Stripgeschiedenis

Dick Matena

De Avonden by Dick Matena
De Avonden

Dick Matena is één van de meest veelzijdige en productieve Nederlandse stripauteurs. Hij heeft anoniem gewerkt aan strips rond andermans creaties (Marten Toonder, Walt Disney), schreef en tekende populaire kinder- en avonturenreeksen voor de meeste Nederlandse stripbladen, publiceerde meer volwassen en artistieke verhalen in internationaal gerenommeerde bladen en kreeg nationale aandacht met zijn adaptaties van beroemde Nederlandse literaire werken en jeugdromans. Door deze adaptaties brak Matena uit de Nederlandse stripscène en werd hij ook in literaire kringen een bekend figuur. Hij werkte verder voor Toonder, het weekblad Donald Duck, de 'Rooie Oortjes' reeks en het Nederlandse ruimte-epos 'Storm' (met tekeningen door Don Lawrence). Zijn bekendste eigen creaties zijn 'De Argonautjes' (1968-1973), 'Ridder Roodhart' (1969-1971), 'Grote Pyr' (1971-1974) and 'Virl' (1977-1981, 2011-2012).

Vroege leven
Dick Matena werd in 1943 geboren in een socialistisch gezin in Den Haag, maar men kan amper zeggen dat hij lang aan zijn geboortestad verknocht is gebleven. Hij heeft vervolgens in Voorschoten gewoond, keerde terug naar Den Haag, verhuisde naar Sitges in Spanje, leefde nadien in de Belgische dorpen Oud-Turnhout, Bergen, Mol, Kasterlee, Lichtaart en Turnhout, totdat hij uiteindelijk naar Nederland terugkeerde en zich in Amsterdam vestigde. Matena groeide op terwijl hij Nederlandse strips als Marten Toonders 'Tom Poes' en H.G. Kresse's 'Eric de Noorman' las, twee artiesten die een grote invloed op zijn carrière gehad hebben. Hij ontdekte ook op jonge leeftijd al Belgische strips als 'Suske en Wiske' van Willy Vandersteen. Zijn vader was een professioneel wielrenner en bracht deze stripboeken mee wanneer hij weer in het Antwerpse Sportpaleis had geraced. Dick Matena rekent ook Alex Raymond en André Franquin tot zijn persoonlijke favorieten.


'Panda en de Meester-schatgraver' (1 oktober 1962)

Toonder Studio's
Dick nam avondlessen aan de Haagse Kunstacademie, terwijl hij als decorateur in de plaatselijke winkel Van Moorsel werkte. Uit verveling verliet hij de academie al na slechts één jaar. In 1960, amper 17 jaar oud, solliciteerde hij voor een baan bij de Marten Toonder Studios in Amsterdam en werd aanvaard. Ondanks zijn vele ruzies met het management (hij verliet de studio tweemaal, maar kwam telkens terug) bleef Matena tot 1968 bij de studio, de eerste twee jaren in dienstverband en daarna als freelancer. Eén van zijn eerste opdrachten was Ben van 't Klooster opvolgen als de tekenaar van "'t Geheim van de Gulden Gaper" (1961), een reclamestrip voor Nederlandse drogisterijen, geschreven door Lo Hartog van Banda.

Heer Bommel en de Grauwe Razer
'Tom Poes en Heer Bommel '

Daarnaast leverde hij tekeningen voor ongeveer 28 episodes van Toonders krantenstrip 'Panda', vanaf het einde van 'Panda en de Dienomaat' (eind 1961) tot halfweg 'Panda en de Hobbeldonkerschurkerij' (1968). Inkting werd voorzien door Frits Godhelp en de plots door ofwel Lo Hartog van Banda of Harry van den Eerenbeemt. Matena tekende ook drie verhalen van de 'Tom Poes' krantenstrip: 'De Grauwe Razer' (1962-1963), 'De Wilde Wagen' (1963) en de tijdloze klassieker 'De Bovenbazen' (1963). In 2012 hertekende hij in een veel persoonlijker stijl één van de stroken van 'De Bovenbazen' voor een collectieve remake ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van Marten Toonders geboortejaar.

Polletje Pluim, by Dick Matena
'Polletje Pluim'

Matena droeg verder bij aan diverse andere studioproducties. Tussen 1966 en 1967 tekende hij zijn eerste verhalen met Walt Disney's 'De Grote Boze Wolf' voor het weekblad Donald Duck en had zijn eerste eigen strip met 'Polletje Pluim'. In 1967-1968 schreef en tekende hij vijf verhalen rond deze antropomorfe eekhoorn voor het christelijke damesblad Prinses. De eerste werden ingekleurd door Wim Lensen, de latere verhalen door Matena zelf. 'Polletje Pluim' werd verdergezet door Jan van Haasteren.

De Argonautjes by Dick Matena
De Argonautjes - 'De Bruid van Icarus' (Pep #25, 1970)

De jaren Pep
Tegen de late jaren 1960 was Matena klaar om de Toonder Studios te verlaten en een solocarrière te beginnen. Hij sloot zich in 1968 aan bij het stripblad Pep van De Geïllustreerde Pers en wordt algemeen tot de "Grote Vijf" uit de hoogdagen van het blad gerekend, samen met Martin Lodewijk, Daan Jippes, Fred Julsing en Peter de Smet. Tijdens deze periode (1968-1975) probeerden redacteuren als Peter Middeldorp en Hetty Hagebeuk Peps pagina's met originele eigen producties te vullen. De eerste hiervan was 'De Argonautjes' (1968-1973), een parodie op de Griekse mythe van 'Jason en de Argonauten', getekend door Dick Matena. De eerste verhalen werden door Lo Hartog van Banda geschreven in een poging een Nederlandse strip in de traditie van 'Astérix en Obelix' te creëren. Na negen verhalen met Banda schreef Dick Matena het tiende verhaal, 'Het Zwaard van Damocles' (1973), zelf. Een laatste verhaal van 'De Argonautjes' werd door Patty Klein geschreven en in 1974 door Jan van Haasteren getekend.

Pep cover by Dick MatenaPep cover by Dick Matena

Matena en Banda creëerden verder drie verhalen van de Arthuriaanse serie 'Ridder Roodhart' (1969-1971), die ook door 'Astérix' geïnspireerd was. Matena voelde zich meer op zijn gemak met zijn eigen creatie 'Grote Pyr' (1971-1974), over de woeste viking Pyr en zijn zachtmoedige zoon Thor. Matena schreef en tekende drie verhalen, die allen door Oberon in boekformaat uitgebracht werden. De strip is verder in het Frans, Duits, Deens, Zweeds en Fins vertaald. Jaren later, in 1989, maakte Dick Matena nog nog een verhaal met het personage voor Sjors & Sjimmie Stripblad ('De IJzeren Dame'), dan getekend in zijn meer volwassen stijl. In Pep publiceerde Dick Matena verder zeven onafhankelijke strips, soms met een autobiografische ondertoon, in de 'Pepspotters' reeks (1970).

Tijdens zijn periode bij Pep groeide Matena ook zelf uit tot een getalenteerde en productieve scenarist. Samen met de Italiaanse tekenaar Dino Attanasio bedacht hij 'De Macaroni's' (1971-1975), een strip over Italiaanse voetballers en gangsters. Het was bedoeld als een tegenwicht voor de Britse strip 'Billy's Boots' door (vooral) John Gillatt en Fred Baker, die in het rivaliserende blad Sjors liep. Matena schreef in 1973-1974 ook de laatste twee verhalen van de superheldenparodie 'Blook' voor Johnn Bakker.

Grote Pyr by Dick Matena
Grote Pyr - 'De Zoon van de Zon' (Pep #29, 1974)

Eppo
Toen de stripbladen Pep en Sjors in 1975 fuseerden tot Eppo was Matena ook van de partij. Zijn eerste bijdrage was het enige verhaal over de kaper Kleine Pier (1975). Hij verliet het blad voor een poosje en werkte als advertentietekenaar en illustrator. In de tussentijd illustreerde hij de sectie 'Revuutje' in het mannenblad Revu en maakte hij een strip voor het familieweekblad Wij in samenwerking met Fred Julsing. Na zijn terugkeer in Eppo focuste hij zich op scenario's schrijven voor andere tekenaars. Samen met Carry Brugman bedacht hij 'De Partners', een reeks actievolle avonturenverhalen over een ongewoon team misdaadbestrijders dat bestond uit ex-bajesklant Danny MacDonald – die een multinational erft – en de gravin Katia Diaghilev. Matena schreef de strip onder de pennaam Dick Richards om de Brits-Amerikaanse sfeer van de reeks te benadrukken. Hij schreef tussen 1976 en 1984 acht verhalen, waarna Jacques Post het overnam. Matena en Brugman maakten drie nieuwe verhalen van 'De Partners' na de herstart van Eppo in 2009.

Kleine Pier by Dick Matena
Kleine Pier - 'De danser van Algiers' (1975)

Storm
In 1976 volgde Matena ook Martin Lodewijk op als de schrijver van de ruimteavonturenreeks 'Storm', die getekend werd door de Brit Don Lawrence. Na wat mislukte pogingen met Britse scenaristen wist hij de strip om te vormen tot een meer consistente sciencefictionsaga. Matena ontwikkelde verder de verhaallijn waarin Storm gestrand is in de Diepe Wereld en voegde het buitenaardse Azurianenras toe aan de cast. Na vier albums (1978-1981) gaf hij er de brui aan, waarna de Brit Kevin Gosnell twee verhalen schreef. Don Lawrence schreef toen zelf een aflevering tot Martin Lodewijk de controle over zijn creatie hernam en de Pandarve-cyclus begon. Dick Matena keerde in 1996 terug naar 'Storm', ditmaal als tekenaar. Onder de pennaam John Kelly tekende hij drie albums van de zogenaamde 'Kronieken van de Tussentijd' naar verhalen van Martin Lodewijk. Deze verhalen werden gesitueerd in de tijdsperiode tussen Matena's laatste en Gosnells eerste verhaal.

Virl, by Dick Matena
Virl - 'De Legers van de Opperrechter'

Volwassen Matena
In de tweede helft van de jaren 1970 begon Dick Matena in een persoonlijker en realistischer stijl te tekenen. De eerste creatie van de "nieuwe Matena" was de sciencefictionreeks 'Virl'. Zes tienpaginaverhalen werden in 1977 in Mickey Maandblad gepubliceerd, in 1981 gevolgd door vier verhalen van 15 pagina's elk. In 2011 werd ook 'Virl' voor de herlancering van Eppo nieuw leven ingeblazen. Matena gebruikte ook zijn realistische stijl voor de westernstrip 'Dandy' (1979-1980), waarvan drie verhalen in Eppo verschenen.

Toen de jaren 1970 ten einde kwamen veranderde Matena's focus naar meer volwassen en persoonlijke stripverhalen, gevoed door de nieuwe golf van avant-gardistische en volwassen stripverhalen uit Frankrijk. In 1977 verschenen zijn meer experimentele en expliciete kortverhalen voor het eerst in het alternatieve blad Gummi van Ger van Wulften. Ze vertoonden een gelijkenis met de fantasierijke werelden van Moebius.

Lazarus Stone by Dick Matena
Lazarus Stone

Buitenlands succes
In 1979 werd Dick Matena de eerste Nederlandse auteur die zijn werk in het Amerikaanse Heavy Metal blad publiceerde. In 1980 werd Josep Toutain zijn manager en in 1982 verhuisde Matena naar Spanje, waar hij twee jaar lang zou wonen. Vanuit Toutains agentschap Selecciones Ilustradas in Barcelona vond Matena's werk algauw zijn weg naar internationale bladen als El Víbora, 1984 en Comic Internacional in Spanje, Heavy Metal in de VS en Métal Hurlant in Frankrijk. Nederlandse verzamelalbums werden door Espee en Arboris gepubliceerd.

De Prediker, by Dick Matena
'Amen'

Tijdens deze periodeHij bedacht Matena vele experimentele werken, tjokvol surrealistische zwarte humor en sciencefiction. 'Lazarus Stone' (1979) gaat over een futuristische huurmoordenaar en was in clair obscur getekend. Zijn zeer controversiële werk 'De Prediker' (1982) was een vervolg op zijn vorige kortverhaal 'Amen'. De strip draait rond een reizende priester en zijn sadistische dochter en toont verontrustende beelden van een gekruisigde baby en pedofilie. Alhoewel het verhaal aanvankelijk door verschillende uitgevers werd geweigerd publiceerde men het tenslotte in Nederland, Frankrijk en Spanje. Matena heeft het werk altijd verdedigd omdat het vol verborgen boodschappen en symbolisme zou zitten.

Mythen by Dick Matena
Mythe met Alfred Hitchcock in de hoofdrol

Een andere opvallende reeks kortverhalen is 'Mythen', waarin Matena beroemde personen als Bob Dylan, Alfred Hitchcock, Hugh Hefner, John Lennon, James Dean, Marilyn Monroe en Elvis Presley in semi-fictieve verhalen laat figureren. Na een reeks van acht tienpaginaverhalen uit de periode 1980-1982 volgde in 1986 een laatste verhaal over Walt Disney. Matena maakte verder het grotendeels geïmproviseerde verhaal 'Het Web' (1983) en het kortverhaal in full color 'Beet!' (1983), op basis van een script door Sanchez Abuli. Matena kreeg veel kritiek vanwege zijn vaak taboedoorbrekende strips uit deze periode, maar werd altijd gesteund door zijn vriend Martin Lodewijk en oude meester Marten Toonder in Ierland. Met laatstgenoemde was hij in 1979 een intense correspondentie begonnen.

De teloorgang van Ouode Knudde
'De teloorgang van Oude Knudde' (1986)

A. Den Dooier "adaptaties"
Intussen bleef Matena ook voor Nederlandse stripbladen werken. Zijn zogenaamde "adaptaties" van de streekromans door de fictieve Nederlandse schrijver A. den Dooier zijn hierbij het meest opvallend. Dit resulteerde in een aantal cynische verhalen met antropomorfe personages in typische Nederlandse landschappen, zoals 'De Teloorgang van Oude Knudde' en 'Hoe het verderging', die in Eppo/Wordt Vervolgd verschenen. 'De A. den Dooier Omnibus' (Oberon, 1986) verzamelde alle verhalen, evenals een biografie van de gepensioneerde Den Dooier en een archaïsche correspondentie tussen Matena en de klassieke schrijver. Matena hertekende het hele verhaal voor een graphic novel uitgave van 'De Teloorgang van Oude Knudde' door Atlas in 2009.

De teloorgang van Oude Knudde
'De Teloorgang van Oude Knudde' (2008)

Hij maakte verder vier met olieverf geschilderde strips met het personage 'Titia' voor de Nederlandse Playboy in 1985-1986. Matena's fantasietweeluik 'Het Sterrenschip' verscheen in 1986-1987 in Titanic en zijn strip over de Amerikaanse schrijver en dichter Edgar Allan Poe ('De laatste dagen van E.A. Poe') werd in 1987 in Wordt Vervolgd gepubliceerd. Beide werken werden uiteindelijk ook in Duitsland uitgebracht.

Sterrenschip by Dick Matena
Sterrenschip - De verlosser

Donald Duck weekblad
Om zijn meer persoonlijke projecten financieel te steunen keerde Dick Matena in 1976 terug naar het vrolijke weekblad Donald Duck terug. Tot 1991 tekende hij verschillende verhalen met nevenpersonages als 'De Grote Boze Wolf', 'Tokkie Tor', 'Kleine Hiawatha', 'Broer Konijn' en 'Tom en Pieter'. Veel hiervan werden door ofwel Ruud Straatman of Evert Geradts geschreven, maar Matena schreef ook veel verhalen zelf. Eveneens vermeldenswaardig zijn de vele grappen die hij tijdens 1984-1989 maakte met 'Leo de Beo' voor de achterpagina van het Mickey Maandblad.

Grote boze wolf by Dick Matena
De Grote Boze Wolf (Donald Duck 7, 1977)

Zijn meest opmerkelijke werk voor Donald Duck waren echter de stripadaptaties van klassieke Nederlandse kinderboeken, namelijk Chris van Abkoude's 'Kruimeltje' (1988) en 'Pietje Bell' (1991), C. Joh. Kievits 'Uit het leven van Dik Trom' (1990) en 'Dik Trom en zijn dorpsgenoten' (1992), en Nienke van Hichtums 'Afke's Tiental' (1994). Hij maakte verder zes verhalen gebaseerd op Setske de Haans boekenreeks 'Joop ter Heul' voor het meidenblad Tina (1994-1995). Deze werken waren voorlopers van de Nederlandse literatuur-bewerkingen die tijdens de jaren 2000 Matena's bekendheid buiten stripkringen zouden doen toenemen.

Kruimeltje, by Dick Matena
'Kruimeltje'

Semi-biografische en historische strips
Matena's werk uit de jaren 1990 wordt ook gekarakteriseerd door semi-biografische strips, waarin hij twee historische personages uitkiest en hen fictieve avonturen laat beleven: 'Gauguin & Van Gogh' (1990), 'Mozart & Casanova' (1991) en 'Sartre & Hemingway' (1992). De eerste twee werden oorspronkelijk in Kuifje/Hello Bédé gepubliceerd en in boekvorm uitgegeven door Lombard, terwijl de derde bij Arboris verscheen. Sommige van deze verhalen kenden ook uitgaven in Frankrijk, Duitsland, Turkije en Denemarken. In 2008 hertekende Matena het derde verhaal volledig voor een publicatie als grafische roman in zwart-wit onder de titel 'Parijs 25/44'.

Gaugin & Van Gogh
'Gauguin & Van Gogh'

In 1993 en 1994 tekende hij vier verhalen in de historische stripreeks 'Flynn'. De serie was bedoeld om te lijken op Italiaanse pulpstrips uit de jaren 1960 en 1970, en Matena overwoog zelfs om het op goedkoop papier te drukken om dit effect te bereiken. Desalnietemin werden de verhalen uiteindelijk in reguliere albumvorm gepubliceerd door Arboris in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Matena keerde ook terug naar het sciencefictiongenre met de geschilderde strip 'Alias Ego' die tussen 1993 en 1996 in SjoSji verscheen. In hetzelfde blad experimenteerde hij met het mangagenre via het kortverhaal 'Duizend ogen heeft de nacht' (1996) dat hij maakte onder het pseudoniem Yoto Yamamoto. Hij gebruikte dit pseudoniem in 1998 opnieuw voor het proefnummer van Moon Embassy Magazine.


'De schoolband' (Tina 36, 1998)

Erotische strips
Tussen 1994 tot 1997 maakte hij verder heel wat gags en cartoons voor de ondeugende reeks 'Rooie Oortjes' die ook in Frankrijk en Duitsland verschenen zijn. Dit omvatte bijdragen aan Rooie Oortjes Magazine en de gerelateerde cartoonalbums, waaronder ook een ondeugende parodie op Walt Disney's 'Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen' (1994). Hij maakte in dezelfde periode verder kortverhalen voor het meidenblad Tina en de strip 'Familie Algoed' voor de lokale Vlaamse krant Krant van West-Vlaanderen in 1995. In 2000 leverde hij de tekeningen voor 'Het Hanzevirus', een educatief stripalbum door Jouke Nijman over de Nederlandse Hanzesteden. In de late jaren 1990 vormde hij dit concept om tot een krantenstrip, maar hij kreeg het niet gepubliceerd. De vijftig strips van "t Blijft Tobbe" werden tenslotte in 2000 door Matena en Hans Matla in een boekje verzameld als kerstgeschenk.

Rooie Oortjes by Dick Matena
Rooie Oortjes

Literaire stripbewerkingen
In 2000 tekende Dick Matena een strip gebaseerd op een van Robert van Guliks verhalen van 'Rechter Tie', over de beroemde historische magistraat tijdens de Tang-dynastie. 'Chrysant' was Matena's herwerking van de eerdere krantenstrip 'Het geheim van het landhuis' uit 1965 door Frits Kloezeman. Matena werkte verder de slotpagina's van het 'Douwe Dabbert' album 'De wonderlijke raamvertelling' (2001) voor Thom Roep en Piet Wijn af, nadat Wijn zijn tweede beroerte had gehad.

In dezelfde periode tekende Dick Matena zijn ambitieuze stripbewerking van Gerard Reve's grimmige roman over naoorlogs Nederland: 'De Avonden' (1947). Hij koos ervoor om de originele tekst volledig intact te houden, uit respect voor de schrijver. Hij zou deze werkmethode op de meeste van zijn toekomstige literaire bewerkingen toepassen. De grijze kleuren wisten de sfeer van de roman perfect te vatten en het werk bezorgde Matena veel lof en media-aandacht. De adaptatie werd in de Amsterdamse krant Het Parool als feuilleton gepubliceerd en vervolgens in vier boeken door uitgeverij De Bezige Bij in 2003 en 2004 uitgebracht.

Kaas by Dick Matena
'Kaas'

Zijn volgende project was een adaptatie van 'A Christmas Carol' (2004) van Charles Dickens. Hij gaf Ebenezer Scrooge de trekken van de Nederlandse dichter Gerrit Komrij (die deze eer niet kon waarderen). Een herwerkte editie van het boek verscheen in 2017 bij Personalia onder de titel 'Scrooge'. Hij ging nadien verder met een integrale adaptatie van Jan Wolkers' roman 'Kort Amerikaans' (1962), die in 2006, 2007 en 2012 in drie volumes werd uitgebracht. Tussendoor bewerkte hij twee boeken van de Vlaamse schrijver Willem Elsschot: de roman 'Kaas' (1933) en het kortverhaal 'Het Dwaallicht' (1946) die beiden in 2008 werden gepubliceerd. In datzelfde jaar vond de onvermoeibare Matena ook de tijd om enkele van zijn oudere verhalen tot zwart-wit grafische romans te herwerken ('Parijs 25/44' en 'De Teloorgang van Oude Knudde').

De Komiek by Dick Matena
'De Komiek'

In 2009 maakte hij een surrealistische strip gebaseerd op de theatershow 'De Komiek' van de cabaretier Freek de Jonge. Hij bewerkte de theatershow 'Antiquariaat Oblomow' van het duo Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten eveneens tot een strip die toeschouwers na de laatste voorstelling uitgereikt kregen. Matena keerde terug naar de Nederlandse literatuur met Theo Thijssen's klassieke roman 'Kees de Jongen' (1923). Het eerste exemplaar van deze bewerking werd in 2012 aan de schrijver Remco Campert gepresenteerd. Dick Matena labelde zijn versie van 'Kees de Jongen' als zijn "beste werk ooit". Matena maakte ook een adaptatie van Camperts kortverhaal 'De Jongen Met Het Mes' voor een kerstnummer van HP/De Tijd in 2012. In 2018 waagde hij zich aan de 'Kronkels' van Simon Carmiggelt. Carmiggelt schreef in de periode 1946-1983 zo'n 10.000 van deze "cursiefjes" met observaties van het leven van alledag voor Het Parool. Matena's stripbewekingen werden voorgepubliceerd in de Stripglossy en in 2019 door De Arbeiderspers in boekvorm uitgegeven.

Kees de Jongen by Dick Matena
'Kees de Jongen'

Later werk voor Toonder
Tijdens de late jaren 1990 keerde Dick Matena ook terug naar de wortels van zijn carrière en maakte hij nieuwe tekeningen en zelfs verhalen met Marten Toonders 'Tom Poes en Olivier B. Bommel'. Matena en Toonder maakten twee nieuwe ballonstrips voor Donald Duck, maar een geplande revival van de krantenstrip voor NRC werd eind 2000 afgeblazen. Hun werkrelatie verzuurde toen Toonder de zaken niet in handen van zijn opvolger kon laten en Matena niet langer onder streng toezicht wilde werken. Ondanks deze verschillen bleef Matena vanaf 2000 de coverillustraties maken voor de luxe 'Tom Poes' boekuitgaven door Hans Matla's uitgeverij Panda. Hij tekende in 2001 ook 'Heer Bommel en de jaarlijkse check-up', een promotiestrip voor het farmaceutische bedrijf Pfizer.

Nadat Toonder in 2005 overleed leek het alsof er nooit meer nieuwe 'Tom Poes' verhalen zouden worden gemaakt. Maar in 2013 vroegen Personalia-uitgever Seb van der Kaaden en de Toonder Compagnie Matena om een nieuw verhaal te maken voor de glossy VertrekNL, een blad over emigratie. Dit leidde tot 'Tom Poes en de Pas-kaart', dat in 2015 in boekvorm werd uitgegeven. Hij maakte voor Personalia in 2015 ook een ballonstripversie van Toonders krantenstrip 'Tom Poes en het tijddeurtje' uit 1954, ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van het personage. Matena leverde in 2012 bijdragen aan Personalia's Bommelglossy en sinds 2016 maakte hij afleveringen van 'De Bommelmemoires' voor de Stripglossy. Zijn werk voor Personalia wordt in een veel persoonlijker stijl getekend dan zijn eerdere Toonderwerk. Alhoewel Matena vaak voorgesteld wordt als de officiële artistieke erfgenaam van Marten Toonders nalatenschap hebben in de 21ste eeuw ook andere tekenaars met de klassieke personages gewerkt, zoals Wil Raymakers, Gerben Valkema, Tim Artz en Henrieke Goorhuis.

De Bommelmemoires by Dick Matena
'De Bommelmemoires' (Stripglossy #2, september 2016)

Later werk
Eind 2012 kreeg Dick Matena een zwaar hartinfarct, gevolgd door een hartstilstand. Hij was net aan adaptaties van de roman 'Turks Fruit' (1969) door Jan Wolkers en het kinderboek 'De schippers van De Kameleon' (1949) van Hotze de Roos begonnen. Hij werd gelukkig door zijn vrouw gereanimeerd, maar de ervaring en daaropvolgende hartoperatie hadden een zware impact op zijn geest, zoals hij in interviews nadien heeft aangegeven. Zijn passie voor zijn vak hielp 'm er echter doorheen en 'De Schippers van De Kameleon' werd uiteindelijk in 2015 zowel in het Nederlands als Fries gepubliceerd. Zijn tekststripadaptatie van 'Turks Fruit' volgde in 2016. Hij blies zijn personage 'Lazarus Stone' nieuw leven in voor het vierde nummer van StripGlossy, dat in maart 2017 gepubliceerd werd. Dick Matena maakte verder concepttekeningen voor een animatiefilm over de tegendraadse schrijver, schilder en fotograaf Jan Cremer. De film is tot op heden niet in productie gegaan, maar Matena's tekeningen zijn wel gebruikt voor het boek 'Jan Cremer de Onverbiddelijke' door de schrijver Ruud den Drijver, uitgegeven door Scorpio Press in juni 2017.

Turks Fruit by Dick Matena
'Turks Fruit '

Erkenning en prijzen
Dick Matena won in 1986 de Stripschapprijs en was in 2003 de eerste niet-Belg om de Bronzen Adhemar te winnen, de officiële Vlaamse Cultuurprijs voor Strips. Begin 2014 werd hij gelauwerd met de titel "Levend Erfgoeddrager" voor zijn meesterlijke vertalingen van nostalgie naar hedendaagse werken. Een groot overzicht van zijn vele stripproducties werd in 2014 door Personalia gepubliceerd onder de titel '100 Pagina's Dick'. Behalve voorbeelden van al zijn creaties bevatte het boek ook een interview en getuigenissen van zijn vrienden Rob van Eijck en Martin Lodewijk. De documentaire 'Dick is boos' (2014) door Hans Polak biedt een intiem portret van Dick Matena's leven en werken. Behalve gekanker over moderne kunst en de matige waardering voor zijn beroep praatte de tekenaar ook openhartig over de dood van zijn jongere zus op zesjarige leeftijd en zijn leven als ex-alcoholist. Naar aanleiding van zijn 55-jarig bestaan als striptekenaar in 2015 werd er een grote overzichtstentoonstelling gehouden in Museum Meermanno in Den Haag, 'Dick Matena. Getekend Leven'.

De publicatie van Matena's 'De Avonden' in de vroege jaren 2000 betekende een keerpunt in zijn carrière. Hij was niet langer "maar" een striptekenaar voor kinderbladen of de verfoeilijke tekenaar van shockerende volwassenenstrips. Hij kreeg respect van mensen uit andere culturele kringen. Schrijver Jan Wolkers noemde hem een waar kunstenaar en schrijver A.F.Th van der Heijden prees hem als de "meest literaire tekenaar" die hij kent. Schrijver Jan Siebelink is ook een goede vriend, die zijn tekenwerk voor Pieter Verhoeffs documentaire 'Het Onzegbare' (2007), over Siebelinks roman 'Knielen Op Een Bed Violen' (2005) de hemel inprees. Matena's Elsschot-bewerkingen leverden hem verder vooral ook bij een Belgisch publiek waardering op. Hij was de eerste stripauteur in de geschiedenis wiens werk - de illustraties voor 'Kaas' - in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten werd tentoongesteld. De tentoonstelling ging toen op tournee en bereikte zelfs Jakarta.


Dick Matena geeft zijn aanvaardingstoespraak tijdens De Stripdagen 1986. Foto: Baldi Dekker Jr.

Persoonlijkheid
Behalve zijn veelzijdigheid staat Dick Matena in de stripwereld ook bekend vanwege zijn uitgesproken karakter. Hij aarzelt niet om zijn ongepolijste mening te uiten in interviews, brieven en artikelen. In zijn aanvaardingstoespraak voor de Stripschapprijs 1986 (integraal gepubliceerd in Stripschrift 210) marginaliseert Matena niet alleen zijn bijdragen aan 'Tom Poes' en 'Panda', maar plaatst hij ook kritische en ironische kantlijnen bij de mythen over zijn agressie, zogenaamde stripcritici, de jury en zelfs zijn eigen oeuvre. Voor Eppo heeft hij openhartig geschreven over zijn vaak drankgerelateerde ruzies en matpartijen uit zijn jongere jaren.

De boekverzameling van zijn correspondentie met Marten Toonder ('Wat jij, jonge vriend. Brieven 1979-1991, 2009) is ook een uiting van zijn uitgesproken natuur. Matena heeft duidelijk veel respect voor zijn ex-leraar, maar wanneer Toonder wat scherpe kritiek op Matena's werk geeft wordt de toon van zijn brieven tamelijk zuur. Desondanks is het boek een interessante getuigenis van de transformatie van Matena en Toonders aanvankelijke leraar-leerling relatie naar een hechte vriendschap. Matena heeft ook een boek over zijn andere grote invloed geschreven, Hans G. Kresse: 'Eric de Noorman. Mijmeringen Bij Een Mythe' (2007).

Dick Matena's vrouw, Nelleke de Boorder, is de schrijfster van de kinderboekenreeks 'Sammie en Nele' (2014) en 'Tess & Timmy' (2017), waarvoor Matena de illustraties verzorgt. Zijn zoon Guido Matena heeft in de jaren 1990 als inkter en vertaler voor het weekblad Donald Duck en de andere Nederlandse Disney-uitgaven gewerkt. Dick Matena is verbonden bij het Haagse kunstgenootschap Pulchri Studio.

Signing Dick Matena
Dick Matena signeert 'De Avonden' in Galerie Lambiek van Kees Kousemaker in maar 2003

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars

www.dickmatena.com