Stripgeschiedenis

Lambiek op Lambiek.net (2005-heden)


Bas en Kees op de Utrechtsedwarsstraat in 2004.

De Kees en Bas jaren (2005-2010)
Eind 2005 trok Kees Kousemaker zich uit het actieve winkelleven terug, wat hem meer vrije tijd gaf om aan de site te spenderen. Op zijn oude dag werd hij zelfs een welonderlegd scanner en beeldbewerker. Margreet de Heer verliet ons echter als webredacteur om zich op haar eigen carrière als striptekenaar te concentreren. De volgende decennia zou ze verschillende educatieve grafische romans publiceren in haar '...In Beeld' reeks rond veelzijdige thema's als filosofie, religie, wereldheerschappij en liefde. Met groot succes werden deze ook in het Engels en andere talen vertaald. Margreet is verder een enthousiast promotor van jong striptalent en in 2018 werd ze zelfs tot Stripmaker des Vaderlands benoemd.

Bas Schuddeboom daarentegen bleef. Rond deze tijd was hij al een professioneel stripscenarist en (web)redacteur voor de Nederlandse Disney-bladen, maar hij hield zoveel van het Comiclopedia-project dat hij verder bleef helpen. Zijn ervaring en loyaliteit maakten hem onmisbaar voor Kees. Beide mannen hielden ervan obscuriteiten te ontdekken en bouwden een internationaal contactennetwerk op. Beiden werkten thuis aan artikelen en afbeeldingen, die dan elke vrijdag in het kantoor van de nieuwe winkellocatie op Kerkstraat 132 werden toegevoegd. Voor Kees was dit ook een sociaal gebeuren, want veel van zijn oude vrienden kwamen hem dan bezoeken, zoals Hansje Joustra, Aart Clerkx, Windig & De Jong en Joost Pollmann. Bas bleef typen, schijnbaar ongehinderd door de wijze oude mannen wiens gesprekken en gelach luider en luider werden naarmate de wijn rijkelijker begon te vloeien.


Rick in het kantoor van Kerkstraat 132 in 2005.

Niet-commerciële instelling
De Comiclopedia toonde Kees opnieuw van zijn meest filantropische kant. Hij investeerde veel van zijn tijd en geld in het project. Na zijn pensionering betaalde hij Bas en Rick uit eigen zak voor hun werk. Maar ondanks de mogelijke opbrengsten weigerde hij banners of andere advertenties op de Comiclopedia-pagina's. Vanzelfsprekend stond hij een bescheiden verwijzing naar onze eigen kort bestaande webwinkel toe, maar die drukte amper de kosten. Toen een prominente veilingsite voor stripkunst ons een samenwerking en sponsorschap voorstelde ging Kees met tegenzin akkoord om hen uit te horen. Maar hun eerste voorstel nam de helft van onze site over met hun eigen zoekmachines. Kees weigerde alle verdere onderhandelingen. Gelukkig kwam er wat geld vanuit het Stripmuseum in Groningen, dat vanaf 21 april 2004 een offline versie van de Comiclopedia in licentie afnam voor de permanente tentoonstelling. In één van de zalen konden bezoekers bladeren door de Comiclopedia, die op de muur werd geprojecteerd.

Bronnen
De interesse van het museum bewees zeker dat de algemene kwaliteit van de Comiclopedia verbeterd was, met name ons schrijfwerk en de geleverde informatie. Dit betekende dat oudere artikelen natuurlijk meermaals herschreven moesten worden om aan de standaarden van de nieuwere te voorzien. "De wet van de remmende voorsprong", zoals Kees het noemde. Vanzelfsprekend kwamen er meer en meer beschikbare bronnen voor ons bij. Onze twee belangrijkste bronnen tijdens de vroege jaren waren de standaardwerken 'World Encyclopedia of Comics' (1976-1983) door Maurice Horn en de 'Dictionnaire Mondial de la Bande Dessinée' (1994-1998) van Patrick Gaumer en Henri Filippini. Kees wist ook boeken over Portugese, Deense, Japanse, Koreaanse en Mexicaanse strips te verkrijgen, wat ons toestond om informatie aan te bieden over tekenaars die buiten hun vaderland onbekend zijn gebleven. Online bronnen werden ook informatiever, vooral gespecialiseerde weblogs zoals die van Dirk Arend (Striptekenaars, over Nederlandse tekenaars), Ger Apeldoorn (The Fabulous Fifties), Alan Holtz (The Stripper's Guide, over vroege Amerikaanse krantenstrips) en Steve Holland (the Bear Alley, over Britse strips), om er slechts enkele te noemen. Portalen als BDParadisio en Bedetheque (Frankrijk), Tebeosfera (Spanje) en uBC Fumetti (Italië) boden een schat aan informatie over tekenaars uit deze respectievelijke landen, die we van welverdiende Engelstalige aandacht konden voorzien. We moeten ook Inducks vermelden vanwege hun database over Disneystrips (en onze wederzijdse linkuitwisseling), Jerry Bails' Who's Who of American Comic Books en de Grand Comics Database op comics.org als waardevolle bronnen. En natuurlijk prachtige stripinformatiebladen als The Comics Journal, Historia de los Comics, Stripschrift, Stripnieuws en Brabant Strip Magazine. De Amerikaan Dan Schiff was zo aardig om bijna 4.000 biografische artikelen na te kijken op consistente grammatica en algemene stijl. Hij keek ook of de externe links nog werkten?


Kees op de Lambiek.Net studio op de Utrechtsedwarsstraat (2004).

Missie
Met nieuwe beschikbare bronnen en vanuit elke toevoegde tekenaar een web aan gerelateerde tekenaars werd het onmogelijk om na de geplande 3.000 artikelen te stoppen. Het was een schande dat zoveel cartoonisten onbekend, niet erkend, gekleineerd of vergeten bleven. Sommigen werden met één specifieke strip geassocieerd, terwijl hun andere werk grotendeels over het hoofd werd gezien. Anderen waren zelfs buiten hun stripcarrière getalenteerde grafici en schrijvers. Schrijvers, adverteerders, politieke partijen, humanitaire organisaties en rockbands vonden hen getalenteerd genoeg om ook voor hen tekenwerk te leveren. Maar voor het grote publiek waren stripauteurs meestal mensen zonder "serieus werk". Kunstcritici beschouwden hun werk wars van enige diepgang, louter vanwege het medium waarin ze werkten. Slechts een handjevol genoot enige faam of succes. Sommigen waren slechts in één obscuur blad gepubliceerd. Anderen waren enkel fenomenen in hun eigen land en/of waren nooit vertaald geweest. Velen moesten hun gesyndiceerde strip combineren met een lucratievere negen-tot-vijf baan. Sommigen waren genoodzaakt te stoppen omdat ze het tempo niet konden volhouden of omdat redacteurs hun strip afvoerden. Anderen bleven decennialang doorploeteren, maar werden zelden deftig betaald. Sommigen werden in een hokje gestopt omdat ze een "infantiele kinderstrip", "gewelddadige actiestrip" of "vulgaire erotische reeks" maakten. Anderen waren "maar een assistent" voor een veel bekendere tekenaar. Sommige striptekenaars zijn tot op de dag van vandaag in het publiek bewustzijn gebleven. Maar duizenden anderen zonken weg in obscuriteit zo gauw hun werk niet langer in omloop was.

Het Comiclopedia-team vond het hun missie om deze auteurs uit vergetelheid te ontrukken. Nu al waren veel tekenaars overleden, zonder veel biografische info na te laten. Sommigen signeerden hun werk nooit, anderen mochten dit niet en weer anderen gebruikten een pseudoniem. Het was zo jammer dat vele van deze wonderbaarlijke verhalen en prachtige illustraties vergeten werden of dat veel mensen zich niet eens bewust waren van hun bestaan. Maar om niet op tilt te slaan moesten we toch een paar grenzen afbakenen.

Bas Schuddeboom
Bas en Kees werken stug door, terwijl Boris en Klaas hun hersens breken over de nieuwe printer (2009).

Criteria bepalen
De eerste stap was natuurlijk definiëren wat een "strip" is? Kees volgde het advies van zijn goede vriend en striplegende Will Eisner, die vond dat een strip een opeenvolging is van getekende beelden die een verhaal vertellen. Cartoonisten die vanuit slechts één prentje werkten zouden op z'n minst één of meer voorbeelden van een narratieve sequentie moeten hebben om in de Comiclopedia opgenomen te worden. Strips met tekstballonnetjes (ballonstrips), met tekst onder de beelden (tekststrips) en/of gewoon beelden, geen woorden (pantomimestrips) waren allemaal toegestaan. Om te bewijzen dat het medium net zo veelzijdig is als enige andere kunstvorm werden alle genres vertegenwoordigd: kinderstrips, volwassenenstrips, avonturenstrips, ridderstrips, piratenstrips, cowboystrips, fantasystrips, sciencefictionstrips, dierenstrips, humorstrips, gagstrips, parodiestrips, satirische strips, politieke strips, propagandastrips, reclamestrips, ernstige strips, geschiedenisstrips, religieuze strips, educatieve strips, undergroundstrips, autobiografische strips, superheldenstrips, grafische romans, manhwa, manga en natuurlijk erotische strips.

Kwaliteit speelde geen rol. Pulp, massaproductie, hoge kunst of excentrieke zonderlingen: ze werden allemaal opgenomen. Sommige strips hebben prachtig tekenwerk, maar formuleachtige scenario's. Anderen hadden primitieve tekeningen, maar prachtige verhalen of gags. Veel "low-brow" tekenaars kregen ook een pagina, niet altijd met Kees' grootste plezier, maar hij besefte dat ook zij deel van de stripgeschiedenis uitmaakten. De Comiclopedia brak ook een lans voor een vaak genegeerde tak: assistenten en zogenaamde "ghost artists". We gingen zéér ver om meer over deze niet bezongen tekenaars te ontdekken die allen in de schaduw van een veel legendarischer tekenaar en/of studio werkten. Kees' enige standaard was dat de strips in een officiële publicatie moesten afgedrukt zijn, namelijk een krant, blad, boek, advertentiewikkel of een albumhoes. Dit omvatte wel small press publicaties, maar geen hobbystrips die nooit in druk waren verschenen, evenmin strips die zich beperkten tot een school-, club- of partijblad. Tenzij deze strips ooit achteraf in een boek of officieel artikel herdrukt waren. De Comiclopedia focuste zich in de regel uitsluitend op striptekenaars. Sommige zeer productieve stripscenaristen en –uitgevers hebben ook een pagina gekregen. Naarmate de tijd verstreek overtuigden Bas en Margreet Kees ervan om ook wat webcomic-tekenaars toe te voegen, onder voorwaarde dat ze genoeg succes en naambekendheid hadden om méér te zijn dan een goedwillende amateur.


Vincent en Rick, 2008.

Hulp van buitenaf
De Comiclopedia kreeg veel hulp van buiten onze winkel. Sinds 2006 heeft onze trouwe klant Vincent Polverino ons regelmatig aan waardevolle informatie en scans geholpen, vooral rond alternatieve tekenaars. Andere Nederlanders die ons vaak hielpen waren Dirk Arend en Bert Meppelink met hun grote kennis over Nederlandse striptekenaars uit de Toonder Studio's. Ook onze artikelen over buitenlandse tekenaars werden enorm uitgebreid dankzij een groot aantal enthousiastelingen. Tussen 2002 en 2005 voorzag Eduardo Urrutia in veel Spaanse nieuwkomers, terwijl Giancarlo Malagutti ons door de jaren heen met veel Italiaanse tekenaars heeft geholpen. Marko Ajdaric uit Brazilië berichtte in zijn nieuwsbrief Neorama dos Quadrinhos trouw over onze Zuid-Amerikaanse toevoegingen. De mysterieuze "Imperador Zurg" (die verkiest een pseudoniem te gebruiken van een personage uit 'Toy Story') zendt ons regelmatig informatie over Braziliaanse tekenaars. Een ander belangrijk contact is de Canadees André Fournier, die Kees en Bas sinds 2008 van vele stripscans uit Quebecse kranten heeft voorzien. De Israëliër Elihai Cnafo hielp ons met artikelen over Israëlische en Palestijnse tekenaars, maar ook Noord-Afrikaanse striptekenaars. Nikos Nikolaidis hield ons op de hoogte over Griekenland. Oost-Europa is goed vertegenwoordigd door Dodo Nita (Roemenië), Ferenc en Szabolcs Kiss (Hongarije) en Vladimir Nedialkov en Stiliana Thepileva (Bulgarije). Nedialkov schreef voor ons zelfs de Geschiedenis van Bulgaarse Strips, die later door Thepileva werd uitgebreid!


De Franstalige sectie van Lambiek.Net was online van 2002 tot 2012.

We experimenteerden zelfs een tijdje met niet-Engelstalige secties. In augustus 2002 vertaalde de Belg Michel Heynen 170 artikelen over Franco-Belgische tekenaars in het Frans. Helaas bleef deze sectie van de site slechts een decennium online, gezien het te moeilijk werd om het up-to-date te houden. Cuauhtémoc D. Martínez uit Mexico vertaalde op zijn beurt vele pagina's rond Hispanische tekenaars in het Spaans, maar helaas konden we zijn inspanningen nooit online presenteren. Voor een (hopelijk) volledige lijst met de geweldige mensen die ons met de Comiclopedia hebben geholpen verwijzen we graag naar ons colofon.


De Spaanse sectie van Lambiek.Net, nimmer door mensenogen gezien...

Kees' laatste projecten
"Die Hobbyfreunde" Kees en Bas (zoals ze op een Duitse site werden genoemd) bleven ook het overzicht van de Nederlandse Stripgeschiedenis vervolledigen en aanvullen. Ze voegden pagina's toe over toneelbewerkingen van strips, schimmenspelen en Walt Disney's verovering van Nederland tijdens de jaren 1930. Kees' laatste project was een geschiedenis over strips die in Indonesië waren gepubliceerd toen het land nog onder Nederlands koloniaal bewind stond. Dit bleef echter bij wat scans en enkele korte notities, want op 27 april 2010 overleed Kees aan de gevolgen van kanker. Margreet de Heer wist uiteindelijk een volledige tekst over de geschiedenis van Indonesische strips te schrijven die op 8 oktober 2010 gepubliceerd werd. Al in een vrij vroeg stadium van de Comiclopedia had Margreet een kort biografisch artikel over Kees geschreven, vanuit de gedachte dat hij dit verdiende vanwege zijn onaflatende bijdragen tot het promoten van strips. Na Kees' overlijden verwerkten Bas en Margreet hun rouw door het artikel te herzien met meer gedetailleerde informatie en zeldzame foto's. Het werd zo'n lange tekst dat het het eerste artikel op de site werd met tussenkopjes.


Margreet de Heer en Bas Schuddeboom herzien Kees' Comiclopedia pagina in mei 2010.

Op Kees' computer stonden er nog steeds verschillende files met losse scans. Bas plaatste hen postuum op de site. Sommige prentjes die Kees echter had verzameld misten context, zowel qua handtekening en/of de publicatie waar hij het oorspronkelijk uit gescand had. Bas schreef een speciale pagina 'Identificatie Verzocht' om hen allemaal op te sommen in de hoop meer info erover te vinden.

De Comiclopedia na Kees' overlijden
Na Kousemakers dood was Bas Schuddeboom voor een periode van vijf jaar de enige redacteur. Gelukkig kreeg hij hiertoe de gelegenheid van Kees' zoon Boris Kousemaker, die nu de winkel leidde. Zonder Kees' financiële steun besloot Bas zijn werk nu als vrijwilliger verder te zetten, in combinatie met zijn dagelijkse baan. Vele mensen van over de hele wereld stuurden vragen, opmerkingen, meer info, correcties, lof en soms kritiek op over bepaalde artikelen. Sommigen stelden ook nieuwe namen voor. Dankzij hen wordt de site regelmatig geüpdatet, gecorrigeerd en uitgebreid.


Op sommige momenten was de computer moeilijk terug te vinden in het kantoor op Kerkstraat 132... (2015).

Nieuwe website
Eén van Boris' grote projecten was het opzetten van een nieuwe webwinkel. Per slot van rekening was Arjan Vlamings eerste versie nu al enkele jaren offline. Het was een logische keuze om de nieuwe online winkel met de tekenaars in de Comiclopedia te verbinden. Dit betekende dat de duizenden individuele html files in een database moesten worden gegoten. De eerste om dit te proberen was in 2007 Tony Slug, die ook de website voor Hansje Joustra's uitgeverij Oog & Blik had gebouwd. Een jaar later volgde een poging van Ronald Zeelenberg, bedenker van www.stripdatabase.nl. Beide samenwerkingen werden echter om verschillende redenen afgeblazen. We hadden meer geluk met Dirk Zaal (van Digizaal), die begin 2012 aan een volledig nieuwe website begon te werken in samenwerking met webontwerper JW Nieuwenhuizen van Grafx MFG. Het klassieke "Ouwe Blauwe" ontwerp werd verwijderd, al bleef blauw wel de hoofdkleur van de nieuwe Comiclopedia, die nu de titel "Kees Kousemaker's Comiclopedia" kreeg. De rest van de site kreeg een rode uitstraling, in lijn met ons ZIP!-bord. Dirk slaagde erin om de data uit elke individuele Comiclopedia-pagina te "scrapen" en de inhoud in afzonderlijke databasevelden te splitsen. Hij deed later hetzelfde met de Nederlandse Stripgeschiedenis. Vanzelfsprekend hield Bas een oogje in het zeil om zeker te zijn dat er geen informatie verloren ging. De connectie met de webwinkel werd opgesteld, en op 2 oktober 2012 ging het nieuwe Lambiek.net online. In de daaropvolgende maanden werden de grootste bugs opgelost.


Boris Kousemaker met developer Dirk Zaal en vaste klant Paul van Dijken na werktijd (2013).

Helaas werd de Franstalige sectie van de site tijdens dit proces verwijderd, ondanks al het harde werk van Michel Heynen. Terwijl zijn inspanningen zeker gewaardeerd werden hadden we geen capaciteit om de Franse sectie up to date te houden, waardoor deze steeds verder achterliep op de Engelse en Nederlandstalige secties. Met zoveel artikelen om te herzien en zoveel namen om toe te voegen, werd de zware beslissing genomen om dit ganse onderdeel simpelweg te laten vallen.

Zaals werk maakte de website een stuk eenvoudiger om te navigeren en up to date met de recenste internetontwikkelingen. Gezien de nieuwe site met een Content Management System werkte kon Bas het meeste van zijn Comiclopedia-werk vanuit huis doen. Dit stond hem toe om méér updates dan ooit tevoren door te voeren, waaronder de herziening van vele oudere pagina's, met name de illustraties. Velen werden in betere kwaliteit en op groter formaat gescand. Om het vernieuwe Lambiek.net te promoten ontwierp Joost Halbertsma op zijn eigen unieke manier een flyer. Het toont de winkel op nummer 132, waar diverse vulgaire versies van stripfiguren opduiken. In 2015 onderging de site opnieuw een technische herziening toen het mobielvriendelijk ("responsive") gemaakt werd.


De galerie getransformeerd in het webshop-kantoor.

Kjell Knudde
Halverwege de jaren 2010 ontving Bas versterking vanuit Nederlands zuiderburen. Op 2 maart 2013 stuurde de Belg Kjell Knudde Lambiek voor het eerst een mail met een verzoek om een artikel rond Hugo Leyers aan te maken. Nadat het artikel aangemaakt was bleef het lange tijd windstil, maar op 31 augustus 2015 informeerde hij onze site opnieuw over enkele sterfdata die nog niet waren doorgevoerd. Er ontstond een wekelijkse correspondentie. Kjell stuurde regelmatig verbeteringen, updates en nieuwe suggesties door, terwijl hij alle net gelanceerde artikelen nalas. Tenslotte begon hij ook volledige artikelen te (her)schrijven. Op 21 april 2016 waren de Belgische cartoonist Gal en de Britse spotprenttekenaar James Gillray zijn eerste complete artikelen. Kjell bedacht ook nieuwe criteria voor de site, waarbij hij op langere en meer uitgebreide biografieën focuste. Oudere artikelen waren kort en op een droge, informele manier geschreven. Hij streefde naar een levendiger schrijfstijl die de levens en het werk van de tekenaars analyseerde. De artikelen zouden de kloof tussen experts en mensen die niet vertrouwd zijn met specifieke tekenaars en hun signatuurreeksen dichten. Elke bio kreeg een korte intro en somde grafische invloeden op, zowel die van de tekenaar zelf als zijn mogelijke invloed op navolgers, waarbij ze aan andere bio's op de site werden gelinkt. Naarmate de pagina's langer werden stelde Bas voor om meer tussenkopjes te gebruiken. Na een poosje maakten Kjell en Bas van deze nieuwe aanpak de standaard, zowel voor artikelen die ze individueel als samen schreven, als ware "Knuddeboom" producties. De nieuwe aanpak heeft de Comiclopedia meerwaarde gegeven, gezien veel van de basisinformatie inmiddels ook elders op het internet te vinden is, met name Wikipedia.


Kjell Knudde en Bas Schuddeboom bij Lambiek in 2018.

Kjell herbezocht ook vele oude artikelen en corrigeerde, updatete, vertaalde en herzag ze. Hij kwam met vele nieuwe suggesties op de proppen, sommigen tamelijk controversieel, zoals de toevoeging van schilders Hieronymus Bosch op 8 augustus en Pieter Bruegel de Oudere op 20 november 2016, die beiden als prototypische striptekenaars beschouwd kunnen worden en een grote invloed op het genre hadden, ondanks het feit dat ze niet echt striptekenaars waren in de moderne betekenis van het woord. Kjells trotste moment vond plaats op 28 augustus 2016, toen zijn volledig herziene artikel rond zijn favoriete striptekenaar Marc Sleen later door Sleens vrouw werd geprezen en zelfs aan haar man werd voorgelezen tijdens de laatste maanden van zijn leven. Als grote fan van Frank Zappa is hij ook zeer trots dat zijn artikel over Zappa's albumhoezenillustrator Cal Schenkel geliket en becommentarieerd werd door meneer Schenkel zelve. Kjell Knudde heeft een grote interesse in strips, maar specialiseert zich in Belgische en Britse striptekenaars. Inzake genres focust hij zich op undergroundstrips, erotische strips, politieke cartoonisten, schilders, graveurs, boekillustratoren, animatoren en tekenaars die met Mad Magazine en Hara-Kiri/Charlie-Hebdo geassocieerd worden. Net als zijn schrijfpartner Bas heeft ook hij een neus voor curiosa en strips uit onverwachte hoeken van de aardbol.


Promotionele tekening voor Lambiek.net van Herwolt van Doornen (2013).

Feedback
Door de decennia heen heeft Lambiek veel mails en commentaren ontvangen van de tekenaars zelve. Sommigen schreven ons om iets te corrigeren. Anderen vroegen ons vriendelijk maar nadrukkelijk om hun artikel van de site te verwijderen, beschaamd als ze waren voor hun vroege uitstapjes in het "inferieure" stripmedium. Maar over het algemeen hebben we niets dan mooie herinneringen aan onze correspondenties. Sommige mensen vroegen ons of ook zij konden opgenomen worden en stuurden zelfs persoonlijke staaltjes van hun eigen tekenwerk op. (Achter)kleinzonen en kleindochters van oude cartoonisten feliciteerden de Comiclopedia omdat ze de herinnering aan hun familielid levend hielden. Ze gaven ons zelfs waardevolle informatie die nooit eerder verteld was, zoals de definitieve identificatie van de originele tekenaar van de Amerikaanse stripfiguur 'Blue Beetle'. Decennialang werd aangenomen dat de originele tekenaar Chuck Cuidera was, die ook zelf alle krediet naar zich toetrok. In een e-mail die hij naar Lambiek verzond leverde Joe DeGiuseppe het bewijs dat zijn oom, Charles Nicholas Wojtkoski, de echte tekenaar was. De verwarring kwam voort uit het feit dat verschillende vroege Amerikaanse stripauteurs het pseudoniem "Charles Nicholas" gebruikt hadden, maar Wojtkoski was de originele. Het vervulde ons met plezier dat we krediet konden geven aan zij die het verdienden.


"S. Candell" en "Escandell".

Primeurs en doorbraken
De Comiclopedia belichtte heel wat voorheen anonieme tekenaars. Met behulp van de leden van een Duits stripforum waren we de eerste website die op grote schaal informatie over de anonieme tekenaars voor Rolf Kauka's 'Fix und Foxi' en Hannes Hegens 'Mosaik' aanboden. Kees en Bas staarden zich vele uren suf in een poging de handschriften van heel wat vroeg-twintigste-eeuwse Franse strips te ontcijferen. Ooit konden ze de signatuur van een zekere "Hlassies" niet ontcijferen, wat voor problemen zorgde omdat ze zeker moesten zijn wat de eigenlijke naam van de tekenaar was? Via puur toeval merkte Bas een tekening op van een klomp op de Zaanse Schans, een toeristische attractie in zijn thuisstad Zaanstad, waar exact dezelfde handtekening en de originele naam van de auteur opstond: Henri Cassiers. Bas was ook zeer trots dat hij aan Patty Klein, co-auteur van de krantenstrip 'Horre, Harm en Hella' uit de jaren 1970, kon onthullen dat de originele tekenaar niet Brit "S. Candell" was, maar eigenlijk de Spaanse studiotekenaar Juan Escandell. Zowel Patty en haar schrijfpartner Andries Brandt waren zich nooit van dit feitje bewust! Gezien Bas strips uit zoveel landen had onderzocht herkende hij een deel van Escandells handtekening op één van de stroken en verbond de stippeltjes. Navraag bij Escandells huidige agentschap Comicon bevestigde Bas' vermoeden.


Henri Cassiers' handtekening. Zeg nou zelf, er staat echt "Hlassies", toch?

Dankzij onze trouwe klant George Mulder wisten we ook het meest volledige artikel over een voorheen obscure tekenaar te bieden: Billy Cam. Mr. Mulder bracht vele uren door om meer over deze Amerikaanse cartoonist die ooit in Nederlands-Indië leefde uit te zoeken. Hij ging zelfs persoonlijk na welke schepen destijds tussen de VS en Nederlands-Indië voeren om zo de gaten in de biografie van de tekenaar op te vullen.



Leuke reacties op Twitter van tekenaars Brad Brooks en Jack Teagle.

In 2017 wist Kjell Knudde de oorspronkelijke Britse tekenaar achter een strip uit de jaren 1920 te identificeren die ooit buitengewoon populair was in Nederlandse vertaling: 'Jopie Slim en Dikkie Bigmans', al was het decennialang onbekend wie het oorspronkelijk getekend had en wat de originele titel was: Harry Folkard's 'Billy Bimbo and Peter Porker'. Hetzelfde jaar ontdekte hij ook dat één van zijn bazen verwant was aan een illustrator, Jos Speybrouck, die ook tekststrips maakte tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw. Hij gaf ons niet alleen een zeldzame museumcatalogus over Speybrouck's kunst, maar nam effectief de moeite om zeldzame drukken en posters in een plaatselijk kopieercentrum te laten scannen. Kjell duikelde ook in de stadsarchieven een obscure strip op waarvan hij zich herinnerde dat die in de lente van 2013 in Humo liep. Hierna realiseerde hij zich pas dat het door comedyschrijver Hugo Matthysen getekend was! In 2018, nadat hij een aflevering van 'Last Week with John Oliver' had bekeken rond het satirische boek 'A Day in the Life of Marlon Bundo' (2018) door Jill Twiss, wist Kjell de illustrator die onder een pseudoniem tekende te identificeren als Gerald Kelley, lang alvorens er een Wikipedia-artikel over de man en zijn voorheen obscure identiteit bestond. Mr. Kelley feliciteerde ons met een knap staaltje schrijfwerk.

Eén van de grappigste anekdotes draaide rond Bas' queeste om Joost Rietveld toe te voegen. Jarenlang zocht hij naar bewijzen dat deze tekenaar sequentiële tekeningen gemaakt had, maar er was niet veel over hem te vinden. Bas wist enkel dat hij tijdens de jaren 1950 in stripblad Olidin had gepubliceerd. Net toen hij eindelijk wat voorbeelden had gevonden bij de afdeling Bijzondere Collecties aan de UvA, bleek dat er op amper twee kilometer van Bas' huis een ganse tentoonstelling rond Rietveld's kunst was geweest! Nog wonderbaarlijker: Rietveld had in wezen de boekcover van Kees' eerste boek 'Strip voor Strip' (1970) ontworpen!

De Comiclopedia wist sequentiële tekeningen en beeldverhalen van enkele onverwachte tekenaars op te speuren. Toen Bas het Walt Disney Family Museum in San Francisco bezocht ontdekte hij dat Walt Disney als jongeman ooit een strip had getekend, 'Mr. George's Wife', die echter nooit een uitgever had gevonden. In 2016 bladerde Bas door de humoristische Bescheurkalenders van Van Kooten en De Bie uit de jaren 1980 en ontdekte dat Wim de Bie hiervoor een paar minimalistische strips had getekend. Door de jaren heen ontdekten we strips getekend door beroemdheden als Herman Brood, Remco Campert, Kurt Cobain, Jan Cremer, Salvador Dalí, Def P, Sergei Eisenstein, Federico Fellini, Terry Gilliam, Hugh Hefner, Jim Henson, Daniel Johnston, Martin Landau, David Lynch, Seth MacFarlane, Nadar, Anton Pieck, Pablo Picasso, Schoolly D, Jotie T'Hooft, Andy Warhol en Frank Zappa.

Larry Whittington had de eer om op 11 juli 2008 de 10.000ste naam in de Comiclopedia te zijn. Op 10 april 2013 werd Thomas Nast nr. 12.000, in november 2015 gevolgd door Dean Miller als ons 13.000ste artikel. Sinds 2019 telt de Comiclopedia 13.800 artikelen en vele nieuwkomers moeten nog geschreven worden. Als er ooit een teken was dat strips niet dood zijn is onze site het levende bewijs!


Onze Marc Sleen pagina voor en na Knudde...

Volgende hoofdstuk: Kerkstraat 119 & Utrechtsedwarsstraat 46-50