Stripgeschiedenis

Lambiek op Kerkstraat 104 (1976-1980)


Kees op Kerkstraat 104 in 1979 (foto: Hans Frederiks).

Personeel mid jaren 1970
Halverwege het decennium doken er nieuwe gezichten in Lambiek op. Rond 1975 sloot Hans Frederiks zich bij het team aan. Aanvankelijk werkte hij enkel op zaterdagen, maar de volgende twee jaren maakte hij de dienst uit in de winkel wanneer Kees afwezig was. Rond deze periode was Kees begonnen aan een studie rechten. Ondanks alle plezier dat hij aan Lambiek beleefde eisten zowel de winkel als zijn nevenprojecten heel wat van zijn tijd. Zelfs in de weekenden hij zelden een rustdag. Al in nummer 59-60 van Stripschrift (1973) bekende Kees dat hij ernstig overwoog om Lambiek aan anderen over te laten. Daarom hield hij zich in de periode 1976-1977 voornamelijk bezig met studeren. Hans Frederiks was later vooral actief als journalist en fotograaf die onder meer artikelen voor het stripinformatieblad Stripschrift schreef. Hij maakte ook de meeste foto's van Lambieks eerste adres.

Lambieks eerste tentoonstellingen: Jean Dulieu (1976) en Peter Pontiac (1977)
Frederiks was ook verantwoordelijk voor de allereerste tentoonstelling, een mijlpaal in onze geschiedenis. In de queeste om strips als een serieuze kunstvorm te behandelen rees het idee om signeersessies van een specifieke artiest met een expo te combineren. Originele schetsen en volledig uitgewerkte pagina's zouden tentoongesteld worden. Hierdoor zou het publiek vanuit een ander perspectief naar striptekeningen gaan kijken, meer zoals kunst op een tentoonstelling. De eerste tekenaar die deze eer te beurt viel was Jean Dulieu, schepper van 'Paulus de Boskabouter'. Tussen februari en 13 maart 1976 kon zijn werk in Lambiek worden bekeken. Daar 'Paulus' drie decennia lang een vaste waarde in kranten, radio en tv was geweest, trok de tentoonstelling heel wat volk. Het jaar erop werd er een tweede expositie georganiseerd, ditmaal met tekenwerk uit het Nederlandse muziekblad Muziek Express door Peter Pontiac, de legendarische undergroundtekenaar en pionier van autobiografische strips. Pontiac zou Lambieks onofficiële huistekenaar worden en vele advertenties voor de zaak ontwerpen.

Toch was Kees nog steeds wat ontevreden. Aangezien zijn winkel zo klein was waren het slechts bescheiden expo's. Maar de toon was gezet. Tijdens de volgende decennia zou Lambiek meer van deze festiviteiten organiseren. En vanaf 1986 zou een echte galerie worden geïnstalleerd, waardoor deze evenementen alleen maar in schaal en ambitie zouden groeien...


Job Goedhart, Loes van Alphen en Herwolt van Doornen helpen op de Lambiekstand tijdens de Stripdagen in Breda (rond 1979).

In de jaren 1970 helpen nog zeker twee andere medewerkers klanten in Lambiek. Eén was Henk (achternaam helaas onbekend) en de ander Teun Leopold. Henk werd later toneelacteur en was, volgens Kees, een "erudiete performer". Leopold ging later werken bij het afkickcentrum Jellinek. Kees grapte tijdens zijn toespraak ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan dat "tenminste één van mijn voormalige medewerkers aan de juiste kant van de Jellinke-tafel is geëindigd!" Mensen als Job Goedhart en Herwolt van Doornen waren geen officiële medewerkers, maar hielpen bij verschillende gelegenheden. Een andere belangrijke verkoper rond deze periode was voormalige toeristengids Loes van Alphen. Ze was een geweldige en snelle typiste, wat goed van pas kwam voor Lambieks nieuwe project: een zelfgepubliceerd tijdschriftje!


Covers voor het Lambiek Bulletin door Flip Fermin (3, 1977) en een zeventienjarige Gerard Leever (7, 1978).

Lambiek's eerste krant: Bulletin (1977-1979)
Op 1 januari 1977 lanceerde Lambiek zijn eigen stripgerelateerde informatieblad Bulletin. De publicatie kon in de winkel worden gekocht, maar ook via de post besteld. Het kondigde toekomstige evenementen aan, evenals de recent uitgekomen stripboeken en tijdschriften. Het blad had een charmante doe-het-zelf aanpak, vergelijkbaar met een schoolkrant of de knip-en-plak punkbladen die rond dezelfde tijd in zwang waren. In het eerste nummer troffen lezers een brochure aan die hen vroeg hun interesses in te vullen, zodat Lambiek hen op persoonlijke basis op de hoogte kon houden. Een interessant en tijdrovend stukje klantendienst tijdens de pre-internetjaren! Binnen in het blad zat ook een coupon waarmee lezers een gratis fles wijn konden winnen. Kees vulde de pagina's met het laatste nieuws uit de stripwereld, boekrecensies en natuurlijk strips en cartoons. Hij kreeg hulp van Job Goedhart, Hans Frederiks, Hans Bijman (lay-out) en Loes van Alphen (typen en redactie). Door de jaren heen zouden verschillende Nederlandse tekenaars binnenwerk en covers illustreren, waaronder Dik Bruynesteyn, Gerrit de Jager, Alex de Wolf, Flip Fermin, Gerard Leever, Frits Jonker, Joost Swarte, J.C. Moonen en Herwolt van Doornen. De Canadese cartoonist Arn Saba stuurde Lambiek afleveringen van de 'Neil the Horse' strip op om in het Bulletin te publiceren. Tot 1979 verschenen 24 nummers en één flyer, allen in een oplage van 1.000 nummers.


Brieven van Van Agt en Wiegel in Lambiek Bulletin 1977-5, met tekeningen door Peter van Straaten. De drie vragen die aan de politici gesteld werden waren: 1) Las u ooit strips en zo ja, welke? 2) Vind u dat strips verboden moeten worden? 3) Door welk stripfiguur bent u het meeste geïnspireerd?

De meeste artikelen werden door Kees in zijn karakteristieke geestige stijl geschreven, maar hij bood ook ruimte voor gastauteurs. In een nummer uit april 1977 schreef Martin Beumer, mede-eigenaar van de Real Free Press, een amusant gedicht over strips, compleet met woordspelingen. Anton Hermus schreef enkele stripsonnetten. Het Bulletin was ook een plek voor opvallende stunts. Op 25 mei 1977 bereidde Nederland zich voor op de naderende parlementsverkiezingen. Kousemaker stuurde de lijsttrekkers een brief met enkele stripgerelateerde vragen, waarbij hij hen beloofde de antwoorden in het volgende nummer van Bulletin te zetten, om zo "onze medewerking aan uw verpletterende verkiezingsuitslag te verlenen". Vijf politici, Jan Terlouw (D66), Joop den Uyl (PvdA), Dries van Agt (CDA), Hans Wiegel (VVD) en Klaas Beuker (RKPN), stuurden hun antwoorden terug die in Bulletin's volgende nummer (#5 uit 1977) gelezen konden worden. De brieven werden geïllustreerd met karikaturen van Peter van Straaten, en aangevuld met een extra hoofdstuk van diens politieke satire 'Bij Ons In Het Dorp'. Deze afleveringen waren oorspronkelijk bestemd was voor een televisieshow, maar mochten met toestemming van de tekenaar afgedrukt in het Bulletin. Mogelijk had het er niets mee te maken, maar dat jaar werd Den Uyl in de verkiezingen verslagen en Van Agt de nieuwe premier.


Groet van Art Spiegelman, gepubliceerd in Lambiek Bulletin #3 1979.

In een nummer uit maart 1979 stond een tekening van Art Spiegelman met herinneringen aan zijn bezoek aan Europa, waarin een geïllustreerde verwijzing naar Lambiek stond. Rond die tijd was Spiegelman nog slechts een obscure undergroundstriptekenaar wiens ware faam pas zeven jaar later zou komen door het succes van zijn grafische roman 'Maus' (1986). Tevens in 1979 wist Kousemaker op de dag van hun lancering de eerste Kuifje-postzegels in België te verkrijgen en publiceerde hen de volgende dag in het Bulletin nog voordat de rest van de Nederlandse pers over hen kon berichten.


Sommige Bulletins waren typische voorbeelden van huisvlijt. Nummer 4 uit 1977 had een kleurenillustratie door Evert Geradts op de voorpagina (waarvan variaties in verschillende achtergrondkleuren bestaan). Door het punknummer (12, 1977) stak een echte veiligheidsspeld, één van de iconen van de beweging.

Over 'Kuifje' gesproken... het bekendste essay dat in het Bulletin's pagina's werd voorgepubliceerd was een studie over het verhaal 'Kuifje in Tibet', genaamd 'Is Kuifje in Tibet geweest?'. Het was geschreven door een echte tibetoloog: drs. Ronald Herman Poelmeyer. Het vergeleek het tekenwerk en de informatie die in het stripalbum gepresenteerd werd met eigenlijke feiten, documentatie en foto's. Kousemaker stuurde het ganse essay, gepubliceerd in Bulletin 2 uit 1979, naar Hergé, die ons complimenteerde: "Het is een uitzonderlijk werk (...) Ik hoef je niet te vertellen hoezeer ik me geraakt voelde, want wat ik nog het meest waardeerde was de precisie waarop deze studie is uitgevoerd."


De envelop uit 'Kuifje in Tibet' en de replica.

In 1985 publiceerde Lambiek het essay in het Frans als 'Tintin, a-t-il été au Tibet?', met binnenin Hergé's brief afgedrukt. Deze editie werd vergezeld door een replica van de envelop waarin de brief zat die Kuifje van Tchang kreeg, volledig met originele opschriften, luchtpoststickers en zegels. Alles verliep voorspoedig, behalve dat de zegels deel uitmaakten van een dure set en niet los verkrijgbaar waren. Gelukkig hielp vaste klant Hans Lodders ons uit de brand. Lodders woonde als directeur van Agfa-Gevaert in Hong Kong, en baatte als hobbyproject een jazzcafé uit. Hij was bevriend met de politiecommissaris van Hong Kong die ook door het project geamuseerd was. Ze spoorden alle filateliewinkels in de stad op en stuurden op exact hetzelfde moment naar elke winkel undercoveragenten. Op deze manier konden de agenten de gewenste zegels kopen, zonder dat de winkeleigenaars de gelegenheid hadden om onderling de toegenomen vraag door te bespreken en de prijzen te verhogen, of om nieuwe voorraad bij hun collega's te kopen!


Lambieks ingang na het bezoek van de F.C. Liverpool fans.

Vandalisme en de knokpartij met Matena
Desondanks waren niet alle gebeurtenissen rond deze periode geweldig. Op 5 augustus 1977 was Lambiek slachtoffer van vandalisme. Die avond vond de voetbalwedstrijd Ajax-F.C. Liverpool plaats, die werd gewonnen door Ajax. Na de wedstrijd spoten enkele hooligans graffiti over onze winkelgevel. De Amsterdamse kunstenaar Charlie Reuvers schilderde daarom een nieuwe gevel. Zoals de legendarische Ajax-kampioen Johan Cruijff zou zeggen: elk nadeel heeft zijn voordeel. De winkel zag er tenminste weer als nieuw uit voor het komende tienjarig jubileum op 8 november 1978!


Kees in 1978, voor het nieuwe winkeluithangbord door Charlie Reuvers in 1978.

Op 11 oktober 1978 werd de tiende verjaardag van de Nederlandse stripvereniging Het Stripschap gevierd. Op 15 oktober vond een officieel diner plaats in de Amsterdamse bar De Pieper. Vele prominenten uit de stripwereld waren uitgenodigd, waaronder striptekenaar Dick Matena en onze eigen Kees Kousemaker. Wat toen gebeurde kreeg nadien legendarische allures. Matena schreef er in 2014 een gedetailleerd verslag over voor een nummer van Eppo. De tekenaar, zichtbaar en hoorbaar dronken, begon tegen al zijn critici te kankeren. Hij riep op Het Stripschap af te schaffen en die "dikke wijnhandelaar daar onmiddellijk te laten verwijderen", waarbij hij naar Kees verwees. Toen Stripschapvoorzitter Martin Wassington een snerende opmerking maakte over Matena's dronkenschap viel de cartoonist hem plots aan! In zijn artikel blikte Matena terug: "(...) Dit bewijst hoe blind alcohol een mens kan maken (...) Was ik nuchter geweest zou ik wel twee keer nagedacht hebben voordat ik met Martin op de vuist zou zijn gegaan, want hij was een getrainde gymnastiekleraar, één en al spier, en vermoedelijk drie keer zo sterk als ik. Had mijn actie hem niet zo verrast, hij zou me moeiteloos dubbelgevouwen hebben." Terwijl Matena over de tafel kroop sloeg het ding om en spatte alle drank en eten over de vloer en de gasten. Op dat moment raakten Matena en Kees ook in een gevecht verwikkeld. Kees' versie luidde dat hij uiteindelijk Matena duwde, waardoor die het evenwicht verloor en tussen enkele plantenbakken terechtkwam. Kees grapte later dat hij vond dat hij het gevecht had gewonnen omdat anderen hierna de zatte striptekenaar in toom hielden. Bij wijze van trofee hing zijn in het strijgewoel gescheurde trui nog enige tijd tentoon in de winkel. In later jaren sprak hij toch ietwat beschaamd over het incident.

Ook Matena erkende in latere interviews dat hij zich misdragen had en gaf toe dat het incident hem niet veel geliefder in de Nederlandse stripwereld had gemaakt. Maar hij vond ook dat de anderen hadden moeten verhinderen dat hij een toespraak ging houden, aangezien het zo duidelijk was dat hij hier niet toe in staat was. In de volgende decennia verzorgde Matena desondanks nog wat tekenwerk voor Lambiek, zoals in 1981 een exclusieve krantenstrip voor Lambieks nieuwsbrief De Reporter. In 2003 was de getalenteerde tekenaar in de winkel aanwezig voor een signeersessie.


Kees met Fred Julsing, kapitein Haddock en Dick Matena op een vrolijker moment. Alhoewel laatstgenoemde op de vloer ligt werd deze foto niet tijdens de beruchte Matena-matpartij genomen.

In 1978 werd Kees slachtoffer van een ander betreurenswaardig incident, doch opnieuw veranderde hij het in een leuke herinnering. Toen hij over een landweggetje naar huis reed vloog zijn auto van de baan. Gelukkig waren er geen slachtoffers. Terwijl een agent zijn verslag schreef vertelde Kees hem zijn naam en beroep. Tot zijn trotse verrassing wist de agent wie hij was en kon hij zelfs Lambieks adres uit het hoofd opzeggen. Kees zag dit incident altijd als het bewijs dat hij het "gemaakt had". Dit was ook Lambieks eerste, maar niet laatste confrontatie met de wet, zoals we in ons volgende hoofdstuk zullen zien...


De nep-Jan Kruis presenteert zijn één miljoenste boek aan toevallig omstander K. Knol.

1978: Lambiek's tiende verjaardagsfeest
Op 8 november 1978 vierde Lambiek zijn tiende verjaardag. Tot de mensen die een speciale grafisch hommage maakten waren Dik Bruynesteyn en Joost Swarte. Kees bedacht nog een andere manier om deze gebeurtenis onder de aandacht te brengen, toen een bebaarde man langskwam die sterk leek op striptekenaar Jan Kruis ('Jan, Jans en de Kinderen'). Hij sprak 'm aan, maar het bleek een Amerikaans toerist te zijn die vanzelfsprekend nog nooit van Kruis gehoord had. Kees kreeg een leuk idee voor een grappige streek en wist de toerist zover te krijgen dat hij meedeed. Er werd een foto in scène gezet, alsof Kruis in de winkel was geweest om de verkoop van zijn 1 miljoenste album te vieren. Dit exemplaar werd vervolgens aan een klant gegeven: "de Amsterdammer K. Knol". Natuurlijk had de reeks nog lang niet zoveel exemplaren verkocht en Klaas Knol was slechts een trouwe klant die pas in het volgende decennium winkelbediende zou worden. De hoax werd aan zoveel mogelijk kranten en tijdschriften verdeeld. Om hen nog wat meer in verwarring te brengen werden in elke persaankondiging doelbewust kleine foutjes gezet. Helaas liet enkel de krant Trouw zich in de maling nemen en zelfs zij publiceerden de hoax zonder de foto.


De boekpresentatie van Wordt Vervolgd werd georganiseerd door Het Stripschap in Arti et Amicitiae.

'Wordt Vervolgd: Stripleksikon der Lage Landen'
Zoals eerder gemeld studeerde Kees in 1976-1977 rechten en overwoog hij serieus om Lambiek te verlaten. De geschiedenis veranderde toen uitgeverij Het Spectrum hem vroeg een vervolg te schrijven op zijn boek 'Strip voor Strip'. Kees brak zijn studie af, keerde terug naar de stripwereld en keek nooit meer achterom. Samen met zijn vrouw Evelien werkte hij twee jaar lang aan een nieuwe encyclopedie. Op 20 februari 1979 werd het boek 'Wordt Vervolgd – Stripleksikon der Lage Landen' (Het Spectrum, 1979) in Arti et Amicitiae aan de pers gepresenteerd. Het bevatte grotendeels dezelfde informatie als 'Strip voor Strip', maar geüpdatet, gecorrigeerd, uitgebreid en op een gestructureerdere manier gepresenteerd. Deze keer werden Kees en Evelien door bijna 50 andere mensen bijgestaan om dit grootse project tot stand te laten komen, voornamelijk door mede-redacteurs Rob Richard, Albert Tol en Jan Smet. Richard beheerde het Stripdocumentatiecentrum van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek en spoorde vele vooroorlogse tekenaars op, terwijl Albert Tol zich door heel wat stripbladen heen worstelde. Vanuit Vlaamse hoek zette Jan Smet zijn ervaring in. Tijdens één van hun ontmoetingen vertelde Kees Smet dat Willy Vandersteen recent de Prijs voor Beste Buitenlandse Stripverhaal had gewonnen in het Franse Angoulême. Dit zat Smet niet lekker, omdat hij vond dat er ook een Vlaamse stripprijs moest zijn. Dankzij Kees' terloopse opmerking zette Smet zijn schouders onder de lancering van de tweejaarlijkse Bronzen Adhemar, de belangrijkste Vlaamse stripprijs!


Voor- en achterkant van Wordt Vervolgd, waarop de hoofdstukillustraties ook zijn gereproduceerd.

Opnieuw bood de encyclopedie een alfabetisch overzicht van alle bekende striptekenaars, -schrijvers en -tijdschriften in Nederland en Vlaanderen. Maar deze keer was elk van de 22 hoofdstukken geïllustreerd door een beroemde striptekenaar, namelijk Theo Van Den Boogaard, Marten Toonder, Berck, Piet Wijn, H.G. Kresse, Kamagurka, Peter de Smet, Martin Lodewijk, Thé Tjong-Khing, Jef Nys, Joost Swarte, Willy Vandersteen, Bob De Moor, Marc Sleen, Bert Bus, Jean Dulieu, Willem, Frans Piët, Harry Buckinx, Daan Jippes, Fred Julsing en Gerrit de Jager. Ieder illustreerde een letter uit het alfabet en versierde deze met bekende stripfiguren wiens naam (in Nederlandse vertaling) met die letter begon. Het leidde tot enkele unieke tekeningen waarin beroemde tekenaars in verschillende stijlen tekenden en andere dan hun eigen figuren tekenden. Thematische artikelen werden geschreven door P. Hans Frankfurther (strips en publiciteit), Professor Mönnich (religieuze strips) en Rudolf Geel (striptaal).


Kees wordt tot erelid benoemd van Karel Driesens "Strip- en Kartoen Documentatie Centrum". Van links naar rechts: Karel Driesen, Merho, Eddy Ryssack, Bob de Moor, Kees en Pol Driesen.

In datzelfde jaar ontving Lambiek ook de Zilveren Dolfijnprijs van de Belgische Strip Klub en in 1980 werden Kees en Evelien door Karel Driesen tot ereleden van "Driesen Strip- en Kartoen Documentatie Centrum" benoemd. Een foto toont Kees in het bijzijn van Driesen, Merho ('De Kiekeboes), Eddy Ryssack ('Brammetje Bram'), Bob de Moor ('Cori de Scheepsjongen') en Driesens neef Pol.


Briefhoofd voor het project De Trouwe Lezer, dat een kort leven beschoren was...

Kees hoefde niet langer te twijfelen aan zijn ware doel in het leven! Hij bleef bij Lambiek en stortte zich met herboren enthousiasme in nieuwe stripgerelateerde projecten. Eén ervan was een stichting die De Trouwe Lezer (1979) heette en tot doel had oude krantenstrips uit de vergetelheid te ontrukken en opnieuw uit te geven. Kees was altijd bezig met klassieke stripreeksen onder de aandacht te houden, ook als ze niet langer gesyndiceerd werden. De Trouwe Lezer zou zowel nostalgische lezers van weleer als nieuwe generaties de kans geven om oude favorieten te (her)ontdekken. Helaas kwam het project nooit echt van de grond.

In 1980 werd de zeventienjarige Martijn Daalder medewerker. Hij was net aan een studie Arabisch begonnen toen hij zich realiseerde dat het hem eigenlijk niet echt interesseerde. Na zes weken liet hij zijn studie vallen en nam in plaats daarvan een studentenbaantje aan bij Lambiek. Alhoewel hij slechts een paar maanden voor ons werkte bleef hij een vaste klant, die ook bijdragen leverde aan vele projecten. Net als Hans Frederiks schreef Daalder later ook vele stripgerelateerde artikels voor kranten en stripinformatiebladen schrijven. Hij was in de vroege jaren 1990 verder de auteur van de Stripjaarboeken van uitgeverij Sherpa, met daarin interviews en bespiegelingen over de markt.

Amsterdam expo en hommages
In de eerste helft van 1980 organiseerde Lambiek een tentoonstelling over de voorstelling van Amsterdam in strips. Deze expo, 'Amsterdam in de strip', trok heel wat bezoekers en Kees doneerde later alle beeldmateriaal aan het Stadsarchief. Op 29 juni 1980 droeg de Amerikaanse undergroundstriptekenaar S. Clay Wilson ('The Checkered Demon') een tekening aan Kees op. Martin Lodewijk bracht ook een hommage door in een scène uit zijn 'Agent 327' verhaal 'Dossier Nachtwacht' Lambiek af te beelden. De tekenaar presenteerde dit nieuwe album op 14 augustus 1980 in onze winkel en in tegenstelling tot zijn beroemde stripheld hoefde hij zich geen zorgen te maken over hoe hij incognito het gebouw zou moeten betreden. Lodewijk zou in 1981 opnieuw onze gast zijn, maar tegen die tijd zag onze winkel er volledig anders uit. Want vanaf 1 september 1980 verhuisde Lambiek naar een nieuw adres in dezelfde straat. Van nr. 104 naar nr. 78. Een grotere locatie, geschikter voor Kees' even grote toekomstige ambities!

Lambiek in Martin Lodewijk's Agent 327
Martin Lodewijks Agent 327 voor Lambiek in 'Dossier Nachtwacht'.

Volgende hoofdstuk: Kerkstraat 78 (1980-1985)