voorheen moest gebeuren, waren Willem, Luz en Catherine Meurise verplicht meer cartoons dan normaal te maken, al werden er ook bijdragen van de overleden medewerkers herdrukt. Willem weigerde alle openbare steun van politici, religieuze leiders, organisaties en alle "zogenaamde nieuwe vrienden, want het doet me kotsen." Hij zag dit als krokodillentranen van mensen die hen voorheen nooit (durfden) steun(d)en en duidelijk geen flauw benul hadden waar Charlie Hebdo voor stond. Hij gaf ook geen bal om de achtergrond van de terroristen: "Het zijn idioten, zogenaamde religieuze mensen waar echte moslims niets mee te maken willen hebben." Om dezelfde redenen ondertekende ook hij op 12 januari 2015 een petitie van diverse Franse auteurs en cartoonisten tegen de Duitse islamofobe beweging Pegida, die de tragische gebeurtenissen probeerden te exploiteren door rassenhaat aan te wakkeren.

Willem weigerde ook alle politiebescherming of kogelvrije vesten. Immers, als iemand hem zou willen vermoorden, vindt die toch wel een manier zou vinden. Zijn collega's had men tenslotte ook niet kunnen redden. Hij stak een ferme middelvinger uit naar de terroristen in zijn volgende boek, 'Willem Akbar!' (Les Requins Marteaux, 2015). In het hommageboek 'Charlie Hebdo: Même Pas Peur' (Les Échappes, 2016) verschenen zijn cartoons naast die van zijn collega's. Hij leverde ook een bijdrage aan 'Bernard Maris Expliqué à Ceux Qui Ne Comprennent Rien à L'Économie' (2017) door Gilles Raveaud, een eerbetoon aan de economische colums van zijn vermoorde collega Bernard Maris.


Strip die de spot drijft met de extreemrechtse politicus Jean-Marie Le Pen en zijn pro-doodstraf standpunt. De hersenloze menigte schreeuwt: "Begrepen chef! Doodstraf enkel voor Franse mensen!!"

Libération
Sinds 1981 was Willem de huistekenaar van de linkse krant Libération, waarin zijn werk onder de titel 'L'Oeil de Willem' (letterlijk: "Willem's oog") verscheen. Tussen 1993 en 2002 was hij voor het blad ook reisjournalist, en bezocht hij Kameroen, Ivoorkust, de Baltische Staten, New Hampshire en Rusland. Hij hield een geïllustreerd dagboek bij dat veel milder en toegankelijker van toon was dan zijn andere werk. In Nederland werden de reportages voorgepubliceerd in HP/De Tijd en Vrij Nederland. De reizen vormden de basis voor verschillende cartoonboeken, zoals 'Quais Baltiques' (Les Petits Libres, 1994), en 'Op Stap Met De Razende Reporter' (De Harmonie, 2002). Latere titels als 'Ailleurs' (Cornelius, 2002) en 'Partout' (Cornelius, 2008) behandelden landen als China, Nederland, Ierland, Vietnam, Italië, Finland, Noorwegen, Burkina Faso en Estland. 'Avignon' (Cornelius, 2011) verzamelde alle stripreportages die hij voor het Festival van Avignon maakte.

Door de jaren heen heeft de uitgever van Libération, Les Requins Marteaux, regelmatig compilaties uitgebracht met Willems politieke tekeningen, waaronder 'Willem à Libération' (Albin Michel, 1989), 'Eliminations' (2002), 'Merci Ben Laden!' (2002) en 'Destruction Massive' (2003), die vooral rond de Amerikaanse president Bush Jr. en zijn terreuroorlog tegen Osama Bin Laden en Saddam Hoessein draaien. Dichter bij huis drijft 'Élections Surréalistes' (2003) de spot met de Franse presidentsverkiezingen van 2002, toen Jacques Chirac het tegen de extreemrechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen opnam. Chiracs opvolger Nicolas Sarkozy werd bespot in 'Sarko, L'Increvable' (2006), 'Le Roman Noir des Élections' (2008) en 'Casse-Toi, Pauvre Con!' (2009), terwijl François Hollande belachelijk werd gemaakt in 'Plus Jamais ça!' (2012) en 'Le Pire Est Derrière Nous' (2014). President Emmanuel Macron werd evenmin gespaard, zoals 'Macron, L'Amour Fou' (2018) bewees. In 2021 kondigde Willem aan dat hij Libération verlaat. 


'Le Bec Cloue', uit 'Les Crimes Innomables'.

Andere uitgaven
Tijdens de jaren 1970 verschenen Willems cartoons en strips verder in Joost Swarte's underground comic 'Cocktail Comix' (1973). Een decennium later publiceerde hij in Rigolo!, Psikopat, Métal Hurlant (Frankrijk), Pardon Lul, Joost Swarte's Moderne Kunst (Nederland) en Robert Crumbs Weirdo (VS). Hij was één van de vele cartoonisten die deelnam aan een "kettingstrip" in Raw (nr. 8, september 1986), getiteld 'Raw Gagz'. Tijdens de jaren 2000 en 2010 liep zijn werk ook in BoDoï, Fluide Glacial, L'Immanquable en Siné Mensuel. Zijn tekeningen verschijnen ook regelmatig in Le Monde, L'Écho des Savanes, HP/De Tijd en Vrij Nederland. Sinds zijn verhuizing naar Frankrijk is zijn werk in een groot aantal boeken verzameld door uitgevers als Éditions du Square, Albin Michel en Cornélius. Hiertoe behoren 'Chez les Obsédés' (Éditions du Square, 1971), 'Drames de Famille' (Éditions du Square, 1973), 'La Crise Illustrée' (Éditions du Square, 1975), 'Terreur Aveugle' (Éditions du Square, 1979), 'Plaisir d'Esthète' (Dernier Terrain Vague, 1982), 'Les Crimes Innommables' (Albin Michel, 1983), 'L'Amour sera Toujours Vainqueur' (Les Humanoïdes Associés, 1984), 'Le Monde en Images' (Albin Michel, 1991), 'Tout Va Bien' (Albin Michel, 1997), 'La Droite part en Couilles' (Bichro, 2000), 'La Paix dans le Monde' (L'Atalante, 2002) en 'Appétit' (Humeurs, 2004).

Les Crimes Innommables, 1983L'Amour sera toujours vainqueur, 1984Fred Fallo staat op springen, 1980

Thematische geschiedenisstrips
Door de decennia heen heeft Willem verschillende stripboeken gemaakt die op historische thema's gebaseerd zijn. De meeste beelden worden als een reeks kleinere plaatjes weergegeven, rechtstreeks nagetekend van echte foto's maar in zijn eigen stijl. In het midden of de hoeken van de pagina zijn meestal één of twee grotere prenten te zien. Deze tekeningen maken meer gebruik van fantasie dan realisme en kneden fotografische beelden om tot een symbolische metafoor. Willem brengt alles samen als een vervormde fotocollage in pen en inkt. Het idee kwam voort uit zijn jeugdfascinatie voor foto's in Life en kranten. Aangezien hij nog niet kon lezen en te jong was om de politieke context te begrijpen, straalden deze beelden een mysterieus aura uit. Zijn eigen cartoons wekken dezelfde sfeer op. De meeste persfoto's die hij gebruikte hebben slechts één ondertitel per hoofdstuk om een thema te suggereren. Ze tonen beelden die deel zijn gaan uitmaken van onze collectieve geschiedenis of laten bekende politici in gewone contexten of locaties zien.


'Gloire Coloniale'.

Het vroegste werk in deze stijl is 'Storm over Batavia!' (De Harmonie, 1975), dat over de Japanese invasie van Nederlands-Indië (thans Indonesië) gaat. In 1985 publiceerde Willem 'Lust en Strijd' (De Harmonie, 1985), gepubliceerd in het Frans als 'N'Oublions Jamais' (Éditions du Square, 1985), wellicht het controversieelste boek uit zijn carrière. Het toont grauwe tekeningen over de Tweede Wereldoorlog die de spot drijven met oorlog, nazisme en fascisme, vaak vermengd met pornografische beelden. Het boek werd in Italië gedrukt, maar de Franse douane nam het aan de grens in beslag in de waan dat het nazipropaganda was. Slechts toen één van de douaniers erop wees dat Willem in de linkse Libération publiceerde, beseften ze hun fout. Dit betekende echter niet het einde van de controverse. Veel winkels weigerden het boek nog steeds te verkopen en stuurden het terug naar de uitgever. Zo werd 'Lust en Strijd' uiteindelijk een heel zeldzaam boek. Willem zei desondanks dat hij op dit boek en 'Romances et Mélodrames' (Éditions du Square, 1977) het meest trots was. In 2015 werd het uiteindelijk herdrukt.

Met 'Gloire Coloniale et d'Autres Récits Exotiques' (Éditions du Square, 1981) dook Willem in Europa's gruwelijke koloniale verleden. 'Willem 30/40' (Futuropolis, 1987) focust op de VS. Het werk behandelt de zwartste pagina's uit hun geschiedenis: McCarthyisme, de Koreaanse Oorlog, racisme t.o.v. de zwarte bevolking, de Black Panther-beweging, de moorden op de Kennedy's, de Vietnamoorlog, Watergate, de Iraanse gijzelingscrisis, Reaganomics...

Prins Bernhard comic by Willem
'Euromania', uit het hoofdstuk over Italië, dat de spot drijft met paus Johannes-Paulus II en zijn houding rond geboortebeperking.

In 1984 publiceerde Édition Moderne Willems 'Europa über Alles!' (1984), een boek met cartoons over Europa. Vijf jaar later, toen de Berlijnse Muur viel, besloot hij zijn oorspronkelijke concept uit te breiden. Het eindresultaat, 'Euromania' (1992), werd zowel door De Harmonie en Futuropolis als meertalig boek in het Nederlands, Engels, Frans en Duits uitgegeven om samen te vallen met het Verdrag van Maastricht en de festiviteiten rond de Europese Unie. 'Euromania' graaft smeerlapperij op rond de naoorlogse geschiedenis van alle twaalf Europese lidstaten. In zijn typische, genadeloze stijl kijkt Willem terug naar koloniale misdaden, de DDR, Baader-Meinhof, Noord-Iers terrorisme, Action Directe, de Bende van Nijvel, Thatcherisme, de Falklandoorlog en de dictaturen in Spanje, Portugal en Griekenland. Maar hij brengt ook eigentijdse problemen onder de aandacht, zoals de maffia, drugshandel, seksschandalen, koninklijke schandalen, witteboordencriminaliteit, politieke moorden, overheidscorruptie, separatisme, het ultraconservatieve Vaticaan en de opkomst van extreemrechts, neofascisme en neonazisme.


'Les Aventures de l'Art'.

Met 'Le Feuilleton du Siècle' (Cornelius, 2000) begon de cartoonist aan zijn meest ambitieuze project tot dan toe. Met een nieuwe eeuw in het verschiet leek het hem een prachtidee om op de hele 20ste eeuw en al haar oorlogen en gruweldaden terug te blikken. Een hoogtepunt is een uit twee pagina's bestaande doolhof die alle 20ste eeuwse conflicten voorstelt als een obstakel dat mensen moeten overleven om het einde van de eeuw te bereiken. 'Déguelasse' (2014) kijkt terug op politieke gebeurtenissen uit de voorbije 30 jaar, waaronder oorlogen in het Midden-Oosten en Afrika, en de westerse mogendheden die deze mogelijk maakten. In 2004 publiceerde Willem 'Les Aventures de l'Art' (Cornelius, 2004), dat in 2019 uitgebreid werd als 'Les Nouvelles Aventures de l'Art' (Cornélius, 2019) en in het Nederlands vertaald werd als 'De Nieuwe Avonturen van de Kunst' (Concerto Books, 2020). Het stripboek bevat satirische kunstenaarsbiografieën die voorheen in Charlie Hebdo voorgepubliceerd werden. Het valt zowel de snobistische kunstindustrie aan als specifieke iconen als Pablo Picasso, Edward Hopper, Christo, Le Corbusier, Andy Warhol, de Cobrabeweging en Banksy. Willem werpt echter ook een licht op minder bekende tekenaars, zoals Sophie Calle, Roberto Platé, Gil J. Wolman, Fedele Azari en Nelly van Doesburg. De wereld van literatuur, film en muziek wordt ook niet gespaard. Eén stripauteur is een doelwit: Hergé.


De beruchte swastikacartoon uit God, Nederland en Oranje (1966), die Willem in Nederland een boete opleverde.

Stijl en controverse
Willem staat bekend om zijn zwart-witte ecolinetekeningen, die zelden gebruik maken van kleur. Sinds het begin van zijn carrière is zijn werk bekritiseerd omdat het klungelig getekend is, vooral wanneer hij foto's kopieert. Gezichten en lichaamsdelen zijn vaak niet in proportie. Zijn karikaturen kregen vaak het verwijt dat ze niet altijd gelijken. Toch wist Willem zijn boodschappen in slechts wat eenvoudige lijntjes te vatten, iets wat hij gemeen heeft met een andere cartoonist, Arend van Dam. Ondanks alles draait de meeste kritiek op Willem niet zozeer om zijn grafische stijl, maar wel om zijn thematiek. Het grote publiek voelt vaak weerzin en verontwaardiging over zijn cartoons en strips, die schijnbaar geobsedeerd zijn door seks en geweld. Hij stelt politici en autoriteitsfiguren geregeld in pornografische situaties voor en brengt scènes met onthoofdingen, bloedvergieten en verminkingen. Zelfs zijn liefdesboek 'Plus Mort Que Moi Tu Meurs' (Futuropolis), de seksgidsparodie 'Poignées d'Amour' (Cornelius, 1995) en de anaal geobsedeerde sequel 'Anal Symphonies' (Cornelius, 1996) zijn verstoken van enige erotiek. Willems tekeningen zijn zo sardonisch, schokkend en grof dat ze een stortvloed aan boze brieven, censuur, publicatieweigeringen, processen en zelfs doodsbedreigingen veroorzaakten. De Juliana-cartoon uit 1966 en het hierop volgende proces zijn de beruchtste zaak, maar er zijn nog meer voorbeelden...

Op 30 april 1979 werden tekeningen uit Willems boek 'De Avonturen van Prins Bernhard' van een tentoonstelling in Schiedam over strips geweerd. Uit protest trok Martin Lodewijk zijn eigen werk van de expo terug. Op 3 augustus 1994 verwijderde het een raadslid uit Ermelo slechts een paar uur voor de opening van tentoonstelling de cartoon 'Moord en Doodslag' van Willem. De illustratie toonde twee mannen waarvan één zijn testikels in de beha van de ander stak. Op 12 september 2001, slechts één dag na de terreuraanslagen in New York, tekende Willem een cartoon voor Libération gebaseerd op de beroemde foto van Nick Ut uit 1972 van een Vietnamees meisje dat wegloopt van een Amerikaans napalmbombardement tijdens de Vietnam-oorlog. Op de achtergrond voegde hij vliegtuigen toe die in het World Trade Center vlogen. Veel lezers waren woest dat de cartoonist suggereerde dat de VS nu een soort van boontje om zijn loontje kreeg.

In april 2005 publiceerde Willem in Libération een cartoon van Jezus die in de lucht verschijnt, terwijl een groep bisschoppen geschokt zijn dat de Messias een condoom draagt. Agrif, een traditionalistische katholieke groep geleid door Front National-politicus Bernard Anthony, klaagde de krant prompt aan wegens blasfemie. Op 30 maart 2006 verloren ze hun zaak en op 17 mei opnieuw in hoger beroep. Een cartoon over het Israëlisch-Palestijnse conflict die op 28 juli 2006 in HP/ De Tijd verscheen veroorzaakte ook ophef. De tekening van twee Israeli's die de muur op de Westelijke Jordaanoever bouwen in de vorm van een nazi-concentratiekamp won desondanks in 2006 de Inktspotprijs.


Inktspotprijs-winnende cartoon, gepubliceerd in HP/De Tijd op 28 juli 2006.

Tot nu toe heeft Willem slechts tweemaal een boete moeten betalen voor zijn cartoons. De eerste keer voor de voorheen vermeldde cartoon over de swastikavormige agent en de tweede maal in 2009, toen hij een artikel voor Libération illustreerde over de illegale Zwitserse bankrekening van regeringsminister Roland Dumas. De politicus klaagde de krant aan en won, omdat er onvoldoende bewijs was om de beweringen te staven. Samengevat heeft een halve eeuw aan commotie Willem wat gevoelloos gemaakt. In Trouw van 16 mei 2008 verdedigde hij zich eens: "Je verwijt de slager toch ook niet dat hij vlees verkoopt! Wat ik teken is heel wat minder erg, dan wat er elke dag in de wereld gebeurt." In feite: sommige dingen waren geïnspireerd door persoonlijke trauma's. Zo kreeg zijn vrouw ooit een miskraam. Tot hun grote schok raadde de arts het paar koudweg aan de overblijfselen van de dode foetus door het toilet te spoelen! Willem volgde dit onmenselijk advies uiteindelijk op, maar het motiveerde hem tot een nogal notoire strip rond doorgespoelde foetussen die vanuit toiletpotten herrijzen om zich op de mensheid te wreken...

Willem is ook een man van principes, die weigert door zijn doelwitten geassimileerd te worden. Toen het Institute Néerlandais in Parijs hem in 2007 om sponsorschap vroeg aanvaardde hij dit, maar waarschuwde hen dat hij geen handen zou schudden met koningin Beatrix. Hij hield zijn woord die avond en keerde haar op de receptie resoluut de rug toe.

Grafische bijdragen
Willem leverde bijdragen aan verschillende collectieve stripalbums, zoals 'Nimbus Présente le Grand Orchestre' (Cumulus, 1980), 'Animaux Admis' (Alliance Européenne, 1990) en 'Crème Solaire' (Cornelius, 2002). Hij illustreerde songteksten van Tachan in de vier volumes tellende collectie 'Les Chansons de Tachan' (Dargaud, 1982-1984), waaraan ook andere gevestigde Charlie Hebdo-cartoonisten een bijdrage leverden. Willem was één van vele tekenaars die meedeed aan het "safe sex" promotieboek 'Les Aventures de Latex' (FortMedia, 1991), de anti-racisme-special 'Rire Contre Le Racisme' (SOS Racisme, 2006), het anti-Jacques Chirac-boek 'La Success Story du Président' (Hoëbeke, 2006) en de religieuze satire 'Non de Dieux' (Pat à Pan, 2010). Samen met verschillende Nederlandse en Vlaamse cartoonisten maakte Willem een kettingstrip, die onder de titel 'Het Lieve Leven' (2000) in het blad Incognito van Robin Schouten verscheen.

In februari 2009 ontwierp Willem een reeks wijnlabels voor de Douro-wijn van de Nederlands-Portugese likeurfirma Dirk Niepoort. Ze werden onder de titel 'De Gestolen Fiets' verkocht. Hij werkte samen met Edmond Baudoin aan de grafische roman 'Jazz à Deux' (Super Loto Éditions, 2015), die een blik werpt op het jazzfestival Jazz à Foix. Tenslotte verscheen zijn werk in de 'New Comics Anthology' (Collier Books, 1991) en verder de 'Small Express Expo'-reeks met alternatieve strips (1997-2004), gepubliceerd door het Comic Book Legal Defense Fund.


Zelfportret.

Boekillustraties
In zijn carrière illustreerde Willem slechts één echt kinderboek, 'Van Niks en Nogs Wat' (De Harmonie, 1985), geschreven door Ton de Vreede. Het boek gaat over een jongetje, Jantje Pilaar, dat in het dorp Niks woont en alle ziektes weet te genezen. Een jaloerse burgemeester, priester en arts vragen hem daarom drie moeilijke opdrachten te vervullen. Het werk blijft een opmerkelijke stijlbreuk, alhoewel Willem later toegaf dat hij het in opdracht van zijn uitgever maakte en de auteur nooit ontmoet heeft. Later illustreerde hij 'Par La Bande' (Ed. Demoures, 1999) van Daniel Varenne, 'Les Porcs du Monde' (Le Zouave, 2000) van Jo Bertil en 'L'Important C'est La Dose' (Les Apogogistes, 2002) van Jean-Claude Lecocq.

Geschreven bijdragen
Willem schreef het voorwoord voor 'Weg Met De Varkens. 500 Jaar Opruiend Tekenwerk' (Van Gennep, 1969), een verzameling politiek aanstootgevende cartoons van de 15de tot de 20ste eeuw. Hij pende ook de proloog voor een boekcollectie (1977) van strips uit het underground-blad Tante Leny Presenteert van Evert Geradts, evenals het voorwoord voor 'Enfantillages' (1999) van Kelek.

In 1980 schreef Willem 'Wat Heb Ik Nou Aan Mijn Fiets Hangen?', een verhaal geïllustreerd door Joost Swarte en tussen 26 april en 11 oktober van dat jaar gepubliceerd in Vrij Nederland. Het verhaal gaat over twee kinderen, Rik en Klaartje, die in hun speciale auto de wereld rondreizen. Veel dialogen geven satirisch commentaar op de landen die ze bezoeken, maar dan in de stijl van een ouderwets kinderboek met exotische avonturen. In 1982 werd het in boekvorm uitgebracht onder de titel 'De Wereldreis van Rik en Klaartje' (De Harmonie, 1982). Deze uitgave werd in het Frans vertaald als 'Le Tour du Monde de Ric et Claire' (Futuropolis, 1982) en het Duits als 'Klara und Ricky. Eine Reise um die Welt' (Édition Moderne, Zürich, 1983).

Vertalingen
Minder bekend is dat Willem ook Nederlandstalige strips naar het Frans heeft vertaald, zoals Joost Swarte's 'De Moderne Kunst' (1980, als 'L'Art Moderne'), Wim T. Schippers & Theo van den Boogaards 'Sjef van Oekel' (1986, als 'Léon-la-Terreur') en Johannes van de Weerts punkstrips 'Les Aventures de Red Rat' (Black-Star, Le Monde à L'Envers, 2016). Ook vertaalde hij S. Clay Wilson's 'Bastard' (Futuropolis, 1984), vanuit het Engels naar het Frans.

Mediaverschijningen
Willem verscheen in Benoît Lamy's film 'Cartoon Circus' (1972), een Belgische documentaire over cartoons en strips, waar hij geïnterviewd werd in het bijzijn van Siné, Picha, Roland Topor, Cabu, Jean-Marc Reiser, François Cavanna, Professeur Choron, Gal, Georges Wolinski, Joke en Jules Feiffer. In Henri Xhonneux en Roland Topors film 'Marquis' (1989) sprak hij de stem in van het vishoofdige personage Willem Van Mandarine (een woordspeling op Willem van Oranje). De makers kozen hem omdat ze "iemand nodig hadden met een Nederlands accent". De film is tegenwoordig een cultklassieker. In 1995 maakte Willem een tekenfilmversie van 'Hans en Grietje' voor de 'Il Était Une Fois...'-reeks door Rooster Studio, waarin beroemde Franse stripauteurs sprookjes animeerden.

Erkenning
Op 18 december 1989 ontving Willem de Grand Prix Nationale des Arts Graphiques. In 1996 reikte het Salon International du Dessin de Presse et d'Humour de Saint-Just-le-Martel hem de Grand Prix de l'Humour Vache (1996) uit, wat inhield dat hij een levensechte koe kreeg! Datzelfde jaar won zijn boek 'Poignées d'Amour' de Alph-Art Humour (1996) op het Festival van Angoulême. Tijdens de Stripdagen in Den Bosch van 23 and 24 oktober 2000, ontving hij de Stripschapprijs voor zijn gehele oeuvre en, zes jaar later de Medaille d'Honneur (2006) van de Franse regering. In Nederland won hij zowel de Inktspotprijs (2006) als de Junior Inktspotprijs (2008). In 2013 ontving hij de Grand Prix de la Ville d'Angoulême, waarmee hij op 71-jarige leeftijd de oudste persoon was die deze prijs ontving na de 76-jarige Pellos in 1976. Willem was hiermee ook de eerste Nederlandse prijswinnaar in deze categorie. In 2015 werd hij geëerd met de Prix International d'Humour Gat-Perich voor zijn hele werk. Zijn oeuvre is ook vaak tentoongesteld, onder meer in 2006 in het Centre Pompidou in Parijs.


"Breng ons aan het lachen".

Invloed
Willems werk werd bewonderd door Jaap Vegter, die in nummer 47 van Stripschrift zei: "Bernard Holtrop werkt vanuit een heel andere mentaliteit dan ik. Het is ontzettend knap wat hij maakt. Niet zozeer de mannetjes die hij tekent, maar meer de totale compositie." Joost Swarte zei over hem: "Zonder schaamte tekent hij wat in hem opkomt en daarmee geeft hij aan mij en aan andere tekenaars meer vrijheid. Als er geen Willems waren, was er bij anderen meer zelfcensuur uit angst om over de schreef te gaan. Hij laat aan zijn collega's zien dat je geen remmingen hoeft te hebben." Andere bewonderaars waren Erik Meynen, Jean Plantu en Rudy Kousbroek.

Sinds 2012 leven Willem en zijn Noorse vrouw Medi Brath op het eiland Groix, vlak voor de Bretoense kust. In 2016 doneerde hij zijn archief aan de Bibliothèque Nationale in Parijs. Willem is verder een lid van Cartooning for Peace. Hij ondertekende in 2019 mee voor een boycot van het Eurovisiesongfestival in Tel Aviv.


Willem, signerend in Lambiek op 3 maart 2020 (foto: Boris Kousemaker).

Boeken en documentaires over Willem
Volume 6 van de reeks 'Les Iconovores', getiteld 'Willem, Printemps Cannibales' (2017) door Virginia Ennor, is volledig gewijd aan het leven en werk van Willem. De documentaire 'Het Oog van Willem/L'Oeuil de Willem' (2006) van Pierre-André Sauvageot is al even warm aanbevolen. In zijn overvloedige en ware berg aan boekuitgaven, de meerderheid moeilijk te vinden, zijn het door Jean-Pierre Faur samengestelde 'Deadlines' (1998) en 'Trapenards & Melodramas, Stories 1968-2015' (Cornelius, 2014) waarschijnlijk de mooiste en meest uitvoerige retrospectieven.

Tussen 17 september en 31 oktober 1998 exposeerde Willem in Galerie Lambiek onder de titel 'De Kleurrijke Jaren Tachtig'. Hij hield op 3 maart 2020 een signeersessie in deze winkel. Lambiek zal Willem altijd dankbaar blijven voor het illustreren van de letter "R" in de encyclopedie 'Wordt Vervolgd - Stripleksikon der Lage Landen' (1979).

Willem exposition in Galerie Lambiek
Uitnodiging voor de tentoonstelling die in 1998 in Lambiek plaatsvond.

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

(Tekst door Kjell Knudde)