Stripgeschiedenis

Lambiek op Kerkstraat 104 (1968-1975)


Kees Kousemaker voor de originele Lambiek-winkel (1968).

Openingsdag
1968 was een turbulent jaar: de Praagse Lente, het Tet-offensief in Vietnam, de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, wereldwijde studentenbetogingen en op 5 november de verkiezing van Richard Nixon tot president van de VS. Maar voor één man - Kees Kousemaker - was er dat jaar slechts één grote gebeurtenis. Op 8 november opende hij zijn eigen stripwinkel in Amsterdam: Lambiek. Kees had de gebeurtenis maanden van tevoren gepromoot. Uitgevers die hij om advies had gevraagd verwezen verzamelaars al naar hem door, en die moest hij dan op zijn Utrechtse studentenkamer ontvangen. Vriend en grafisch ontwerper Onno Docters van Leeuwen ontwierp een speciale flyer die later ook voor de winkelgevel gebruikt werd. Alhoewel er verschillende beroemde stripfiguren op afgebeeld werden vroegen heel wat mensen zich af wat Lambiek eigenlijk verkocht? Velen veronderstelden dat het een sekswinkel was, gezien het woord "stripwinkel" een dubbelzinnige bijklank had. Het waren immers de vrije jaren '60! Dit was effectief de reden waarom een preutse huurbaas Lambiek een winkelruimte aan de Prinsengracht weigerde, waarna Kees zijn heil zocht in het souterrain van Kerkstraat 104, waar voorheen meubelstoffeerderij Story gevestigd was. En zelfs de Gouden Gids vermeldde onze winkel ooit onder de "seksboetieks"!


Het originele pamflet van Onno Docters van Leeuwen, waarbij om oude strips en krantenknipsels wordt gevraagd. Dezelfde tekening werd later gebruikt voor de uitnodiging voor Lambiek's opening (waarbij enkel Donald Duck door Lambiek vervangen werd).

Of dit misverstand verklaart waarom zoveel mensen aanwezig waren bij de opening zullen we nooit weten? Het feit dat de beroemde Belgische tekenaar Willy Vandersteen eregast was lijkt echter iets waarschijnlijker. De schepper van de goedverkopende reeks 'Suske en Wiske' was zowel in zijn geboorteland als Nederland populair. Kees had 'm uitgenodigd omdat de naam van zijn populairste personage Lambiek leek op het woord "boetiek". Vandersteen gaf hem speciale toestemming om zowel de naam als het personage te gebruiken. Sinds die dag is Lambik de officiële mascotte van de winkel gebleven. Aangezien Kees een grote fan was van Vandersteens werk voelde hij zich zeer verheugd zijn zege te hebben. De striplegende gaf Kees een speciaal geschenk, namelijk origineel tekenwerk van een zeldzaam 'Suske en Wiske' verhaal: 'Het Vliegende Hart' (1952-1953). Destijds was dit verhaal enkel in de krant De Bond verschenen en nog niet beschikbaar in albumvorm. Het Vlaamse stripinformatieblad CISO zou het enkel in 1970 publiceren als gratis geschenk bij één van hun nummers. Het duurde tot 1982 alvorens het tenslotte in de officiële 'Suske en Wiske' albumreeks werd opgenomen.


Evelien en Kees Kousemaker met Willy Vandersteen op de openingsdag.

Toevallig was Vandersteen niet de enige striplegende die bij de opening aanwezig was. Een andere jeugdheld van Kees liep toevallig door de Kerkstraat en vroeg zich af wat er aan de hand was? Hij wandelde de winkel binnen en werd onmiddellijk door Kees herkend als Frans Piët, schepper van 'Sjors en Sjimmie'! Vanzelfsprekend werd ook hij binnen verwelkomd. Het was een magisch moment. Kees had sinds zijn kindertijd van 'Suske en Wiske' en 'Sjors en Sjimmie' genoten en nu kon hij beide auteurs op hetzelfde moment ontmoeten! De aanwezigheid van Vandersteen en Piët had ook een symbolisch belang. Beide artiesten hadden de langstlopende stripreeksen uit hun taalregio's bedacht: Vandersteen in Vlaanderen, Piët in Nederland (tot op de dag van vandaag houden hun records nog altijd stand!). Beide reeksen hebben de Nederlandstalige strip op de kaart gezet. In de volgende decennia zouden Kees en zijn winkel hetzelfde doen.


Origineel tekenwerk voor een promotiesticker, waarschijnlijk door Onno Docters van Leeuwen.

Vroege jaren en personeel
De openingsdag was een succesvolle mediagebeurtenis. Vele Nederlandse kranten schreven een artikel over deze "nieuwe boekenwinkel die zich in strips specialiseerde." Destijds waren stripwinkels nog een jong fenomeen. Tussen 1964 en 1968 hadden enkele winkels in de VS zich al in strips gespecialiseerd, met Gary Arlington's San Francisco's Comic Book Store – gesticht in april 1968 – als traditioneel het oudste voorbeeld in de wereld. In Europa daarentegen was er geen equivalent tot Lambiek bestond. Daarom is Lambiek historisch belangrijk als de oudste Europese en Nederlandse stripwinkel. Sinds de sluiting van Arlingtons winkel in 2007 is Lambiek zelfs de oudste stripwinkel ter wereld!


Winkeltoonbank en soort-van "kantoortje". Grappig weetje: dezelfde cadeaupapierhouder is nog altijd in gebruik.

Maar de start ging niet geheel over rozen. Kees had bijna al zijn geld in de winkel geïnvesteerd, dus was hij bijna platzak toen Lambiek zijn deuren opende. Zijn studievriend Rob Ponsioen bouwde persoonlijk enkele kasten en stoelen voor hem zodat hij ze niet hoefde te kopen. Kees leende ook strips van vrienden om zijn winkel "voller" te laten lijken. Deze mocht hij uiteraard absoluut niet verkopen! Zo gauw de zaken begonnen te draaien kon Kees zijn eigen voorraad opbouwen en deze "opvulstrips" aan hun oorspronkelijke eigenaars teruggeven. Op zaterdagen stak hij persoonlijk de grens over om de laatste titels in Antwerpen en Brussel te kopen en ze naar Amsterdam te brengen alvorens ze officieel geïmporteerd zouden worden. Kees verzamelde vele zeldzame, oude en ongewone stripboeken, krantenknipsels, origineel tekenwerk, stripbladen, foto's, merchandising, beeldjes, posters en plaatste hen allen in de winkel. Hij droomde ervan om elke mogelijke striptitel op voorraad te hebben, maar moest uiteindelijk de werkelijkheid onder ogen zien: daar was geen plaats voor. Daarom liet hij deze eer aan Hans Matla, eigenaar van de grootste stripboekcollectie in de Benelux en een regelmatig adviseur inzake bepaalde obscuriteiten.


Meer interieurshots van de winkel op Kerkstraat 104.

In Lambieks eerste decennium hielpen heel wat mensen Kees in de winkel. Zijn vrouw Evelien Willems, een lerares Frans, hield zich bezig met de perscommunicatie. Zij zou later samen met hem de encyclopedische boeken 'Strip voor Strip' (1970) en 'Stripleksikon der Lage Landen' (1979) schrijven en vormgeven. Ex-Provo Olaf Stoop importeerde via zijn Real Free Press uit de VS vele underground comix, een genre dat in Nederland moeilijk te vinden was. Tussen 1969 en 1971 was Babes Plomp één van Lambiek's opvallendste verkoopsters. Haar aantrekkelijkheid lokte veel mensen naar de winkel "die anders niet zozeer in antiquarische strips geïnteresseerd waren", zoals Kees het uitdrukte. Babes is tot dusver de enige Lambiek-medewerker die ooit een filmcarrière had. In 1974 verscheen ze in de low-budget film, 'Bloed' (1974), gebaseerd op het gelijknamige boek door politicus Roel van Duijn, die ook deze film regisseerde. Een andere medewerker uit de vroege jaren 1970 was Tammy (achternaam helaas onbekend) die waarschijnlijk Kees met de catalogus uit 1971 hielp. Tijdens zijn feesttoespraak op Lambieks veertigste verjaardag in 2008 herinnerde Kees zich dat Tammy berucht was vanwege haar zelfgehaakte truitjes waar de tepels uitstaken, wat zou kunnen verklaren waarom we maar niet verlost raakten van onze reputatie als een "sekswinkel". Flip Fermin, een legendarische maar obscure Nederlandse undergroundstriptekenaar, werd ook een medewerker in de vroege jaren 1970. Toekomstig Donald Duck-redacteur en vroege klant Thom Roep herinnert zich Fermins theatrale en uitvoerige manier om scènes in stripboeken te beschrijven: zijn enthousiasme deed hem haast in trance treden. Fermin produceerde ook origineel tekenwerk voor Lambiek en bleef een vaste bezoeker tot zijn vroegtijdige dood in 1994.


Filip Fermin in 1979 (foto: Job Goedhart).

Tijdens de vroege jaren presenteerde Lambiek zichzelf vooral als een antiquariaat, alhoewel nieuwe strips ook beschikbaar waren. Het verklaart de hoge prijzen waar veel klanten destijds over klaagden (niet verwonderlijk, gezien de meesten Nederlanders waren...). Kees had echter een gave voor zelfspot en liet advertenties maken met teksten als: "Lambiek: nog steeds de duurste!". Tegelijkertijd wilde hij strips meer prestige geven en vond dat de prijzen dit moesten weerspiegelen. Als kind uit de jaren 1940 en 1950 had hij persoonlijk de algemene minachting voor het medium ervaren. Moraalridders vonden dat deze "plaatjesboeken de jeugd bedorven en leeslui maakten." Toen Kees volwassen werd tijdens de jaren 1960 gebeurde met de publieke opinie over strips hetzelfde. Vooral in de VS, België en Frankrijk ontstond meer academische interesse. Maar tot zijn spijt bleef Nederland ver achterop. Afgezien van Marten Toonders werk leden veel Nederlandse strips nog altijd onder een negatief imago. Kees was vastbesloten er iets aan te doen...

'Strip voor Strip'
Eerlijk is eerlijk: Kees wist ook wel dat sommige strips vergeetbare rommel waren. Maar het eigenlijke probleem was dat veel mensen zich niet bewust waren hoe divers het medium was. Heel wat strips hadden prachtig tekenwerk of fantasierijke verhalen. Vaak beiden! Het gewone publiek wist niet dat strips net zoveel verschillende genres kenden als ieder ander medium. Veel lezers waren zich onbewust dat er ook strips voor volwassenen bestonden. En nog minder mensen realiseerden zich dat deze niet allemaal pornografisch waren. Zelfs Kees en zijn medewerkers ontdekten geregeld nieuwe dingen of konden bepaalde vragen niet beantwoorden gezien er destijds geen officiële stripreferentiegids voorhanden was. Zeker, er bestonden een paar boeken rond Amerikaanse, Britse en Franse strips en sommige over iconische tekenaars als Hergé. Maar deze bleven veelal onvertaald. En dan nog was er niets beschikbaar over Nederlandstalige strips.


Proefdruk van Joost Rietvelds ontwerp voor het omslag van Strip voor Strip.

Kees en Evelien besloten daarom hun eigen referentiegids te schrijven. Ze richtten een eigen uitgeverij op, getiteld De Morsige Roerganger, een verwijzing naar het personage 'Orm de morsige roerganger' uit H.G. Kresse's epische krantenstrip 'Eric de Noorman'. Het koppel had twee doelen. Het eerste was het makkelijkste: algemene informatie over strips aanbieden. Het meeste kon teruggevonden worden in buitenlandse stripencyclopedieën en was slechts een kwestie van dingen in eigen woorden vertalen en herschrijven, gecombineerd met hun eigen ervaring en opinie. Het tweede doel was moeilijker: informatie aanbieden over strips in Nederland en Vlaanderen. Behalve een handjevol krantenartikels over populaire cartoonisten als Marten Toonder of Willy Vandersteen waren er weinig bronnen beschikbaar. De Nederlandse stripvereniging Het Stripschap verzamelde al sinds haar stichting in 1967 kranten- en tijdschriftenartikels. Maar Kees en Evelien konden hun archieven nog niet raadplegen, omdat "alles nog een ongeorganiseerde wanorde was". De Kousemakers waren echter niet het soort mensen dat zich hierdoor liet ontmoedigen. Ze voerden simpelweg hun eigen onderzoek uit. Het koppel contacteerde persoonlijk uitgevers, kranten, bladen, privéverzamelaars en ook de tekenaars en schrijvers zelf. Vrienden, familieleden en klanten hielpen hen verder. Vele afspraken werden gemaakt, brieven verzonden en telefoontjes gepleegd. Kees plaatste zelfs aankondigingen in de krant, waarbij hij mensen vroeg of ze de adressen van bepaalde obscure cartoonisten kenden? Alles werd in hun eigen vrije tijd en op Kees' eigen kosten uitgevoerd. Maar het project liet hem wel een groot netwerk opbouwen van mensen binnen en buiten de industrie. Velen bleven levenslange vrienden en correspondenten, wat van pas kwam als Kees nieuwe informatie nodig had of speciale gelegenheden wilde organiseren.


Correspondentie met Jan Dirk van Exter en Marten Toonder voor Strip voor Strip.

Op 30 oktober 1970 werd 'Strip voor Strip' eindelijk gepubliceerd: een "verkenningstocht in de speelse wereld van het stripverhaal". De cover werd ontworpen door Joost Rietveld. Afgezien van een algemeen overzicht van het medium bood het werk ook hoofdstukken aan over de striptradities van bepaalde landen. Het hoofdstuk over Belgische strips, vooral Vlaanderen, werd geschreven door Vlaming Danny De Laet. Het kroonstuk van het boek was een grote alfabetische encyclopedie waar alle beschikbare informatie over Nederlandse en Vlaamse stripauteurs, reeksen en bladen in was ondergebracht. 'Strip voor Strip' bezorgde Lambiek grote geloofwaardigheid onder stripfans en kunsthistorici. Het was niet alleen een informatief maar ook een goedgeschreven boek. Kees gebruikte gepassioneerde en kleurrijke zinnen om zijn punt uiteen te zetten. In 1979 werd het boek geüpdatet en uitgebreid als 'Wordt Vervolgd. Stripleksikon der Lage Landen'. Danny De Laet gebruikte later veel van zijn onderzoek voor 'Strip voor Strip' om een specifieker boek over Vlaamse striptekenaars te schrijven: 'De Vlaamse Stripauteurs' (1982).


De Franquin-Peyo tekening op de cover van de Lambiekcatalogus (1971) en een nummer van Lambiek Bulletin (1978).

De Franquin-Peyo tekening
Nadat Lambiek in 1968 zijn deuren opende volgden diverse andere stripwinkels in zijn kielzog. Maar Kees Kousemaker was nog steeds de enige stripwinkeleigenaar die regelmatig als woordvoerder voor het medium geïnterviewd werd. Op 21 januari 1970 verscheen Kees in een aflevering van het NCRV tienerprogramma 'Twien' voor een thematische uitzending over strips. Tussen 22 en 27 maart 1971 organiseerde het Nieuwscentrum mede een speciale Stripweek, deels op Kees' initiatief. Hij nodigde beroemde stripauteurs als Willy Vandersteen, André Franquin ('Guust Flater', 'Marsupilami') en Peyo ('De Smurfen') uit om langs te komen en hun werk te signeren. Het was hoogstwaarschijnlijk bij deze gelegenheid dat Franquin en Peyo hun beroemde reclametekening voor Lambiek maakten. De legendes tekenden Guust die bij Lambiek voor de deur staat, terwijl Smurfen uit zijn rugzak kruipen. In september 1971 werd het als cover gebruikt voor een catalogus die alle beschikbare striptitels in Lambiek opsomde, evenals hun prijzen. De illustratie bleef één van Kees' meest trotse bezittingen en kan nog steeds in de winkel bekeken worden. Helaas is Peyo's inktwerk met het verstrijken van de tijd beginnen te vervagen, ondanks alle pogingen het te conserveren. Op de Derde Stripdag van 17 april van dat jaar in Amsterdam had Lambiek ook haar eigen stand.


De "Usual Gang of Idiots" in het Muiderslot (1971). Bovenste rij: Lou Silverstone, Bill Gaines, Don Martin. Vooraan Jack Davis en Jerry de Fuccio.

Mad in Muiderslot
In de nazomer van 1971 bracht de redactie van Mad Magazine zijn jaarlijkse gezamenlijke vakantie in Europa door. Ze reisden in augustus naar Moskou om er de redactie van het Russische satirische blad Krokodil te bezoeken. Volgens hen grapte Krokodil's hoofdredacteur: "We zijn echt collega's. Jullie persifleren de Amerikaanse samenleving en wij doen hetzelfde!" Nadien reisden de "Usual Gang of Idiots" naar Nederland, waar ze verwacht werden op een receptie in het Muiderslot, georganiseerd door Stripschrift. Hoofdredacteur William M. Gaines, assistent-redacteur Jerry DeFuccio, schrijver Lou Silverstone en tekenaars Dave Berg ('The Lighter Side'), Jack Davis en Don Martin dineerden in het gezelschap van Kees Kousemaker en striptekenaar Dick Matena ('De Argonautjes'). Nadien reed Kees de heren Berg, Davis en Martin terug naar Amsterdam om er de rosse buurt te zien. Potrezbie! Een verslag van deze bijeenkomst verscheen in Stripschrifts volgende nummer, waarin ook een niet-gerelateerd interview met de Nederlandse striptekenaar en televisiescenarist Wim Meuldijk ('Ketelbinkie') te lezen viel, afgenomen door Kees. Helaas waren veel foto's die Kees had genomen overbelicht en tot overmaat van ramp bleken de batterijen van zijn cassetterecorder leeg te zijn. Delen van het gesprek moesten uit zijn ietwat benevelde geheugen geput worden. Kees zou later ook tekenaars en schrijvers als Fred Julsing, Lo Hartog van Banda en Martin Lodewijk interviewen voor het stripblad Pep, maar deze gesprekken bleken "niet geschikt voor publicatie", zoals Kees het diplomatisch samenvatte.


Kees en Bob van de Born worden geïnterviewd, waarschijnlijk in 1971.

Professor Pi uitgaven
In 1971 zette Lambiek ook haar schouders onder de eerste officiële boekpublicatie van Bob van den Borns krantenstrip 'Professor Pi', die zeven jaar eerder geëindigd was maar nog altijd liefdevol herinnerd werd door vele lezers. Gezien er vraag naar was, maar geen boek om eraan te voorzien, verzamelde Kees 200 gags die hij de beste vond. In 1978 en 1979 verschenen nog drie andere volumes met 'Professor Pi' gags. Kees zond één exemplaar naar Hergé, die een dankbrief terugstuurde waarin hij zei dat hij altijd erg in 'Professor Pi' geïnteresseerd was geweest. Hij stuurde uit dankbaarheid een exemplaar van '50 Jaar Kapriolen aan de Ketting' (1979) op, dat Kuifje's vijftigjarige verjaardag vierde.

Professor Pi collection
Eerste bundeling van Professor Pi-strips. Het coverontwerp was van Willem de Ridder.

Natte voeten
Terwijl al deze gebeurtenissen vanuit een promotioneel oogpunt natte dromen waren, werd de winkel in 1971 helaas slachtoffer van een natte nachtmerrie. Lambiek werd geplaagd door waterschade, maar gelukkig was de huureigenaar bereid de kosten terug te betalen. Vier jaar later liep Lambiek weer onder water, maar deze keer was de schade voor eigen rekening. De winkel zou tijdens de vroege jaren 2000 en weer in 2008 en 2014, opnieuw geteisterd worden door lekkages als gevolg van hevige regenval. Vanzelfsprekend waren al deze lekkages betreurenswaardige incidenten, maar we doen ons best om ze te vermijden en gaan verder letterlijk en figuurlijk gewoon mee met de stroom...


De drie winnaars van de lookalike wedstrijd, 8 november 1972: Ad Root (Haddock), Aernout Willenborg (Erwin) en Charles Van Caeneghem (Popeye). 

1972: Lambieks vijfde verjaardagsfeest
Op 8 november 1972 vierde Lambiek zijn vijfde verjaardag in Arti et Amicitiae aan het Rokin in Amsterdam. Tijdens de viering werd een lookalikewedstrijd georganiseerd. Mensen die een treffende gelijkenis met een beroemde stripfiguur vertoonden konden langskomen en aan twee categorieën deelnemen, één voor hen die er zich voor moesten verkleden, anderen die dit niet hoefden te doen. De derde prijs ging naar de Nederlandse beeldhouwer Ad Root die als kapitein Haddock uit Hergé's 'Kuifje' verscheen, en zich vooral liet inspireren door diens drankzucht. Een jongetje, Aernout Willenborg, eindigde op de tweede plaats als dubbelganger van H.G. Kresse's Erwin de Noorman. De unanieme winnaar was Charles Van Caeneghem, een ex-kermiskramer uit het Belgische dorp Avelgem, die als twee druppels water op E.C. Segar's Popeye leek. Het is niet duidelijk hoe oud Charles was? Twee krantenartikelen geven tegenstrijdige leeftijden, één zegt dat hij 63 was, de ander beweert dat hij al 72 was. Hoe dan ook: hij was zeker oud genoeg om het spiegelbeeld van de spinazievretende zeeman te zijn. De eerste en tweede prijs waren een krat alcohol. Maar gezien onze Erwin-lookalike minderjarig was gaf men hem een andere prijs, terwijl zijn krat aan Haddocks dubbelganger werd gegeven. Root nam zijn rol als de whiskyzuipende zeekapitein een tikkeltje te serieus. Al tipsy voor de wedstrijd begon, kon hij tegen het eind van de avond geen "Klare Lijn" meer zien. Hij eindigde uiteindelijk bewusteloos in de herentoiletten.

Ons vijfde verjaardagsfeest was ook belangrijk om een andere reden. Het was de eerste keer dat Lambiek diverse beroemde striptekenaars samen op één locatie wist te krijgen. Onder de bekende gezichten bevonden zich Fred Julsing (later beroemd door 'Ukkie'), Daan Jippes ('Bernard Voorzichtig'), Willy Lohman (‘Kraaienhove’), Frans Piët (‘Sjors en Sjimmie’), Victor Hubinon ('Buck Danny'), Jean Roba ('Boule et Bill'), Peyo ('De Smurfen') en de voltallige Donald Duck-redactie, waaronder kersverse redacteur Thom Roep. Muzikale atmosfeer werd verzorgd door de Vlaamse zanger Walter de Buck, vooral bekend om zijn hit 't Vliegerke' en zijn jaarlijkse organisatie van de Gentse Feesten. Volgens de legende arriveerde Hergé ook op het feestje, maar maakte direct rechtsomkeer toen hij de naakte gefiguurzaagde 'Kuifje' naast het podium opmerkte. Laten we zeggen dat dit gewoon een leuk verhaal is om te vertellen... Al kunnen we ons voorstellen dat een dronken Haddock die slechts derde wordt de grootmeester ook geschokt zou kunnen hebben. 


Lambiek in het door de Amsterdamse gemeenteraad uitgegeven kaartspel De Toverdoos.

Beroemde bezoekers en opkomst als een Amsterdams monument
Tegen de helft van de jaren 1970 had Lambiek gestaag een vaste klantenkring weten op te bouwen. Sommigen van hen waren beroemdheden, zoals cultdichter en pro-marihuana-activist Simon Vinkenoog, culinair journalist Johannes van Dam en schrijver Jan Wolkers, vooral beroemd om zijn erotische roman 'Turks Fruit' (1969), die in 1973 tot een Oscargenomineerde film door Paul Verhoeven werd verfilmd en in 2016 door Dick Matena tot grafische roman werd bewerkt.

Lambiek had nu absoluut zijn plaats als een populaire toeristische trekpleister weten te verwerven. In 1975, toen de stad Amsterdam zijn 700ste verjaardag vierde, werd door de gemeenteraad een speciaal kaartspel uitgebracht, genaamd 'De Toverdoos'. Behalve beroemde mijlpalen als de Dam, het Rijksmuseum, het Anne Frank-huis, de rosse buurt en de Beurs van Berlage was ook Lambiek opgenomen.


Tijdens de vroege jaren konden de boeken nog naast elkaar op de schappen gezet worden. De afgebeelde man is Pep-redacteur Jan de Rooij (foto: Spaarnestad Archief, 1973).

Volgende hoofdstuk: Kerkstraat 104 (1976-1980)