Stripgeschiedenis

Lambiek op Kerkstraat 78 (1980-1985)

Teken des tijds: een nieuwe locatie
Op 1 september 1980 verhuisde Lambiek van nr. 104 in de Kerkstraat naar nr. 78. Het pand was voorheen in gebruik geweest bij de firma A.S.O., een schoonmaakbedrijf voor rolluiken en markiezen. Peter Pontiac maakte een prachtige tekening van een vliegende Kees Kousemaker boven de Kerkstraat, die nog steeds op de startpagina van de Comiclopedia bewonderd kan worden. Nadat hij het gebouw had weten te kopen, kon Kees de kamers in de twee bovenliggende verdiepingen verhuren. Dit leverde extra inkomsten op waarmee hij andere droomprojecten kon financieren. Maar Kees was geen huisjesmelker. Een oud dametje dat boven de winkel woonde hoefde slechts 100 gulden (45 euro) per maand te betalen voor haar verblijf. Kees faciliteerde verder een "Stripdokumentatiecentrum", waar journalisten en onderzoekers zich konden storten op de grote hoeveelheid naslagwerken en andere secundaire lectuur.


Job Goedharts ontwerp en het originele ZIP-bord, zoals het aan Kerkstraat 78 hing

Om zeker te zijn dat nieuwkomers ons nieuwe adres zouden vinden leek het Herwolt van Doornen een goed idee om een officieel logo te maken. Het lag voor de hand om een prentje uit een 'Suske en Wiske' verhaal door Willy Vandersteen te kiezen, bij voorkeur met Lambik, het personage naar wie de winkel was genoemd. Van Doornen ontdekte een intrigerend pop-artachtig prentje in het verhaal 'Prinses Zagemeel' (1947-1948), waarin Lambik door een toverspreuk ("ZIP!") in een centaur wordt veranderd. Dit abstracte beeld vatte perfect de verwondering en opwinding van een klassiek stripavontuur samen. Job Goedhart ontwierp het logo in de vorm van een 'Suske en Wiske' stripboek. Het zinnetje "Itz de foist" ("It's the first") werd uit George Herrimans 'Krazy Kat' gehaald om naar Lambieks status als de eerste Europese stripwinkel te verwijzen. Deze quote was een idee van onze importeur van underground strips, Bill Daley (een man die volgens Kees op tv-tovenaar Catweazle leek). Het logo werd hierop in een bord gekaderd, beschilderd, geletterd en ingekleurd door Onno Docters van Leeuwen, en boven de winkel gehangen, net als de uithangborden boven traditionele Europese pubs. Kees hield van het zicht omdat het Lambieks status symboliseerde en zijn winkel een stijlvol publiek imago gaf. Het originele bord bleef in gebruik tot de volgende verhuizing in 2003, waarbij het in grootte werd gereduceerd en in de jaren daarna vervangen door twee kleinere replica's. Het ZIP-logo werd ook prominent afgebeeld op Lambieks opvallende plastic zakjes die thans overal ter wereld opgemerkt zijn geweest, zelfs op de Chinese Muur!


De originele Lambiek-pop kort na zijn terugkeer in 1982. De vrolijke Vlaming lijkt redelijk onaangedaan door zijn gevangenzetting.

"Poppetje gezien, celdeurtje dicht"
Rond dezelfde tijd werd een levensgrote houten pop gemaakt naar Lambieks evenbeeld. Het ding werd op de hoek van de Kerkstraat geplaatst, uitkijkend op de Leidsestraat. De pop was bedoeld als wegwijzer, maar door de decennia heen zou het slachtoffer worden van diefstal, vandalisme en lang aanslepend juridisch getouwtrek. Een plaatselijke politieagent, de heer Putman, beschouwde het als een wegobstructie én een vorm van sluikreclame. Menig boete werd uitgeschreven, maar Kees weigerde de pop te verwijderen. Op 20 maart 1981 werd het object in beslag genomen en de winkel kreeg ze pas op 4 mei terug. Kees plaatste het ding vervolgens op het terras van het bevriende café De Klos, maar op 17 juni werd het opnieuw geconfisqueerd. Kousemaker begon onmiddellijk een campagne om aandacht op deze zaak te vestigen. Donald Beekman maakte een illustratie van de pop achter tralies met als slogan: "Lambiek vrij!" Het pamflet werd door de hele stad verspreid, waarmee het haast een lokale versie werd van de internationale "Free Nelson Mandela" campagne later dat decennium.


Het actiepamflet van Donald Beekman, en het persbericht voor de rechtszaak, met een illustratie van Bob van den Born.

Op 1 oktober 1981 schreef de Amsterdamse gemeenteraad ons dat de pop mogelijk verkeershinder kon veroorzaken en zodoende verwijderd moest worden. Kees kreeg steun van de Belgische Stichting voor Kunstpromotie en op 30 januari 1982 ontving hij een officiële antwoordbrief van het Kerkstraatcomité die hem toestemming gaf om de pop te plaatsen. Het proces sleepte acht maanden aan: van juni 1981 tot en met 2 februari 1982, tot een verdict werd bereikt. De recht vonniste dat Kees de pop terug kon krijgen en enkel een symbolische boete moest betalen. De edelachtbare zei de agent ook dat hij "misschien kon proberen om eens echte misdadigers te vangen." Achteraf bekeken leek bij vergelijking zelfs André Franquins parkeermeterobsessieve agent Vondelaar minder op een stripfiguur...


De eerste Lambiek-pop in een minder florissante staat, zoals hij in 1997 werd aangetroffen op de brocate in Bomal. (Foto: Cees Pfeiffer)

Eventjes leek de lijdensweg van de pop voorbij. Maar slechts een paar maanden later werd het ding gekickbokst door een groepje herrieschoppers, alsof er enig talent aan was iets te schoppen dat zich niet kan verdedigen? De beschadigde pop moest hersteld worden. In februari 1988 vergat één van onze medewerkers de houten Lambik na sluitingstijd weer naar binnen te nemen. De volgende dag bleek hij gestolen te zijn. Aandachtige buren zagen Lambik later in de tuin van een studentenhuis aan de Herengracht. Na deze studentengrap werd de pop gauw teruggegeven. Tja, wat moeten studenten anders met hun vrije tijd doen? Studeren? Later dat jaar werd Lambik opnieuw verwijderd, ditmaal door de officiële stadsreinigingsdienst op een niet zo propere manier. Hierna leek de originele pop voorgoed zoek. Het duurde tot oktober 1997 alvorens één van onze zeer opmerkzame klanten, Cees Pfeiffer, hem zag staan op een de zondagse brocante in Bomal, een plaatsje in de Belgische Ardennen!


De tweede Lambiek-pop op zijn fiets.

Maar op dat moment was de houten Vlaming allang vervangen. In december 1988 maakte Job Goedhart een nieuwe pop, die op een fiets werd bevestigd. Volgens de wet mogen fietsen op bepaalde locaties buiten staan, waardoor de pop verdere wetsproblemen kon vermijden. Goedhart maakte verder een houten stapel strips die op de bagagedrager werden vastgebonden, terwijl hij een plastic Lambiektas aan het stuur knoopte. Maar in september 1992 vond de gemeenteraad zelfs deze methode storend, omdat de fiets waar de pop op zat "op deze wijze geen berijdbaar voertuig" was. Kees schreef hen terug dat alles perfect legaal was, wat hen een tijdlang de mond leek te snoeren. Maar op 15 november 1993 nam de reinigingspolitie van de Dienst Binnenstad de pop opnieuw met zich mee. Het kreeg de allures van een persoonlijke vendetta, vooral toen Kees op 7 april 1994 een andere brief kreeg die tegen de opblaasbare Kuifje-raket aan het ZIP-bord protesteerde. Drie jaar later, in april 1997, werd de fiets maar weggehaald en vlak voor de etalage geplaatst. Op 5 december ontving Kees alweer een brief waarin het duidelijk werd dat, na consultatie bij het Fonds voor de Kunst, pop en fiets verwijderd moesten worden. Op 5 april 1999 werden ze dan ook opnieuw in beslag genomen... Vanaf dat moment vonden Lambik en zijn fiets een veiliger plekje binnenshuis, achter de winkelingang.

Op 18 september 1997 haalde Kees opnieuw een grappige stunt uit om de hele zaak belachelijk te maken. Hij liet Pontiac een onofficiële eerstedagenvelop ontwerpen voor de officiële PTT-zegels die de Belgische strip 'Suske en Wiske' vierden. Op onze envelop stonden twee politieagenten die Lambik op zijn fiets arresteren. Daarnaast kon de officiële zegel worden geplakt, waarop Suske, Wiske, Lambik en Tante Sidonia "WAT!?" roepen. De stunt protesteerde ook tegen het feit dat de PTT nooit enige klassieke Nederlandse stripreeksen met een zegel had gevierd... In een kranteninterview uit hetzelfde jaar, afgenomen door Frans Kotterer ("Lambiek viert 25 jaar vervolging door koddebeiers") somde Kees op sarcastische wijze zijn gevoelens over de hele kwestie samen: "(...) Ze zien Lambiek als een misdadiger, een grote vis, die ergens tussen de hard drugs en de paddo's hangt. De stad zit ons echt dwars, vooral omdat we niet alleen een winkel zijn, maar ook educatief instituut met archieven waar stripliefhebbers en kunsthistorici vaak een beroep op doen." Verwijzend naar de toen toekomstige bijeenkomst van de Europese Unie in Amsterdam zei hij: "Als Belg zou ik hier niet blij mee zijn en hopen dat andere Belgen beter worden behandeld. Het lijkt alsof iets mis is met de internationale contacten."

Al deze heisa deed ons bijna onze haren uittrekken tot er nog maar zes over waren, net als bij Lambik. Maar we moeten toegeven dat zelfs "25 jaar" een lichte overdrijving was. Dat getal had gewoon een lekkere dramatische klank op de envelop!


Kees en Ima in de vroege jaren 1980.

Personeel uit de jaren 1980
Gelukkig hoefde Kees deze kwellingen niet alleen te doorstaan. Tijdens de vroege jaren 1980 werden nieuwe medewerkers in de winkel verwelkomd, zoals Ima van Asbeck. Ima was de vriendin van onze importeur Bill Daley. Ze was ook een echte barones, waarmee ze de enige persoon met blauw bloed is die ooit in Lambiek gewerkt heeft (Kees na zijn ridderschap in 2006 niet meegeteld). Grafisch ontwerper en typograaf Donald Beekman werkte ook een tijdje in de winkel, waarbij zijn meest opmerkelijke wapenfeit het ontwerp van het "Lambiek vrij!" pamflet was. Twee trieste gevallen waren Michiel Peters en Goof Mensink, die elk een vroege dood door defenestratie stierven, zij het in verschillende omstandigheden. Michiel was een betrouwbare hulp, maar na een tijd werd hij alsmaar slordiger. In 1986 ontdekte Kees wat het probleem was: Michiel was een heroïneverslaafde. Hij ontsloeg 'm ter plekke. Goof was onze handige timmerman en ook een getalenteerd schilder. In zijn vrije tijd maakte hij T-shirts met enigszins onofficiële tekeningen van bekende stripfiguren. Na zijn dood werd het shirt dat hij als een verfdoek gebruikte in zijn atelier teruggevonden. Sindsdien hangt het in Lambiek als eerbetoon aan onze betreurde oud-medewerker.


Goof Mensink en zijn gekoesterde verfdoek.

Een andere nieuwkomer was Simone Koch, bijgenaamd "Plukkie". Zij was destijds de vriendin van Job Goedhart (mede-ontwerper van ons winkellogo). In 1982 tekende Simone een eenmalige advertentiestrip voor Lambiek die in het vierde nummer van Rhaa Lovely - de Nederlandse versie van Fluide Glacial - werd gepubliceerd. Vóór haar hadden Frits Jonker en Peter Pontiac ook reclamestripjes voor dit blad bedacht. Ze bleef bij Lambiek actief tot mid jaren 1990. Een andere belangrijke persoon in de geschiedenis van Lambiek, doch nooit een employé, was Hansje Joustra. In 1985 richtte de voormalige punklabeleigenaar distributiebedrijf Het Raadsel op en werd Lambieks belangrijkste distributeur en importeur, evenals een persoonlijke vriend van Kees. Auteurs van Hansje's uitgeverij Oog & Blik presenteerden hun boeken vaak in onze winkel.


Plukkie, Klaas Knol and Hansje Joustra.

Personeel tijdens de jaren 1980: Klaas Knol
De langst actieve medewerker bij Lambiek, afgezien van Kees, was de legendarische Klaas Knol (1954-2019). Klaas was al sinds de late jaren 1970 een klant en knoopte vanuit hun gezamenlijke voorliefde voor verzamelen een vriendschap met Kees aan. Algauw bezochten ze samen stripbeurzen en rommelmarkten. Het feit dat ze dezelfde alliteratieve initialen hadden schiep waarschijnlijk ook een band. Stripliefhebbers verwezen vaak naar hen als "Kees en Klaas" (de Nederlandse titel van Alain Saint-Ogans 'Zig et Puce'). Klaas was oorspronkelijk een ober bij bodega Keijzer. Tijdens middagpauzes bracht hij ons vaak een kort bezoekje, terwijl hij de laatste opgevangen geruchten vertelde voor de nieuwsbrief van Lambiek. Vanaf 1981 begon Klaas mee te helpen in de winkel.


Klaas met een handgemaakte doos door Peter Pontiac, waarin de nieuwste bestelling van de heer Lodders werd verstuurd, als dank voor zijn hulp met de postzegels (zie vorige hoofdstuk).

Klaas werd pas vanaf 1985 een vaste medewerker. Hij doneerde een groot deel van zijn persoonlijke stripcollectie aan Lambiek, wat hem van zijn verzamelwoede bevrijdde. Klaas was van 1985 tot 2016 bijna dagelijks in de winkel te vinden. Drie decennia lang was hij na Kees het meest herkenbare gezicht van de winkel. Vele klanten hielden van zijn rustige en prettige houding. Hij was altijd bereid om met aanstekelijk enthousiasme over een stripboek waar hij van had genoten te praten. Vaak vertelde hij klanten dat ze misschien eerder van een onbekende titel in hetzelfde genre of over hetzelfde onderwerp zouden genieten dan van degene die ze oorspronkelijk wilden kopen. Slechts weinigen hebben ooit een beroep hoeven doen op Klaas' beroemde "aansmeergarantie". Culinair journalist Johannes van Dam zette zich meestal vlak bij de toonbank neer om met Kees te praten, terwijl Klaas een hele stapel boeken bij elkaar zocht waarvan hij dacht dat ze Van Dam zouden bevallen. Toch ziet Klaas zich niet als een echte verkoper. Boeken die hij verafschuwde waren voor hem onverkoopbaar. Lambiek had heel wat geld kunnen verdienen aan Albert Uderzo's 'Astérix'-album 'Het Geheime Wapen' (2006) - waarin een buitenaardse invasie plaatsvindt - maar Klaas raadde het onze trouwe klanten af om hen voor onvermijdelijke teleurstelling te behoeden. Als een ware ambassadeur van de strip ontving Klaas in 2010 de Hal Foster Award voor zijn klantvriendelijke service.

De Reporter (1981-1982)
In 1981 werd een fotokopieerapparaat in Lambiek geïnstalleerd op advies van een colporteur die Kees verzekerde dat "vele klanten er gebruik van zullen willen maken." Toen bleek dat dit niet het geval was besloot Kees dan maar kopieën voor eigen gebruik te maken. Op 5 juni 1981 lanceerde hij een opvolger voor zijn vorige blad Bulletin, ditmaal een krant: "De Reporter, dagblad voor stripminnend Nederland". Net als haar voorganger was het in wezen een amateurstripinformatieblad met dezelfde doe-het-zelf aanpak. Het bood nieuws aan over de recentste albumpublicaties, stripfestivals, tentoonstellingen en tekenaars die recent in het nieuws geweest waren. Telkens wanneer Lambiek een evenement organiseerde kondigde Kees het in De Reporter aan. Nadien konden mensen erover lezen en naar de foto's kijken. Op veel gebieden was De Reporter de voorloper van onze huidige website. Het is deels dankzij deze krant dat we veel van onze winkelgeschiedenis hebben kunnen traceren.


Het overduidelijke bewijs dat Hal Foster de mosterd haalde bij Vandersteen, en niet andersom! (De Reporter #15, 18 september 1981).

Kees en Job Goedhart vormden de redactie. Een andere columnist was Anton Hermus. Elk nummer bevatte beeldmateriaal dat uit strips uit onze winkel gefotokopieerd was. Soms werden tekstballonnen leeggemaakt om er nieuwe dialoog in te schrijven. Onze medewerkers of meer professionele tekenaars krabbelden cartoons. Zelfs Kees nam wel eens een potlood ter hand. Toch was hij altijd grappiger als auteur. De Reporter was vergelijkbaar met een reeks geïllustreerde columns, voornamelijk door dezelfde schrijver. Kees bood zijn persoonlijke standpunt aan over het laatste nieuws uit de stripwereld. In nummer #14 (3 september 1981), bijvoorbeeld, verdedigde hij Gerrit de Jager en Wim Stevenhagens 'De Familie Doorzon' tegen beschuldigingen van seksisme door de meidengroep KWJ. Eén nummer later (18 september 1981) werd de beruchte plagiaataffaire tegen Willy Vandersteen op de korrel genomen. Destijds had de Nederlandse schrijver Rob Møhlmann onthuld dat Vandersteen tijdens de jaren 1940 en vroege jaren 1950 beeldmateriaal uit Harold Fosters 'Prince Vaillant' had nagetekend. De Reporter toonde "bewijzen" dat het eigenlijk "andersom" was! Het blad bood ook een echte krantenstrip aan. Vanaf 13 oktober 1981 werd de Alfred Mazure-parodie 'Wraak!' in haar pagina's voorgepubliceerd. De artiest achter de schuilnaam MAT was Dick Matena, wie Kees allang vergeven had voor zijn gênante gedrag tijdens het Stripschapsdiner in 1978.


De Reporter nummers 19 (7 november 1981, met Dick Matena's 'Wraak!') en 22 (24 februari 1982, het laatste nummer uit de eerste serie).

Alhoewel het een dagblad beweerde te zijn, verscheen De Reporter wekelijks, zodat mensen die een exemplaar wilden de winkel regelmatig moesten bezoeken of een abonnement nemen. Buiten de winkel konden lezers kopieën verkrijgen bij het Atheneum Nieuwscentrum aan het Spui. Gezien Kees geen William Randolph Hearst of Joseph Pulitzer was met een echte redactie onder zijn bevel, telde De Reporter niet zoveel pagina's. Een typisch nummer was in wezen slechts één blaadje papier, op twee zijden bedrukt. Naarmate de maanden verstreken begon de productie voorspelbaar genoeg te vertragen. Tijdens de jaren 1990 werd het project door Martijn Snoodijk kort nieuw leven ingeblazen en op advertentieplekken in stripinformatiebladen als Stripschrift en Zozolala gepresenteerd. Tegen de tijd dat onze gloednieuwe website meer bezoekers trok was De Reporter overbodig geworden. Maar de titel en haar format werden af en toe ook op onze site hergebruikt.


Reclamebord getekend door Theo van den Boogaard om zijn signeersessie aan te kondigen.

Tentoonstellingen, signeersessies en publicaties (1980-1983)
Lambiek stak het decennium van wal met enkele opmerkelijke signeersessies en tentoonstellingen. Het werd een traditie voor elke cartoonist om hun eigen advertentieposter te ontwerpen zodat mensen naar deze ontmoetingen zouden komen. Op 27 december 1980 presenteerde Theo van den Boogaard, tekenaar van de controversiële 'Sjef van Oekel' strip het laatste album uit de reeks, bijgestaan door acteur Dolf Brouwers (die het personage Van Oekel gestalte gaf). Of Brouwers spoedig "niet goed werd", zoals zijn populaire catchphrase beweerde is niet bewaard gebleven. Een andere koning van de running gag bezocht onze winkel op 24 januari 1981 toen Peter de Smet, schepper van de mislukte veroveraar 'De Generaal', zijn werk kwam signeren. Hetzelfde jaar publiceerde Kees ook een minicatalogus over het vroege werk van de legendarische artiest Hans G. Kresse, bekend van 'Eric de Noorman'.


Kees met Bob de Moor in 1981.

In 1981 verwelkomde Lambiek ook haar eerste officiële buitenlandse bezoekers. Op 21 februari 1981 zeilde Bob de Moor, rechterhand van Hergé en bedenker van 'Cori de Scheepsjongen', langs. Gezien Lambiek niet partijdig wou overkomen inzake de rivaliteit tussen Kuifje en Robbedoes was André Franquin de volgende eregast. In april presenteerde de geestelijk vader van 'Guust Flater' de eerste Nederlandse vertaling van zijn zwarte humor-album 'Zwartkijken'. Op 11 april keerde Martin Lodewijk terug om zijn recentste 'Agent 327'-verhaal in ons midden te signeren. Op 11 juli verwelkomde Lambiek de eerste Amerikaanse stripauteur in onze winkel, niemand minder dan underground-legende Gilbert Shelton ('The Fabulous Furry Freak Brothers'). Shelton zou in 1990 voor een andere signeersessie terugkeren. Tijdens de laatste juliweek van 1981 verscheen de Nederlandse stripauteur en animator Siem Praamsma. Praamsma tekende tijdens de jaren 1940 enkele obscure stripreeksen, maar staat onder het grote publiek beter bekend om zijn bijdragen aan Marten Toonders strips en de tekenfilmseries van Hanna-Barbera. Op 12 september 1981 sloop surrealisme onze winkel binnen toen Fred, bedenker van de experimentele reeks 'Philémon', een signeersessie hield.


Uitnodiging voor de frieten-expo.

Van 7 tot 30 november 1981 liep in Lambiek de eerste thematische tentoonstelling i.p.v. één rond het werk van een specifieke artiest. We plezierden gourmands met een expo rond "Belgische Frieten en hun rol in Belgische Strips." Scènes uit verschillende strips over frieten werden getoond, met natuurlijk Jan Spiers frituur uit Marc Sleens 'Nero' als aandachtstrekker. Cartoonisten als Brasser, Nesten, Pirana en Van O. stelden thematische cartoons tentoon, terwijl Kamagurka gevraagd werd om wat entertainment te brengen. Tekeningen door Rik De Keyser, Jan Eyskens, Gilis Houben, Paul Ilegems, Marc Payot, Francis Schauwen, Bob Stikkers, Raoul Van den Boom, Bruno Wouters, Francis Schauwen en de Art Factory Turnhout werden ook getoond. Naar België's twee grootste internationale exportproducten kijken maakt hongerig, dus werden er naast Belgische striptitels ook zakjes friet verkocht.


Tekeningen uit ons gastenboek door Elyh en Michel Pichon.

Op 22 mei 1982 presenteerde de Nederlandse feministische striptekenares Elly Holzhaus, beter bekend onder haar pseudoniem Elyh, haar nieuwste bundel 'Gaan we katten?', terwijl ze door journalist Karel Wiekart werd geïnterviewd. De signeersessie werd gecombineerd met een performance door Marion Dons en de band The Amsterdam Express. Op 3 juli van datzelfde jaar verschenen Gerrit de Jager en Wim Stevenhagen, geestelijke vaders van 'De Familie Doorzon', in Lambiek om hun werk te signeren onder de kop 'Prutswerk Signeert Kousen'. Ergens datzelfde jaar (we konden de specifieke datum niet herleiden) kwam de Franse cartoonist Michel Pichon ook langs voor een signeersessie. Mad-cartoonist Sergio Aragonés ('Drawn-Out Dramas/Marginals', 'Groo the Wanderer') tekende op een servetje een mooie versie van mascotte Alfred E. Neuman die Lambiek verlaat met een stapeltje strips. Op 8 mei 1983 signeerde Berend Vonk in Lambiek zijn politiek-geëngageerde stripdebuut 'Pastorale 83'.

Kees de conquistador
In 1983 bracht Kees de getalenteerde Spaanse striptekenaars El Hortelano en Ceesepe naar een stripevenement in Eindhoven in de hoop hun faam onder Nederlandse lezers te vergroten. Helaas faalde deze missie. De heren bedankten hem desondanks met twee schilderijen die Kees tot zijn meest trotse bezittingen rekende. Ceesepe keerde in 1987 en 1990 terug naar Nederland, terwijl El Hortelano hetzelfde deed in 1993, beiden voor een tentoonstelling in Lambiek. Kees leek een grote indruk in Spanje te hebben achtergelaten omdat hij later gevraagd werd om over de Nederlandse stripgeschiedenis te schrijven voor de tijdschriftenreeks 'Historia de los Comics' van de Spaanse uitgever Josep Toutain (1984).


Ceesepe's schilderij voor Lambieks vijftiende verjaardag.

1983: Lambiek's 15de verjaardagsfeest
Op 8 november 1983 vierde Lambiek haar vijftiende verjaardagsfeest. Kees vroeg André Franquin of hij een oude tekening van zijn Marsupilami mocht gebruiken voor een poster om de gebeurtenis te vieren? De striplegende vertelde hem dat dat niet nodig was: hij maakte er met plezier een nieuwe. Maar toen Kees de illustratie via de post ontving was het toch niet helemaal wat hij verlangde. Bijna beschaamd reisde hij helemaal terug naar België om Franquin persoonlijk te vragen of hij toch niet de oude mocht gebruiken? Om de pijnlijke vraag te verzachten nam Kees als bonusgeschenk een fles jenever mee. Franquin zuchtte niet "Nou moe?" en had geen problemen met Kees' voorstel. Kees mocht de nu zinloze tweede tekening ook houden. Peter Pontiac en uitgever Piet Vonk creëerden een grappige tekening van Kees die uit een verjaardagstaart sprong, terwijl verschillende stripfiguren hem feliciteren. Al deze personages werden door de tekenaars zelf getekend: (met de klok mee) Anton Makassar (Joost Swarte), Sjef van Oekel (Theo van den Boogaard), Professor Pi (Bob van den Born), Pennecamp de toekan (Flip Fermin), een hoekig figuurtje door Ever Meulen, Barelli (Bob de Moor), Agent 327 en Olga Lawina (Martin Lodewijk) en Nero (Marc Sleen).

Een schijtidee
Het slechtste idee uit onze geschiedenis vond ook plaats in 1983. Een opiniepeiling onder Amsterdamse burgers had bewezen dat hondendrollen de grootste ergernis waren. Kees vond dat dit in een mediastunt veranderd kon worden. Hij vroeg Onno Docters van Leeuwen om een asbak te ontwerpen die mensen aan hondeneigenaars konden geven. Het ding had de vorm van een hondendrol met een schoenafdruk waarop het hoofdstedelijke wapenschild stond. Job Goedhart maakte wat geïllustreerde advertenties die in 'Hondepoep op de stoep' verschenen (Mondria, 1983), een door Kees samengestelde cartooncollectie. Helaas vonden veel mensen deze asbakken er vrij onsmakelijk uitzien. Zodoende hebben de ondingen uiteindelijk uitsluitend de galerie jarenlang van verse asbakken voorzien.


Advertentie voor de hondenpoepasbak door Job Goedhart.

Grafische en letterlijke diefstal
Begin 1984 vonden er twee andere shitgebeurtenissen plaats. In januari verzochten de rechthebbenden van Albert Uderzo's 'Astérix' aan het plaatselijke districtshof om alle parodiestrips op de serie in beslag te laten nemen. Lambiek en drie andere Amsterdamse winkels waren verplicht hun bootlegvoorraad op te geven, ook al zou niemand ze met de superieure originele serie verwarren. Vier maanden later leerden we ook dat onze winkel lang niet zo onmogelijk binnen te vallen was als Astérix' dorpje. Op 23 april 1984 braken booswichten in via een gat in de toiletmuur en stalen verschillende waardevolle strips en tekeningen, waaronder een aquarel door Marten Toonder en één door Nazario, wat Kousemaker nog het meest betreurde. De schade liep op tot 30.000 gulden (13.613 euro). De dieven namen vooral Toonder-gerelateerde illustraties mee, maar realiseerden zich niet de waarde van een originele schets door Edgar P. Jacobs. Terwijl ze binnen waren namen ze ook een trui mee met het hoofd van Marc Sleens 'Nero' erop. Dit was geen officieel product, maar gebreid door Kees' vrouw Evelien. Ze nam de diefstal als een compliment op.


Het Parool bericht over de inbraak op 23 maart 1984.

Signeersessies en andere gebeurtenissen (1983-1985)
Een veel welkomer gast was de grafische goochelaar van wiskundig correcte tekeningen en uitvinder van de term "Klare Lijn" Joost Swarte. Swarte verscheen op 5 mei 1983 in onze winkel om zijn boek 'Swarte Hors Série' te signeren. Op 19 november van datzelfde jaar publiceerde Lambiek exclusieve kaarten die bij een door Swarte ontworpen reeks postzegels hoorden. Dit zou verre van zijn laatste bezoek worden. In 1990, 1991 en 2015 schoven mensen opnieuw in een "klare lijn" aan voor een handtekening.


Will Eisner signeert 'An Opmakh mit Got'.

Op 6 november 1984 publiceerde Lambiek twee speciale edities van Will Eisners magnum opus 'Contract with God', door Bobbi Zylberman in het Jiddisch vertaald als 'An Opmakh mit Got'. Eén boek verscheen in traditionele Hebreeuwse lettering, terwijl de ander in het Latijnse alfabet was geletterd, een taak voor Flip Fermin en Peter Pontiac. Helaas verkocht de prestigieuze uitgave niet veel exemplaren, omdat het mikte op mensen die Hebreeuws begrepen en de meeste vrome Joden nooit strips lazen. En toch is er tot op de dag van vandaag een klein Joods winkeltje in de VS dat, van tijd tot tijd, nog altijd exemplaren bij Lambiek bestelt wanneer hun eigen voorraad slinkt. Maar Eisner maalde er niet om. Hij vond dat de Jiddische editie van 'Contract with God' hem dichter bij zijn eigen wortels bracht en vergeleek het met "het terugbrengen van mijn botten naar Israël." Hij was eregast tijdens de boekpresentatie in onze winkel. Kousemaker had echter botte woorden voor het Amsterdamse College van Burgemeester en Wethouders die beloofd hadden een afgevaardigde te sturen, maar ons vergeefs lieten wachten. De heer A. Jansen meldde zich niet af en gaf ook nadien geen uitleg noch excuus. Zelfs niet toen Kees hem probeerde te bellen. Kees vond het "schandalig", niet enkel voor zijn winkel, maar vooral voor een "artiest als Eisner". Daarom zond hij Jansen een boze brief. Eisner zou desondanks in 1992 naar onze winkel terugkeren.


De uitnodiging voor de Deelders/Peters signeersessie werd getekend door onze eigen Peter Pontiac.

Op 13 september 1985 werd onze winkel bezocht door cultvoordrachtskunstenaar Jules Deelder en stripauteur Rob Peters. Ze signeerden exemplaren van hun stripreeksen 'Amber en Akka' en 'Professor Hilarius', terwijl de "nachtburgemeester van Rotterdam" - zoals Deelder vaak wordt genoemd - een toespraak in zijn karakteristieke stijl hield. "Tyfus, tering, hey!" Hetzelfde jaar verscheen Kees ook in de televisieserie 'Wordt Vervolgd' van Han Peekel om te praten over hoe men in de jaren 1950 tegen strips aankeek.

Stripcameo's (deel één)
Rond deze tijd had Kousemaker cameo's in twee strips. De eerste was een fotostrip in de wekelijkse column door "het gulste meisje van Nederland" Uschi in Nieuwe Revu. 'De Avonturen van Uschi' werd later herdrukt in nummer 181b (1984) van Stripschrift. In deze specifieke aflevering bezocht Uschi Lambiek. Kees nam de gelegenheid om zowel zijn winkel als strips als medium te promoten in een langdradige tekstballon, die zelfs Alfred Mazure's 'Dick Bos' en Edgar P. Jacobs' 'Blake and Mortimer' wist te overtreffen. In 1985 bezocht paus Johannes-Paulus II de Benelux, wat de Belgische tekenaar Luk Moerman motiveerde om een satirisch stripalbum te tekenen, 'De Papevreters - Popebusters' (1985), dat het pauselijke bezoek bespotte. Het verhaal had een verrassend einde waarbij een slechts lichtjes gelijkende Kees opdook die in Lambiek strips verkocht. Ondanks Moermans aardige hommage bleef het bestaan van dit stripalbum tot 2017 onopgemerkt tot onze medewerker Kjell Knudde er een exemplaar van las.

Een karikatuur waar Kees wél het bestaan van afwist maar wilde dat het niet zo was, was een grappig portret van hem als een halfnaakte middeleeuwse barbaar, geschilderd door de Filipijnse artiest Alfredo Alcala, vooral beroemd als de tekenaar van 'Voltar'. Het was gemaakt in opdracht van onze underground importeur Bill Daley, die het Kees te koop aanbood. Kees herkende zich niet in de ietwat fors gebouwde krijgsheer en zag af van de koop. Na de dood van Bill Daley schonk diens ex-vriendin Ima van Asbeck het werk aan Kees' zoon Boris. Kees Kousemaker verklaarde ooit dat hij zijn snor liet staan om het tekenaars makkelijker te maken hem op een herkenbare wijze te tekenen, want "met de snor heb je het halve gezicht al". Het bewijst maar weer hoe graag hij tekenaars een dienst verleende. In het volgende hoofdstuk zullen we zien dat hij nog verder wilde gaan dan een simpele snor om dit doel te verwezenlijken...


Promotionele tekening van Peter Pontiac, die op de voorkant(!) van het programmaboekje van De Stripdagen uit 1984 verscheen.

Volgende hoofdstuk: Lambiek op Kerkstraat 78 (1986-1989)