Stripgeschiedenis

Martin Lodewijk

Agent 327 in front of Lambiek, by Martin Lodewijk
Agent 327 voor het kelderwinkeltje van Lambiek op Kerkstraat 104, in het album Dossier Nachtwacht

Martin Lodewijk is één van Nederlands prominentste en productiefste striptekenaars en -schrijvers. Hij staat vooral bekend om zijn humoristische avonturenstrip 'Agent 327' (1966), over de geheimagent Hendrik IJzerbroot en zijn lange en rondborstige co-spionne Olga Lawina. Lodewijk is een grafische kameleon die in verschillende stijlen kan tekenen, terwijl hij gebruikmaakt van een uitvoerige documentatie. Hij heeft ook scripts voor verschillende andere reeksen geschreven, waaronder 'Johnny Goodbye' (tekeningen door Dino Attanasio), 'Storm' (tekeningen door Don Lawrence), 'January Jones' (tekeningen door Eric Heuvel) en Willy Vandersteens 'De Rode Ridder' (tekeningen door Claus D. Scholz). Lodewijk was verder de drijvende kracht achter het blad Eppo, waarvoor hij als artistiek directeur en talentscout werkte. Om zijn resumé af te ronden was hij ook de illustrator en ontwerper van diverse opvallende advertenties.

Vroege jaren
Martinus Spyridon Johannes Lodewijk werd op 30 april 1939 in het zuiden van Rotterdam geboren. Als kind leed hij aan astma. In de periodes dat hij noodgedwongen thuis moest blijven vulde hij zijn dagen met lezen en tekenen. Zelfs als kind had hij al een eindeloze nieuwsgierigheid. Hij las de realistische avonturenromans van Edward Multon, de 'Fu Manchu' boeken door Sax Rohmer en detectiveromans waarvoor hij eigenlijk nog te jong was. Gangster- en detectivefilms hadden ook zijn aandacht, net als Laurel & Hardy. Hij bestudeerde de cartoons en grappen in bladen als Spic & Span, Kiekeboe, De Piccolo, De Lach, Bolero en De Mascotte en hield vooral van cartoonisten Arthur Ferrier en Dana Gibson. Qua grafische invloeden keek hij op naar pin-up tekenaars als George Petty en Al Moore, evenals advertentie-illustratoren als Coby Whitmore, Joe DeMers en René Gruau. Vanzelfsprekend was hij ook een stripliefhebber. Hij bewonderde artiesten uit zijn geboorteland, zoals Hans G. Kresse en Eppo Doeve. In zijn latere werkzame leven onderging hij invloeden van meer directe collega's als Daan Jippes, Dick Matena, Jan Kruis en Peter de Smet. Toch waren Lodewijks grootste inspiraties Belgische striptekenaars als Hergé, Jijé, Edgar Pierre Jacobs, Maurice Tillieux en vooral zijn helden André Franquin, Willy Vandersteen en Marc Sleen. De jonge Lodewijk kreeg ook Amerikaanse stripboeken in handen, die waren achtergelaten door scheepspassagiers in de Rotterdamse haven. Zodoende ontdekte hij het werk van Milton Caniff, Roy Crane, Elzie Segar, Charles M. Schulz, Harvey Kurtzman en Hal Foster. Later in zijn carrière toonde hij ook zijn bewondering voor Don Lawrence en Hec Leemans.

Babel en Knetterton by Martin Lodewijk
Babel en Knetterton

Pulpstrips
Zijn ziekte maakte een einde aan zijn ambities om piloot te worden en dus richtte hij zich op kunst. Hij verkocht zijn eerste cartoons in 1956 en 1957 aan "ondeugende" bladen als De Mascotte en Bolero. Beide magazines werden door A.T.H. uitgegeven, de plaatselijke drukkerij van Arnoldus Teeuwen. Lodewijk maakte uiteindelijk de middelbare school niet af en begon stripverhalen te tekenen voor de beeldromans van A.T.H. De eerste was een strip die 'Lodewijk Pedaal' heette, maar deze werd nooit gepubliceerd. Lodewijk kreeg in 1957 de opdracht om de humoristische reeks 'Babel en Knetterton' te tekenen, die oorspronkelijk door Lou Visser werd gemaakt. Hij maakte tussen 1957 en 1958 een dozijn astronautenstrips, gevolgd door zes nummers van de piratenstrip 'Arent Brandt' tussen 1958 en 1959 (de laatste twee verschenen onder de titel 'Captain Kidd'). Behalve zijn werk voor A.T.H. maakte hij voor een plaatselijke regiokrant uit Rotterdam de avonturenstrip 'Kit Sidney in: Uraniumgieren'.

Dick Harris, by Martin Lodewijk
Dick Harris, voor ATH's ruimtevaartserie

In 1959 werd Martin Lodewijk gevraagd om de krantenstrip 'Frank, de Vliegende Hollander' over te nemen, die Piet Wijn voor Het Parool maakte. Lodewijk tekende deze sciencefictionstrip één jaar lang, alhoewel de meeste van zijn zes verhalen vooral in de Zweedse krant Dagens Nyheter werden gepubliceerd, nadat Het Parool weer was begonnen met 'Kapitein Rob' van Pieter Kuhn.

Frank de Vliegende Hollander
Frank de Vliegende Hollander

Lodewijk vond verder werk bij Publi Studio in Schiedam en werkte zes jaar lang als advertentie-ontwerper en illustrator. Hij bleef er tot 1964 en werkte nadien voor het Rotterdamse reclamebureau Braun alvorens hij in 1965 freelancer werd. Lodewijk tekende in diverse stijlen voor diverse klanten, waaronder Van Nelle tabak, Siera cassetterecorders, het chocolademerk Kwatta en plaatselijke filmadvertenties. Hij werkte ook samen met Jan Kruis aan reclamestrips voor Treets ('Inspecteur Smulleman') en de kruideniersvereniging De Kroon, evenals aan andere projecten.

Pep cover by Martin LodewijkPep cover by Martin Lodewijk

Agent 327
Mid jaren 1960 werd Kruis door De Geïllustreerde Pers gevraagd om een parodie te maken op het geheimagent-genre voor het stripblad Pep, hiermee inhakend op het succes van de James Bond-films. Hij speelde de klus echter door aan Martin Lodewijk, waarmee Hendrik IJzerbroot, alias 'Agent 327', geboren werd. Het personage, gemodelleerd naar Peter Gunn-acteur Craig Stevens, debuteerde in een aantal kortverhalen waarvan het eerste in het 21ste nummer van Pep (21 mei 1966) verscheen. Behalve Bond-films en de tv-serie 'Peter Gunn' vormden ook andere populaire tv-series uit de jaren 1960 een invloed, zoals 'I Spy' en 'The Avengers'. Lodewijk bedacht zijn eerste lange avontuur, 'Dossier Stemkwadrater' in 1968. Boekuitgaven verschenen bij Oberon/De Geïllustreerde Pers, Meulenhoff en Uitgeverij L.

Agent 327 by Martin Lodewijk
Vroeg Agent 327 verhaal, waar de invloed van Jan Kruis nog duidelijk zichtbaar is

Lodewijk bouwde de strip uit tot een uitermate originele Nederlandse stripklassieker, gekenmerkt door intelligente plots vol avontuur, spanning, scherpe humor en ontelbare knipoogjes en referenties naar de actualiteit en popcultuur. Afgezien van de hoofdfiguur werden meer kleurrijke personages aan de cast toegevoegd, zoals de cynische en gierige Chef, de besnorde deurbewaker en ex-zeeman Willemse, de capabele secretaresse Juffrouw Betsy (geïnspireerd door Miss Moneypenny uit 'James Bond'), de langharige stagiair Barend, de vrouwenversierder Carl Sorge (alias Agent 525), de mooie C.I.A.-agente Mata Hair en natuurlijk de lange en voluptueuze Zwitserse contraspionne Olga Lawina. Lawina is een interessant personage, niet alleen vanwege haar aantrekkelijke uiterlijk, maar ook omdat ze zowel vriend als vijand is. Alhoewel ze Agent 327 assisteert tijdens veel van zijn missies (waarvan ze de meeste oplost) is ze ook een contraspion en dus ietwat onbetrouwbaar. Ze is vaak verplicht te kiezen tussen Agent 327 en zijn boosaardige broer Abraham Zondag en diens internationale misdaadnetwerk.


Agent 327 - Dossier Zondagskind

Agent 327 wordt vaak uigespeeld tegen de kalkwitte spion Boris Kloris, de corrupte miljardair Paul Poendrop, ex-nazi kolonel Fritz Bauer en spionne Dritta Reich. Alhoewel spionagefictie de basis vormt voor alle verhalen hanteert Lodewijk ook een realistischer aanpak. Elk album heet "dossier" en wordt gepresenteerd alsof het een echte zaak is. Lodewijk documenteerde zich uitvoerig over de Nederlandse inlichtingendienst. Zijn avonturen sturen Agent 327 op geheime missies over de hele wereld, wat Lodewijk de kans geeft om diverse politieke affaires te hekelen, zoals Dr. Papa Duivalier (een parodie op de Haïtiaanse dictator Baby Doc Duvalier) en Desi Kabouterse (een parodie op de Surinaamse dictator Desi Bouterse). Ook andere beroemdheden, boeken, films, tv-series en fenomenen zijn doelwitten voor satire, vaak vergezeld van enorm melige woordspelingen.


Agent 327 - De Ogen van Wu Manchu

'Agent 327' heeft ook een boel running gags. Alle bedrijven en nevenpersonages hebben de naam "Habraken", het zoetsappige lied 'Denk toch altijd met smart aan je moeder' wordt als marteltuig gebruikt en elke aflevering begint met pogingen van Agent 327 om in vermomming zijn kantoor binnen te wandelen. Alhoewel hij de meeste mensen weet te bedotten wordt hij soms niet binnengelaten of gaat er iets anders rampzalig verkeerd, wat tot zijn bekende catchphrase leidt: "Grrrutjes-nog-aan-toe, wat een geheim agent toch allemaal niet moet doen om incognito op zijn werk te verschijnen." Een veel beter bewaard geheim is de "identiteit van Victor Baarn". Lezers ontdekten nooit wie Baarn verondersteld werd te zijn, maar de weinige hints wezen sterk in de richting van de Nederlandse prins Bernhard. Lodewijk gaf ook in verschillende verhalen ook zichzelf cameo's, vaak in het gezelschap van zijn band Chickenfeed, bij wie hij ook in het echte leven gitaar speelt.


Agent 327 - De Gesel van Rotterdam

'Agent 327' verscheen tot 1972 in Pep, waarna hijvan 1975 tot 1983 in het nieuwe stripblad Eppo terugkeerde. Na een lange afwezigheid keerde Lodewijk vanaf 25 mei 2000 terug met een nieuwe reeks 'Agent 327'-verhalen voor de Nederlandse krant Algemeen Dagblad. Deze terugkeer werd gemotiveerd door Lodewijks wens om herinnerd te worden voor wat hij het liefste deed: strips maken. De reboot van 'Agent 327' had echter enkele opvallende veranderingen. Vroegere verhalen waren kindvriendelijk, maar de nieuwe versie bevatte meer onmiskenbaar seksuele verwijzingen. Dit werd vooral duidelijk bij Olga Lawina, die in een veel lossere en cartooneskere stijl dan voorheen werd getekend. Ze kreeg grotere ogen, luchtiger kledij en meer perfect ronde borsten. Het personage werd ook obscener in haar gedrag.

Agent 327 by Martin Lodewijk
Olga Lawina in Het Oor van Van Gogh

Lodewijk begon in 2004 te werken aan het twintigste album, 'De Daddy Vinci Code'. Het duurde meer dan 10 jaar voor hij het verhaal af kon werken. Na een lange door vele onderbrekingen gehinderde voorpublicatie (2009-2014) in de opnieuw gelanceerde Eppo, werd het boek uiteindelijk in 2015 uitgebracht. 'Agent 327' kreeg enkele vertalingen in het Deens, maar wordt algemeen beschouwd "te Nederlands" in toon bevonden. Zelfs in België is het daarom minder bekend dan in haar vaderland.

Agent 327
Dozijn min twee (met Harry Mulish)

Martin Lodewijks 'Agent 327' is in de Nederlandstalige stripindustrie bekend genoeg om af en toe cameo's in andere reeksen te krijgen. In het tweede album van Jan Kruis' 'Jan, Jans en de Kinderen' verschijnen zowel Agent 327 en Lodewijk in een gag waar Jans in een bank werkt. Uit dank gaf Lodewijk Kruis een cameo als schilder in 'Dossier Nachtwacht' (1979). Naar ditzelfde 'Agent 327'-album werd ook in het tweede deel van 'Van Nul tot Nu' door van Thom Roep en Co Loerakker verwezen, waarbij de agent als museumbewaker verschijnt. In 1988 maakte Theo Seesing de obscure krantenstrip 'Complot in Rotterdam, een platenfeuilleton' (1988), een realistisch getekend film noir-verhaal in Rotterdam waarbij de cartooneske booswicht Boris Kloris uit 'Agent 327' als de grote nemesis opduikt! In Marc Sleen en Dirk Stallaerts 'Nero'-verhaal 'De Kroon van Elisabeth' (1993) heeft Agent 327 een klein cameo op bladzijde 10, strook vier. Lodewijk beantwoordde de knipoog door de 'Nero'-personages Piet Fluwijn, Bolleke, Van Zwam en Agent Gaston gastrollen te geven in zijn 'Agent 327'-verhaal 'De Golem van Antwerpen' (2002). Lodewijk was ook ooit persoonlijk betrokken bij een gastoptreden van zijn personages in een andere reeks. In het 'Kiekeboes'-album 'Bij Fanny Op Schoot' (2005) door Merho bezoeken Agent 327 en Olga Lawina Fanny's talkshow. Net als alle andere artiesten die aan dit album meewerkten tekende hij zijn eigen personages.

Meester scenarist
Terwijl hij nog steeds 'Agent 327' voor Pep schreef en tekende groeide Lodewijk ook uit tot een productief scenarist voor andere artiesten. Hij hielp in 1969 Jan Kruis met zijn twee 'Sjors en Sjimmie'-verhalen voor Sjors. Voor Pep bedacht hij samen met Dino Attanasio de gangsterstrip 'Johnny Goodbye' (1969-1987, met onderbrekingen) en met Daan Jippes de Nederlandse stripklassieker 'Bernard Voorzichtig - Thee voor Twee' (1972-1973). Toen de stripbladen Pep en Sjors in 1975 tot Eppo fuseerden werd Lodewijk als artistiek directeur benoemd. Samen met hoofdredacteur Frits van der Heide zette hij het nieuwe blad op poten en zocht naar nieuw talent en reeksen.

Johnny GoodbyeTwee voor Thee

Lodewijk zette de ruimte-avonturenreeks 'Storm' op, die bedoeld was als een vervanging voor de Britse sciencefictionstrip over het Keizerrijk Trigië in Pep. 'Trigië'-tekenaar Don Lawrence werd ingehuurd om de tekeningen te verzorgen. Na enkele pogingen met Britse schrijvers als Vince Wernham en Saul Dunn pende Lodewijk het tweede 'Storm' verhaal zelf en vroeg Dick Matena nadien om verder de scenario's te verzorgen. Toen in 1983 de nieuwe cyclus 'Kronieken van Pandarve' werd gelanceerd, hervatte Lodewijk zijn schrijfactiviteiten voor 'Storm'. Lodewijk en Lawrence bliezen de serie nieuw leven in en zonden hun held en zijn knappe reisgezel Roodhaar naar het Pandarve multiversum, waar men per zeilboot van de ene planeet naar de andere reist. Nieuwe personages werden geïntroduceerd, zoals de bondgenoot Nomad en de kwaadaardige theocraat Marduk. Lodewijk maakte dertien nieuwe boeken met Don Lawrence tot de tekenaar in 2001 overleed.

StormStorm

Tussen 2007 en 2010 keerde Lodewijk terug als schrijver, toen nieuwe tekenaars Romano Molenaar en Jorg de Vos de reeks opnieuw opstartten op initiatief van Rob van Bavel en zijn uitgeverij Don Lawrence Collection. Tussendoor produceerden Minck Oosterveer en Willem Ritstier tijdens deze periode ook nog enkele 'Storm'-verhalen. Sindsdien hebben Dick Matena en Rob van Bavel nieuwe 'Storm'-verhalen voor Eppo geschreven, terwijl de legendarische 'Conan'-schrijver Roy Thomas gevraagd werd om een spin-off met 'Roodhaar' te maken. Met zijn intelligente mix van sciencefiction en fantasie is 'Storm' de tweede reeks van Lodewijk die tot een Nederlandse stripklassieker is uitgegroeid.

January JonesDe Rode Ridder

Tussen 1980 en 1985 schreef Martin Lodewijk drie verhalen met 'De Kat', een nieuwe versie van de Nederlandse pulpsuperheld die in de jaren 1940 door Henk Albers bedacht was. De tekeningen werden verzorgd door Hendrik J. Vos, Bart van Erkel en Adri van Kooten. Lodewijk schreef verder in 1981 een kortverhaal met 'Lucky Luke' voor Morris, evenals eind jaren 1980 twee 'Edmund Bell' verhalen voor René Follet, gebaseerd op de verhalen door de Belgische auteur John Flanders. Tussen 1984 en 1988 schreef hij twee verhalen van de fantasy serie 'Zetari', die werd getekend door de Brit John M. Burns. De verhalen verschenen in Panorama, maar ook in buitenlandse bladen als L'Eternauta (Italië) en Zona 84 (Spanje). Lodewijk was in 1984 bovendien betrokken bij het opzetten van het stripblad Titanic, waarvoor hij ook de strip 'Zonder twijfel' schreef met de figuur Matt Marteau in de hoofdrol. Het verhaal werd getekend door Bart van Erkel en in 1987 in boekvorm uitgegeven. Verder bedacht Martin Lodewijk voor Eppo/Wordt Vervolgd de reeks over de jaren 1930 pilote 'January Jones'. Lodewijk en tekenaar Eric Heuvel maakten tussen 1987 en 1995 vier goed gedocumenteerde verhalen en bliezen de serie in 2009 nieuw leven in voor Eppo.

Hij begon ook in 2003 samen met tekenaar Adri van Kooten de Nederlandse mangareeks 'Quark'. Na de dood van Karel Biddeloo in 2004 werden Lodewijk en tekenaar Claus D. Scholz door Standaard Uitgeverij ingehuurd als nieuwe schrijvers van 'De Rode Rider', de stripreeks van Studio Vandersteen die op de verhalen van Leopold Vermeiren gebaseerd was. Lodewijk liet bijna alle sciencefictionelementen die Biddeloo aan de strip had toegevoegd vallen en keerde terug naar historische plots gebaseerd op middeleeuwse volksverhalen en legenden. Lodewijk werkte tot 2012 aan de strip, waarop Marc Legendre de scenario's overnam.

Advertisement for Burger King by Martin Lodewijk
Reclame voor Burger King

Reclame-tekenaar
Lodewijk's voornaamste activiteiten tijdens de jaren 1980 en 1990 bestonden desondanks uit commerciële opdrachten. Hij ontwierp filmposters voor Pim de la Parra's 'Paul Chevrolet en de ultieme hallucinatie' (1985), de Duitse roadmovie 'Theo gegen den Rest der Welt' (1980) en de drie 'Flodder' films (1986, 1992, 1995) van Dick Maas. Hij maakte de beroemde tekeningen van lachende dieren voor de Ouwehands Dierenpark dierentuin in Rhenen en bedacht opmerkelijke campagnes voor de Unidox Solutabs geneesmiddelen en de Postbank, waarbij hij het personage 'Pennie' voor de jongerenbankrekeningen ontwierp.

Ad comic by Martin Lodewijk
Reclamestripje voor de Nederlandse Spoorwegen

Hij maakte stripadvertenties voor Felix kattenvoeding, de Nederlandse Spoorwegen, Smith's Tengels! snacks, Chocotoff en de Nederlandse krijgsmacht. In 1981 schreven Martin Lodewijk en Wilbert Plijnaar samen de strip 'Dakhaas en Bollewang' voor Chubb Lips Beveiliging in Dordrecht, met tekenwerk van Bart van Erkel. Samen met Carel Zorg ontwikkelde hij in de jaren 1990 'Coentje', de mascotte van voetbalclub Feyenoord. Het personage verscheen in verschillende gags en illustraties in het Feyenoord jeugdblad Kameraadjes, getekend door Julian Verkaik, en in een aantal langere verhalen in Algemeen Dagblad door schrijver Jan Booister en tekenaar Minck Oosterveer. Vele andere firma's hebben Lodewijk's talent voor hun advertenties gebruikt: PTT Telecom, HEMA, Albet Heijn, Ikea, Edah, V&D en ANWB, om er maar een paar te noemen. Daarnaast illustreerde Lodewijk voor bladen als Panorama, Elsevier, Taptoe, De Consumentengids, Anita, AD, Sekstant en Viva. Hij ontwierp ook covers voor de misdaadromans van zijn vriend Jacques Post.

Landmacht ad by Martin Lodewijk
Reclamecampagne voor de Koninklijke Landmacht uit de late jaren 1980

Behalve tekenaar is Lodewijk een getalenteerd muzikant. Hij speelt ukelele, gitaar en banjo en heeft een passie voor folk, blues, jazz en countrymuziek. Zijn muzikale carrière begon tijdens de jaren 1950, toen hij in de Bobby Shaftoe Skiffle Groep speelde. Hij trad met zijn band in Rotterdam op en later ook als sologitarist. Samen met zijn broer Tim speelde hij verder in de bluegrassband Chickenfeed, die in 1978 de elpee 'The Best of What?!' uitbracht.


Martin Lodewijk (links met baard) verschijnt met zijn band Chickenfeed het Agent 327 album 'Dossier Heksenkring'

Nalatenschap
Martin Lodewijk won in 1978 de Nederlandse Stripschapprijs. Hij werd in april 2011 onderscheiden met een koninklijke decoratie voor zijn vele bijdragen tot de Nederlandse stripindustrie en werd een Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Martin Lodewijk werd in 2000 in het Guinness Book of Records vermeld als de auteur van het kleinste stripboekje aller tijden. Het 16 pagina's tellende 'Agent 327'-verhaal 'Dossier Minimum Bug' (1999) was slechts 2,6 x 3,7 cm groot en werd gepubliceerd met een gratis vergrootglas.

Ondanks het feit dat hij één van de productiefste en getalenteerdste Nederlandse striptekenaars is, staat Lodewijk ook bekend om zijn worstelingen met writer's block en moeite om deadlines te halen. Laatstgenoemd aspect is vaak door zijn collega's geparodieerd, zoals in de derde editie van de Stripglossy (december 2016), waarin Lodewijk gasthoofdredacteur was. Lodewijks strijd om zijn nieuwste 'Agent 327'-verhaal te voltooien was het onderwerp van de documentaire 'Martin Lodewijk en de Laatste Pagina' (2013) door Koert Davidse. In 2016 vormde een overzicht van Lodewijks werk de openingstentoonstelling van het nieuwe stripmuseum Strips! in Rotterdam. Een retrospectief boek met zijn werk als striptekenaar, scenarist, advertentie-artiest, muzikant en illustrator werd bij deze gelegenheid door Rob van Eijck en Rob van der Nol samengesteld onder de titel 'Martin Lodewijk - Stripmaker en reclametekenaar'.

Martin Lodewijk

Een 3D langspeelanimatiefilm, 'Agent 327: Operation Barbershop' is momenteel in productie door Blender Institute en zou in 2019 in de zalen moeten verschijnen. Een veelbelovende trailer verscheen in maart 2017 online. Ook in 2017 publiceerde Eppo een reeks korte hommagestripjes aan 'Agent 327', getekend door andere auteursduo's. Mars Gremmen, Fred de Heij, Michiel Offerman/Robbert Damen, Gerben Valkema, Remco Polman/Wilfred Ottenheijm, Kees de Boer/Frans Hasselaar, Kim Duchateau/Ger Apeldoorn, René Uilenbroek/Willem Ritstier, Henk Kuijpers/Danker-Jan Oreel en Eric Heuvel/Ruud Straatman leverden allen een bijdrage aan het project dat gebundeld werd als 'Agent 327 - Hulde aan de jubilaris' (2017). In 2018 werd een nieuwe reeks hommages gestart, waaraan de volgende auteurs een bijdrage leverden: Romano Molenaar/Bruno de Roover, Douwe Steinoord/Rob Derks, Eric Hercules/Paul Teng en Willy Linthout.

Lambiek zal Lodewijk altijd dankbaar blijven voor de illustratie van de letter "H" in onze encyclopedie, 'Wordt Vervolgd - Stripleksikon der Lage Landen' (1979).

Ouwehands Dierenpark
De lachende dieren uit Ouwehands Dierenpark

Engelse biografie in de Comiclopedia

Register van tekenaars